EC-voorzitter Ursula von der Leyen in het Europees Parlement, 23 juli 2020.
© AP Photo/Francisco Seco

Coronacrisis

De redactie van FTM volgt de coronacrisis op de voet. Welke oplossingen dienen welke belangen? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde.

Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie. Wereldwijd gingen landen 'op slot';  beurzen maakten een enorme duikvlucht. Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan.

De uitwerking van de coronamaatregelen op de wereldeconomie is, net als het virus zelf, nog grotendeels onbekend. Wat we al wel kunnen vaststellen: een nieuwe economische crisis is begonnen. Die zal overal pijn opleveren, en de maatregelen die we nu nemen zullen bepalen hoe de economie van de toekomst eruit zal zien. 

Nieuwe vragen doemen op: welke oplossing dient welke belangen; welke vragen raken ondergesneeuwd; hoe verdelen we de schaarse middelen, en hoe houden we essentiële diensten en structuren overeind? 

107 Artikelen

Europese Unie staat garant voor 87,3 miljard coronakrediet aan Oost- en Zuid-Europa (en België)

3 Connecties
22 Bijdragen

De Europese Commissie leent namens de Europese Unie 87,3 miljard euro, om dat geld vervolgens weer uit te lenen aan Zuid- en Oost Europese landen. Die constructie moet hun financieringskosten drukken in de strijd tegen corona. De schuldfinanciering van de Commissie groeit daarmee van 52 naar 139 miljard euro.

De Europese Commissie (EC) heeft op 24 juni de Europese Raad om goedkeuring gevraagd voor coronakredieten ter waarde van 87,3 miljard euro. De kredieten zijn onderdeel van de SURE-regeling. Dat is de Europese variant van de NOW-regeling, waarmee de Nederlandse overheid bedrijven ondersteunt door salarissen van thuiszittende werknemers te vergoeden.

SURE is in het leven geroepen om alle EU-landen in staat te stellen hun burgers en bedrijven een financieel vangnet te bieden en zo de economische schade van corona in heel Europa te beperken. EC-voorzitter Ursula von der Leyen noemt SURE ‘een duidelijk symbool van solidariteit in tijden van ongekende crisis’.

Geen giften maar leningen

Het woord ‘solidariteit’ suggereert dat het hier gaat om giften. Dat is onder andere door politicus Thierry Baudet zo opgevat, maar dat is niet het geval. Deze 87,3 miljard komt niet uit het gezamenlijke EU-budget. Het zijn leningen van de Europese Unie aan 16 specifieke lidstaten, die later ook weer moeten worden terugbetaald. De andere lidstaten hoeven hiervoor geen extra geld naar de EU over te maken.

In plaats daarvan leent de Europese Commissie namens de Europese Unie geld van private financiers, om dat geld vervolgens op haar beurt uit te lenen aan de 16 individuele lidstaten. Die financieringsconstructie heeft als doel de rentelast te verlagen voor de lidstaten die op eigen houtje niet zo voordelig kunnen lenen. De EU heeft een triple-A-status, de hoogst mogelijke kredietstatus, en kan daardoor goedkoper lenen dan lidstaten met een lagere kredietstatus. Voor een land als Nederland, dat zelf al een triple-A-status heeft, is de regeling niet interessant: ons land kan zich na Duitsland financieren tegen de gunstigste rentestand van alle eurolanden.

Behalve België maken alleen landen uit Zuid- of Oost Europa gebruik van de regeling. Dankzij SURE kunnen ook die landen hun bedrijven en burgers steun bieden, tegen financieringskosten die vergelijkbaar zijn met die van Nederland en Duitsland. Dat voorkomt dat de verschillen tussen de schuldquote van de eurolanden door corona nog verder uit elkaar gaan lopen.

De tijdlijn van de SURE-regeling

Het concept van de SURE-regeling werd op 2 april ondertekend door de Europese ministers van Financiën en de definitieve verordening dateert van 19 mei. Op 24 juni maakte de Europese Commissie bekend dat het voornemens is 87,3 miljard euro (van de maximaal 100 miljard) toe te kennen aan 16 lidstaten. De grootste kredietnemers zijn Italië, Spanje en Polen. met respectievelijk 27,4, 21,3 en 11,2 miljard euro. De Raad moet de toekenning nog definitief goedkeuren. Dat gebeurt naar verwachting voor het einde van september, nadat alle inhoudelijke discussies over de technische details zijn afgerond.

Lees verder Inklappen

Eurobonds

Na de goedkeuring van SURE benadrukte minister van Financiën Wopke Hoekstra dat er geen sprake is van eurobonds (gezamenlijk uitgegeven obligatieleningen namens alle lidstaten). De Nederlandse regering is binnen de EU immers een van de grootste tegenstanders van zo’n schuldendeling via gezamenlijk uitgegeven schuldpapier. Dat stond zelfs in het regeerakkoord. Hoekstra doet er dan ook alles aan om de suggestie te wekken dat deze leningen iets heel anders zijn. Maar ook al wordt de naam eurobond of coronabond niet gebruikt, SURE is wel degelijk een vorm van schuldendeling via rechtstreeks door de EU uitgegeven obligaties.

Dat de EC namens de gezamenlijke EU geld leent via de uitgifte van obligaties (om het vervolgens weer door te lenen aan individuele lidstaten), is geen unicum. Dit werd eerder gedaan voor drie andere steuninstrumenten: het Europese Financiële Stabiliteitsmechanisme (EFSM), de Balance of payments assistance facility (BoP) en de Macro-Financial Assistance (MFA).

Dossier: Coronacrisis

De maatregelen om de verspreiding van het coronavirus in te dammen zijn ongekend; de uitwerking ervan nog grotendeels onbekend. Welke oplossingen dienen welke belangen?

Lees verder Inklappen
Inschrijven

De schaal van SURE betekent echter wel een forse toename voor deze vorm van financiering: op dit moment heeft de EC voor 52 miljard euro aan obligaties uitstaan. Als de volle 100 miljard van SURE wordt toegekend zal die schuld bijna verdrievoudigen. Dat komt omdat de financiering voor SURE direct via de Europese Commissie loopt, en niet via speciale noodfondsen, zoals het Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit (EFSF) en het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) die in 2010 en 2012 werden opgericht om de omvangrijke steunprogramma’s aan Griekenland, Ierland en Portugal te financieren.

Gezamenlijke garantstelling

In het ESM hebben de eurolanden (naar rato) 80 miljard gestort. Verder hebben de lidstaten forse garanties afgegeven, zodat het fonds daarbovenop nog 420 miljard euro kan lenen tegen gunstige tarieven. Die garantstellingen van de lidstaten (beloftes dat individuele landen hun portemonnee zullen trekken wanneer het fonds zijn schuldeisers niet kan terugbetalen) waren nodig om het ESM (en het EFSF) een triple-A-kredietstatus te geven.

De eurolanden hoeven voor SURE – anders dan bij het ESM – vooraf niets te storten in een fonds. En omdat de EC zelf al een triple-A-status heeft, is het in prinicipe ook niet vereist dat individuele landen garant staan om tegen gunstige tarieven te lenen. Toch heeft de EC de individuele lidstaten gevraagd (naar rato) garant te staan voor een bedrag van 25 miljard euro (een vierde deel van de maximaal 100 miljard van de SURE-regeling). Die garantie geeft de EC extra zekerheden, maar dient vooral om de politieke steun voor het programma vanuit de lidstaten te bevestigen.

De Nederlandse garantie voor SURE bedraagt 5,7 procent van de 25 miljard euro: 1,4 miljard. Die garantie kost Nederland in principe niets, tenzij een van de 16 landen in gebreke blijft met de aflossing van de schuld.

Thomas Bollen
Thomas Bollen
Onderzoekt als financieel econoom de 'economische religie' om nuttige inzichten van dogma's te scheiden.
Gevolgd door 4918 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren