Bye bye ouderwetse uitgever

Slimme en ondernemende auteurs zullen geen genoegen meer nemen met het modelcontract. Uitgevers moeten leren delen of anders rekening houden met een exodus van (succesvolle) schrijvers.

Het "modelcontract voor oorspronkelijk Nederlandstalig literair werk" kan met mee met de vuilnisman, zo betoogde ik vorige week uitvoerig aan de hand van cijfers. Uitgever Joost Nijsen sloeg daarop terug met een humorvol en vilein artikel op de website van Uitgeverij Podium waarin hij mij even stevig de oren waste. Althans, die teneur had het artikel dat hij de titel "Exit Smit" gaf. Ik had als "polygame auteur" tal van "feitelijke blunders" begaan en had daarmee aangetoond niets van het uitgeversvak te begrijpen. Dat moge zo zijn, maar Marij Bertram, een van de oprichters van uitgeverij Bertram & De Leeuw (B&L) en iemand die dat vak wel begrijpt, kreeg ook een schrobbering. Ze had volgens Nijsen uitgeverij Nieuw Amsterdam in een erbarmelijke staat achtergelaten. Hij bespotte haar ook omdat zij na hem als voorzitter van de Literaire Uitgeversgroep had opgevolgd en in die rol het modelcontract jarenlang te vuur en te zwaard had verdedigd.

Tsja, denk ik dan, welke uitgever deed dat niet? Dat Bertram tot inkeer is gekomen en als uitgever het modelcontract dood heeft verklaard, pleit voor haar realiteitszin en haar moed. Nijsen's venijnige uithaal naar de dissidente uitgeefster kwam mij dan ook een beetje wijverig over. Hij zou toch geen auteurs aan B&L hebben verloren? Of reageerde Nijsen zo geïrriteerd omdat hij diep in zijn hart goed beseft dat Marij Bertram gelijk heeft en het aloude zakelijke model van de literaire uitgever geen toekomst meer heeft?

 

 

Manon Burger, Hendrik de Leeuw en Marij Bertram van uitgeverij B&L

 

Rekenwerk
Over dat laatste ga ik het in elk geval weer even hebben. Dat zakelijke model van de uitgever is voor een belangrijk deel gegrondvest op een dubieuze kartelovereenkomst, het "modelcontract voor oorspronkelijk Nederlandstalig literair werk", dat ik vorige week naar de prullenbak verwees. Voor een ander deel is het gebaseerd op de onwetendheid en het zakelijke onvermogen van de gemiddelde Nederlandse auteur. Onwetend en onzakelijk was ik ook. Ondanks een in tien jaar afgeronde studie bedrijfseconomie, zette ik in 2003 bij volle bewustzijn mijn handtekening onder de literaire evenknie van een woekerpolis.

De charmante Nijsen kan zich uiteraard niet in die duiding van het door hem zo geliefde modelcontract vinden. Uitgevers woekeren helemaal niet, ze "investeren". Ik zou mijn rekenwerk niet goed hebben gedaan en daarbij zelfs omzet en winst hebben verward en ik was vergeten "het geheim van het uitgeven" in mijn calculatie mee te nemen. "Genant", vond hij dat. Inderdaad, als financieel economisch journalist bega je dat soort fouten liever niet.

Die fouten heb ik ook niet gemaakt. Dat mijn sommetjes over omzet en winst kloppen blijkt evident uit de eenvoudige berekening van mijn inkomsten van het boekje "Woekerpolis, hoe kom ik er vanaf?" dat door B&L werd uitgegeven. Essentieel verschil is de aanname bij deze berekening. Elk boek is volgens het model B&L een apart project met een eigen resultatenrekening. De uitkomst daarvan heb ik getoond en die valt bij een bescheiden netto oplage van 5571 boeken 87 procent voordeliger uit dan in het geval ik met co-auteur Graafsma een krabbel onder een modelcontract had gezet. Dat is pijnlijk voor Nijsen en de meeste andere uitgevers op de grachtengordel, want het verschil wordt alleen maar groter naar mate er meer van een boek wordt verkocht (het relatieve aandeel van de vaste kosten daalt immers).

 

Joost Nijsen van Uitgeverij Podium

Investeren
Uitgevers van het oude stempel voeren graag kosten op die niet in een projectmatige aanpak van een boek passen. Die kosten vallen onder het eerder genoemde "geheim van het uitgeven" en zul je nooit gespecificeerd ergens terug kunnen vinden. Volgens Nijsen kun je alleen winstgevende boeken maken als je "bereid bent met andere boeken (van dezelfde of andere auteurs) verlies te maken". Uitgevers "investeren" in auteurs als ikzelf. Het vreemde is alleen dat die investeringen door de succesvolle auteur worden gefinancierd. Tsja, zo kan iedere knuppel winstgevend ondernemen. De redenatie van Nijsen getuigt van een perspectief dat uitsluitend gericht is op de eigen bedrijfsvoering. Ik begrijp dat, zo zit de (zaken)wereld nu eenmaal in elkaar, maar redelijk is het niet.

Een rekenvoorbeeld uit mijn praktijkje: Ik nam voor het maken van mijn boek De broncode 12 maanden vrijaf. Daarvan waren negen maanden zonder salaris (Quote betaalde destijds drie maanden door). Opportuniteitskosten: 36.000 euro (aan gederfd salaris). Overige kosten voor het onderzoek: ongeveer 10.000 euro. Dat alles kwam uit mijn eigen zak (en die van mijn vrouw) en voor mijn risico. Ik ontving een voorschot van 1.500 euro dat later weer van mijn royalty's werd afgetrokken. Investeerde Nijsen nu in Smit of was het eerder andersom?

Samen voor ons eigen
In een reactie via Facebook betoogde Nijsen ook dat schrijver en uitgever "samen ten strijde" moesten trekken. Dat is een interessant punt voor een journalist als ik. Toen ik in 2003 het modelcontract met Nijsen ondertekende stond daar nog onder artikel 2 "vrijwaring" dat ik hem volledig moest behoeden voor eventuele aansprakelijkheden. Met andere woorden; als ik een juridische strijd had moeten voeren, dan had ik dat he-le-maal zelf kunnen betalen. F. Jacobse en Tedje van Es hadden het niet beter kunnen regelen. Gelukkig is sinds 6 juli 2011 dat krankzinnige artikel in het modelcontract gemoderniseerd en worden die risico's nu tussen de auteur en uitgever gedeeld.

Bij B&L delen auteur en uitgever sowieso de risiso's. Dat betekent meer risico voor de auteur, maar ook substantieel meer opbrengsten indien de omzet van het boekproject voorbij het break even niveau komt. Veel auteurs weten dat inmiddels of zullen daar in de nabije toekomst achter komen. Auteurs, zeker de beter verkopende, zullen daarom vroeger of later uit welbegrepen eigenbelang massaal een beter renderend heenkomen zoeken. Ze kiezen voor uitgevers als B&L, slaan de handen ineen met internetreus Amazon of ze gaan net als trainer/schrijver Ben Tiggelaar en de lieftallige diëtiste Sonja Bakker, zelf hun boeken uitgeven. Zo werkt dat in een wereld die dankzij internet steeds transparanter wordt. Het zou van intelligentie getuigen als Nijsen deze werkelijkheid zou aanvaarden.


Naschrift:

De grap is dat Joost Nijsen die barre werkelijkheid ook wel aanvaardt, want hij is natuurlijk niet gek. Hij zal dat alleen niet openlijk toegeven. Het echte geheim van de uitgevers van de grachtengordel is namelijk dat zij, als het erop aan komt, bereid zijn om over de royaltypercentages te onderhandelen. Het zou mij dan ook enorm verbazen als zijn topauteur, de zakelijk zeer gewiekste Raymond van de Klundert, beter bekend als
Kluun, zijn royalty's via de aloude modelstaffel binnen ziet druppelen.