Het lijkt erop dat banken nog niet een derde zullen vergoeden van de schade die ze hebben veroorzaakt met het verkopen van renteswaps aan ondernemers in het midden- en kleinbedrijf. En dat terwijl het van meet af aan duidelijk was, zo betoogt Pieter Lakeman, dat een swap bij deze groep klanten per definitie een inferieur product was voor het afdekken van renterisico.

    Op 2 maart deelde minister Dijsselbloem van Financiën in de Tweede Kamer tot drie maal toe mee dat bij de verkoop van renteswaps aan het mkb evident sprake was geweest van misselling. Ook zei hij een commissie van drie onafhankelijke deskundigen te hebben benoemd voor het opstellen van een herstelkader dat als basis zou gaan dienen voor de schadevergoedingen die de banken aan mkb-ondernemingen moeten betalen. Volgens de planning van de commissie zou het herstelkader in juli gepresenteerd worden.

    Inferieur product

    Dit herstelkader werpt inmiddels zijn schaduw vooruit, zo blijkt onder andere uit een voorbeschouwing waarin nrc.next bezwaren van de banken tegen het kader presenteerde. Het vermoeden rijst dat de inside information in dit artikel van de banken zelf afkomstig is.

    Een van de bezwaren van de banken is dat ook klanten die geen schade door de aankoop van swapcontracten hebben geleden, een schadevergoeding zouden ontvangen. Als de banken daar gelijk in zouden hebben, zou het inderdaad een belachelijk voorstel zijn. De bewering is echter onwaar, want iedere ondernemer die een renteswap in plaats van een rentecap heeft gekocht is ernstig benadeeld. Daar is een simpele reden voor: de renteswap (die overigens niet eens een echte renteswap was, zoals we verderop zullen zien) is een inferieur product voor een ondernemer die zijn renterisico wil beheersen.

    Iedere ondernemer die een renteswap in plaats van een rentecap heeft gekocht is ernstig benadeeld

    Volgens het artikel in nrc.next beklagen de banken zich erover dat ze bij elkaar ruim 3 miljard euro schadevergoeding zouden moeten uitkeren (Rabo 2 miljard, ABN Amro 800 miljoen en ING 300 miljoen). Ook die klacht is niet terecht. Ten eerste gaat het om geld dat de banken de afgelopen acht jaar als winst hebben opgestreken, en dus jarenlang renteloos in hun bezit hebben gehad. Ten tweede hebben de banken met de verkoop van renteswaps aan het mkb niet 3 miljard verdiend, maar ruim 10 miljard, zoals ik eerder voor Follow the Money heb berekend. De getallen uit nrc.next zijn vermoedelijk al lang bekend bij de banken, want begin april verklaarde een Rabo-medewerker tijdens het gezellig samenzijn na afloop van een rechtszitting tegen de bank: ‘2 miljard, daar zal het wel op uitkomen.’ Kennelijk had de commissie begin april haar basisideeën reeds informeel aan de banken meegedeeld en had de bank die direct in geldbedragen kunnen vertalen.

    Het concept-herstelkader van de commissie zou er dus op neerkomen dat gemiddeld 30% van de schade vergoed wordt. Beter iets dan niets, kun je zeggen, maar de vraag is of je 30% een ruimhartige schadevergoeding kunt noemen — en dat is wat minister Dijsselbloem op 2 maart als verwachting naar de Tweede Kamer heeft uitgesproken.

    Geen swaps maar caps

    Uit de tot nu toe gepubliceerde artikelen blijkt niet welke schade-elementen volgens het herstelkader voor vergoeding in aanmerking komen. Wel is in de recente publicaties aandacht besteed aan het feit dat de verkoop van swapcontracten verschillende schade-elementen kan opleveren. Die hebben elk hun eigen schadevolume, zoals ik hierna uiteen zal zetten. Het belangrijkste punt is volgens mij dat de banken überhaupt geen recht van spreken hebben omdat zij, zeer zacht gezegd, duizenden mkb-ondernemers in extreme mate hebben misleid met de verkoop van zogenaamde renteswaps.

    Uit het oordeel van Dijsselbloem dat evident sprake was van misselling kan slechts worden afgeleid dat ook volgens Dijsselbloem banken aan mkb-ondernemers die hun renterisico wilden afdekken, geen renteswaps maar rentecaps hadden moeten verkopen. Dit geldt voor alle mkb-ondernemingen.

    ‘2 miljard, daar zal het wel op uitkomen’

    De schade door de misselling op zichzelf bedraagt circa 7 miljard euro, exclusief wettelijke rente. Het bedrag aan uitstaande swaps was in april 2014 27 miljard euro; op dat moment was er nog niet zoveel afgelost of beëindigd. De gemiddelde swap was in 2007 afgesloten, liep door tot 2017 en had een vaste rente van circa 4,25%. Rekening houdend met de gemiddelde driemaands Euribor verdiende de bank in de periode 2009-2017, dus ongeveer acht jaar, 3,75% per jaar. Gedurende de gehele periode van acht jaar verdienden de banken op elke renteswap gemiddeld 8 x 3,75% = 30%. (Dat de banken bij de verkoop van derivaten aan pensioenfondsen verlies hebben geleden, doet voor het mkb niet ter zake.) 30% van 27 miljard is 8,1 miljard.

    Eerlijk is eerlijk: de banken hadden wel het recht, of eigenlijk zelfs de plicht, om rentecaps aan het mkb te verkopen. Een rentecap zou voor de bank echter niet meer dan 0,5% per jaar hebben opgeleverd, en tien jaar caps dus niet meer dan 5%. Dat is veel minder dan 30%, maar toch gaat het om een opbrengst die de banken hebben gemist door renteswaps te verkopen. Ze zijn zo dus 5% van 27 miljard oftewel 1,35 miljard euro aan inkomsten misgelopen. De nettowinst door de verkoop van renteswaps moet dus met 1,35 miljard verminderd worden, en komt daarmee uit op 6,75 miljard euro. Deze winst voor de banken is het verlies voor het mkb. Dit is schadeberekening stap 1 — nogmaals, exclusief wettelijke rente!

    Extreem kwaadaardige misleiding

    Kwantitatief op de tweede plaats komt de extra renteopslag. Doordat de banken al hun klanten bij de verkoop van renteswaps hadden voorgespiegeld dat zij daardoor hun rente konden maximeren, bleek dit een extreem geval van kwaadaardige misleiding te zijn. Dit is overigens niet zozeer een geval van misleidende verkoop van renteswaps, maar van misleiding in het algemeen — dezelfde streek hadden de banken kunnen uithalen bij de verkoop van rentecaps.

    De extra renteopslagen werden in 2008 en 2009 onder verschillende namen opgelegd; het was collateral damage in het circus van de misleiding, zou je kunnen zeggen. De totale winst van de banken op dit schade-item is niet zo eenvoudig te berekenen omdat niet bekend is op hoeveel klanten het betrekking heeft. Als de schatting van 25%, die onlangs door ABN Amro is geventileerd, juist zou zijn en ook voor Rabobank en ING zou gelden, hebben de banken op dit item sinds 2009 over 6,5 miljard euro circa 1% extra rente ontvangen door hun klanten onjuist voor te lichten. Dat is 520 miljoen euro. Als niet 25 maar 50% van de klanten extra renteopslagen zal hebben ontvangen, groeit dit bedrag naar 1,04 miljard euro.

    Tussensprintje

    Er is nog een verschijnsel dat niet principieel samenhangt met de verkoop van renteswaps omdat het ook bij de verkoop van rentecaps toegepast kan worden. Dat is het inbouwen van verborgen marges door het te hoog vaststellen van de vaste rente in het renteswapcontract. De bank neemt dan gewoon een tussensprintje door een onwaarheid naar voren te brengen omtrent het marktniveau van de vaste rente die geldt voor de renteswap. Banken beweerden vaak dat ze daar geen kosten op hadden gelegd of ze zwegen erover. Als gevolg van deze verborgen marges kreeg de mkb-klant een contract dat al direct bij de start een negatieve waarde had. Die negatieve waarde werkte door later betaalde negatieve waardes bij de gedwongen afkoop van renteswapcontracten. De bedragen waarom het hier gaat lopen sterk uiteen, maar een voorzichtige schatting is 0,25%. De winst van de gezamenlijke banken door deze bedrieglijke gang van zaken is circa 10 × 0,25% maal 27 miljard is 675 miljoen euro.

    Als gevolg van de verborgen marges kreeg de mkb-klant een contract dat al direct bij de start een negatieve waarde had.

    Een derde schadeoorzaak is de overhedge. Dat verschijnsel houdt in dat het swapcontract dekking geeft voor een groter bedrag of gedurende een langere looptijd dan de lening waaraan de swap gekoppeld is. Dit verschijnsel komt naar schatting bij minder dan 20% van de klanten voor en heeft zelden een groot volume. De winst van de bank op deze schadeoorzaak schat ik, uit de losse pols, op niet meer dan 100 miljoen euro.

    Negatieve waarde

    Maar hoe zit het met de bedragen die de banken hebben ontvangen wegens de negatieve — voor de bank positieve — marktwaardes van renteswapcontracten? De waarde is door de bank berekend en is precies even groot als de contante waarde van de door de bank verwachte renteontvangsten op het nog niet verstreken deel van de swap. Bij beëindiging van het swapcontract loopt de bank die toekomstige rente-ontvangsten mis en daarvoor wil de bank gecompenseerd worden. De compensatie voor het mislopen van toekomstige rente ontvangsten wordt door de bank aangeduid als de negatieve waarde van het renteswapcontract. Deze door de bank opgestelde berekeningen vormen de sleutel voor de schadeberekening bij de vergoeding van de renteswapschade.

    In gevallen waarin de bank de eerder van de klant ontvangen negatieve marktwaarde van de renteswap door een rechterlijk vonnis moest terugbetalen, was de terugbetaalverplichting gebaseerd op deze door de banken berekende waarde van toekomstige netto rentebetalingen van het niet verstreken deel van het swapcontract. Dezelfde schadeberekening geldt uiteraard ook voor het wél verstreken deel van het swapcontract. Deze door banken aangedragen en door de rechterlijke macht goedgekeurde rekenmethode kan daarom ook worden toegepast op de schadeberekening van de gehele renteswap. Dat is aantrekkelijk, omdat de renteschade niet verminderd hoeft te worden met de cap-premies die voor het renteswapcontract in de plaats zouden komen. Die premies waren immers ook niet opgenomen in de door banken aangedragen en door de rechterlijke macht goedgekeurde berekening van de negatieve marktwaardes van de swapcontracten.

    De negatieve waardes van de renteswapcontracten die zijn betaald, mogen niet worden opgeteld bij de eerste schadecomponent van 6,75 miljard euro, want zij zijn een onderdeel daarvan. Die 6,75 miljard is namelijk berekend voor de gehele looptijd, gemiddeld tot ongeveer medio 2017.


    Pieter Lakeman

    "Het belangrijkste punt is dat de banken überhaupt geen recht van spreken hebben omdat zij duizenden mkb-ondernemers in extreme mate hebben misleid"

     

    Opgeteld bedraagt de direct zichtbare schade (afgezien van de volgschade door faillissementen en extra kosten van bijzonder beheer) dus circa 8,565 miljard, exclusief wettelijke rente. Inclusief wettelijke rente bedraagt de schade zo’n 10 miljard euro.

    Maar één uitgangspunt

    Er kan eindeloos gediscussieerd worden over de vraag wie wanneer welke informatie over tafel heeft gebracht, en de banken doen niets liever dan die discussie op individueel niveau voeren — dat is al jarenlang bekend, en het blijkt ook uit de recente publicaties. Banken hebben er bijna een hobby van gemaakt om zoveel mogelijk mensen individueel uit te roken. Het is echter niet relevant welk soort lening de bank geweigerd of niet geweigerd heeft. Evenmin is het relevant welk soort lening de klant gevraagd of geaccepteerd heeft. Het is allemaal bullshit. Voor het effectief attaqueren van de banken geldt maar één uitgangspunt: Als de bank een variabelrentend krediet aan haar klant heeft verschaft, moest de bank het bestaan van dat krediet als uitgangspunt van haar advisering nemen. Daaruit volgt dat de bank het beste product aan de klant had moeten verkopen, en dat was de rentecap.

    Banken hebben er bijna een hobby van gemaakt om zoveel mogelijk mensen individueel uit te roken

    Een rentecap is een contract waarbij de koper tegen betaling van hetzij een eenmalige premie (bijvoorbeeld 4% voor een rentecap met een looptijd van tien jaar), hetzij tegen betaling van een jaarlijkse premie (bijvoorbeeld 0,5% per jaar) het recht krijgt om van de verkoper (meestal een bank) over een overeengekomen bedrag gedurende de overeengekomen looptijd de (variabele) rente te ontvangen voor zover die boven het afgesproken niveau (strike-niveau) zal uitkomen. De klant koopt met een rentecap in wezen een verzekering tegen het risico dat de rente boven het overeengekomen strike-niveau uitstijgt. Als bij het afsluiten van het cap-contract een eenmalige premie voor de hele looptijd wordt betaald en het contract voortijdig beëindigd wordt, heeft dat contract voor de klant nooit een negatieve waarde en hoeft de klant dus nooit iets aan de bank te betalen. Eventuele terugbetaling door de bank kan zelfs tot enkele procenten van het nominale bedrag oplopen.

    Renteswaps

    Renteswaps zijn er in twee soorten: klassieke, niet gekoppelde renteswaps en gekoppelde renteswaps of pseudo-renteswaps.

    In de jaren ’80 van de vorige eeuw werden de eerste renteswapcontracten afgesloten tussen grote multinationals en per contract ging het om honderden miljoenen dollars. De banken waren er toen nog geen partij in. Pas eind jaren ’90 gingen ze zich als bemiddelaar opstellen en ontvingen daarvoor zichtbare bemiddelingsfees van circa 0,02% (twee basispunten).

    Multinationals die een renteswapcontract afsloten, hadden voldoende kennis in huis om de gevolgen van de swaps te beoordelen, en de kredietwaardigheid van hun wederpartij. Het waren bovendien swapcontracten met een vrij korte looptijd. Dit waren de klassieke renteswaps, waarbij twee partijen gedurende een overeengekomen looptijd over een overeengekomen bedrag een vaste rente tegen een variabele rente (Liborrente) ruilden. Essentieel was dat het op zichzelf staande contracten waren die niet aan andere overeenkomsten waren gekoppeld. Het was ook geen contract van een bank met zijn klant. Met een klassieke renteswap brengen twee partijen elk hun rentelasten in overeenstemming met hun eigen (uiteenlopende) rentevisies. Beide partijen zien hun gezamenlijke swapcontract als een financieel instrument waarmee zij beiden hun renterisico’s kunnen beperken. Een klassieke renteswap heeft dus niet het karakter van een verzekering tegen enig renterisico.

    Een renteswapcontract dat juridisch gekoppeld is aan een kredietovereenkomst van de bank met de klant vormt in combinatie met die kredietovereenkomst niet een werkelijke renteruil tussen twee partijen. In dat geval is er dus geen sprake van een klassieke swap. Een renteswapcontract dat juridisch gekoppeld is aan andere verbintenissen van de bank met de klant, noem ik een pseudo-swap. De banken hebben aan mkb-ondernemers nooit klassieke, op zichzelf staande renteswaps verkocht, maar altijd pseudo-swaps: renteswapcontracten die juridisch aan kredietovereenkomsten en andere overeenkomsten tussen de bank aan de klant waren gekoppeld. Die pseudo-swaps waren gekoppeld aan klantverplichtingen tot het stellen van zekerheden. Bovendien kreeg de bank daardoor het recht om bij vervroegde aflossing van de juridisch gekoppelde lening het swapcontract voortijdig te beëindigen en een negatieve waarde van het derivaat bij de klant op te eisen.

    Verschillen tussen pseudo-swaps en rentecaps

    Tussen pseudo-swaps en rentecaps bestaan vanzelfsprekend belangrijke verschillen, die het ene product veel geschikter maken voor mkb-ondernemers dan het andere. Deze verschillen zijn:

    Een klassieke renteswap heeft niet het karakter van een verzekering tegen enig renterisico

    1. Met een pseudo-swap kan de klant niet van een rentedaling profiteren, terwijl de kans op een rentedaling (ook volgens De Nederlandsche Bank) even groot is als de kans op een rentestijging. Dat hebben de banken uiteraard beseft, ondanks de smoesjes van de laatste jaren dat de rentedaling niet voorspeld kon worden. Dat er een reële kans op een rentedaling bestond was, ook volgens vele uitspraken van de Hoge Raad en andere rechterlijke colleges, voldoende om daar waarde aan te hechten. Ook de markt voor het profiteren van een kans op rentedaling is honderden miljarden euro’s groot. Met een capcontract kan de klant wel van een rentedaling profiteren.
    2. De klant kan een variabelrentende lening die juridisch aan het swapcontract is gekoppeld bij rentewijziging niet boetevrij aflossen. Als de variabelrentende lening aan een capcontract is gekoppeld, kan de klant een variabelrentend krediet bij een rentewijziging wél vervroegd aflossen. Door de renteswap aan het krediet te koppelen, ontzegt de bank de klant dit belangrijke recht.
    3. Een pseudo-swap legt hij rentedaling extra beslag op de kredietruimte van de klant en is daardoor een risico voor de liquiditeit van de onderneming. Een pseudo-swap vergroot bij rentedaling de kans dat de ondernemer bij bijzonder beheer terecht komt of zelfs failliet gaat. Bij een rentecap bestaat dat risico niet.

    De banken onderbouwden hun advies om een renteswap te kopen met de bewering dat de klant voor een rentecap een premie moest betalen en de renteswap gratis kon krijgen. Dat is grote onzin, want voor een rentecap zouden de mkb-ondernemers maar één keer 4% premie hebben betaald. Bij een renteswap betaalden ze 10 maal achter elkaar 4% vaste rente per jaar.

    Pieter Lakeman is voorzitter van www.swapschade.nl en van www.SOBI.nl

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Pieter Lakeman

    Introductie behoeft hij nauwelijks. Lakeman (1942) studeerde natuurkunde en econometrie aan de Universiteit van Amsterdam. Na...

    Volg Pieter Lakeman
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Derivaten in het MKB

    Gevolgd door 302 leden

    FTM verdiept zich sinds 2013 de wijze waarop grote banken in Nederland vele duizenden ondernemers in het MKB met rentederivat...

    Volg dossier