EYES WIDE SHUT

    De Vlaamse wetenschapshistoricus Evert Peeters trapt op Follow The Money af met een aanzet om de financialisering van de maatschappij inzichtelijk te maken. Zonder ongepast respect.

    Met de ogen dicht. En op gedempte toon. Zo spreken de Belgische bankiers over de dominostenen die nu al vijf jaar blijven vallen. Het is niet hun schuld geweest. Het is ingewikkeld. Het is te vroeg voor gemakkelijke conclusies. Nu de eerste strafprocessen – eindelijk – in zicht komen, gaat de zwartepiet nog sneller rond de tafel. Het is een optelsom geweest van raadselachtige vergissingen, zo suggereerde de langjarige ASLK-voorman Herman Verwilst bij zijn oppensioenstelling als monetair econoom. Het zijn de overmoedige raden van bestuur geweest, beweert Jean-Paul Votron, de voormalige CEO van Fortis Group. Het management! roept Maurice Lippens. En Filip Dierckx, toen verantwoordelijk voor Fortis’ eigen legertje traders-van-bij-ons, gooit zijn kaarten in de lucht. Zolang zijn nieuwverworven voorzitterschap van sectorvereniging Febelfin niet in het gedrang komt, is alles al lang goed.

    Slaapwandelen

    Sinds 2008 slaapwandelen de Belgische bankiers in een onbegrijpelijk geworden wereld.  Maar wij lopen even blind in de informatienetten van de media, het raderwerk van de politiek, de populistische emoties van de geïsoleerde burger.  Met zijn allen stellen we ons de Grote Financiële Crisis voor als een forse valwind die het maatschappelijke bestel weliswaar flink heeft opgeschud, maar niet onderuit heeft gehaald. Dat financialisering – of het haasje over van een opgepompte financiële ‘industrie’ over de maak- en dienstensector – al sinds het einde van de jaren '80 steeds belangrijker is geworden in ons nationaal verdienmodel, dat dringt maar moeizaam door. Onverstandig maar tevreden herleiden we het hele zaakje tot een optelsom van externe boemannen – de Grote Boze Rommelhypotheken, de Veel Te Snelle Financiële Transacties, de Ontwortelde en Anti-Nationale Hefboomfondsen. En dat doen wij in het land van Dexia en Fortis, de enige twee Europese banken die de Princeton-econoom Alan Blinder het vermelden waard acht in zijn recente Amerikaanse geschiedenis van de financiële crisis. Als planetaire kampioenen die tot in lengten van dagen de bancaire league of stupid zullen blijven aanvoeren.
    Zelfs in de wetenschap zijn het de outsiders die nu de interessantste doorkijkjes leveren
    Het is duidelijk dat de financiële crisis binnenin zit. Ook in de industriële restanten van het oude België én in het weefsel van de Vlaamse economie – gespleten tussen buitenlandse investeerders en KMO-leveranciers. Zij maakt deel uit van de maatschappelijke arrangementen die sinds drie decennia op de fundamenten van de welvaarstaat, maar tegelijk als antwoord op de crisis daarvan, zijn gebouwd. In de lege ogen van bankiers en accountants – die andere trots van deze postindustriële natie – valt over die samenhang maar weinig interessants te lezen. Zelfs in de wetenschap zijn het de outsiders die nu de interessantste doorkijkjes leveren. Niet de op ingenieursleest geschoeide bedrijfseconomie waarin Belgische economiedepartementen zo uitblinken, maar integendeel de politieke economie, de financiële geografie en, jawel, de geschiedenis. Zij tonen aan hoe de opkomst van nieuwe financiële verhalen de Europese economieën heeft toegestaan om, op de een of andere manier, de groeilimieten die in de olieschok van 1973 al zichtbaar werden, steeds verder op te rekken. En hoe heel verschillende belangenpartners zich rondom de zogenaamde financiële innovatie hebben verenigd, om die verhalen tot nationale vanzelfsprekendheden om te vormen. Ook in België.

    Intellectueel iconoclasme

    En terwijl politiek economen opnieuw op zoek gaan naar de maatschappelijke samenhang achter economische keuzes, keren sociale en geesteswetenschappers de rug naar hun culturele obsessies – die andere gelegaliseerde vorm van slaapwandelarij. Ook voor hen behoort maatschappelijke regulering opnieuw een echte onderzoekvraag te worden. De uitdaging van de Grote Financiële Crisis is met andere woorden vooral intellectueel. Als financiële markten niet de mythische abstracties zijn waarvoor zij in de gemathematiseerde modelbouw worden gehouden, wat zijn zij dan wel? Wat voor acties roepen die markten in het leven, wie houdt er de kasstromen aan de gang, wie bedient er de tolpoortjes? What you see is what you get – maar wat als niemand ons heeft leren kijken? De financiële turbulentie heeft het glanzende zeil weggeblazen waarmee we sinds de late jaren '80 de financiële sector – maar ook het maatschappelijke compromis dat rondom de financiële verdienkracht was gebouwd – hadden opgetuigd. Het geraamte dat we zien, is tegelijk fascinerend en angstaanjagend.
    What you see is what you get – maar wat als niemand ons heeft leren kijken?
    De slaap uit de ogen wrijven, dat is wat we moeten doen. En de gemakkelijke antwoorden weigeren, in het volle besef dat de financialisering een wezenstrek vormt van een tijdperk dat eigenlijk nog maar net is begonnen. Dat tijdperk inzichtelijk maken, is een werk van intellectueel iconoclasme. Zonder ongepast respect. Eyes wide shut.

    Naschrift:

    Dit is Peeters' eerste column in de reeks 'Slaapwandelaars'. Het gaat over de waas voor onze ogen. Over de financiële kaartenhuizen die sinds 2008 maar in elkaar blijven zakken, en over de verwarring en verlatenheid die sindsdien op de ground zero’s van veel banken zijn blijven hangen. Maar ook over de financiële ingenieurs die nooit helemaal lijken te begrijpen wat hier nu heel precies is misgegaan. Over vanzelfsprekendheden die onophoudelijk in ons gezicht ontploffen, maar die we liefst van al gewoon toch nog even in handen blijven houden. En over chattering classes die wanhopig naar de uitweg zoeken uit een nationaal verdienmodel dat zij de afgelopen jaren gewoon mee hebben opgetuigd. Natuurlijk heeft de Grote Financiële Crisis niet alleen de legitimiteit van ‘de markten’ aangetast. Ze legt ook de dysfuncties van een representatieve democratie bloot die de laatste dertig jaar steeds sterker in de greep is gekomen van schimmige elites die niet meer als zodanig werden benoemd. Van een intellectuele gemeenschap die hopeloos vast is komen te zitten in de modder van de culture wars, terwijl er echt wel belangrijker omwentelingen aan de gang zijn. En van een mediabestel dat, gevangen in de platte formats, alle dagen verder vervreemd raakt van een steeds hogeropgeleide publieke opinie.  In die context moeten wetenschappers opnieuw lone rangers zijn. Gewapend met de silver bullets van een scherp verstand, in plaats van met platte (academische) eerbewijzen. Met analyses over de intieme allianties die de afgelopen dertig jaar rondom de nieuwe financiële verdienmodellen zijn opgebouwd – van traditionele industriële elites over ‘postmoderne’ politici, van klassieke zuilorganisaties tot de expert-gemeenschap der economen. Analyses over een samenleving in shell shock, die hardnekkig de schijn ophoudt dat er eigenlijk helemaal niets is gebeurd. In Slaapwandelaars leest u reportages van de brokstukken.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Evert Peeters

    Evert Peeters is wetenschapshistoricus. Hij publiceerde eerder over de maatschappelijke inbedding van medische en wetenschapp...

    Volg Evert Peeters
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren