De farmaceutische industrie besteedt meer aan haar aandeelhouders dan aan de ontwikkeling van nieuwe medicijnen.
© ANP/Remko de Waal

Coronacrisis

De redactie van FTM volgt de coronacrisis op de voet. Welke oplossingen dienen welke belangen? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde.

Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie. Wereldwijd gingen landen 'op slot';  beurzen maakten een enorme duikvlucht. Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan.

De uitwerking van de coronamaatregelen op de wereldeconomie is, net als het virus zelf, nog grotendeels onbekend. Wat we al wel kunnen vaststellen: een nieuwe economische crisis is begonnen. Die zal overal pijn opleveren, en de maatregelen die we nu nemen zullen bepalen hoe de economie van de toekomst eruit zal zien. 

Nieuwe vragen doemen op: welke oplossing dient welke belangen; welke vragen raken ondergesneeuwd; hoe verdelen we de schaarse middelen, en hoe houden we essentiële diensten en structuren overeind? 

117 Artikelen

Het verdienmodel van de farmaceutische industrie moet op de schop

De farmaceutische industrie – essentieel in de pandemie – investeerde onvoldoende in medicijnen als coronavirusremmers, maar liet zich wel als een pinautomaat leegtrekken door aandeelhouders. Ook de hoge winstmarges op geneesmiddelen, mede mogelijk door publiek gefinancierd onderzoek, zijn schadelijk voor de maatschappij. Big Pharma heeft dringend een herstart nodig.

Uit nieuw onderzoek van SOMO blijkt dat het verdienmodel van Big Pharma na het jaar 2000 radicaal is veranderd. De grote farmaceuten zijn actief bezig geweest met het verkleinen van hun reële productiecapaciteit. Er is veel meer geld gestoken in het opbouwen van financiële reserves, transacties en overnames, en steeds minder in de productie van medicijnen. Van de 27 onderzochte bedrijven stegen de financiële reserves (wat van de winst overblijft na het uitkeren van dividend) van 83 miljard dollar in 2000 tot 219 miljard dollar in 2018. De omvang van deze reserves – als percentage van de vaste activa (machines en gebouwen) – nam toe van 87 procent in 2000 tot 109 procent in 2018.

Dit suggereert op het eerste gezicht dat Big Pharma bulkt van het geld, maar toch staken de onderzochte bedrijven zich diep in de rode cijfers. Van 2000 tot 2008 steeg de schuld al van 60 miljard naar 175 miljard dollar. Na de kredietcrisis ging het helemaal hard. Tijdens het ‘opkoopbeleid’ van centrale banken (het zogenaamde kwantitatieve verruimen) groeide de schuld tot maar liefst 518 miljard dollar in 2018. In verhouding tot de omzet ging de schuld omhoog van 21 procent in 2000 naar 72 procent in 2018, zoals de grafiek hieronder laat zien. Vanwege de dalende rente, met name door interventies van centrale banken, stegen de rentelasten in diezelfde periode slechts van 1,5 procent van de omzet naar 2,4 procent.

Het geleende geld kwam niet ten goede aan het vergroten van het toekomstige verdienvermogen – dus niet aan nieuwe producten of aan de productiecapaciteit. Het is vooral uitgekeerd als dividend én gebruikt voor het opkopen van eigen aandelen. In totaal werd tussen 2000 en 2018 ruim anderhalf biljoen(!) dollar aan de aandeelhouders uitgegeven, waarvan 864 miljard dollar aan dividend. Om zo veel geld te kunnen uitkeren, was winst maken niet genoeg. Er werd dus geld geleend. Heel veel geld. Een kortetermijnstrategie die we kunnen typeren als het gebruiken van bedrijven als pinautomaat.

Meer naar aandeelhouders dan naar R&D

Maar hoe staat het dan met de kosten voor onderzoek en ontwikkeling? Farmaceuten beweren altijd dat medicijnen zo duur zijn omdat ze met research & development hun kosten moeten terugverdienen. Want als ze die er niet uitkrijgen, zo beweren ze, stopt de ontwikkeling van nieuwe medicijnen. De uitgaven aan R&D waren inderdaad vrij fors: tussen 2000 en 2018 werd daaraan in totaal bijna anderhalf biljoen dollar besteed. Dit bedrag wordt echter totaal overschaduwd door wat de aandeelhouders krijgen. In 2018 besteedden de 10 grootste farmaceuten maar liefst 142 procent van de R&D-uitgaven aan hun aandeelhouders. Dat de kosten voor onderzoek en ontwikkeling zich automatisch vertalen in hogere medicijnprijzen is dus te kort door de bocht als aandeelhouders een veel groter bedrag in hun zak steken. 

Medicijnprijzen worden in toenemende mate bepaald door de dynamiek van bedrijfsovernames. Grotere farmaceuten zijn voor de pijplijn van nieuwe medicijnen afhankelijk van kleinere biotechbedrijven – die hierdoor een schaars goed zijn geworden. Doordat de grote farmaceuten financiële reserves hebben, en toegang tot nagenoeg gratis geld, zijn de prijzen voor overnames door het plafond gegaan. Dit betekent dat de zogenaamde goodwill is gestegen: het verschil tussen de overnamesom en de balanswaarde van het over te nemen bedrijf. 

Medicijnprijzen worden vooral bepaald door de dynamiek van bedrijfsovernames

Hier is sprake van een duidelijke trend. De omvang van de goodwill steeg van 18 miljard dollar in 2000 (6 procent van de totale activa) naar 438 miljard dollar in 2018 (27 procent van de totale activa), een vervierentwintigvoudiging! Deze stijging creëert een self-fulfilling prophecy. De hogere waardering van de goodwill moet worden terugverdiend met hogere medicijnprijzen, omdat ze anders moet worden afgeboekt. Zo vertaalt een ‘gefinancialiseerd’ bedrijfsmodel met goedkoop geld zich in medicijnprijzen die steeds minder een reflectie zijn van de uitgaven aan R&D. 

Naast de goodwill steeg ook de waarde van andere immateriële activa als patenten en het merkrecht van farmaceuten. Onderstaande grafiek laat zien dat de omvang van fysieke productiemiddelen (vaste activa) is gedaald ten opzichte van de totale activa, en dat de waarde van immateriële activa juist steeg. Dit is één van de gedaantewisselingen van Big Pharma. 

Het verdienmodel is dus steeds meer gericht op het verzamelen van monopolierechten door strategische overnames met goedkoop geld. Big Pharma-bedrijven zijn in de unieke positie om als een private equity fund het landschap van kleinere biotech- en farmabedrijven af te struinen, en de meestbelovende op te kopen om die vervolgens via hun distributie- en marketingkanalen verder te brengen en er maximale winsten uit te halen. De stappen die gezet moeten worden tussen een hoopgevend medicijn en de uiteindelijke goedkeuring ervan duren lang, en vragen daarom om diepe zakken. Alleen de grote bedrijven kunnen dit laatste deel van medicijnontwikkeling financieren. Dit verklaart enerzijds de marktmacht van Big Pharma en anderzijds de monopoliewinsten die daaruit voortvloeien.

Blockbuster-medicijnen

De vraag is of dit systeem van picking the winners en het surfen op blockbuster-medicijnen de maatschappij wat oplevert. Uiteindelijk wordt een eenzijdig, financieel denkkader allesbepalend voor de keuze van wat wel geld krijgt om verder te groeien, en wat niet. Niet elke medische aandoening is even winstgevend. En de kaarten zijn dan al snel geschud. De eerdere uitbraken van SARS en MERS waren in ieder geval voor farmaceuten géén prikkel om onderzoek te ontwikkelen naar coronavirusremmers, zoals viroloog Johan Neyts van de Katholieke Universiteit Leuven signaleert.

Collectief gefinancierde kennis vindt via juristen haar weg naar geprivatiseerde kennis: patenten

Dergelijke nauwe financiële overwegingen zijn echter alleen weggelegd voor een deel van de farmaceutische productieketen, namelijk alleen dat deel dat direct verbonden is met aandeelhouders. De andere kant van de keten, het dure fundamentele onderzoek, wordt voornamelijk publiek gefinancierd. Een rapport uit 2018 laat zien dat Amerikaans belastinggeld een bijdrage leverde aan alle medicijnen die tussen 2010 en 2016 werden goedgekeurd. Deze collectief en cumulatief geproduceerde kennis vindt later zijn weg naar juristen, die het verpakken als pakketten van geprivatiseerde kennis: de productie van patenten – dé grondstof voor monopoliewinsten. 

Een ander aspect van de innige verwevenheid tussen Big Pharma en publieke middelen is de methode van medicijnbeprijzing. De aankoop van medicijnen wordt in de meeste OESO-landen grotendeels door semipublieke instituties betaald. De prijs heeft niets te maken met de verhouding tussen vraag en aanbod op een markt, zoals we die kennen uit de economieboekjes. De prijs – en dus de winstmarge – is vooral een toonbeeld van de structurele macht van Big Pharma.

De tarieven komen tot stand achter gesloten deuren en verschillen sterk per land. Dit stelsel biedt farmaceutische bedrijven de mogelijkheid om landen tegen elkaar uit te spelen. Nederland, met zijn relatief kleine markt, is niet interessant en heeft weinig te zeggen. Big Pharma’s legers aan lobbyisten houden zich op in Brussel en Washington. Daar houden ze de structuur in stand, en grijpen ze in op momenten dat prijzen ter discussie staan of als er condities worden gesteld aan de publieke financiering van onderzoek. 

Never waste a good crisis

Zo’n gefinancialiseerd verdienmodel is niet langer houdbaar. Aandeelhouders hebben te lang, te veel geprofiteerd van de dominante, monopolistische structuur. Big Pharma is langetermijnschulden aangegaan om op korte termijn eigen aandelen op te kopen. Ze verzuimde voldoende te investeren in onderzoek en in de productie van cruciale medicijnen. Farmaceuten zijn verslaafd geraakt aan goedkoop geld en stijgende beurskoersen. De pandemie maakt duidelijk dat Big Pharma, net als andere sectoren, roofbouw pleegde op haar eigen productiecapaciteit door – zolang het feest duurde – te veel financiële waarde te creëren voor de aandeelhouders. De kater is een grote schuldenberg. 

Het beperkte afwegingskader voor de vraag welke medicijnen worden ontwikkeld, moet worden vervangen. Bedrijven die alleen gaan voor het snelle geld voor hun aandeelhouders, zijn niet geschikt om andere maatstaven te hanteren dan financiële. De econoomMariana Mazzucato ontwikkelde goede ideeën over hoe die herijking het beste vormgegeven kan worden. We hebben degelijke nutsbedrijven nodig, die samen met publieke instellingen werken aan farmaceutische doorbraken. Dit is niet alleen efficiënter maar onderkent ook het historische belang van de staat, en van het collectieve en cumulatieve karakter van de kennis die nodig is voor innovatie.

Big Pharma moet duidelijk maken waarom ze haar plek nog verdient in ons publiek-private bestel

De coronacrash legt veel fundamentele problemen bloot, en biedt een kans om het ‘oude normaal' van voor de pandemie achter ons te laten door een reboot van het sociale contract. De balans moet worden hersteld. De publiek-private structuur waarbij publiek geld gaat naar de ontwikkeling van fundamentele kennis, die vervolgens wordt geprivatiseerd – zonder voorwaarden vooraf – moet worden herzien. Hoge winstmarges, mede mogelijk gemaakt door publieke investeringen, dienen geen maatschappelijk nut. 

Farmabedrijven hebben een license to operate – op voorwaarde dat ze goed ontwikkelde medicijnen leveren, die relevant zijn voor medische problemen. In ruil krijgen ze toegang tot de markt en bescherming van hun intellectueel eigendom. Nu zij eenzijdig de spelregels hebben veranderd, wordt het logisch om de voorwaarden aan te passen. Bijvoorbeeld door hun markttoegang, en de bescherming van hun intellectuele eigendommen, te beperken of te beëindigen. Maar ook door het stellen van heldere voorwaarden aan de publieke investeringen, die de basis vormen van het verdienmodel. Big Pharma moet dus duidelijk maken waarom ze nog een plek verdient in het bestaande publiek-private model. 

Rodrigo Fernandez
Onderzoeker bij SOMO; schrijft over hervorming van financiële markten, monetair beleid en belastingen.
Gevolgd door 173 leden