© CC0 (Publiek domein)

  • We doen het dus niet voor de natuur maar voor onze kleinkinderen.
  • "Dan word je medeschuldig aan een fatale afloop. " Nee, dat is constructief!

In de aflevering van vorige week behandelde Niko Roorda de achtergronden van onduurzaamheid. Deze week graaft hij nog een stukje dieper: wat zijn de fundamentele oorzaken waardoor het zo'n klus is om onze wereldwijde systemen duurzamer te maken?

De klimaattafels onder leiding van Ed Nijpels: in de vorige aflevering schreef ik daar positief over, omdat ik er goede resultaten van verwachtte. Dat was niet iedereen met me eens. Onder meer Hein Vrolijk, Annemiek van Moorst, Victor Onrust, Reinier van Driel en Ome Jan bleken aanzienlijk sceptischer. Helaas konden ze wel eens gelijk gaan krijgen.

In de afgelopen week was er veel nieuws over klimaat en -tafels. De CO2-uitstoot stijgt. De milieugroepen dreigen van het overleg weg te lopen omdat de maatregelen te zwak zijn en de rekening vooral bij de burgers en veel minder bij de uitstotende bedrijven terecht lijkt te komen. Planbureaus berekenen dat de geplande maatregelen volstrekt onvoldoende zijn. Het ijs op Groenland smelt snel.

De berichten komen als een lawine op ons af. Komt dat misschien doordat juist deze week in Katowice COP24 plaatsvindt, het internationale klimaatoverleg? Misschien, maar het kan ook zijn dat een aantal processen toevallig gelijktijdig tot cruciale punten komen.

Heb ik me door Ed Nijpels c.s. laten inpakken? Misschien was bij mij de wens wel de vader van de gedachte. Die wens – om eens wat goed nieuws te brengen na al mijn sombere berichten – kwam voort uit het gevoel dat ik kreeg dat veel van mijn lezers het niet meer zien zitten. Mijn excuus als ik me misschien te gemakkelijk heb laten verleiden tot lichtzinnige optimisme.

Daar staat iets tegenover. Ik wil aan de pessimisten onder jullie de vraag stellen: waarom proberen jullie zo hard te bewijzen dat het allemaal hopeloos is? Heb je wel eens gehoord van een selffulfilling prophecy? Als maar genoeg mensen geloven dat het hopeloos is, dan maak je het hopeloos. Dan word je medeschuldig aan een fatale afloop. 

Met mijn boek op Follow the Money probeer ik een bijdrage te leveren aan een wending ten goede. Als dat je inspireert, dan ben je in mijn dossier op de goede plaats, en dan hoop ik dat je me in je commentaren in het forum daarbij helpt. Met alleen maar negatieve commentaren schieten we niets op. Natuurlijk: als ik fouten maak, hoop ik dat je me corrigeert. Dat gebeurt ook, en dat is prima. Maar alsjeblieft: hou op met elkaar te vertellen dat het alleen maar vreselijk fout kan gaan. Daar schieten we niets mee op.

Maar nu verder. In de vorige aflevering schreef ik over de Tragedie van de Meent, die onafwendbaar naar een catastrofe lijkt te moeten leiden. De enige manier om dat te voorkomen is, dat er een centrale regie gevoerd wordt waarbij partijen niet alleen onderling afstemmen maar er ook een methode is voor controle en zo nodig sancties.

Vanzelfsprekend denk ik daarbij aan overheden en internationale organisaties, ook al heb ik dat er niet expliciet bij gezegd: die conclusie liet ik bij voorkeur over aan jullie, omdat daarin nog heel wat variaties mogelijk zijn.

Samen met het befaamde prisoner’s dilemma, waar ik ook over schreef, vormt de Meent een tweetal mechanismen die duidelijk maken waarom het zo moeilijk is om effectief duurzaam beleid te voeren. Daarmee heb ik een begin gemaakt met het dieper graven naar achtergronden van onduurzaamheid.

In deze aflevering graaf ik nog een stukje dieper. Ik ga twee fundamentele oorzaken beschrijven die ervoor verantwoordelijk zijn dat het moeilijk is om onze wereldwijde systemen duurzamer te maken. Het gaat om feedbacklussen en om systeemtraagheid. In de volgende aflevering voeg ik daar een derde belangrijk fenomeen aan toe: het gevaar van kantelpunten.

3.2.3.5. Feedback, traagheid en kantelpunten

Een uiterst belangrijke vraag is: als een systeem instort, hoe gaat dat dan?

Het antwoord op die vraag wordt bepaald door drie voorname begrippen: feedback, traagheid en kantelpunten.

Feedback

In de Vier Groeicurven werd instorting getoond als een plotselinge scherpe daling van de curve van grafiek D. Daarna zijn grafieken getoond die de omvang van de wereldbevolking door de eeuwen heen schetsen. Dat lijkt te suggereren dat de groei van het aantal mensen, gevolgd door een scherpe daling, hét kenmerk is van een instorting van een menselijke samenleving. Maar dat is te simpel. Het spreekt vanzelf dat, hoewel de populatie een belangrijke indicator is – een ‘systeemgrootheid’ – van hoe het met een systeem gaat, het zeker niet de enige is. Om de instorting van een systeem te bestuderen is het noodzakelijk om ook allerlei andere grootheden te onderzoeken.

Dat blijkt bijvoorbeeld wanneer de oorzaken en de gevolgen van de klimaatverandering worden bestudeerd. Figuur 3.29 laat daar iets van zien.

Het albedo (in het vakje rechtsonder) is het reflecterend vermogen van een planeet. Het albedo van de Aarde bedraagt ongeveer 0,3, hetgeen betekent dat 30% van het inkomende zonlicht direct wordt teruggekaatst, het heelal in. Permanente ijsvlakten van gletsjers en poolkappen reflecteren erg goed, dus als die wegsmelten, wordt meer en meer zonlicht door de grond opgenomen en daalt het albedo. De pijl van albedo naar opname van zonlicht heeft dan ook een minteken, aangezien ze tegengesteld bewegen: als de één toeneemt, zal de ander juist afnemen, en vice versa.

Zoals uit de figuur blijkt, zijn er heel wat grootheden die elkaar op een ingewikkelde manier beïnvloeden. Zo vertoont de driehoek BroeikaseffectTemperatuurMethaan vrij een zelfversterkend effect, een ‘positieve terugkoppeling’, want als het broeikaseffect toeneemt stijgt de temperatuur, waardoor methaan ontsnapt dat was opgesloten in Siberische permafrost en sedimenten op de oceaanbodem; methaan is een erg krachtig broeikasgas. Maar er zijn ook zelfverzwakkende lussen, ‘negatieve feedback’, zoals de driehoek linksboven: toename van CO2 in de atmosfeer versterkt de groei van plankton waardoor in de oceanen plantaardig plankton meer CO2 uit de atmosfeer opneemt.

Figuur 3.29 mag ingewikkeld zijn, maar is nog lang niet compleet: allerlei andere vormen van feedback ontbreken nog. Zo leidt menselijke activiteit tot ontbossing ten behoeve van land- en stedenbouw en dus tot verminderde opname van CO2 door bomen. Maar ook tot meer fijnstof in de atmosfeer, wat weliswaar slecht is voor de gezondheid maar tegelijk zonlicht enigszins blokkeert en dus het broeikaseffect iets verzwakt.

Ietwat cynisch: op de lange duur vertoont de menselijke activiteit een hevige negatieve feedback, een demping dus, indien ongewijzigd beleid leidt tot een uit de hand lopende klimaatverandering en daarmee tot economische catastrofes, tot verminderde industriële activiteit, en uiteindelijk tot een instortende wereldpopulatie. Daarna is de door mensen veroorzaakte uitstoot van CO2 gegarandeerd minder. 

(Even voor de duidelijkheid, aangezien er in het forum op FTM door sommigen wel eens voor is gepleit dat dit dan maar moet gebeuren: ik ben daar beslist géén voorstander van. Het is de taak van de huidige generatie om dit soort afschuwelijke drama’s te voorkomen.)

Door al die terugkoppelingen is het uiteindelijke gevolg van het broeikaseffect bijzonder moeilijk te berekenen of te voorspellen. Als uit nieuwe metingen blijkt dat op één plaats in het diagram de waarde van een relevante grootheid enigszins moet worden bijgesteld, kan dat via meerdere causale verbanden (dus via ‘routes’ in figuur 3.29) een verrassend grote invloed hebben op andere delen van het systeem. Hetzelfde geldt indien theoretische modellen die de verbanden beschrijven aangepast worden op basis van nieuwe inzichten.

Figuur 3.29 toont alleen nog maar een beperkt aantal causale verbanden en feedbacklussen met betrekking tot klimaatverandering. Tal van andere belangrijke grootheden worden daar nog helemaal niet getoond, hoewel ze beïnvloed worden door klimaatverandering en er tegelijk zelf weer invloed op uitoefenen. Denk aan zeespiegelstijging, overstromingen, droogteperioden, uitstervende planten- en diersoorten, afnemende biodiversiteit, migratie van soorten, bosbranden, misoogsten, voedsel-, energie- en grondstoffenprijzen, inflatie, aandelenkoersen, economische bedrijvigheid, internationale verdragen, handel, gezondheid, levensduur, scholings- en welvaartsniveau, vluchtelingenstromen, en nog honderden andere grootheden die elkaar allemaal op een uiterst complexe wijze versterken of verzwakken. 

Een ander voorbeeld van zelfversterkende feedbacklussen heb ik al eerder getoond: in figuur 2.22, die laat zien hoe zowel rijkdom als armoede de neiging vertonen om zichzelf in stand te houden en te versterken. Het is al even geleden dat ik je die figuur liet zien, dus voor je gemak herhaal ik de figuur hier maar even.

Traagheid

Als al die verschillende oorzaken en gevolgen onmiddellijk optraden, dan was het allemaal misschien nog enigszins te overzien. Het lastigste is, dat dat bepaald niet zo is. In werkelijkheid is het bijna altijd zo dat de gevolgen van een bepaalde verandering pas een tijd later optreden, zoals figuur 3.30 laat zien. 

Gevolgen ‘ijlen na’: nadat een bepaalde oorzaak voor het eerst verschijnt (punt ‘a’), duurt het even voordat ook het gevolg daarvan begint (punt ‘b’); en tegen de tijd dat de oorzaak zijn maximum bereikt (punt ‘c’) is het gevolg nog volop aan het aanzwellen. Dit na-ijleffect maakt het vaak ontzettend moeilijk om causale verbanden te ontdekken en wetenschappelijk hard te maken. En nog veel moeilijker om risico’s van bepaalde gevolgen op tijd in te schatten en maatregelen te nemen.

Een kenmerkend voorbeeld wordt getoond in figuur 3.31, die betrekking heeft op de aantasting van de ozonlaag.

(Om onnodige verwarring te voorkomen: deze aantasting is een heel ander probleem dan dat van de klimaatverandering. Hoewel de twee verschijnselen elkaar op bepaalde manieren wel beïnvloeden, staan ze in principe los van elkaar.)

Het was in de jaren 1970 dat wetenschappers opmerkten dat er een ‘gat in de ozonlaag’ verscheen boven het Zuidpoolgebied. Het was niet letterlijk een gat maar een afnemende concentratie van ozon in de stratosfeer, en dat was niet zo best, aangezien de ozonlaag veel gevaarlijke ultraviolette zonnestraling weerkaatst. Gaandeweg bleek de ozonlaag ook elders dunner te worden. De oorzaak bleek te liggen in de afbraak van ozon onder invloed van gassen zoals chloorfluorkoolwaterstoffen (cfk’s, ‘freon’) die vooral gebruikt werden in spuitbussen en koelkasten.

Het was nogal een schok, toen aldus duidelijk werd dat de mens in staat is om met louter kleine, lokale oorzaken (koelkasten en spuitbussen) schade aan te richten op wereldschaal. Dat was een tegenvaller! Eerst voor de wetenschappers. Daarna voor politici en andere beleidsmakers, nadat die ervan overtuigd waren geraakt dat het echt waar was. Dat laatste kostte tijd, terwijl de afbraak intussen verder doorzette. 

Toen na enige jaren de politici in veel landen het probleem erkenden, startten internationale onderhandelingen – die opnieuw tijd kostten. Vanzelfsprekend waren bij die onderhandelingen niet alleen wetenschappers en milieuclubs betrokken maar ook industriëlen die winst maakten op de productie en handel van freon.

Op 16 september 1987 werd het Montreal Protocol ondertekend, dat tot op de dag van vandaag een van de meest effectieve mondiale milieuverdragen is. Op 1 januari 1989 werd het Protocol van kracht – nog eens anderhalf jaar vertraging – waarna de productie van cfk’s en verwante stoffen internationaal werd verboden.

Figuur 3.31 laat het effect van die maatregel zien. Het zou na 1989 nog zo’n vijfentwintig jaar duren voordat de consumptie van cfk’s nagenoeg nul werd: de blauwe lijn in de grafiek. Sinds circa 2000 neemt de omvang van het ‘gat’ boven de Zuidpool langzaam af, zoals de rode stippen laten zien. (De gekromde rode balk geeft een schatting van de trend.) De verwachting is dat de ozonconcentratie in het Antarctische gebied ergens tussen 2050 en 2100 terug is op of onder de waarde van 1989. Helaas lijkt het erop dat dat deels komt doordat elders op Aarde, in de zone tussen 60° noorder- en 60° zuiderbreedte, de ozonconcentratie in de stratosfeer momenteel afneemt.

De aanpak van het ozonprobleem bestaat uit een lange keten van oorzaken en gevolgen, die elkeen vertraging oproepen van minimaal een aantal jaren:

  1. Productie en gebruik van ozonaantastende gassen (= de oorzaak)
  2. Geleidelijk vrijkomen van een uiteindelijk significante hoeveelheid van die gassen in de atmosfeer
  3. Opstijgen van de gassen tot stratosferische hoogte (15 tot 45 kilometer hoogte)
  4. Merkbare aantasting van de ozonlaag
  5. Merkbare schade aan mensen en dieren
  6. Ontdekking en bewijs van de aantasting en de schade door wetenschappers
  7. Overtuigen van politici en andere beleidsmakers
  8. Onderhandelen over een gezamenlijke aanpak
  9. Ondertekenen van een verdrag
  10. Ratificatie ervan in de deelnemende landen, resulterend in het van kracht worden van het verdrag
  11. Afbouwen van de productie van de nu verboden gassen
  12. Verwijderen van de al in gebruik zijnde gassen
  13. Verminderde concentratie van de verboden gassen op de grond
  14. Verminderde concentratie van de verboden gassen in de stratosfeer
  15. Herstel van de concentratie van ozon in de stratosfeer (= de oplossing)

Dat is dus grafiek 3.30, maar dan met vijftien curven! Het is geen wonder dat deze uit veel stappen bestaande systeemtraagheid maakt dat het herstel minstens een eeuw duurt. En dan is het ozonprobleem nog een relatief gemakkelijk probleem, omdat er niet grote nationale of internationale economieën gegrondvest waren op het gebruik van cfk’s: de belangen waren niet heel groot. En er waren goede, gemakkelijk te introduceren alternatieve gassen en technieken voorhanden. Dat is ongetwijfeld de voornaamste oorzaak dat het Montreal Protocol zo’n succesvol milieuverdrag is geworden: het kostte niet zo veel.

Het ligt voor de hand om het ozonprobleem te vergelijken met het broeikaseffect, aangezien beide menselijke activiteiten leiden tot schade in de atmosfeer. Er zijn echter ook grote verschillen. Om te beginnen vormen de fossiele brandstoffen, de voornaamste oorzaak van het broeikaseffect, wel degelijk een fundament van de wereldwijde economie: we zijn eraan verslaafd, er worden jaarlijks biljoenen aan verdiend. Verder is (dus) de lobby voor het voortzetten van het gebruik van fossiele energie enorm veel krachtiger dan die voor cfk’s. En tenslotte zijn de alternatieve technologieën nog niet allemaal kant-en-klaar uit de kast te trekken. Weliswaar zijn de productietechnologieën van duurzame energie vergevorderd en worden snel goedkoper (zie figuur 3.6 in de aflevering van 30 september), maar met name de opslagtechnologieën schieten nog tekort, en die zijn belangrijk omdat de opwekking van zonne- en windenergie vaak grillig is. Daar komt nog bij dat er aan de keten van vijftien oorzaken-en-gevolgen nog minstens één extra stap moet worden toegevoegd: de afschrijving op de bestaande productie-, infra- en consumptiestructuur, een uiterst kostbaar en dus langdurig proces dat tot veel vertraging leidt. En dat terwijl de gevolgen van het klimaatprobleem duizenden malen ernstiger zijn dan die van het ozonprobleem…

Systeemtraagheid is verraderlijk. Het is goed denkbaar dat bepaalde gevolgen pas zeer lang na het optreden van hun oorzaken zichtbaar worden: wellicht pas op een moment dat de gevolgen al niet meer te stuiten zijn en onontkoombaar tot catastrofes leiden. Denk bijvoorbeeld aan de huidige golf van uitstervende planten- en diersoorten: het is op dit moment volledig onmogelijk om te voorspellen waartoe dat in de loop van decennia of eeuwen kan leiden. 

Daarom is het van essentieel belang om goed in de gaten te houden of er eerste signalen van instorting zichtbaar worden. Zoals bijvoorbeeld de omvang van de ecologische voetafdruk in vergelijking met de biocapaciteit van de planeet. Ook al, omdat lelijke gevolgen soms geheel onverwacht kunnen exploderen.

Tenslotte

Onverwachte exploderende gevolgen: je begrijpt waarschijnlijk dat ik niet doel op letterlijke explosies maar op plotseling optredende heftige veranderingen die het gevolg zijn van kantelpunten. Over die kantelpunten schrijf ik volgende week. 

In de tussentijd heb ik een vraag aan jullie. Je kunt me helpen door meer voorbeelden aan te dragen van naijl-effecten als gevolg van systeemtraagheid die onduurzaamheid tot gevolg hebben. Kun je zulke voorbeelden toevoegen? Graag in het forum, dus niet via de email, want dan kunnen jullie elkaar ook weer helpen.

Bij wijze van toelichting: de naijl-effecten die ik noem hebben vooral betrekking op planet-achtige beschadigingen: ozonlaag en klimaat. Maar je kunt natuurlijk ook denken aan traagheden die schade veroorzaken in de hoek van people of profit. Misschien kan de herhaalde figuur 2.22 (over rijkdom en armoede) je inspireren.

Help me om zulke beschadigende systeemtraagheden te vinden!

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Niko Roorda

Gevolgd door 677 leden

Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

Volg Niko Roorda
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Een duurzame economie

Gevolgd door 1163 leden

Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

Volg dossier