© JanJaap Rijpkema

Finance Watch: de tandeloze anti-lobby in Brussel

Gedesillusioneerde bankiers nemen het in Brussel op tegen de machtige lobby van de financiële sector. Ze krijgen steun van de Europese Unie, maar hun strijd is die van een armoedig Klein Duimpje tegen een gefortuneerde reus. En anders dan milieuorganisaties heeft hun waakhond ‘Finance Watch’ geen vertederend equivalent van de bedreigde ijsbeer: de wereld van financiële producten is complex en het stelsel aan regels ook.

Dit stuk in 1 minuut

Waar gaat dit artikel over?

  • De macht van de bankenlobby in Brussel is gigantisch. Er was lange tijd geen organisatie die namens de consument Europese politici van tegenargumenten voorzag. Op initiatief van enkele Europarlementariërs werd daarom in 2011 Finance Watch opgericht.
  • Finance Watch mengt zich in discussies over nieuwe EU-regels door onderzoek te doen en door Europarlementariërs, diplomaten en EU-ambtenaren te belobbyen.

Waarom is het van belang?

  • Laks toezicht of zwakke regels voor de financiële sector kunnen leiden tot grote economische en financiële problemen, zoals de kredietcrisis in 2008 aantoonde. Er is een publiek belang bij goede regels voor de financiële sector, maar geen natuurlijke verdediger van die belangen.
  • Finance Watch ontving de afgelopen jaren zeker 7,5 miljoen euro aan EU-subsidies: het is belangrijk om te onderzoeken hoe dat belastinggeld is besteed.

Hoe onderzocht Follow the Money dit?

  • We spraken met (oud-)medewerkers en onderzochten de jaarverslagen van de organisatie. Ook analyseerden we gegevens over de aantallen ontmoetingen van lobbyisten met Eurocommissarissen en andere EU-ambtenaren.
Lees verder

Nadat de kredietcrisis de Europese Unie in 2008 in een recessie had gestort, riepen politici om het hardst dat de financiële sector aan banden moest worden gelegd. Een groep Europarlementariërs maakte zich zorgen over de lobby van vooral de grote banken, die poogden nieuwe regels zoveel mogelijk te verzwakken. Ze merkten dat er eigenlijk geen goed geïnformeerde, neutrale partij was waarmee ze de financieel-technische dilemma’s konden bespreken. 

De Europarlementariërs pleitten voor de oprichting van een niet-gouvernementele organisatie die de financiële lobby tegenwicht kon bieden: een ‘Greenpeace voor financiën’. Met succes. In april 2011 werd in Brussel Finance Watch opgericht om de belangen van gewone burgers en consumenten te verdedigen. De organisatie krijgt sindsdien jaarlijks gemiddeld bijna een miljoen euro uit de EU-begroting. 2020 is het laatste jaar van het huidige subsidieprogramma en er wordt onderhandeld over voortzetting. Een meerderheid lijkt voor.

Hoe staat Finance Watch erbij, aan de vooravond van het tienjarig jubileum? Maakt ze een vuist tegen de lobby van big finance? Is de bijdrage van Europese belastingbetalers goed besteed?

‘Wat is het nut van mijn werk?’

Thierry Philipponnat werkte twee decennia in de financiële sector, onder meer voor de banken BNP Paribas en UBS en voor de beursmaatschappij Euronext. Hij rolde midden jaren tachtig die branche in, toen de financiële sector werd geliberaliseerd en er veel nieuwe financiële producten werden ontwikkeld. ‘Het was intellectueel interessant,’ zegt Philipponnat.

In 2006 besloot hij die bedrijfstak achter zich te laten, een paar jaar voor de kredietcrisis. Niet dat de Fransman de crash had zien aankomen – hij had gewoon genoeg van het wereldje. ‘Ik begon me steeds vaker af te vragen: wat is het maatschappelijk nut van mijn werk?’ Na een paar jaar bij Amnesty International te hebben gewerkt, ontdekte hij in 2010 een initiatief voor een hoeder van de financiële belangen van consumenten. De initiatiefnemers, de Europarlementariërs Sven Giegold en Pascal Canfin, betaalden Philipponnat uit hun eigen zak om in Brussel Finance Watch op te zetten en maatschappelijke organisaties als lid te werven. In 2011 werd hij officieel de eerste baas, met als chique titel secretaris-generaal.

Het is een ontwikkeling – van bankier naar bewaker van consumentenbelangen – die meerdere (oud-)medewerkers ondergingen. Zo ook Aline Fares, die tot 2011 werkte bij de Belgisch-Franse bank Dexia. ‘Elke dag zei mijn gevoel me dat er iets verkeerds was. Bij Finance Watch kreeg ik de gelegenheid om mijn jarenlange ervaring in de banksector te gebruiken voor iets waarin ik kon geloven.’

Zonder ervaring in de financiële wereld is het moeilijk om de effecten van wetswijzigingen te doorgronden. Om echt mee te praten heb je kennis nodig van zeer gecompliceerde financiële producten én van de bijzonder technische regelgeving van de Europese Unie.


Paul Tang, Europarlementariër PvdA

"Wat zijn de onbedoelde effecten? Dat ongemakkelijke gevoel heb ik steeds bij financiële wetgeving"

‘Ik vind het zelf wel complex,’ bekent Europarlementariër en econoom Paul Tang (PvdA), lid van de commissie economische en monetaire zaken (‘ECON’). De commissie doet de inhoudelijke behandeling van financiële wetgeving, als voorbereiding op stemmingen in de plenaire zitting van het Europees Parlement. ‘Waar ik me zorgen over maak, is de doorwerking: wat zijn de onbedoelde effecten? Dat ongemakkelijke gevoel heb ik steeds bij financiële wetgeving.’ 

En dan is Tang nog een expert vergeleken met collega’s die niet in de ECON-commissie zitten. Veel Europarlementariërs staan machteloos tegenover de argumenten waarmee de financiële lobby hen overspoelt, zegt Benoît Lallemand, de huidige secretaris-generaal van Finance Watch.

‘Beleidsmakers in de Raad en het Parlement hebben de kennis niet om een besluit te nemen dat in het publieke belang is,’ zegt Lallemand. ‘Ze vertrouwen volledig op de lobby.’ Het bestaansrecht van Finance Watch is volgens hem het bieden van een alternatief geluid. Zeven van de veertien medewerkers hebben een pas waarmee ze als geregistreerd lobbyist toegang hebben tot het Europees Parlement. Zij wijzen de parlementariërs op mogelijk ongewenste maatschappelijke effecten van bepaalde voorstellen, en stellen wijzigingen aan ze voor. ‘Ik denk dat ze een hele nuttige rol hebben. Dit laat zich moeilijk organiseren vanuit consumenten en burgers,’ zegt Tang. ‘Wat mij betreft mag het budget van Finance Watch verdubbelen.’ De organisatie beschikt jaarlijks over ongeveer 1,8 miljoen euro.

Niet alleen Europarlementariërs als Tang zijn blij met Finance Watch. De Europese Commissie, de enige EU-instelling die voorstellen voor wetswijzigingen of nieuwe regels kan doen, is ook tevreden. Zij wil Finance Watch de komende jaren blijven subsidiëren.

Finance Watch heeft zich ontwikkeld tot een ‘geloofwaardige’ verdediger van de belangen van consumenten, aldus de Commissie. Daarom deed ze in juni 2018, als onderdeel van een veel groter programma, het voorstel om voor een periode van zeven jaar ruim tien miljoen euro vrij te maken, te verdelen onder Finance Watch en Better Finance, een maatschappelijk organisatie die opkomt voor de belangen van kleine investeerders en spaarders.

In een effectbeoordeling van het subsidievoorstel onderkent de Commissie het risico dat de financiële industrie de regels bepaalt, en dat het publieke belang daarom ‘invloedrijke vertegenwoordigers’ nodig heeft. In feite zegt de Commissie hiermee dat ze zelf niet is opgewassen tegen de macht van de financiële lobby.

Hoewel het wettelijk vereist is om het huidige subsidieprogramma (2017-2020) te evalueren alvorens een besluit te nemen over verlenging, stelt de Commissie een nieuwe subsidieronde voor terwijl die evaluatie er nog niet is (zie kader).

Evaluatie vertraagd, toch subsidie

De verordening waarin de huidige subsidie van Finance Watch is vastgelegd, vereist dat de Europese Commissie uiterlijk op 1 januari 2020 een evaluatieverslag stuurt naar het Europees Parlement en de Raad. Daarin ‘moet worden beoordeeld of het programma moet worden voortgezet na de periode 2017-2020’.

Die evaluatie is er nog altijd niet. Een woordvoerder van de Commissie erkent desgevraagd dat het verslag is vertraagd, en dat het pas eind 2020 wordt gepubliceerd. Volgens Finance Watch-baas Lallemand is de evaluatie voor ‘98 procent gereed’ en ‘overweldigend positief’.

De Commissie zegt dat haar voorstel om zonder actuele evaluatie toch de subsidie te continueren, is gebaseerd op een evaluatie uit 2015, op jaarverslagen ‘en de ervaring van Commissieambtenaren met de ontvangers’.

Ook Nederland is voorstander van hernieuwde financiering van Finance Watch, hoewel het ministerie van Financiën erkent dat de evaluatie op tijd klaar had moeten zijn.  Volgens het ministerie biedt het evaluatierapport uit 2015 enige houvast en verwacht het dat de uitkomsten van het nieuwe evaluatierapport enigszins vergelijkbaar zullen zijn.

Lees verder Inklappen

Het Europees Parlement en de Raad van de EU moeten nog akkoord gaan met continuering van de subsidies. Ze hadden op woensdagavond overleg over het voorstel. En dan is er nog het veto van Hongarije en Polen. Uit onvrede met nieuwe regels die subsidieverstrekking verbinden aan respect voor de rechtsstaat, hebben de twee lidstaten voorlopig de nieuwe meerjarenbegroting van de EU geblokkeerd. Daarmee staat ook de hernieuwde financiering van Finance Watch op losse schroeven.

Duidelijk is in elk geval dat het Finance Watch niet is gelukt om onafhankelijk te worden van publiek geld. Volgens de Europese Commissie is het ‘redelijk om aan te nemen’ dat als de EU-subsidies zouden opdrogen, dit effectief het einde van Finance Watch betekent. Een blik op de jaarverslagen bevestigt die afhankelijkheid.

In de periode 2011-2019 kreeg Finance Watch 7,5 miljoen euro aan structurele EU-subsidie: meer dan de helft van de totale inkomsten. Voor 2020 verwacht de organisatie 1 miljoen euro van de EU. De organisatie probeerde ook andere inkomstenbronnen te vinden, donaties van filantropische instellingen bijvoorbeeld, en niet zonder succes. 

Zo leverde de Nederlandse Adessium Foundation in de beginjaren een financiële bijdrage die ervoor zorgde dat Lallemand en zijn collega’s zich konden concentreren op het inhoudelijke werk. Lallemand: ‘De eerste twee jaar hadden we het te druk voor fondsenwerving of dat soort onzin.’ In 2013 zegde Adessium toe, bij wijze van eenmalige verlenging, tot 2017 geld te steken in Finance Watch. ‘Anders hadden we het niet overleefd,’ zegt Lallemand.

Saskia van den Dool, algemeen directeur van Adessium, zegt desgevraagd dat financiële ondersteuning ‘altijd eindig’ is. Dat is het lastige aan financiering afkomstig van stichtingen, zegt Lallemand. ‘Onze grootste zwakte is de volkomen belachelijke hoeveelheid energie die we moeten steken in het vernieuwen van filantropiecontracten, waardoor we ons moeten concentreren op overleven in plaats van op de strijd.’ Hij schat dat zijn medewerkers zeker 20 procent, misschien wel 25 procent van hun tijd kwijt zijn aan het bedenken van specifieke financieringsprojecten met meetbare doelen, en aan administratie en rapportering.


Benoît Lallemand, Finance Watch

"Deelnemers uit de financiële industrie hebben elk een team van tien mensen achter zich, dat hebben wij niet"

‘Filantropie is niet beter dan publiek geld,’ concludeert hij dan ook. Stichtingen kijken volgens hem te veel naar de korte termijn. ‘Ze houden van de smaak van de dag en the new kid on the block.’ Toch heeft Finance Watch ze nodig: het verwerven van andere inkomstenbronnen is een voorwaarde voor het ontvangen van de EU-subsidie. 

Lallemand wijst erop dat ook in 2011 niet vooraf bekend was dat zijn organisatie 7,5 miljoen euro van de Europese Unie zou krijgen. ‘Finance Watch is altijd zes maanden verwijderd geweest van het gedwongen sluiten van de winkel. Als ik eerlijk ben over de onstabiliteit van de financiële situatie, moet ik zeggen dat het ook vandaag de dag mogelijk is dat we over zes maanden moeten opdoeken.’

Maakt die afhankelijkheid van EU-geld het dan niet moeilijk voor Finance Watch om kritisch te zijn op de Europese Commissie? Die spanning is er, erkent Lallemand, en hij herinnert zich zeker boze telefoontjes van Commissieambtenaren, die niet blij waren met kritiek van Finance Watch. Maar: ‘Er is geen inmenging geweest in de beleidsstandpunten die we innemen.’

‘Ik heb de Europese Commissie nog nooit tegen Finance Watch horen zeggen “zeg dit wel, zeg dat niet”. Nooit, nooit,’ aldus Lallemands voorganger Thierry Philipponnat, secretaris-generaal van 2011 tot 2014. Daarbij, besluitvorming over de financiering omvat zoveel partijen, dat een dergelijk dreigement ook niet goed zou werken. ‘Er is niet één persoon die de macht heeft om de financiering van Finance Watch tegen te houden,’ zegt Philipponnat.

De lobbyisten van Finance Watch bleken in elk geval welkom bij EU-ambtenaren, Europarlementariërs en deskundigengroepen van de nieuwe Europese toezichthouders om hun zaak te komen bepleiten. ‘We hebben meer uitnodigingen dan waar we op in kunnen gaan,’ zegt secretaris-generaal Lallemand.

Finance Watch-medewerkers zijn de afgelopen jaren ook toegetreden tot enkele van de vele werkgroepen die de EU kent. In juli werd medewerker Paul Fox zelfs gekozen tot vicevoorzitter van de Insurance and Reinsurance Stakeholder Group, een adviesgroep van de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen (EAVB), een Europese toezichthouder die na de financiële crisis is opgericht.

De EAVB installeerde ook een ‘adviesgroep van deskundigen inzake digitale ethiek in verzekeringen’ met Olivier Jérusalmy, een oud-werknemer van Finance Watch. De adviesgroep bestaat voor een groot deel uit belanghebbenden uit het verzekeringswezen. Toch voelt Jérusalmy zich serieus genomen: ‘Als je goede argumenten hebt, kun je invloed hebben.’ 

Maar Lallemand erkent dat alleen het hebben van een zetel aan tafel niet genoeg is. ‘Deelnemers uit de financiële industrie hebben elk een team van tien mensen achter zich, dat hebben wij niet.’


Thierry Philipponnat, Finance Watch

"Om echt effectief te zijn, zouden we tien tot vijftien keer groter moeten zijn"

Een van de beweegredenen voor oprichting van Finance Watch was het verkrijgen van een betere balans tussen private en publieke belangen in financiële wetgeving. Is dat gelukt? ‘We zijn iets dichter bij die balans, maar nog lang niet genoeg,’ zegt Lallemand. 

De disbalans blijkt ook uit het aantal ontmoetingen van lobbyisten van de financiële sector met Eurocommissarissen die financiële wetgeving in hun portfolio hebben; met hun kabinetsleden en met de directeur-generaal van het directoraat-generaal Financiële stabiliteit, financiële diensten en kapitaalmarktenunie (FISMA).

Vertegenwoordigers van het bedrijfsleven domineren de lobbygesprekken. Onder de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, zijn er iets meer gesprekken met maatschappelijke organisaties gevoerd dan onder haar voorganger Jean-Claude Juncker. Veel gingen over duurzame financiering, met organisaties die zich hebben gespecialiseerd in milieu en klimaat. 

Von der Leyen staat vanaf 1 december een jaar aan het roer van de Commissie. Enkele weken geleden ontving een van haar kabinetsleden iemand van Finance Watch, zegt Lallemand. Dat was de eerste keer, maar niet omdat de organisatie niet welkom is. ‘Het is ook een kwestie van onze eigen capaciteit. Ik kan niet klagen dat ze ons niet willen ontvangen,’ zegt Lallemand. 

Het beperkte aantal medewerkers speelt mogelijk ook een rol bij de geringe interactie van Finance Watch met de Nederlandse permanente vertegenwoordiging (PV) in Brussel. De PV openbaarde onlangs – op verzoek van Corporate Europe Observatory – een lijst van alle gesprekken van Nederlandse diplomaten op de EU-ambassade tussen 28 juni 2018 en 2 juli 2020.

Finance Watch staat er niet één keer tussen. Wel: ING (zeven afspraken in twee jaar tijd), de Nederlandse Vereniging van Banken (vijf keer), Rabobank (vier keer), ABN Amro (drie keer), Barclays (twee keer), Goldman Sachs International (twee keer) en andere financiële dienstverleners.

‘Hoewel de deur openstaat voor Finance Watch, alsook voor andere belanghebbenden, is het in dit geval duidelijk dat het bedrijfsleven makkelijker de weg vindt naar de Permanente Vertegenwoordiging,’ aldus de PV.

Maar wat wil je ook, met een totale begroting van nog geen twee miljoen euro. ‘Voor jou en mij is dat veel geld,’ zegt Philipponnat. Maar in verhouding met wat de financiële lobby te spenderen heeft, is het ‘absurd weinig’. Zeker omdat Finance Watch nog geen 700.000 euro aan lobbyen kan besteden. Volgens een conservatieve schatting van Corporate Europe Observatory heeft de financiële lobby jaarlijks minstens 123 miljoen euro ter beschikking en ten minste 1.700 lobbyisten. Daar kan Finance Watch zeven mensen tegenover zetten.

Dit gaat dan alleen nog om de lobby in Brussel. Maar ondanks de populaire mythe dat ‘Brussel’, lees: de Europese Commissie, álles bepaalt, kan geen EU-regel worden ingevoerd zonder overeenstemming met de lidstaten. Lallemand denkt dan ook dat Finance Watch de afgelopen jaren meer aandacht had moeten besteden aan een vertegenwoordiging in de lidstaten. ‘De belangrijkste lobby’s vinden plaats in Berlijn, Parijs, Madrid en Rome. Uiteindelijk nemen de ministeries van Financiën hun nationale industrieën in bescherming.’

Terugblikkend zegt hij dat de verwachting om met een miljoen euro publiek geld per jaar een ‘Greenpeace van financiën’ op te zetten ‘niet realistisch’ was. Lallemand: ‘Op papier is het een belachelijk idee.’ Als tien jaar geleden een bedrijfsanalist de business case van Finance Watch had beoordeeld, zou die volgens Lallemand hebben gezegd: Wat een grap, wat een krankzinnige klus. 

‘Om echt effectief te zijn, zouden we tien tot vijftien keer groter moeten zijn,’ zegt Philipponnat. ‘Soms is het frustrerend omdat je weet dat je de strijd aan het verliezen bent. Maar het is de meest interessante baan die ik in mijn leven heb gehad. En het is niet zo dat je nutteloos bent omdat je de wereld niet hebt kunnen veranderen.’

Dossier

Dossier: de #Lobbycratie

De lobbywereld is een zeer invloedrijke factor in ons politiek bestel, maar beschrijvingen ervan komen doorgaans niet verder dan het woord ‘schimmig’. Follow the Money wil daar verandering in brengen en duikt in de achterkamertjes om te zien hoe de worst écht wordt gedraaid.

Volg dit dossier