Fabien Simon, cfo van JDE Peet's (moederbedrijf Douwe Eberts) op de Euronext Amsterdam, 29 mei 2020.
© ANP/Jeroen Jumelet

Moneyland Nederland

Over de wereld waarin iedereen die iets te verbergen heeft, ongestoord geld kan oppotten en uitgeven. Lees meer

Er bestaat een wereld waarin iedereen die iets te verbergen heeft, geld kan oppotten en ongestoord kan uitgeven, zonder ooit gepakt te worden. Schrijver en journalist Oliver Bullough doopte deze wereld ‘Moneyland’ en schonk ons daarmee een fantastisch concept om de schimmige offshore-wereld beter te begrijpen. Follow the Money zoekt uit welke rol Nederland speelt bij doorgeleiden van schimmige en ongeoorloofde geldstromen. Welke bankiers, fiscalisten en advocaten steken corrupte regimes, fraudeurs en oligarchen de helpende hand toe?

6 Artikelen

De financiële fratsen van het 'Nederlandse' moederbedrijf van Douwe Egberts

Een van de grootste ‘Nederlandse’ bedrijven haalde vorige week een enorme stunt uit. Binnen drie dagen bracht JAB Holding het moederbedrijf van koffiebrander Douwe Egberts naar de Amsterdamse beurs. De introductie verliep succesvol, maar roept veel vragen op. Over de belangen van een schatrijke familie met een naziverleden, geschuif met schuld overladen ondernemingen en een lange reeks van al dan niet vijandige overnames. De koffie van D.E. is een pion in een gevecht om de macht op de internationale koffiemarkt.

Het is 12 juni 2012. Het Amsterdamse Beursplein kleurt Douwe Egberts-rood. In het beursgebouw kijken premier Mark Rutte en staatssecretaris van Financiën Joop Wijn lachend toe hoe ceo Michiel Herkemij op de gong slaat. Koffiebrander Douwe Egberts, dat ruim dertig jaar in Amerikaanse handen is geweest, is weer terug op vaderlandse bodem. ‘Douwe Egberts is net zo Nederlands als oranje vlaggetjes tijdens het EK en de worsten van mijn oud-werkgever Unilever,’ roept Rutte enthousiast.

Dit ‘oer-Hollandse’ bedrijf zou vanuit Amsterdam de wereld gaan veroveren. Gesteund door Nederlandse beleggers, het publiek en koffieliefhebbers. Een volksaandeel zou het worden. Een jaar later gaat het Nederlandse sprookje echter als een nachtkaars uit. D.E. Master Blenders 1753 zoals het officieel heet, wordt verkocht aan het dan nog onbekende JAB Holding Company, een investeringsbedrijf dat eigendom is van de geheimzinnige en schatrijke Duitse familie Reimann, vermogend geworden dankzij haar chemieconcern Reckitt Benckiser. ‘Het ging alleen nog maar om wat gaan we morgen verdienen en voor de rest interesseert het ons geen donder,’ zei ceo Michiel Herkemij na de overname door JAB. Hij vertrok. Ook veteraan-commissaris Kees van Lede, die vanwege zijn netwerk als een van machtigste mannen van het Nederlandse bedrijfsleven gold, stapte gefrustreerd op. ‘Zodra die Duitsers komen, ben ik weg. Het wordt binnen vijf jaar weer naar de beurs gebracht, let maar op.’

Ingrijpende gedaanteverwisseling

Van Lede zou gelijk krijgen, alleen duurde het wel een paar jaar langer. Vorige week vrijdag stond Douwe Egberts opnieuw even in het middelpunt van de mondiale beurswereld. Het inmiddels flink in omvang gegroeide koffiesamenraapsel Jacobs Douwe Egberts Peet’s, onderdeel van JAB, kreeg als JDE Peet's opnieuw een notering aan de Amsterdamse beurs. Maar alleen de naam herinnert nog aan het oorspronkelijke Douwe Egberts. Sinds de beursgang in 2012 heeft het bedrijf een ingrijpende gedaanteverwisseling ondergaan. 

Het leidde tot een koffie-imperium gebouwd op pilaren van schuld en slimme belastingconstructies

De overname van Douwe Egberts in 2013 bleek voor JAB het startschot voor de bouw van een reusachtig koffie-imperium. D.E. was daarin niet meer dan een schakel en de overname van het bedrijf zou exemplarisch blijken voor de overnames die volgden. 

In de zeven jaar na de aankoop van D.E. besteedde eigenaar JAB Holding ruim 50 miljard euro aan het binnenhalen van het ene na het andere bedrijf. Het leidde tot een imperium dat is gebouwd op pilaren van schuld en slimme belastingconstructies. JAB Holding wordt bestuurd door een managementteam van globetrotters die hun sporen hebben verdiend bij de grootste spelers van de internationale voedingsindustrie. Een team dat samenwerkt met de rijkste families op aarde, betrokken was bij de miljardenovernames van biergigant AB Inbev, Kraft Heinz, Mars, Burger King en nauw samenwerkt met de legendarische belegger en investeerder Warren Buffett en diens adviseurs.

Het topmanagement van JAB bestaat uit tien partners, die meeprofiteren van de deals die ze sluiten. Zij maken deel uit van een jurisdictie die auteur Oliver Bullough in zijn gelijknamige boek Moneyland heeft gedoopt, een niet-fysieke wereld waarin iedereen die iets te verbergen heeft, geld kan oppotten of ongestoord kan uitgeven, zonder ooit gepakt te worden. Als geen ander kennen zij de regels en mazen van de fiscale wetgeving. Het schuiven met bedrijven en belangen tussen vennootschappen in meerdere landen hebben ze tot hogere kunst verheven. Het is een kunst die de bazen van het JAB-imperium als geen verstaan: met bedrijven in Nederland, in Luxemburg en Oostenrijk – waarin bezittingen zijn ondergebracht die naar eigen zeggen in totaal 100 miljard dollar waard zijn – weten ze te bewerkstelligen dat hun broodheren nauwelijks belasting hoeven te betalen. 

Dat JDE Peet’s juist in Nederland naar de beurs gaat, is dan ook niet te danken aan de nostalgie die kleeft aan de eeuwenlange traditie van Douwe Egberts uit het Friese dorp Joure. Geheel volgens de moderne regels van Moneyland brengt het management van JAB bedrijven niet onder op obscure zonnige Caribische eilanden, maar in ‘nette’ oorden als Nederland, Oostenrijk, Zwitserland, Luxemburg en de Amerikaanse staat Delaware, waar het fiscale klimaat voor dit soort ondernemingen in weinig onderdoet voor dat in de tropische belastingparadijzen.

Niet voor Jan en alleman

Koffiebrander JDE Peet’s is, in tegenstelling tot voorganger D.E. Master Blenders 1753 acht jaar geleden, alles behalve een volksaandeel. De aandelen zijn alleen beschikbaar voor ‘bepaalde institutionele beleggers in verschillende jurisdicties’ en dus niet voor Jan en alleman. Ook is er tot nu toe slechts een klein pakket aandelen verkocht, maximaal 16,6 procent, zo bleek uit het persbericht voorbeurs. De beurswaarde van het totale bedrijf kwam daarmee vrijdag, op de dag van de beursgang, op 15,6 miljard euro; een kwart minder dan analisten van verschillende banken enkele weken daarvoor nog hadden ingeschat. Maar JAB wilde de beursgang per se doorzetten. Volgens een artikel in NRC waren alle betrokkenen en adviseurs doodsbang dat de net weer opgeveerde koersen door de coronacrisis opeens weer zouden dalen. ‘Je wilt in deze tijden geen dag langer wachten dan nodig,’ kopte de krant.

Douwe Egberts is gedegradeerd tot een koffiemerk van de tweede categorie  

‘Oer-Hollands’ is Jacobs Douwe Egberts Peet‘s zeker niet meer. Het hoofdkantoor van JDE Peet’s mag dan in Amsterdam staan, de meeste van de 50 koffie- en theemerken van het bedrijf zijn niet Nederlands. In de top zijn nagenoeg alle Nederlandse managers in navolging van Michiel Herkemij verdwenen. De huidige bestuurders komen vanuit de hele wereld en wonen vaak niet eens in Nederland. Douwe Egberts is gedegradeerd tot een regional juwel, een koffiemerk van de tweede categorie, en ook de omzet is niet meer dominant in het bedrijf. JDE Peet’s heeft nu een omzet van 6,9 miljard euro en telt ruim 20.000 werknemers.

Schulden, schandalen en tegenvallers   

De Reimanns zijn met een geschat vermogen van 33 miljard euro de rijkste familie van Duitsland. Daarover bestaat geen twijfel. Maar bij haar investeringsbedrijf JAB Holding is het achter de façades bepaald geen koffiegeur en maneschijn. De laatste jaren hebben verschillende analisten, kredietbeoordelaars en financiële journalisten, onder meer van de Financial Times, hun bedenkingen geuit over de met hoge schulden gefinancierde overnames van het investeringsvehikel van de familie. Zo hebben de kredietbeoordelaars Standard & Poor en Moody’s in de afgelopen weken hun ratings van de obligaties van JAB verlaagd, met de waarschuwing deze nog verder af te waarderen als de schuldratio niet naar beneden wordt gebracht. 

Topman Becht kon zich niet langer vinden in de aanhoudende koopwoede van zijn medebestuurders

En niet alleen buitenstaanders hebben twijfels. Binnen de investeringsgroep vond eind 2018 een waar koningsdrama plaats. De Nederlander Bart Becht – voor velen wellicht een onbekende, maar een internationaal bewierookte manager die meermaals werd uitgeroepen tot beste ceo van Engeland en Nederland – stapte op als bestuursvoorzitter van JAB. Na zeven jaar noeste arbeid was hij toe aan een ‘welverdiend pensioen’, luidde de officiële verklaring van JAB. Maar uit een reconstructie van de Financial Times bleek dat de toen 62-jarige Becht zich niet langer kon vinden in de aanhoudende koopwoede van zijn partners en medebestuurders Peter Harf en Oliver Goudet. Volgens de Financial Times JAB had hierover al enige tijd een heftige richtingenstrijd gewoed. Becht zou de tientallen aangekochte bedrijven eerst hebben willen samenvlechten en operationeel op de rit willen krijgen. De andere partners wilden verder uitbreiden en doorgroeien. Uiteindelijk trok Becht zijn conclusies en vertrok. Dat was niet zomaar een career move: Becht heeft in zijn loopbaan ruim dertig jaar in ondernemingen van de familie Reimann gewerkt en daarmee een groot aandeel gehad in de groei van haar vermogen. 

Het donkerbruine verleden van JAB

Acht jaar geleden was de overnemende partij van Douwe Egberts, Joh. A. Benckiser Holding (JAB Holding ) een grote onbekende. JAB is het investeringsvehikel van de zeer op de achtergrond opererende familie Reimann, die haar fortuin dankte aan het bezit van chemiebedrijf Benckiser. Het vehikel beheert een keur aan grote voedings- en modebedrijven met een gezamenlijk waarde van 100 miljard, en die in 2019 3,7 miljard euro winst boekte. Dat doet het met een relatief kleine, maar hechte groep partners die in opdracht van de familie Reimann met name vanuit Amsterdam, Wenen en Luxemburg opereert. 

Toen de grote baas van Benckiser Albert Reimann jr. in 1984 overleed, kregen zijn negen geadopteerde kinderen elk 11,1 procent van het bedrijf in handen, op voorwaarde dat ze hun aandelen nooit zouden verkopen aan buitenstaanders. Vijf van hen lieten zich niet veel later toch uitkopen, door hun broers en zussen – achteraf een niet zo gunstige financiële beslissing. 

Onder leiding van bestuursvoorzitter Peter Harf, vertrouwensman van de familie, bouwde Benckiser aan een uitdijend imperium. Na een fusie met het Engelse Reckitt ontstond schoonmaakmiddelengigant Reckitt Benckiser. Daar kwam in 1997 de Nederlander Bart Becht aan de leiding. Hij bouwde het concern uit tot een powerhouse waarvan de koers explodeerde. Reckitt Benckiser en Bart Becht zelf werden echte beurslievelingen. Becht werd vele malen bekroond als beste ceo van het Verenigd Koninkrijk, wordt door menigeen gezien als ‘de beste ceo van Nederland die niemand kent’, en stoomde stilletjes de Quote 500 binnen.

Vorig jaar moest de familie Reimann toegeven dat hun vermogen mede tot stand was gekomen door een actief naziverleden van Albert Reimann en zijn zoon. Het bedrijf maakte in de Tweede Wereldoorlog gebruik van dwangarbeid door onder meer Russische en Franse krijgsgevangenen. Als vorm van boetedoening richtte de familie na die pijnlijke onthulling de Alfred Landecker Foundation op, een stichting die steun verleent aan overlevenden en hun nabestaanden. Ze stortten 10 miljoen euro in de stichting. In het oorlogsverleden van de Reimanns zit een een ongelooflijk en bizar verhaal, waarover The New York Times het artikel ‘Nazis Killed Her Father. Then She Fell in Love With One’ publiceerde. 

De familie Reimann deed in 2019 ook haar laatste aandelen in Reckitt Benckiser, het bedrijf dat de basis vormde van het gigantische familievermogen, van de hand. Ze heeft nu aanzienlijke belangen in onder meer koffie, huisdiervoer, dierenklinieken, luxe modemerken als Gucci en Hugo Boss, parfums en verzorgingsproducten. 

De sterke groei leidde tot scheuren in het hechte familieverband van JAB. Waar Bart Becht nieuwe aanwinsten eerst goed in de verf wilde zetten, verkozen zijn collega-partners Peter Harf en Olivier Goudet het om het imperium in hoog tempo verder uit te bouwen door middel van een buy and build-strategie. Dat leidde uiteindelijk tot een breuk waarbij Becht met ‘pensioen’ werd gestuurd. Becht was zijn pensioen overigens al heel snel zat. Rond zijn vertrek, zo blijkt uit onderzoek van Follow the Money, begon hij een eigen investeringsfonds, de Bansk groep, gevestigd op het fiscaalvriendelijke eiland Guernsey. Hij haalde in 2020 al $1,1 miljard binnen om mee te investeren.

Lees verder Inklappen

Sindsdien neemt het aantal vraagtekens bij de financiële tovenarij van JAB Holding toe. Afgezien van de vraag of het management niet te veel betaalde voor de ondernemingen die het in zijn verzamelwoede heeft gekocht, ligt ook de vlijmscherpe financiering onder het vergrootglas. Daarbij wordt zelfs de vraag opgeworpen hoe gezond het moederbedrijf in financieel opzicht is. Zo gaven verschillende dochterbedrijven van JAB voor miljarden nieuwe aandelen en obligaties uit om schulden af te betalen en werd een deel van het tafelzilver verkocht aan private-equitymoloch KKR. Er zijn meer kwesties: eind mei werd de holding aangeklaagd door snoep- en diervoedergigant Mars voor het stelen van bedrijfsgeheimen. Een nogal forse, maar wel goed onderbouwde aanklacht.  

JAB gaf voor miljarden nieuwe aandelen en obligaties uit om schulden af te betalen

Daarnaast kreeg JAB in zijn drang om aansluiting te blijven vinden bij millennials een flinke tik. Haar mode- en parfumbedrijf Coty sloot in januari een geruchtmakende deal van 600 miljoen euro met reality star en make-uponderneemster Kylie Jenner. Zij werd mede hierdoor de jongste selfmade miljardair ooit, meldde Forbes. Vorige week moest het Amerikaanse zakenblad hierop terugkomen: Jenner zou ‘een web van leugens’ hebben gesponnen en haar omzet met vele honderden miljoenen hoger dan deze in werkelijkheid was hebben gemanipuleerd. Het leidde ook bij JAB tot stappen. In plaats van het koffie-imperium verder uit te bouwen gaat Peter Harf, de grote man achter de schermen bij JAB, de kwakkelende dochter Coty nu maar zelf leiden, zo werd deze week bekend gemaakt.   

Dergelijk nieuws voedt de gedachte dat de overname- en bijbehorende schuldenmachine de afgelopen jaren iets te hard heeft gedraaid. Wie zijn neus in het prospectus van JDE Peet’s steekt, komt een uitgebreid palet van goed verborgen aroma’s tegemoet. Beleggers zijn lekker gemaakt met mooie omzetten en hoge marges, maar ook opgezadeld met ongemakkelijk hoge schulden, zo schreef de Wall Street Journal. De timing van de beursgang was ook curieus. Begin maart werd die eerst uitgesteld vanwege corona en het belabberde beursklimaat. Maar op 20 mei meldde de Financial Times plotseling dat de introductie binnen enkele weken tóch zou doorgaan. Op dinsdag 26 mei werd aangekondigd dat de beursgang rond 4 juni zou plaatshebben. Uiteindelijk werd twee dagen daarna aangekondigd dat hij vanwege de ‘grote belangstelling van investeerders’ was vervroegd naar vrijdag 29 mei. Bepaald geen gebruikelijke gang van zaken in de financiële wereld. 

Koffie is het nieuwe bier 

Koffie is een simpel product, maar met aantrekkelijke marges. Rond 2010 was de koffiemarkt nog enorm versnipperd, met tal van relatief kleine familiebedrijven. In dat opzicht leek ze op de biermarkt van twintig jaar geleden. Daar leverden bedrijven als AB InBev, SABMiller en Heineken de afgelopen twee decennia een felle strijd om de hegemonie. Schaalvoordelen en wereldwijde distributiekanalen kunnen helpen om de kosten te drukken en de winst snel te vergroten. Bier is een relatief makkelijk product, waarvoor bij de productie weinig grondstoffen nodig zijn. 

Anthony Ruys, toenmalig ceo van Heineken, vertelde ooit dat hun bier al 100 jaar hetzelfde is. Het enige waarmee de brouwer kon innoveren was de verpakking. Het belangrijkste ingrediënt is in wezen de marketing. Precies hetzelfde geldt voor koffie. Je maakt het met maar één ingrediënt, groene koffiebonen, die je wel nog moet branden om de smaak goed los te krijgen. En dan is het een kwestie van bedenken waarmee de consument tot aankopen kan worden verleid. 

Een product dus waarmee je veel geld kunt verdienen als je de schaal van je bedrijf groter maakt, zo hadden de twee belangrijkste mannen van JAB in de praktijk geleerd. Peter Harf, sinds het vertrek van Becht bestuursvoorzitter, kreeg dat spel in de vingers toen hij nog leiding gaf aan wat inmiddels de grootste brouwerij van de wereld is, AB InBev. De brouwer verkreeg die positie door in hoog tempo de ene na de andere met schuld gefinancierde overname te doen. Ook Harfs secondanten in de top van JAB deden op de biermarkt een schat aan ervaring op, waarmee ze nu de koffiemarkt opschudden. Het patroon waarmee ze dat doen is identiek: agressieve, rap uitgevoerde overnames die met veel schulden worden gefinancierd. Daarbij worden sluwe fiscale constructies niet geschuwd. 

Supercommissaris Kees Storm is een van de weinigen die zowel de bierwereld als de mensen van JAB goed kent. Na zijn afscheid als ceo van Aegon in 2002 werd hij onder meer commissaris en bestuursvoorzitter bij bierbrouwer AB Inbev. ‘Toen ik startte bij Interbrew, waren we een Belgische brouwer, nu is het als AB Inbev het grootste bierbedrijf van de wereld. We deden vanaf 2002 elke vier jaar een grote overname,’ vertelt hij. ‘Peter Harf [ de huidige bestuursvoorzitter van JAB Holding, red.] was daar toen als chairman leidend in. Hij is heel scherp en zakelijk. Niet te lang tobben, maar goed analyseren en dan een beslissing nemen. En dan heel scherp financieren. Met negatief werkkapitaal. Altijd met negatief werkkapitaal.’ 

D.E. was in dat spel van overnames en corporate greed een kleine, maar niet onbelangrijke schakel

Ook nu hij JAB leidt, heeft Harf een club van gelijkgezinden om zich heen verzameld. In een zeldzaam interview met de Financial Times vertelde hij over zijn aannamebeleid. 'Lions hire lions, sheep hire other sheep.’ De boodschap is niet te missen: JAB Holding is een club van winners, voor wie het doel de middelen heiligt. 

Het in verhouding bescheiden Douwe Egberts was in dat spel van overnames en corporate greed een kleine, maar niet onbelangrijke schakel. De sterk versplinterde koffiemarkt schreeuwde als het ware om internationale consolidatie. Die analyse was ook doorgedrongen bij enkele topmanagers en investeerders in Nederland. Een van hen was Jan Bennink. Direct na zijn profijtelijke vertrek bij Numico in 2007 – hij streek bij de verkoop van het Nederlandse voedingsmiddelenbedrijf aan het Franse Danone in totaal 87,4 miljoen euro op – raakte Bennink geïnteresseerd in koffie. Rond 2009 keek hij samen met een investeerder naar een mogelijke overname van de koffiedivisie van het Amerikaanse Sara Lee, waarvan het Nederlandse Douwe Egberts op dat moment deel uitmaakte. Aanvankelijk krijgt hij dat niet rond, maar enkele jaren daarna lukt het hem alsnog om in het wereldwijde koffiespel terecht te komen. In 2012 wordt Sara Lee gesplitst, Douwe Egberts verzelfstandigd en neemt Bennink, die inmiddels bij Sara Lee terecht is gekomen, de leiding. Douwe Egberts doopt hij om in D.E. Master Blenders 1753 en brengt dat vervolgens naar de beurs. Bennink trekt de joviale Michiel Herkemij aan als ceo en die wordt daarmee het gezicht van het bedrijf. Maar op de achtergrond houdt Bennink als president-commissaris de teugels stevig in handen. Als JAB een jaar later het bedrijf overneemt en van de beurs haalt, ontvangt Bennink een overnamepremie van 5,7 miljoen euro. Zelfs direct betrokkenen tonen zich verbijsterd: was dit een vooropgezet plan?

Jan Bennink zou met D.E. vanuit Nederland ‘de wereld veroveren’

’Ik geloofde hem. Ik werd enthousiast van hem,’ herinnert van Frank van Oers zich. ‘Maar ja, achteraf, dan ga je toch twijfelen. Heeft die man ons nou glashard voorgelogen?’ 

Terug naar 2012. Frank van Oers, destijds ceo van de koffiedivisie van het grote Amerikaanse bedrijf Sara Lee, haalt met deze woorden herinneringen op aan Jan Bennink, de man die in 2007 voedingsmiddelenbedrijf Numico verkocht aan het Franse yoghurtmerk Danone en daar zelf 87,4 miljoen euro mee verdiende. 

Bennink werd in 2011 bij Sara Lee binnengehaald om Douwe Egberts af te splitsen en naar de beurs te brengen. Dat gaat met veel enthousiasme gepaard, ook in de politiek. Nederland zit in de zwaarste economische recessie sinds de jaren dertig en snakt naar een succesverhaal. Bennink belooft met Douwe Egberts vanuit Nederland de wereld te gaan veroveren. Het bedrijf gaat in juni 2012 met veel bombarie als D.E. Master Blenders 1753 naar de beurs, maar wordt er een jaar later al weer afgehaald door de investeringsmaatschappij Joh. A. Benckiser (JAB Holding Company), eigendom van een de rijkste families in Duitsland. 

Er hangt een onprettige geur rond die verkoop aan JAB, die volgens velen niet zo plotseling en onverwacht kwam als topman Jan Bennink destijds deed voorkomen. Bennink had volgens goed ingevoerde bronnen vanaf het begin andere intenties met D.E. Master Blenders dan het koesteren van de Hollandse roots van het bedrijf. Hij kende de Duitse investeerders al ruim twintig jaar en werkte ooit nauw samen met JAB-bestuurder Bart Becht. JAB-partner Peter Harf was in het verleden zelfs zijn baas. Ik schreef er een verhaal over: ‘Hoe Jan Bennink miljoenen verdiende met de dubieuze overname van Douwe Egberts’. 

Lees verder Inklappen

Belastingbonus 

Zowel de beursgang van Douwe Egberts in 2012 als de overname van D.E. Master Blenders 1753 door JAB blijken ten minste voor een deel fiscaal gedreven te zijn geweest.  Zo speelde op de achtergrond een belastingclaim van miljarden die de overname extra aantrekkelijk maakte. Niets is toeval in de financiële wereld, zei een prominent lid van de raad van bestuur van Sara Lee in 2014: ’Laat ik het zo stellen: JAB is nu inclusief de hoge overnamepremie goedkoper uit dan als ze Douwe Egberts eerder hadden gekocht van Sara Lee. Het ging om een bedrag dat had kunnen oplopen tot 2,5 miljard dollar.’ Ondanks Benninks mooie woorden over de historische heritage van Douwe Egberts, was die belastingclaim dan ook dé reden waarom Douwe Egberts in Nederland naar de beurs ging. Alleen op die manier kon de belastingbonus van miljarden euro worden binnengehaald. 

Ook bij de daarna volgende overname van JAB in 2014, die werd gepresenteerd als een fusie tussen de Amerikaanse koekjes- en koffiefabrikant Mondelez en Douwe Egberts, speelde er een belastingvoordeel dat de meeste mensen destijds ontging. Het prospectus voor de beursgang van JDE Peet’s werpt hier wat meer licht op. Daarin valt te lezen dat het bedrijf tot 2018 veel minder belasting betaalde vanwege een belastingclaim die voortvloeide uit de fusie met Mondelez. Dit keer had het iets te maken met specifiek gunstige Zwitserse belastingwetgeving. Daardoor hoefde het bedrijf met een omzet van vele miljarden bijna vier jaar lang slechts enkele tientallen miljoenen belasting te betalen. 

JAB, het investeringsbedrijf van Duitslands rijkste familie, betaalt nauwelijks belasting aan de Nederlandse fiscus

Moederbedrijf JAB Holding bv, gevestigd aan de Amsterdamse Piet Heinkade, pal naast de cruiseschepenterminal, betaalde in de afgelopen vijf jaar zelf ook nauwelijks belasting, zo blijkt uit een analyse van Follow the Money van de jaarverslagen. In enkele jaren krijgt het investeringsbedrijf van Duitslands rijkste familie zelfs geld terug van de Nederlandse fiscus. 

Schuiven met eigen bedrijven

Een van de manieren waarop JAB Holding de afgelopen jaren heeft kunnen groeien en geld verdienen is door middel van het schuiven met aandelenbelangen in de verschillende bedrijven die het bezit, over alle landsgrenzen heen. De bedrijfseconomische ratio erachter is niet altijd even duidelijk en lijkt vooral het resultaat te zijn van financial engineering. Geen land heeft meer belastingverdragen afgesloten dan Nederland. Daarnaast is de Nederlandse fiscus mild voor ondernemingen die hun inkomsten onder meer uit royalties halen en hun winsten onder dochterondernemingen verdelen, het zogeheten profit shifting. Dat maakt Nederland voor multinationals als JDE Peet’s en JAB Holding een aantrekkelijke vestigingsplaats, om niet te zeggen een belastingparadijs. 

De vraag nu is hoe JDE Peet’s verder kan groeien en welke rol de beursnotering daarin speelt. Voor nieuwe overnames hoeft het bedrijf het niet ver buiten de deur te zoeken, aangezien aandeelhouder JAB Holding nog wel een paar koffiebedrijven in portefeuille heeft.  Sterker, JDE Peet’s is zelf op die manier ontstaan: eind 2019 kocht JDE de koffieketen Peet‘s van JAB Holding. Met de koop en de beursgang werd er geld verplaatst van de koffiedivisie naar de familieholding. 

Peet’s is niet de enige koffiebrander die JAB nog in de aanbieding heeft. De investeringsmaatschappij van de familie Reimann lijfde de afgelopen jaren nog meer koffie- en voedingsketens in: het Zweedse Espresso House (328 miljoen dollar), de Amerikaanse koffiebrander Caribou (340 miljoen dollar), donutketen Krispy Kreme (1,35 miljard dollar), brood- en koffieketens Panera (7,5 miljard dollar), Au Bon Pain (prijs onbekend), en de Engelse sandwichketen Pret a Manger (2 miljard dollar). En, niet te vergeten, het Amerikaanse Keurig Green Mountain Coffee Roasters (13,9 miljard dollar) een van de grootste nog beschikbare koffiebedrijven – als je marktleider Nestlé niet meerekent. 

Handelen in en schuiven met ondernemingen zijn niet de enige manieren waarop JAB – buiten de normale zaken om – geld verdient

Bij elkaar vertegenwoordigt alleen het koffieportfolio van de familieholding al een waarde van zo’n 25 miljard dollar, ruim boven de marktwaarde van JDE Peet’s. Al die koffiebedrijven zijn voor een groot deel in handen van JAB zelf en vooralsnog geen onderdeel van JDE Peet’s. Als die bedrijven zouden worden samengevoegd, komt de combinatie al in de buurt van het Zwitserse Nestlé, dat nu nog marktleider is in de koffiemarkt. Dan zou ook Starbucks, met een beurswaarde van bijna 100 miljard dollar, in het vizier van JAB komen.   

Het handelen in en schuiven met ondernemingen zijn niet de enige manieren waarop JAB – buiten de normale, dagelijkse bedrijfsvoering om – geld weet te verdienen. Zo hebben de verschillende holdings en bedrijven van de JAB-groep talloze intra company-leningen afgesloten. Het gaat om forse bedragen, van tientallen en soms honderden miljoenen euro. Sommige leningen hebben een rente die oploopt naar 6 procent. En dat terwijl JAB zelf op de kapitaalmarkt al sinds 2014 voor maximaal een procent of 3 leent. Een rente die recent nog verder is gedaald omdat JAB als grote multinational profiteert van de grootschalige steunprogramma’s van de Europese Centrale Bank, die sinds enkele jaren ook schulden van bedrijven opkoopt. JAB kan daardoor veel goedkoper lenen dan de lokale koffiebrander om de hoek en daarmee weer geld verdienen door intern als bank te opereren.  

JAB is een private, niet-beursgenoteerde onderneming. Dat betekent dat ze minder openheid van zaken te geven dan een beursfonds en kan ze zonder lastige toezichthouders van buitenaf en hinderlijke regelgeving volledig haar eigen koers bepalen. De modus operandi van JAB wordt niet gekenmerkt door transparantie. Daardoor staan er nog veel vragen open, die ik op dit moment nog niet kan beantwoorden. Wat vaststaat is dat de beursgang een knap en goed uitgevoerd staaltje poker was. Bedrijven als Euronext en grote investeringsbanken zullen blij zijn dat ze hebben kunnen laten zien dat een bedrijf ook middenin de coronacrisis geld kan ophalen door middel van een notering op de beurs. 

Toch blijft de beursintroductie van JDE Peet’s een hele opmerkelijke, al was het alleen maar omdat er eigenlijk geen aandelen voor het publiek in omloop zijn. Het aandeel staat aan de beurs genoteerd en het bedrijf is daarmee een public company, maar de aandelen zijn in handen van grote partijen. Verder blijft het de vraag hoe financieel gezond het bedrijf nou werkelijk is. Het constante geschuif met aandelen, bedrijven en gegoochel met waarderingen door de JAB-clan zou beleggers eerder wantrouwig moeten maken dan een rotsvast vertrouwen geven. 

Robert Kosters
Robert Kosters
Gevolgd door 204 leden