Financiële misdaad loont (nog steeds)

De aanpak van witte boordencriminaliteit lijkt steeds succesvoller te verlopen. De realiteit is echter dat financiële markten corrupter dan ooit zijn en dat politie en justitie in dat geweld dreigen te verzuipen. ‘Het is een ongelijke strijd’.

Spectaculaire fraudezaken trokken de laatste jaren veel bekijks. Onder begeleiding van televisiecamera’s werd menig zongebruinde wonderbelegger door de politie afgevoerd. De financiële fantast René van den Berg voerde in 2005 het rijtje aan. Niet veel later gevolgd door Remko Voortman en Danny Klomp van Palm Invest. John Wolbers en zijn linke achterneef Frans Oosterbosch van Easy Life kwamen er snel achteraan. Er kon worden gesmuld. Met goud behangen mannen die het geld van hun beleggers er op grootste wijze doorheen hadden gejaagd werden door de media aan de schandpaal genageld. Van den Berg werd ook veroordeeld tot een gevangenisstraf, evenals Klomp en Voortman. De zaken van de andere twee lopen nog.
Het onderzoek naar de vastgoedfraude aan de Amsterdamse Zuid-as was van een ander kaliber. Hoewel hoofdverdachten Jan van Vlijmen en zijn cokesnuivende oom Nico Vijsma zich het goede leven evengoed lieten smaken, bracht deze zaak vooral de tot dan toe ongekende immoraliteit binnen vastgoedwereld en al zijn dwarsverbanden naar boven. Iets wat velen sinds de grote bouwfraudezaak al jaren vermoedden.
Ook de grote jongens kwamen aan bod. Vermeend miljardair John Deuss – de op Bermuda wonende ex-oliehandelaar - werd in 2007 opgepakt. Hij zou Britse en Russische criminelen hebben geholpen met grootschalige btw-fraudes. De zaak loopt nog.
Dat geldt ook voor de zaak van voormalig bankier en vastgoedmiljonair Jan Dirk Paarlberg. Hij zou betrokken zijn bij het wegsluizen van afpersingsgeld van Willem Holleeder. Paarlberg bekende inmiddels valsheid in geschrifte en hoewel het OM geen ‘smoking gun’ in de zaak heeft kunnen vinden, lijken er genoeg scherven bij elkaar geraapt te zijn om bij de rechter het beeld van een witwassende witteboordencrimineel te kunnen laten beklijven.

Financiële misdaad loont

Het is een fraai lijstje dat nog lang niet compleet is. Maar betekent dat justitie daarmee aan de winnende hand is tegen het leger van oplichters, fraudeurs en woekeraars? Het antwoord is nee. Verre van. De aanvoer van nieuwe zaken lijkt niet te stelpen. Wereldwijd steekt het ene na het andere schandaal de kop op. Toezichthouders hebben het nakijken en de maatschappelijke verontwaardiging groeit. Dirk Scheringa kon met behulp van slimme juristen en accountants vele jaren profijtelijk zijn klanten misleiden. Oplichten is misschien een beter woord. Aegon, Nationale Nederlanden en Delta Lloyd zijn hoofdschuldigen in de woekerpolisaffaire, het grootste financiële schandaal uit de vaderlandse geschiedenis. De eerste opsporingsambtenaar moet er nog binnenlopen. De cijfers van het Openbaar Ministerie – voorzover leverbaar – wijzen ook niet in de richting van een stijgende lijn. De jaarlijkse ‘omzet’ aan strafzaken – 10.000 in getal - daalt zelfs, maar dat heeft volgens justitie vooral te maken met de nadere focus op grote zaken. Het wonderlijke is dat door de successen in die grote zaken ook steeds meer zichtbaar hoe omvangrijk en wijdverspreid de problemen werkelijk zijn. Elke keer als justitie en OM er in slagen een steen als bijvoorbeeld de vastgoedfraude op te lichten, komt er nog meer rottigheid onder vandaan. Ellende dat nader onderzoek verdient. De capaciteit om het probleem aan te pakken is er alleen niet. Vrouwe Justitia wordt volgens velen nog altijd geplaagd door een schrijnend tekort aan mankracht. De pakkans is voor de kwaadwillende dus nog steeds erg klein en de straffen bovendien bepaald niet afschrikwekkend. Kortom: financiële criminaliteit loont nog steeds. De laatste jaren misschien wel meer dan ooit.

Ongelijke strijd

Er doet zich een hardnekkig probleem voor. Bij de opsporing en vervolging van financiële criminaliteit is er niet alleen een gebrek aan aantallen mensen, maar vooral ook aan goed opgeleid en ervaren personeel. De deskundigheid ontbreekt en dat wordt al jaren intern onderkent. ‘Het is eenvoudig vast te stellen’, beaamt ook hoogleraar forensische accountancy Marcel Pheijffer. ‘De meeste slimme mensen werken bij de grote advocaten- en accountantskantoren die vervolgens voor veel geld worden ingehuurd om de grenzen van de regels te verkennen en op te rekken. Voor justitie is het vrijwel ondoenlijk om daar zelf iets structureels tegenover te zetten, het is eigenlijk een ongelijke strijd’.
Het is dus alsof de opsporingsdiensten en het OM in een aftands bestelbusje de achtervolging moeten inzetten op een Ferrari
Het is dus alsof de opsporingsdiensten en het OM in een aftands bestelbusje de achtervolging moeten inzetten op een Ferrari. Onafhankelijke specialisten in witte boordencriminaliteit buitelen dan ook over elkaar heen om de belabberde opsporings- en handhavingmechanismen van politie en justitie aan de kaak te stellen. Terecht? Niet helemaal. ‘Er is de afgelopen jaren veel ten goede veranderd’, zegt Pheijffer die zelf jaren voor de Fiod werkte. ‘Het kennisniveau is duidelijk omhoog gegaan en het OM weet dus ook belangrijke grote zaken te winnen. Kijk naar de vastgoedfraude waar de eerste veroordelingen een feit zijn’.

Historie

Er is de laatste jaren inderdaad het een en ander ten goede is veranderd wijst de zaak tegen de vroegere belastinginspecteur/fiscalist Paul van der Krabben en voormalig ABN Amro-bankier Serge Bakker uit. Het gesoigneerde tweetal werd veroordeeld tot 32 maanden gevangenisstraf. Vorig jaar werd de cassatie van de heren door de Hoge Raad verworpen. Een bijzondere zaak omdat het hier een internationale financiële carrousel betrof waarbij via allerlei kasgeld b.v.’s voor 55 miljoen euro belasting werd ontdoken. Voor dat soort ingewikkelde zaken werd het OM lang te licht bevonden.
Even terug in de geschiedenis. De strijd tegen de witte boordencriminaliteit liep vanaf eind jaren negentig een enorme deuk op. In 1997 begon onder leiding van toenmalig Officier van Justitie Henk de Graaff Operatie Clickfonds, het grootste onderzoek naar beursfraude uit de Nederlandse geschiedenis. De fine fleur van de Nederlandse beurshandel werd in de boeien geslagen. Doel: opschonen van de integriteit van het Nederlandse financiële stelsel. Hoewel de reputaties van de verdachten allerminst zuiver waren, wist het Openbaar Ministerie (OM) nauwelijks successen te boeken. Operatie Clickfonds werd een groot fiasco. Afgelopen februari werd het OM daar nog eens op een pijnlijke manier aan herinnerd toen de Hoge Raad één van de Clickfondshoofdverdachten – Han Vermeulen – en twee van zijn vroegere directeuren een schadevergoeding van enkele miljoenen toewees.
Als antwoord op het Clickfondsechec werd  in 2003 binnen het OM een speciaal parket geformeerd om de aanpak van financiële criminaliteit beter te organiseren: het Funtioneel Parket. De politie en de verschillende opsporingsdiensten als de FIOD-ECD konden vanaf dat moment hun strafdossiers bij op financiële criminaliteit gespecialiseerde Officieren van Justitie kwijt, de zogenoemde ‘fraude-officieren’. In de meeste gevallen waren dat mensen die zich vanuit het justitiële apparaat omhoog hadden gewerkt. Grote talenten van de universiteiten kozen doorgaans voor een carrière in het bedrijfsleven. Dat doen ze nog steeds. De reden is simpel: een baan bij de overheid betaalt aanzienlijk minder. Complexe financiële fraude en witwaspraktijken bleven daarom door een kennisachterstand een probleem.

Interne rel

Een enkele idealistisch gedreven professional maakte de overstap van het bedrijfsleven naar het OM. Advocaat Hendrik Jan Biemond was zo iemand. Als snel rijzende ster op zijn vakgebied, het financieel strafrecht, werkte hij bij een groot internationaal opererend kantoor: Allen & Overy. Hij stond in zijn eerdere praktijk de van beursfraude verdachte effectenhandelaar Eddy Swaab (Clickfonds) nog bij. Biemond zag dat het niet goed ging bij het vervolgen van financiële fraude en waagde in 2002 de sprong naar het OM. Met succes. Hij deed de Aholdzaak en dreef onder andere Cees van der Hoeven met een veroordeling voor valsheid in geschrifte in de hoek van het witte-boorden-geboefte. Een grote overwinning voor het OM dat daarmee en passant voor een groot deel het Clickfondstrauma te boven kwam.
Bij zijn afscheid in 2007 uitte Biemond niettemin forse kritiek. Het raamwerk van justitie stond er – het Functioneel Parket – maar de invulling liet nog veel te wensen over. De amateuristische en bureaucratische werkwijze zouden intern de nodige frustraties opleveren.
Precies in de periode van Biemonds vertrek, kwam er via de Volkskrant een intern rapport naar buiten waaruit bleek dat de aanpak van financiële fraude door justitie juist opzichtig faalde. Te duur, te tijdrovend en gezien het overstelpende aantal fraudegevallen een ‘losing battle’. In het oog springende zaken kregen dan nog wel de volle aandacht, maar de massa aan de onderkant werd simpelweg genegeerd. Het rapport kwam tot stand onder auspiciën van Officier van Justitie bij het Functioneel Parket Fred Speijers. De bedoeling was om een fraudepreventieproject op te zetten en er werd gepleit voor het opzetten van de telefonische helpdesk 113. Het werd een interne rel. Frans Roest, Speijers’ ondergeschikte die aan het rapport had gewerkt, kwam kort daarna in de problemen. Een intern onderzoek volgde. Zijn emailcorrespondentie werd volgens insiders afgetapt en ook zijn telefoonlijsten werden opgevraagd. Roest werd tijdelijk op non-actief gezet en uiteindelijk weggepromoveerd. Datzelfde gebeurde later ook met zijn baas Speijers die tegenwoordig advocaat generaal is bij de Haagse gerechtshof.

Slim speurwerk

De helpdesk 113 is er ondanks enige politieke steun nog steeds niet. En de aanpak van fraudezaken legt het in de dagelijkse praktijk, volgens voormalig Officier van Justitie Cees Schaap, ondertussen af tegen ‘bloed- en drugszaken’ die op lokaal niveau stelselmatig een hogere prioriteit worden toegekend. Moedeloosheid en verlies aan vertrouwen in politie en justitie bij gedupeerden is het gevolg. Schaap is al jaren forensisch onderzoeker en hij houdt zich van uit de private sector intensief bezig met fraude-onderzoek. Volgens hem ontbreekt nog steeds de politieke wil om het gevecht tegen financiële criminaliteit structureel te verbeteren. Schaap meent dat er ook nog iets anders speelt. ‘Wil de effectiviteit van het financiële rechercheren verbeteren dan zal er anders moeten worden gedacht’, zegt hij. ‘rechercheurs zijn nog steeds gewend om vanuit een misdrijf naar de schuldigen te zoeken. Financiële criminaliteit vergt vaak de omgekeerde aanpak. Je onderzoekt verdachte transacties en probeert met slim speurwerk een misdrijf aan te tonen’.
Ervaren bankiers werden opeens brodeloos of keerden zich af van de cynische wereld waarin ze jaren hadden geleefd
Het probleem heeft ook volgens Schaap voor een groot deel aan personele bezetting te maken. Hij ziet nog steeds het gebrek aan niveau binnen politie en justitie. De kredietcrisis leek eind 2008 uitkomst te brengen. Ervaren bankiers werden opeens brodeloos of keerden zich af van de cynische wereld waarin ze jaren hadden geleefd.
In mei 2009 zouden volgens een ANP-bericht ‘de bankiers in de rij staan’ om bij het Functioneel Parket (FP) aan de slag te mogen. De rijen waren minder dik dan uit dat bericht bleek. Er zijn op dit moment twee ex-bankdirecteuren bij het FP actief. Ook andere professionals hebben net als Hendrik Jan Biemond ooit, de overstap gewaagd. Er zit een voormalig partner van Ernst & Young, twee compagnons van andere accountantskantoren, voormalig medewerkers van KPMG en enkele gespecialiseerde juristen, waaronder Robert Hein Broekhuijsen, de Officier van Justitie die op vastgoedfraude zit. Hij is van het advocatenkantoor DLA Schut Grosheide afkomstig.
De toeloop uit de professionele hoek is hoopgevend en binnen het FP is men er ook trots op. ‘We zijn volwassen geworden’, zegt een woordvoerder. Maar de sporadische instappers maken van het FP nog geen geoliede crime-fightmachine. En net als elders worstelt het FP op dit moment met bezuinigingen.

Kilo’s en kerels

Aan de kant van de politie en de verschillende opsporingsdiensten valt nog veel winst te behalen. ‘Het financieel rechercheren kan impulsen gebruiken’, zo drukte Marianne Bloos plaatsvervangend Hoofdofficier van Justitie bij het FP het eind vorig jaar eufemistisch uit.
Het niveau van de moet omhoog en daarvoor zijn in het verleden al diverse programma’s opgezet die er op zijn gericht om de onderzoekscapaciteiten binnen de politie en opsporingsdiensten te verbeteren. Het groots opgezette Project Financieel Rechercheren faalde daar jaren geleden nadrukkelijk in. Het blijkt elke keer weer een probleem om de talrijke verschillende eilandjes bij politie en opsporingsdiensten met elkaar te laten samenwerken en samen aan een competentie als financieel rechercheren te laten werken. Met het programma Financieel Economische Criminaliteit (Finec) worden er sinds 2008 weer verwoede pogingen gedaan om de mannen in het blauw beter naar de financieel economische aspecten van misdaad te laten kijken. Niet alleen de blik richten op ‘kilo’s en de kerels’ maar ook op de ‘pegels’ aldus Finecprogrammaleider Frederik Jansen in een interview. Twee jaar na de start is echter ook het enthousiast ingezette Finec-programma ten prooi gevallen aan stevige bezuinigingen en dreigt het alweer te verzanden.

Witwassen

Een ander voorbeeld. In 2006 publiceerde de Utrechtse professor Brigitte Unger een groot onderzoek naar de Nederlandse witwaspraktijk. Volgens haar bevindingen ging er jaarlijks 18,5 miljard euro in Nederland door de bleek. In datzelfde jaar werd de Financial Intelligence Unit (FIU). De FIU richt zich zijn oprichting op het voorkomen en bestrijden van witwaspraktijken en terrorismefinanciering. De FIU organiseerde op donderdag 15 april jongstleden een ‘relatiedag trustkantoren’. In haar toespraak presenteerde het FIU-hoofd mevrouw Hennie Kusters de cijfers van de afgelopen vijf jaar. In de periode 2005 tot en met 2009 hebben de 167 officieel in Nederland geregistreerde trustkantoren 24 meldingen gedaan. De FIU heeft 10 van deze transacties als verdacht aangemerkt. Met andere woorden: er is nagenoeg niets aan de hand in Nederland, het trustwezen is op een tiental zaken na brandschoon. Iets dat door kenners van de honend van de hand wordt gewezen. ‘Vrijwel iedere transactie die een trustmaatschappij verricht, voldoet aan het profiel van een ongebruikelijke transactie’, zegt een voormalig ondernemer uit de trustwereld. ‘Of het nou het omzeilen van embargo’s betreft of het wegsluizen van gelden naar fiscaal zonnige bestemmingen, de trustwereld is een broeinest van geknoei. Je moet het alleen wel willen of kunnen zien’.

Excessen

Om de ‘economische veiligheid’, zoals hoogleraar Marcel Pheijffer het treffend noemt, in Nederland te laten toenemen, zal de overheid prioriteiten moeten gaan stellen. Pheijffer: ‘Als je alleen ziet wat voor capaciteit de vastgoedfraude in beslag nam, in de tussentijd ontwikkelden zich elders drie of vier fraudezaken waar geen aandacht voor was. Gezien de ernst van de excessen die de huidige economische crisis naar boven brengt en de daarmee gepaard gaande economische onveiligheid is er substantieel meer inzet nodig. Maar opsporing en handhaving is alleen maar één aspect van de zaak. Het draait voor een belangrijk deel ook om de cultuur in het bedrijfsleven. Het moet daar echt anders. Wellicht moet de bestuursaansprakelijkheid voor toezichthouders als commissarissen en ook accountants worden uitgebreid. En als het fout gaat zwaar straffen. Meer steun of andere wetgeving, beide punten zijn hoe dan ook een zaak voor de politiek. Die zal iets moeten gaan besluiten’.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Eric Smit

Gevolgd door 3027 leden

Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.

Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren