Persconferentie steunmaatregelen coronacrisis
© ANP / Phil Nijhuis

Coronacrisis

De redactie van FTM volgt de coronacrisis op de voet. Welke oplossingen dienen welke belangen? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde.

Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie. Wereldwijd gingen landen 'op slot';  beurzen maakten een enorme duikvlucht. Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan.

De uitwerking van de coronamaatregelen op de wereldeconomie is, net als het virus zelf, nog grotendeels onbekend. Wat we al wel kunnen vaststellen: een nieuwe economische crisis is begonnen. Die zal overal pijn opleveren, en de maatregelen die we nu nemen zullen bepalen hoe de economie van de toekomst eruit zal zien. 

Nieuwe vragen doemen op: welke oplossing dient welke belangen; welke vragen raken ondergesneeuwd; hoe verdelen we de schaarse middelen, en hoe houden we essentiële diensten en structuren overeind? 

121 Artikelen

Hoe behoeden we onze flexwerkeconomie voor de coronacrisis?

2 Connecties

Onderwerpen

ZZP Coronavirus
49 Bijdragen

De economie draait niet alleen op bedrijven met vaste werknemers. Nederland telt 2 miljoen zzp’ers en tijdelijke arbeidskrachten. Zij worden buitenproportioneel getroffen door de coronacrisis. Follow the Money analyseert de belangrijkste noodmaatregelen van het kabinet. Zullen ze toereikend zijn, ook voor deze groep? En wat zit er nog meer in het vat?

De uitwerking van de pandemie op onze economie is, net als het coronavirus zelf, nog grotendeels onbekend. Maar wat we al wel kunnen stellen: een nieuwe economische crisis is begonnen. ‘De maatregelen zijn ongekend voor landen in vredestijd,’ zei premier Mark Rutte op 16 maart tegen de Nederlandse bevolking. Hij beloofde alles op alles te zetten om bedrijven overeind te houden, opdat mensen hun baan niet verliezen. ‘Het kabinet zal doen wat nodig is om u te steunen.’ Maar wat is er nodig?

Een blik op de Chinese economie, waar het virus als eerste uitbrak, is allesbehalve bemoedigend. In januari en februari ging de industriële productie er met 13,5 procent omlaag, detailhandelsverkopen met 20,5 procent en private investeringen met 26,4 procent. In steden liep de werkloosheid met 6,2 procent op.

Dat kunnen we ook hier verwachten. Ikea heeft zijn winkels nu ook in Nederland gesloten, net als KPN en T-Mobile. De fabrieken van alle grote automerken – waaronder Volkswagen, Renault, Ford, Peugeot, Citroën, Opel en Fiat Chrysler – gaan eveneens op slot. De Europese horeca blijft minstens 3 weken dicht.

Minister Koolmees sprak van een ‘reddingsboei voor een uitzonderlijk moeilijke tijd’

Domino-effecten

Dat heeft gevolgen voor bedrijven, grote en kleine: hun inkomsten gaan per direct naar nul, terwijl hun vaste kosten doorlopen. Ze moeten werknemers in vaste dienst gewoon doorbetalen. Als ze dat niet meer kunnen, ontstaan er nog grotere problemen. Dan kunnen mensen geen boodschappen meer doen en hun huur niet meer opbrengen. Het domino-effect kan zo heel snel doorwerken: die huur is weer het inkomen van iemand anders. Nu zal Bernhard Junior er geen boterham minder om eten, maar niet alle verhuurders zijn prinsen van Oranje. Pensioenfondsen investeren ook in vastgoed. 

Het is in het algemeen belang dat de economie niet vastloopt doordat bedrijven als dominosteentjes omvallen en mensen hun inkomen verliezen. De ministers Wopke Hoekstra (CDA, Financiën), Wouter Koolmees (D66, Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en Eric Wiebes (VVD, Economische Zaken en Klimaat) kondigden daarom op 17 maart een pakket noodmaatregelen aan. Het kabinet trekt de portemonnee: ‘Zo lang als nodig is, verleent de overheid maandelijks voor miljarden euro aan steun.’ Koolmees noemde het een ‘reddingsboei voor een uitzonderlijk moeilijke tijd’.

Alles loopt vast zonder liquiditeit 

Het eerste grote probleem is voor bedrijven, zzp’ers en uitzendkrachten au fond hetzelfde: doordat de inkomsten plotsklaps, en in sommige gevallen volledig, opdrogen komen ze in betalingsproblemen. Ze hebben onvoldoende geld (ook wel liquide middelen genoemd) om aan hun verplichtingen te voldoen. Het gaat bij bedrijven dan niet alleen over het betalen van lonen en huur, maar ook over de rente die ze hun financiers verschuldigd zijn. Dit noemen we in de economische wetenschap een liquiditeitsprobleem.

Liquiditeitsproblemen kun je op verschillende manieren aanpakken. Enerzijds kun je keihard in de kosten snijden en investeringen uitstellen, zoals KLM op 14 maart aankondigde. Daarmee stroomt er minder geld uit het bedrijf. Tegelijkertijd kun je bezittingen en bedrijfsonderdelen verkopen om met de opbrengsten daarvan aan de betalingsverplichtingen op de korte termijn te voldoen. Dat heeft echter direct effect op de economie: die krijgt een klap, omdat de bedrijfsvoering stilvalt en werkgelegenheid verloren gaat. Als alle bedrijven dit doen, blijft het niet bij een tijdelijke coronastrop: de pijplijn van bedrijfsinvesteringen droogt op, en honderdduizenden mensen komen op straat te staan. De coronacrisis leidt in zo’n scenario tot totale verlamming van de economie – maatschappelijk gezien een ongewenste uitkomst.

Het kabinet neemt noodmaatregelen om dit scenario koste wat kost te voorkomen. Die zijn volgens Wiebes in te delen in twee typen: steunmaatregelen en liquiditeitsmaatregelen. Met steunmaatregelen neemt de overheid de kosten van bedrijven over, om zo het wegvallen van omzet te compenseren. Wiebes: ‘We zijn hard aan het werk om die maatregelen zo snel mogelijk beschikbaar te hebben, maar dat zal niet allemaal van vandaag op morgen kunnen.’ Daarom presenteren de ministers ook een aantal liquiditeitsmaatregelen om de tussenliggende periode te overbruggen.

Wat doet het coronavirus met onze economie?

De maatregelen om de verspreiding van het coronavirus in te dammen zijn ongekend. De uitwerking ervan op de wereldeconomie is, net als het virus zelf, nog grotendeels onbekend. Wat we al wel kunnen vaststellen: een nieuwe economische crisis is begonnen. Die zal overal pijn opleveren, en de maatregelen die we nu nemen zullen bepalen hoe de economie van de toekomst eruit zal zien.

Daarom is het juist nu belangrijk ons af te vragen: welke oplossing dient welke belangen; welke vragen raken ondergesneeuwd; hoe verdelen we de schaarse middelen, en hoe houden we essentiële diensten en structuren overeind? Die vragen staan de komende weken centraal op Follow the Money.

Lees verder Inklappen
Inschrijven

De liquiditeitsmaatregelen van Wiebes zijn erop gericht de betalingsproblemen van bedrijven te verzachten. Het wordt bijvoorbeeld eenvoudiger om uitstel van belastingbetaling aan te vragen. Andere liquiditeitsmaatregelen zijn erop gericht om het verstrekken van noodkredieten te bevorderen. Oftewel: zorgen dat bedrijven toegang krijgen tot goedkoop krediet, waarmee ze aan hun verplichtingen kunnen voldoen, zonder de hele bedrijfsvoering rigoureus stil te leggen en bezittingen te verkopen.

Het afgelopen decennium keken overheden vooral naar centrale banken om met lage rentes de kredietverlening te bevorderen. De effectiviteit daarvan staat in de economische wetenschap al langere tijd ter discussie. De transmissie van het rentebeleid leunt zwaar op het handelen van banken – en die hebben commerciële doelen, die niet altijd aansluiten op maatschappelijke doelen. De Nederlandse overheid lijkt dat nu ook te beseffen en kondigde een aantal overheidsgaranties af waarmee ze de risico’s van banken overneemt. Ze verruimt de regeling Garantie Ondernemersfinanciering (GO) van 400 miljoen naar 1,5 miljard euro, en voert een tijdelijke borgstelling in voor werkkapitaal van land- en tuinbouwbedrijven. Wanneer ondernemers bij hun bank aankloppen staat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat garant voor deze (agrarische) ondernemerskredieten.

Dit zijn feitelijk directe steunmaatregelen voor banken – de overheid neemt het ondernemersrisico van de bank over – met als doel bedrijven aan overbruggingskrediet te helpen. Als de lening niet wordt terugbetaald, kunnen de banken dat verhalen op de overheid. Die zekerheid moet ze aanzetten om het midden- en kleinbedrijf gemakkelijker geld te lenen.

Flexwerkers extra hard getroffen

Elke euro die bedrijven lenen, moeten ze in de toekomst weer terugbetalen uit de inkomsten van hun bedrijf. Dat geldt ook voor de liquiditeitsmaatregelen. Voor de regelingen die Wiebes typeert als steunmaatregelen is dat niet het geval. De kosten daarvan komen niet op het bordje van de ondernemer, maar worden door de staat gedragen.

De regeling gaat ook gelden voor werknemers met een nulurencontract en voor oproepkrachten

De belangrijkste maatregel die meteen van kracht is: de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW). Die regeling vervangt de huidige regeling werktijdverkorting. Bedrijven die kunnen aantonen dat ze meer dan 20 procent van hun omzet verliezen, kunnen voor hun werknemers werktijdverkorting aanvragen – wat met het sluiten van winkels en kroegen dus volop aan de orde is. Het UWV betaalt dan 3 maanden lang maximaal 90 procent van het salaris van werknemers (in de reguliere regeling was dat maximaal 75 procent). Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is momenteel overbelast omdat er al meer dan 78 duizend aanvragen voor werktijdverkorting zijn binnengekomen.

De regeling gaat ook gelden voor werknemers met een nulurencontract en voor oproepkrachten. Werkgevers kunnen dus ook werktijdverkorting aanvragen voor uitzendkrachten, bijvoorbeeld in de stilgelegde horecabranche. Dat doet het kabinet om de 2 miljoenflexwerkers van Nederland tegemoet te komen. Koolmees noemde deze groep de ‘frontlinie van zwaar weer’. Juist zzp’ers, uitzendkrachten en tijdelijke werknemers worden buitenproportioneel hard getroffen.

Dat zien we bijvoorbeeld bij KLM. De luchtvaartmaatschappij kondigde aan 1500 tot 2000 tijdelijke arbeidscontracten niet te verlengen. De getroffen werknemers zitten straks allemaal thuis. Hen rest hoogstens een ww-uitkering of de bijstand. In normale tijden zouden ze op zoek gaan naar een andere opdrachtgever, maar dat is nu onmogelijk. Voor deze groep flexwerkers waarvan het contract niet wordt verlengd, treft het kabinet voorlopig geen aanvullende maatregelen.

Voor zzp’ers betekent geen opdrachten hebben direct een inkomstenstrop en voor hen bestaat er niet zoiets als werktijdverkorting. Zij kunnen normaal gesproken alleen terugvallen op financiële steun op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). Dat is een gemeentelijke noodlening tegen 0 procent rente, die alleen onder strenge voorwaarden wordt verstrekt. 

Het bestaande vangnet voor zzp’ers is dus volkomen ontoereikend om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen. Waar moeten al die zelfstandige bedrijfsspecialisten, handelaren, obers, zangdocenten, dj’s en eventmanagers de komende maanden van rondkomen? Het kabinet komt daarom met extra ondersteuning: ‘Zelfstandigen kunnen voor een periode van drie maanden, via een versnelde procedure, aanvullende inkomensondersteuning krijgen voor levensonderhoud. Die vult het inkomen aan tot het sociaal minimum en hoeft niet worden terugbetaald.’

Alles op alles

Voor de sectoren die het zwaarst worden getroffen opent het kabinet een noodloket. Daar kunnen bedrijven aankloppen voor een tegemoetkoming van maximaal 4000 euro. De details van dit plan worden nog uitgewerkt, en – met spoed – voorgelegd aan de Europese Commissie ter beoordeling op (geoorloofde) staatssteun.

Alle maatregelen zijn specifiek gericht op het ondersteunen van getroffen bedrijven en burgers. Het kabinet lijkt daarbij zowel oog te hebben voor grote bedrijven en hun werknemers, als voor mkb’ers en zelfstandigen. Minister Hoekstra benadrukt dat het kabinet strak zal monitoren of de maatregelen voldoende zijn: ‘Als de crisis onverhoopt nog veel langer duurt, moeten we de bakens verzetten.’

De kosten van de maatregelen komen voor het grootste deel op het bordje van de belastingbetaler. Hoekstra zegt dat hij voorlopig geen problemen voorziet: ‘We hebben de budgettaire ruimte om alles op alles te zetten.’ Wat betekent dat voor overheidsbudgetten en wie betaalt uiteindelijk de rekening? En zijn er alternatieven? In een volgend artikel ga ik daar dieper op in.

Thomas Bollen
Thomas Bollen
Onderzoekt als financieel econoom de 'economische religie' om nuttige inzichten van dogma's te scheiden.
Gevolgd door 5833 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren