Follow the Money-journalistiek: afzijdig blijven is geen optie.

    Volgens Eric Smit kunnen journalisten - onderzoeksjournalisten in het bijzonder - niet afzijdig blijven. Ze dienen een kant te kiezen en bereid te zijn de confrontatie met de macht aan te gaan.

    Wanneer iemand mij vraagt waarom ik journalist ben, dan zeg ik meestal dat ik een bijdrage wil leveren aan een betere wereld. Dat is waar we bij Follow the Money ook voor staan, het is zelfs een inherent onderdeel van onze missie. Het is niettemin een antwoord waar collega’s niet zelden verbaasd bij opkijken. Journalistiek zou niet mogen gaan over een betere wereld, we zouden ons afzijdig moeten houden. Ik heb ondervonden dat dit voor mij een onmogelijke opgave is en daar meen ik goede redenen voor te hebben.

    Onafhankelijkheid vs objectiviteit

    Laat ik beginnen het onderscheid te maken tussen onafhankelijkheid en objectiviteit. Vaak worden die begrippen met elkaar verward. Wat mij betreft is het de plicht van iedere journalist om ernaar te streven volstrekt onafhankelijk te zijn. Dat is in deze tijd waarin inkomstenstromen voor jonge platforms als Follow the Money en ook voor freelance journalisten gering zijn en die van veel journalistieke media in hoog tempo opdrogen, geen gemakkelijke opgave. We mogen geen slaaf worden, we moeten onze onafhankelijkheid dagelijks bevechten. De verlokkingen van van adverteerders die via 'branded content' de redactionele pagina's binnen willen dringen, zijn er volop en daar weet niet iedere professionele nieuwsorganisatie weerstand tegen te bieden, zo zagen we enkele jaren geleden bij Het Financieele Dagblad. Maar onafhankelijk zijn is iets fundamenteel anders dan het nastreven van objectiviteit. Ik wijs de journalistiek die zichzelf ‘objectief’ noemt en beide kanten van een verhaal uitgebreid belicht zonder mij duidelijk te vertellen wat de waarheid is, af. Van een journalist die zich lang in een onderwerp heeft verdiept eis ik veel meer. Als hij me niet kan vertellen hoe iets in elkaar steekt en wat de waarheid is, wie doet het verdomme dan wel?
    Onder het mom van objectiviteit gaat ook vaak partijdigheid schuil
    Objectiviteit dient niet zelden als een excuus, als een deken van geestdodende saaiheid die luiheid en lafheid toedekt en de glibberige, valse praatjes van machthebbers legitimeert. Onder het mom van objectiviteit gaat ook vaak partijdigheid schuil. Journalisten die zogenaamd ongekleurd de feiten vanuit het perspectief van politici of grote bedrijven weergeven, doen net zo goed mee aan een vorm van activisme.

    Journalistieke mythe

    Objectiviteit is bovenal een journalistieke mythe. Objec­tiviteit veronderstelt een totaal gevoelloze, rationele toestand waarin keuzes worden gemaakt over gebeurtenissen en feiten die voor anderen van levensbelang kunnen zijn. Dit is een onmenselijke staat van bewustzijn. Net zoiets als het valse concept van de homo economicus waar talloze hooggeleerde economen zich tot de dag van vandaag door laten leiden. Waarom zou een journalist zich dan willen voordoen als ‘objectief’, als een machine? Dat maakt hem in mijn ogen bij voorbaat ongeloofwaardig. Achter elke keuze die een journalist maakt zit een opvatting, een inzicht dat hij heeft verworven in de lange tijd dat hij zich in de materie heeft verdiept. Dat moet wat mij betreft ook zo zijn. Ik wil als lezer of kijker van journalistiek dan ook graag weten welk inzicht dat is. Van een financieel-economisch journalist wens ik bijvoorbeeld te horen waarop in zijn optiek de bedrijfsmodellen van banken en verzekeraars in essentie zijn gebaseerd. In mijn ogen zijn die voor een zeer belangrijk deel gestoeld op de kenniskloof die gaapt tussen de specialisten van de banken en de verzekeraars en hun relatief onwetende klandizie. Dat vertellen we onze lezers ook. En we laten zien dat zich in die kloof structureel de misstanden voordoen. Het bedrog. Zo werden in de jaren negentig en nul miljoenen argeloze consumenten bedolven onder ruïneuze woekerpolissen van verzekeraars. Ingewikkelde producten waarvan de werking alleen door de specialisten kon worden begrepen. Banken deden later hetzelfde met rentederivaten die ze op grote schaal aan kleine onwetende ondernemers verkochten. We schrijven er op FTM regelmatig over en dat zullen we ook blijven doen. De schandalen trekken tot de dag van vandaag hun sporen door de samenleving. Wie snapt met welk misdadig raffinement verzekeraars en bankiers deze producten bedenken en aan de man brengen, mag in mijn ogen niet afzijdig blijven. Die mag topman Niek Hoek van verzekeraar Delta Lloyd niet laten wegkomen met uitspraken die stellen dat de woekerpolis-affaire een kwestie van ‘beeldvorming’ is en dat het drama terug te brengen is tot een ‘teleurstellende beleggingservaring’. Wie daarnaast inziet dat ons rechtssysteem amper is toegerust om kleine ondernemers of burgers te beschermen tegen de wanpraktijken van grote corporaties en wie kan waarnemen dat topmensen niet of nauwelijks verantwoordelijk worden gehouden voor de enorme schade die zij als bestuurder van bedrijven aanrichtten, kan niet aan de zijlijn blijven toekijken. Sterker, het is in mijn ogen zelfs volstrekt idioot om te stellen dat een journalist dan nog neutraal kan blijven. Je kiest een kant. Die van de waarheid en van de rechtvaardigheid. Je staat tegenover de systemen die overduidelijk onrechtvaardig zijn en de gelijkheid van kansen van mensen ondermijnen en/of systematisch schade berokkenen.

    Monstrueuze meningenfabriek

    Dit wil echter niet zeggen dat ik verhalen wil lezen die boordevol gekleurde adjectieven staan en die mij vanaf de eerste zin al duidelijk maken waar het artikel heen gaat. Ook dat is saai en gemakzuchtig. ‘Show, don’t tell’, luidt mijn adagium. Beschrijf de misstand in al zijn facetten en laat de lezer zelf tot conclusies komen. Dat is vooral een kwestie van goed verhalen vertellen en vergt inspanning en fantasie. En daar waar de materie te complex wordt, mag de lezer, kijker of luisteraar door een duidelijke en controleerbare uitleg op weg worden geholpen.
    Veel te vaak herkauwen we wat anderen al eens naar voren hebben gebracht
    Ik heb nog een Engels zinnetje waar ik graag mee scherm: ‘facts are expensive, opinion is cheap’. Actief zijn betekent niet dat het geven van een mening iets te maken heeft met het bedrijven van journalistiek. Vaak is het tegenovergestelde waar. Met de opkomst van internet is er een monstrueuze meningenfabriek op gang gekomen. Iedereen heeft een mening en laat die te pas en te onpas horen. Het is om gek van te worden. Maar meningen blijven alleen overeind als ze gebaseerd zijn op een stevige fundering van harde bronnen en controleerbare feiten. En het kost vaak grote inspanning en veel denkwerk om die bij elkaar te brengen. Daar speelt de journalistiek een zeer voorname rol in. Het is een rol die wat mij betreft door te weinig journalisten serieus wordt genomen. Veel te vaak herkauwen we wat anderen al eens naar voren hebben gebracht. Graaf, doe zelf onderzoek! Haal de feiten boven tafel controleer die, controleer ze nog een keer, pleeg uitvoerig wederhoor en vertel het verhaal zoals het is. Wees vooral eerlijk – ook naar jezelf – en schuw de keiharde confrontatie niet, daar zijn we voor.

    Tere zieltjes

    Onze rol is om de macht te controleren en die wordt wat mij betreft bij lange na niet genoeg uitgedaagd. De leden van het establishment, de politieke leiders en de bestuurders uit het bedrijfsleven verkneukelen zich juist om het aaibare journaille dat zo weinig nodig heeft om zich aan een onzichtbare leiband te laten leggen. Het is ook zo verleidelijk om op de schoot van de macht te gaan zitten en ze naar de mond te praten. Een compliment van de minister-president over jouw prachtige portret of scherpe analyse, het gevoel dat de topman van de bank je geeft dat je op zijn niveau denkt en schaakt, de rijke ondernemer die zich voordoet als jouw vriend en jou tot zijn exclusieve wereld toelaat, de tere zieltjes van de heren en dames journalisten zijn er maar al te gevoelig voor. Welke journalisten stappen iedere dag uit hun bed met het idee om de macht te controleren? Waarom ben je überhaupt journalist geworden? Toch niet om voor een miezerig loontje communicatie te bedrijven voor het ­establishment? Of om als cynicus met humor en ironie als gereedschap een moreel maanlandschap te mas­keren? Tot slot nog een Engelse zin: ‘Journalism is printing what someone else doesn’t want printed: everything else is public relations’. Journalistiek kan natuurlijk heel veel meer behelzen, maar ik vind het een stelling die ik als onderzoeksjournalist en als hoofdredacteur en mede-oprichter van dit platform gretig omarm. Omdat het een stelling is over ons vak die niets aan duidelijkheid te wensen overlaat. Het is ook een taakopvatting die ik elke journalist, ongeacht zijn voorkeuren en overtuigingen, van harte toewens.   Dit is een bewerkte versie van het essay dat eerder op Villamedia - vaktijdschrift voor journalistiek en communicatie - verscheen.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Eric Smit

    Gevolgd door 2081 leden

    Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.

    Volg Eric Smit
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren