© Matthias Leuhof

Follow the Money selecteert

Blijf lekker thuis vandaag: onze redacteuren hebben een mooie selectie gemaakt van interessante artikelen over een bonte verzameling onderwerpen. Zoals: de Franse ster-econoom Thomas Piketty gaat in zijn nieuwe boek helemaal los op het neoliberalisme, hoe wetenschap die twijfel zaait big business werd, de bananenrepubliek die VVD heet (aldus een ex-Kamerlid) en het onterechte optimisme over de impact van het corona-virus. Plus: is een ledenmodel echt de redding voor de journalistiek? Fijne zondag!

Duits ‘fraudelab’ moet deuren sluiten

Norddeutscher Rundfunk

Vincent Harmsen – De gezondheidsdienst in Hamburg heeft per direct de vergunning van dierproefcentrum LPT ingetrokken. Het laboratorium in Hamburg moet binnen drie weken de deuren sluiten. De proefdieren worden overgebracht naar een geschikte locatie, meldt de Norddeutscher Rundfunk op haar website. Het is de tweede vestiging van het LPT die zijn vergunning verliest. Eerder sloten de Duitse autoriteiten al een vestiging in Mienenbüttel, in de deelstaat Nedersaksen. Daarmee blijft nog één locatie van het LPT open, die in het plaatsje Wankendorf.

LPT kwam afgelopen week in opspraak na berichten van systematische fraude met proefdieronderzoek. Ook demonstreerden de afgelopen maanden tienduizenden mensen in Hamburg tegen schokkende misstanden op het gebied van dierenwelzijn bij het LPT. Dit alles kwam aan het licht nadat een dierenactivist van de organisatie Soko Tierschutz van december 2018 tot maart 2019 in het laboratorium undercover ging en met een verborgen camera filmopnamen maakte. 

Afgelopen week werd internationaal gepubliceerd over het LPT. In Frankrijk door Le Monde, in België door De Standaard, in Duitsland door die tageszeitung, en in Nederland door FTM. In Nederland zijn naar aanleiding van de publicatie van FTM Kamervragen gesteld door de SP en de Partij voor de Dieren. De fraude met onderzoek, die volgens oud-medewerkers al jarenlang gaande was, ligt uiterst gevoelig omdat bij het LPT studies werden gedaan die zijn gebruikt voor de markttoelating van pesticiden en mogelijk ook medicijnen. Het Duitse lab had daarvoor een speciale vergunning.

Twijfel zaaien met ‘wetenschap’ is big business

Boston Review

Arne van der Wal – ‘We huren de beste wetenschappers in, en als ons product daadwerkelijk schadelijk blijkt, halen we het uit de handel.’ Een ceo die zoveel oprechtheid demonstreert, zit niet lang in het pluche. In de praktijk gaat het dan ook precies omgekeerd: ondernemingen huren gespecialiseerde wetenschappers in om aan te tonen dat het met die mogelijke schadelijkheid van hun product wel meevalt. Het zijn de zogeheten merchants of doubt, die de wetenschap als instrument gebruiken om twijfel te zaaien.

Die tactiek is in de jaren ’50 door de tabaksindustrie ontwikkeld toen de eerste bewijzen over de schadelijkheid van roken in de media verschenen – ‘more doctors smoke CAMELS than any other cigarette!’ – en ze wordt sindsdien met succes toegepast in andere sectoren, onder meer in de chemie- en energiesector en de frisdrankindustrie. De ingehuurde wetenschappers presenteren opmerkelijke onderzoeksresultaten waaruit bijvoorbeeld blijkt dat hormoonverstorende stoffen in cosmetica helemáál niet erg zijn, dat je van CocaCola toch niet dik wordt, of dat pesticiden efficiënt insecten doden, maar geen enkel nadelig effect op bijen hebben. Ze dienen geen ander doel dan het bevorderen van twijfel, waardoor het moeilijk wordt om een product uit de handel te nemen of een bedrijf aansprakelijk te stellen voor geleden schade.

In de VS is de laatste decennia een heuse ‘product defense industry’ ontstaan, gespecialiseerde bureaus die bedrijven helpen als hun producten juridisch of publicitair onder vuur liggen. Op elk gewenst moment kunnen ze gewiekste, media-getrainde science-for-sale specialisten naar voren schuiven: toxicologen, epidemiologen, statistici, risico-analisten, economen, noem maar op. ‘Public relations vermomd als wetenschap,’ smaalt epidemioloog David Michaels, voormalig topambtenaar in de regering-Obama en schrijver van het boek The Triumph of Doubt: Dark Money and the Science of Deception, in dit Boston Review-artikel.

Dit is een extreme vorm van het fenomeen wetenschap op bestelling, waaraan ook FTM een dossier heeft gewijd. De ‘wetenschappers’ in dienst van zo’n bureau zijn er meesters in om rapporten te produceren die er uitzien alsof er degelijk wetenschappelijk onderzoek aan ten grondslag ligt. Schijn bedriegt, zegt Michaels. In dit artikel belicht hij een aantal van hun tactieken. Een veel gebruikte is het downplayen van risico’s, bijvoorbeeld de mate waarin een chemische stof gezondheidsschade veroorzaakt. Het bepalen van het risico is in de praktijk ongelooflijk ingewikkeld. Hoe toon je bijvoorbeeld aan dat iemands nierkanker daadwerkelijk is veroorzaakt door blootstelling aan PFOA? Welke andere factoren spelen wel of niet mee? De data waarmee die risicoweging plaatsheeft is zo kneedbaar dat het proces wel eens worden vergeleken met het martelen van een spion: als je maar lang genoeg doorgaat krijg je er uit wat je maar wilt.

Die quasi-wetenschappelijke twijfelzwaaierij is niet alleen een vorm van bedrog, maar vormt een grote bedreiging voor de Amerikaanse volksgezondheid, stelt Michaels. Rijke individuen en grote ondernemingen steken geld in zogenaamd educatieve nonprofit organisaties en instellingen die in wezen maar één agenda hebben: verwarring en onzekerheid zaaien over zaken als klimaatverandering en toxische stoffen. Ofwel, de agenda van de gulle gever. En wie die geldschieters zijn is vaak niet te achterhalen. ‘Dark money rules,’ concludeert Michaels.

Volgende week zaterdag presenteert FTM.nl een interessante reconstructie van zo’n geval van ‘dark money’. Blijf ons volgen.

Bijt Amerikaanse strafmaatregel eigen luchtvaart in de staart?

Trouw

Dennis l’Ami – Vanwege Europese subsidies aan Airbus, de vliegtuigbouwer met wortels in meerdere Europese landen, heeft de Verenigde Staten enige tijd geleden al tegenmaatregelen genomen door strafheffingen op te leggen aan Europese vliegtuigen. Het tarief van de importheffing is nu nog 10 procent, maar stijgt naar 15 procent. De Wereldhandelsorganisatie (WTO), besliste vorig jaar al dat de VS 7,5 miljard dollar aan sancties op mag leggen aan Europese producten omdat de EU niet optrad tegen de niet-toegestane subsidies op Europese vliegtuigen.

Airbus zegt dat de nieuwe maatregelen vooral luchtvaartmaatschappijen in de Verenigde Staten zullen treffen. Daar is volgens het bedrijf een tekort aan vliegtuigen. De Europese hoop is dat de Amerikaanse handelsvertegenwoordiging USTR alsnog van gedachten verandert, maar of dat lukt nu de Amerikaanse president Donald Trump een openlijk protectionistische politiek bedrijft, is twijfelachtig. De zaak loopt al meer dan tien jaar. Door tarieven doorlopend te veranderen en te wisselen van gesanctioneerde producten. Ook kaas, wijn en whiskey worden sinds oktober al hoger belast.

Big tech lijkt onschendbaar, maar hoe lang nog?

NRC Handelsblad

Rufus Kain – Boetes opleggen aan big tech: het lijkt dweilen met de kraan open. Al jaren proberen Europese en Amerikaanse overheden machtsmisbruik van Microsoft, Alphabet, Amazon, Facebook en Apple te bestraffen, maar miljardenboetes lijken geen indruk te maken.

Toch komt de ongeremde expansiedrift van de bedrijven nu onder druk te staan, schrijft NRC Handelsblad. In Europa lopen drie rechtszaken tegelijk tegen Google. Die kunnen invloed hebben op mededingingszaken tegen andere techreuzen. En in de VS heeft de Federal Trade Commission dinsdag aangekondigd tien jaar aan overnames door de bedrijven te gaan onderzoeken.

Undercover in een callcenter: 'Scoren moesten we'

De Vokskrant

Judith Spanjers – In mijn studententijd werkte ik tijdens mijn studie journalistiek in een callcenter om proefabonnementen te verkopen voor landelijke kranten. Elke avond tientallen telefoontjes plegen om mensen die daar niet op zitten te wachten zover te krijgen om toch ‘ja’ tegen je te zeggen. Ik zie de streepjes die de leidinggevende vervolgens op het bord kraste nog voor me. Scoren moesten we.

Ik zette streepjes om elke minuut af te tellen dat het weer voorbij zou zijn. Journalist Jeroen van Bergeijk ging voor de Volkskrant undercover in het callcenter van de klantenservice van Wehkamp. Toevallig bij hetzelfde bedrijf als waar ik heb gewerkt. Alleen mocht hij inkomende telefoontjes beantwoorden. Dan heb je in ieder geval nog te maken met mensen die je vrijwillig bellen. Maar de druk die het callcenter oplegt en de scoringsdrift zijn heel herkenbaar.

‘Elk gesprek dat ik voer, wordt opgenomen. En dat niet alleen: elke muisklik wordt vastgelegd. Je werkschema, wat je wanneer geacht wordt te doen, is van minuut tot minuut vastgelegd. Als je een minuut te laat van je pauze terugkomt, krijg je een automatische waarschuwing op je scherm.’ Briljant hoe Bergeijk op zijn laatste werkdag op een klant in blijft praten om die dure afbetalingsregeling van Wehkamp toch echt niet af te sluiten.

Goed nieuws voor Noren, Zweden en Duitsers: jullie worden steeds eensgezinder

The Economist

Jeroen Wijnen – De laatste jaren lees ik vaak dat de politiek steeds meer verdeeld raakt. Samen naar oplossingen zoeken maakt plaats voor polarisatie. Het schoolvoorbeeld is de Verenigde Staten, waar de verkiezingsretoriek veel weg heeft van oorlogstaal en sommige Amerikaanse studentenhuizen zelfs actief selecteren op politieke voorkeur. In een advertentie voor een kamer in Los Angeles stond ‘No racists, no homophobes, no Trump supporters!’

Maar er is hoop. Een recent onderzoek van de Stanford-universiteit laat zien dat polarisatie niet overal toeneemt. De onderzoekers keken naar polarisatie in verschillende landen sinds 1975. Ze baseerden zich op enquêtes die stemgerechtigden vroegen hoe positief ze tegenover elk van de partijen in hun land staan. Hieruit rolde een jaarlijkse polarisatie-score per land.

Terwijl de polarisatie-score van Amerika, Canada en Zwitserland langzaam omhoog kroop, nam die van Noorwegen, Zweden en Duitsland juist af. Het Verenigd Koninkrijk jojode op en neer van jaar tot jaar, maar bleef op de lange termijn stabiel. Nederland zat helaas niet in de dataset.

The Economist schreef over dit onderzoek en de mogelijke verklaringen voor de verschillen tussen landen. Het artikel is een aanrader voor iedereen die het vertrouwen in de politiek-maatschappelijke eendracht aan het kwijtraken is.

Ton Elias onthult bananenrepubliek binnen de VVD

NRC Handelsblad

Bart de Koning – Afgelopen maandag maakte Ton Elias zich op de opiniepagina’s van NRC Handelsblad – niet voor het eerst – boos over de fractiediscipline binnen de VVD. Die is de dood in de pot voor de democratie, schreef Elias. Hij kan het weten, want hij mocht naar eigen zeggen bij de vorige verkiezingen niet meer op de kieslijst voor de Kamer omdat hij te eigenzinnig was. Elias gaf het volgende voorbeeld van kadaverdiscipline: ‘Ik maakte mee hoe een wegens declaratiegedrag heengezonden wethouder als lokaal sponsormanager een sponsordiner organiseerde. Aan tafel met lokale ondernemers in een o, zo gezellige setting. De Kamerleden werd gesommeerd daar te verschijnen én een vooraf aangegeven fikse bijdrage te storten. Mitsen en maren werden niet gewaardeerd. Openlijk werd gezegd dat “zeuren” niet bevorderlijk voor de verdere carrière was. Sommigen verzetten zich. Ze zijn geen Kamerlid meer.’

Hier schrijft een prominent VVD-lid dus op de opiniepagina van een landelijke krant dat VVD-Kamerleden hun ambtseed schenden. Ieder Kamerlid legt bij haar of zijn aantreden namelijk de volgende eed af: ‘Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de Staten-Generaal te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof), dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.’

Je zou verwachten dat NRC Handelsblad hier de krant mee zou openen, maar het is al sinds maandag oorverdovend stil. Als we er even vanuit gaan dat Elias dit verhaal niet uit zijn dikke duim heeft gezogen, dan is dit een schokkende onthulling. Binnen de VVD bestaat dus een systeem waarbij Kamerleden moeten betalen aan de partij of een orgaan van de partij om op de kieslijst te komen. Dat doet denken aan de zeer omstreden regeling bij SP, waar politici een fors deel van hun inkomen moeten afdragen aan de partij. Het was al bekend dat de VVD eigen politici laat meebetalen aan campagnes maar dat is een formele regeling, die los staat van de schimmige afpersingspraktijken die Elias schetst. De ultieme ironie van het stuk is natuurlijk dat Elias in een artikel over ‘een lauwe mengelmoes van meegaandheid’ zelf ook niet de moed heeft om namen te noemen: de passage is bewust in lijdende vorm geschreven (‘werd gesommeerd’) zodat we niet weten wie die Kamerleden dan sommeerde. Hoog tijd dat Ton Elias eens wat ruggengraat toont en vertelt welke VVD-ers hun ambtseed schenden en wie hen daartoe dwingt. Anders moet de Rijksrecherche er maar eens induiken.

Redt ‘Leve de lezer!’ de journalistiek?

The New York Review of Books

Joost Ramaer – Vergeet de adverteerder en ga helemaal voor lezers die bereid zijn te betalen voor hoogwaardige en onafhankelijke informatie: dat is de nieuwste strategie waarmee uitgevers van kwaliteitsjournalistiek de teloorgang van de papieren krant te lijf gaan. Zowel traditionele uitgevers – The New York Times kreeg er vorig jaar een miljoen digitale abonnees bij en zit nu inclusief ‘papier’ op 5,25 miljoen abonnees, zo berichtte onlangs NiemanLab – als online vernieuwers: FTM verdrievoudigde in ruwweg drie jaar tijd het aantal betalende leden tot ruim vijftienduizend nu. Nick Kivits, de tech-correspondent van het journalistenforum Villamedia, schreef onlangs een blije column over dit fenomeen, mede gebaseerd op een jaarlijkse studie van het Reuters Institute for the Study of Journalism.

Minder optimistisch is Nicholas Lemann, staff writer van weekblad The New Yorker en hoogleraar aan de Columbia Graduate School of Journalism. Hij juicht de opmars van subscription only-media zeker toe, maar gelooft niet dat die volstaat om goede en onafhankelijke journalistiek in een voldoende brede mate te doen overleven. In een essay in The New York Review of Books, gebaseerd op liefst veertien verschillende boeken en academische papers, legt hij uit waarom.

Om te beginnen vestigt hij de aandacht op een ongemakkelijke waarheid die journalisten zelf liever negeren: kwaliteitsjournalistiek is historisch gezien een uitzondering, bepaald niet de norm. Een oase van een paar decennia, in grofweg twee eeuwen overheerst door roddel- en schandaalkranten, checkbook journalism, en magnaten die hun media misbruiken om bepaalde politici te maken of juist te breken. Zelfs fake news is al zo oud als de pers zelf, zoals Lemann aantoont met een citaat uit 1904.

En er is nog iets ongemakkelijks aan de ‘gouden jaren van de journalistiek’ waaraan de meeste commentatoren tegenwoordig zo weemoedig refereren. Legendarische onthullingen zoals de Pentagon Papers en Watergate, die de journalist hetzelfde maatschappelijk prestige verleenden als de wetenschapper en de topambtenaar, hadden als voedingsbodem… de adverteerder. De opkomst van eerst radio en daarna televisie had al zoveel kranten doen sneuvelen, dat de overlevende titels een monopolie hadden in hun verspreidingsgebied. Adverteerders konden niet om hen heen. Op jacht naar een zo groot mogelijk bereik, en dienovereenkomstig hoge advertentietarieven, hielden dagbladuitgevers hun abonnementen zo goedkoop mogelijk.

Langs die weg klotste het geld een paar decennialang stelselmatig tegen de plinten. Deels stroomden die dukaten naar almaar grotere redacties; de uitgevers deelden immers mee in het groeiende maatschappelijke prestige van hun journalisten. De kwaliteitsjournalistiek uit de ‘gouden jaren’, zo wil Lemann maar zeggen, was een luxe, gedoemd te verdwijnen zodra de dagbladindustrie als geldpers begon op te drogen.

De inkomstenstroom verleggen van de adverteerder naar de lezer ziet hij evenzeer als een luxe, die maar weinig media zich kunnen permitteren. Lemann betwijfelt zelfs of kwaliteitsjournalistiek als op zichzelf staand fenomeen überhaupt enig bedrijfseconomisch bestaansrecht heeft. Hij wijst erop dat ook pioniers van de betere online journalistiek als HuffPost, Buzzfeed en Vice hun redacties inmiddels alweer inkrimpen.

Maar kortstondig en onrendabel zijn nog geen synoniemen voor ongewenst en overbodig. Vandaar dat Lemann zijn essay besluit met een serieuze nadere beschouwing van hét taboe onder journalisten: subsidiëring van hun werk door de overheid. ‘Bijna alle Amerikaanse journalisten,’ schrijft hij, ‘reageren op dit idee met een krachtige instinctieve afkeer. Zeker nu,’ in de tijd van Donald Trump. ‘Maar de ernst van de situatie eist dat wij onze eigen automatische aannames onderwerpen aan een kritische blik.’

Overheidssubsidie kent vele gedaanten. ‘Grote delen van de onafhankelijke waarheidsvinding in de VS worden gefinancierd door de overheid, met redelijk succes, ondanks een enorme kwetsbaarheid voor politieke inmenging.’ Lemann noemt tal van voorbeelden: de centrale bank Federal Reserve ‘heeft veel meer economische onderzoekers in dienst dan enige economiefaculteit,’ de Amerikaanse openbare bibliotheken ‘kunnen vrijelijk alle boeken kopen die ze willen aanbieden,’ en wetenschappelijk onderzoek is nog altijd ‘in overweldigende mate’ afhankelijk van overheidsgeld. Zelfs het klimaatonderzoek dat Trump en zijn aanhangers rode vlekken bezorgt.

‘De journalistiek,’ zo besluit Lemann zijn betoog, ‘is een probleemgeval dat een heel nieuwe set arrangementen vereist, en een nieuwe manier van denken, om de huidige crisis het hoofd te kunnen bieden.’

Piketty bindt de strijd aan met de neoliberale ideologie 

The New Statesman

Peter Hendriks – Thomas Piketty heeft andermaal een vuistdik boekwerk gepubliceerd: Kapitaal en Ideologie. Het Britse blad The New Statesman sprak de invloedrijke Franse econoom. Net als in zijn voorgaande boek, Kapitaal in de 21ste eeuw, staat ook in dit boek ongelijkheid centraal. 

Piketty blijkt geen enkel bezwaar te hebben tegen het drastisch aan banden leggen van kapitaalstromen: ‘Je kunt een fortuin maken in een land door gebruik te maken van het door de staat verzorgde onderwijs en de infrastructuur van het land. Het idee is dat je dan vervolgen het heilige recht hebt, om je fortuin met een druk op de knop weg te sluizen naar elders, waar niemand dat vermogen kan achterhalen. Wat mij betreft is er helemaal niets natuurlijks aan dat proces.’ 

Ook de EU krijgt ervan langs. Piketty waarschuwt dat meer landen uit de EU zullen treden, als de EU niet breekt met het economisch model dat de zeer mobiele sociale groepen bevoordeelt, ten nadele ten van mensen die maatschappelijk op achterstand staan. Al heeft het boek een linkse, anti-neoliberale toon, Piketty verwerpt het marxistische idee dat klassenstrijd de drijvende kracht is achter de wereldgeschiedenis. Hij benadrukt vooral de rol van ideologie bij het in stand houden – of uitdagen – van het kapitalisme. 

Prominente oud-werknemer spreekt zich voorzichtig uit voor het opbreken van Amazon

Vox Recode

Arjan van der Linden − Shel Kaphan, volgens CEO Jeff Bezos de ‘belangrijkste persoon in de geschiedenis van Amazon’, vindt dat het opbreken van het online winkelbedrijf ‘potentieel logisch kan zijn’. Dat meldt de Amerikaanse nieuwssite Vox, die zich baseert op een PBS-documentaire die dinsdag in première gaat. Kaphan was de eerste werknemer die Bezos na de oprichting in 1994 aannam en was in de vijf jaar daarna de tweede man van het bedrijf. Eind vorig jaar sprak een andere voormalige werknemer die een belangrijke rol speelde bij de opbouw van Amazon, Paul Davis, zich ook al uit voor het opbreken van het bedrijf.

Beide oud-medewerkers spreken hun bewondering uit voor de enorme groei die Amazon heeft doorgemaakt, maar maken zich zorgen over de monopoliepositie die het bedrijf inmiddels heeft verworven. Amazon heeft de grootste webshop ter wereld en beschikt daarmee over een enorme berg aan data over consumentenvoorkeuren en -gedrag. Op basis daarvan bepaalt het bedrijf van Bezos welke diensten en producten het zelf wil ontwikkelen en welke nieuwe markten het wil aanboren. Het is voor aanbieders die al in die markten actief waren bijna onmogelijk om met Amazon te concurreren, omdat de gigant verlies kan blijven draaien in die bedrijfstak totdat het gros van de aanbieders failliet is, dan wel bereid hun onderneming aan Amazon te verkopen.

Die ontwikkeling, gecombineerd met verhalen over de slechte manier waarop Amazon omgaat met magazijnmedewerkers en bezorgdheid over privacy, zorgt voor een groeiende maatschappelijke druk op de e-commerce-gigant. Dat geldt om vergelijkbare redenen ook voor drie andere grote Amerikaanse techbedrijven: Google, Apple en Facebook. Het opbreken van deze big four is een van de stokpaardjes van de Democratische presidentskandidaat Elizabeth Warren. Door de monopoliepositie van de tech-bedrijven te breken, ontstaat gezonde concurrentie die ze dwingt betere keuzes te maken, is de redenering. Of dat juridisch mogelijk is, is overigens nog maar de vraag.

Amazon is niet de eerste van de grote vier die publiekelijke kritiek uit eigen gelederen krijgt: meerdere prominente oud-medewerkers hebben zich eerder uitgesproken over het opbreken van Facebook. Zo betoogde mede-oprichter Chris Hughes vorig jaar in de New York Times dat WhatsApp en Instagram van Facebook losgekoppeld moeten worden om weer te gaan fungeren als losstaande bedrijven.

Afrikaanse bosolifanten op de weg

De Correspondent

Ties Joosten – Ik word hier blij van. Redacteur Jesse Frederik van De Correspondent heeft zich verdiept in de CO2-cijfers van het Internationaal Energie Agentschap en stelt terechte vragen bij het toenemende aantal SUV’s. Deze zware auto’s slurpen brandstof en zijn inmiddels verantwoordelijk voor een grotere toename in CO2-uitstoot dan luchtvaart, zeevaart, zware industrie en vrachtwagens. 

Bovendien, en daar word ik bijna nog blijer van, het verhaal is ontzettend grappig opgeschreven. Da's een zeldzaamheid hoor: humoristische klimaatjournalistiek. Een kofferbak waar een baby-bosolifant in past. Een vierkante mega-monstro-SUV. Brandstofslurpende bolides met de luchtweerstand van een giertank. (Lekker Jesse! Nu nog je rijbewijs.)

Onterecht optimisme over de economische impact van het Coronavirus

The Economist

Dennis Mijnheer – De wereld is al weken in de ban van het Coronavirus. Bij de koffieautomaten in Nederland wordt er veelal luchtig over gedaan, maar de wereldwijde ‘sancties’ en de dreigende economische impact ervan zijn ongekend. De officiële teller staat zaterdag 15 februari op 67.091 besmettingen – zie hier de live teller – maar over deze officiële cijfers hangt een ‘statistische mist’, aldus The Economist. Wall Street blijft vooralsnog optimistisch, maar The Economist zet daar vraagtekens bij. Het tijdschrift benoemt de verschillen met het SARS-virus uit 2003. Een daarvan is dat de wereld veel afhankelijker is geworden van China. Zo draagt China inmiddels 16 procent bij het wereldwijde bruto binnenlands product. Ook zijn afnemers van Chinese onderdelen een stuk minder flexibel geworden dankzij just-in-time voorraadbeheer. Ondertussen liggen Chinese fabrieken stil, de export stokt, de kolenconsumptie is een derde minder dan in vergelijkbare periodes, de huizenverkoop is 90 procent gedaald en de consumentenbestedingen staan onder druk vanwege ‘pleinvrees’. Starbucks heeft zelfs de helft van zijn meer dan 4000 koffiezaken in China gesloten.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Redactie

Gevolgd door 567 leden