Follow the Money selecteert

We doken de nationale en internationale pers weer in en zijn gestuit op een aantal opmerkelijke verhalen, zoals de jaarlijkse brief van Blackrock-baas Larry Fink en de necrologie van die andere pionier van het index-beleggen, Jack Bogle van Vanguard. Verder in deze aflevering van Follow the Money Selecteert: de nieuwe president van Brazilië snoeit het regenwoud en Chinezen betalen topprijzen voor Nederlands postduiven. Brexit blijkt voorbestemd om te mislukken en het Europese Parlement wil dat studies naar de gezondheidseffecten van pesticiden openbaar worden. Goed weekend!

‘Rechtse contrarevolutie’ nekt Braziliaans regenwoud

Der Spiegel

Peter Hendriks – Jair Bolsonaro is de nieuwe president van Brazilië. Hij is van een Trumpiaanse rechtsheid, maar dan de Latijns-Amerikaanse variant. Daarbij hoort ook het ontkennen van het verband tussen de uitstoot van CO2 door de mens en de opwarming van het klimaat. Deze politici zien klimaatverandering als niet veel meer dan een natuurlijk schommeling, een autonoom proces waarop de mens geen invloed heeft. Bij president Donald Trump leidde dat idee tot het heropenen van de kolenmijnen en bij Bolsonaro is dat het toestaan van het verder omhakken van het regenwoud, vaak omschreven als de groene longen van de aarde. Het helpt daarbij niet dat de agrarische lobby tijdens zijn verkiezingsstrijd zijn belangrijkste geldschieter was. Die willen meer grond om landbouwproducten te verbouwen.

En de Indianen dan? Die bewonen het regenwoud en hebben sinds 1967 een krachtige overheidsorganisatie genaamd FUNAI, die voor hun belangen en die van hun leefomgeving opkomt. Bolsano vindt dat allemaal onzin en stelt dat de Indianen slachtoffer zijn van linkse milieu NGO’s. De verantwoordelijkheden van FUNAI zijn nu neergelegd bij het ministerie van landbouw van minister Tereza Christina. Als lobbyist van de agrarische sector streed ze voor het opheffen van het gebruik van allerlei gevaarlijke soorten landbouwgif. Dit bezorgde haar de naam de Muze van het Vergif.

Het is allemaal hoogst opmerkelijk en het Duitse weekblad Der Spiegel spreekt van een ‘rechtse contrarevolutie’. De effecten van het verder rooien van het regenwoud kunnen volgens klimaatdeskundigen wereldwijde gevolgen hebben voor het klimaat.

 

De brief van Larry Fink aan de corporate wereld: 'Purpose is niet alleen maar een slogan'

Larry's letter

Eric Smit – Larry Fink, ceo van 's wereld grootste vermogensbeheerder Blackrock, doet het ieder jaar: een brief schrijven naar de directies van de bedrijven waarin het bedrijf een belang heeft. Met een belegd vermogen van meer dan 6 duizend miljard zijn dat er nog al wat. Afgelopen jaar besteedden we op FTM de nodige aandacht aan Blackrock. Niet alleen vanwege de gigantische omvang van de vermogensbeheerder, ook omdat Fink in zijn brieven – die steeds met 'Dear ceo' beginnen – steeds meer een maatschappelijk activisme tentoonspreidt. De Amerikaan spoort managers al jaren aan om de lange termijn serieuzer te nemen en minder gericht te zijn op het behalen van kortetermijnwinsten.

In zijn brief van vorig jaar zwelde dat geluid meer aan. Bedrijven moesten in zijn ogen duurzamer opereren, het klimaat serieuzer nemen en meer rekening houden met alle stakeholders die een onderneming heeft. Managers die zich uitsluitend richten op de belangen van de eigenaren – de aandeelhouders – voldeden in zijn ogen niet langer. Die boodschap is ook dit jaar weer duidelijk hoorbaar. Fink, die zelf ooit aan de wieg stond van het hypotheekproduct dat de wereldeconomie bijna in een peilloze afgrond stortte, benoemt de moeilijke tijden die we wereldwijd doormaken sinds de crisis van 2007/2008. Stagnerende lonen, het effect van technologie op werkgelegenheid, het afbrokkelen van vertrouwen in traditionele instituten – vooral politiek – en het opkomende populisme vormen nogal stevige, uhh, uitdagingen. Hij vraagt de bazen van de bedrijven op te staan en leiderschap te tonen nu de politiek het overal laat afweten en de frustratie voor de gedragingen van corporate bedrijven groeit. Hij heeft het ook over dat ene woord waar onder andere Paul Polman van Unilever al jaren zijn mond vol van heeft: 'purpose'.

Fink: 'Ik schreef vorig jaar dat elk bedrijf een kader nodig heeft om door dit moeilijke landschap te navigeren en dat het moet beginnen met een duidelijke belichaming van de betekenis ('purpose') van uw bedrijf in uw bedrijfsmodel en bedrijfsstrategie. Purpose is niet alleen maar een slogan of marketingcampagne; het is de belangrijkste bestaansreden van een bedrijf - wat het elke dag doet om waarde te creëren voor zijn stakeholders. Purpose betekent niet het eenzijdig streven naar winst, maar de stimulerende kracht om die te behalen.'

En: 'Winst is op geen enkele manier inconsistent met purpose – in feite zijn winst en purpose onlosmakelijk met elkaar verbonden.'

Dat laatste is in de praktijk nog niet echt zichtbaar. Het management van het overgrote merendeel van de beursgenoteerde bedrijven kijkt uitsluitend naar het monetaire rendement want daar worden ze op effectenbeurzen door die ene soort stakeholder - de aandeelhouder - ook op afgerekend. 

Fink verwijst in zijn brief naar de 'millennial-enquete' van Big Four-lid Deloitte. Daaruit blijkt dat deze jongere generatie meer waarde zegt te hechten aan het verbeteren van de samenleving dan aan het genereren van geldelijke winsten. De vraag is nu hoe Blackrock het activisme uit de brieven van zijn ceo meer in de praktijk zal laten gelden. Tot nu toe beleefde de samenleving meer plezier aan zijn woorden dan aan zijn daden.

 

Jack wie? Waarom Nederlanders nota moeten nemen van het overlijden van Jack Bogle

The New York Times

Joost Ramaer – Jack Bogle is afgelopen week overleden, 89 jaar oud. Bogle was de uitvinder van het volksbeleggen, momenteel goed voor een wereldwijd beheerd vermogen van vijf biljoen dollar. Ja, dat lees je goed: vijf biljoen, niet vijf miljard.

‘Jack wie?,’ zo zal de gemiddelde Nederlander niettemin reageren. Wij Nederlanders maken ons namelijk zorgen over onze pensioenen en de stijgende prijzen van huizen en opleidingen voor onze kinderen, en blijven tegelijkertijd hardnekkig honderden miljarden euro’s parkeren op spaarrekeningen bij onze drie brakke grootbanken, tegen een rente van momenteel nul tot 0,17 procent per jaar. Dat is aanzienlijk minder dan de eveneens extreem lage inflatie, en dus diefstal uit eigen portemonnee.

Toch volharden wij in deze slechte gewoonte. Amerikanen sparen niet omdat zij altijd voor zichzelf hebben moeten zorgen, bij gebrek aan een sociaal vangnet. Zij beleggen – in aandelen, obligaties en onroerend goed. Over langere periodes is beleggen goed voor rendementen van gemiddeld 6 procent per jaar. Inclusief de periodieke verliezen die inherent zijn aan beleggen. Dat is ruimschoots meer dan de gemiddelde inflatie over de lange termijn, en oneindig veel meer dan die lachwekkende spaarrente van nu.

Jack Bogle was een Amerikaan die opgroeide toen beleggen nog een soort alchemie leek, een domein voor mystici met orakel-achtige gaven. Zij claimden te kunnen voorspellen welke aandelen en obligaties in waarde zouden stijgen, en hoe lang. Sommige van deze goeroes slaagden er inderdaad in dat een paar jaren achtereen waar te maken. Zij kregen kuddes volgelingen, die enorme fees betaalden om hun geld te laten beleggen door hun favoriete tovenaar. Totdat die onvermijdelijk een keer ongelijk kreeg, en de schijnbaar eeuwig durende rendementen omsloegen in hoogst banale verliezen.

De koersen op de financiële markten laten zich helemaal niet voorspellen, zo toonde de Amerikaanse econoom Burton Malkiel in 1973 aan in zijn beroemde boek A Random Walk Down Wall Street, dat nog steeds wordt herdrukt en waarvan inmiddels anderhalf miljoen exemplaren zijn verkocht. Bogle was de eerste die de lessen van Malkiel vertaalde naar een nieuw product: het indexbeleggen. Hij begon het geld van zijn klanten te investeren in de effecten onder populaire beursgraadmeters als de Dow Jones Industrial of de S&P 500. Precies dezelfde effecten, in precies dezelfde verhoudingen.

Duurbetaalde tovenaars werden daardoor overbodig. Rendementen en verliezen laten zich misschien niet voorspellen. Maar als je de kosten van beleggen zoveel mogelijk reduceert, blijft er vanzelf meer over voor de belegger. Bogle deed nog iets anders om de kosten nog verder te drukken. De Vanguard Group, de indexbelegger die hij in 1976 lanceerde, is eigendom van de klanten, niet van de managers van zijn beleggingsfondsen. Exorbitante bonussen maken daardoor geen kans.

Bogle’s formule bleek zodanig aan te slaan dat Vanguard uitgroeide tot het huidige wereldwijd beheerde vermogen van meer dan vijf biljoen dollar. Vandaag de dag betalen Vanguard-beleggers per jaar gemiddeld 0,11 procent van hun inleg aan kosten. Bij de concurrentie is dat gemiddeld 0,62 procent. Op een investering van een ton scheelt dat na dertig jaar zeventig mille rendement. Dat had ook ingrijpende gevolgen voor Jack Bogle zelf. Edward C. Johnson III, voorzitter van Fidelity Investments, een klassiek beleggingshuis volgens de tovenaarsmethode, is 7,4 miljard dollar waard, aldus Forbes. Hetzelfde rijkeluisblad schat het privévermogen van Jack Bogle op tachtig miljoen dollar.

Wanneer, in godsnaam, verhuizen wij Nederlanders onze honderden miljarden aan spaargeld naar goedkope, veel beter renderende indexbeleggingen?

 

Wat de burger gaat meebetalen aan de verduurzaming van de industrie

Studio Energie

Ties Joosten - Heb jij het resultaat van de onderhandelingen aan de Klimaattafel voor de Industrie gelezen? Niet? Da's begrijpelijk, want het is nogal taaie kost. Maar ja, ondertussen heeft iedereen en z'n moeder er een mening over.

Het kan dan ook geen kwaad om even deze podcast van Studio Energie te luisteren. Manon Janssen, de (onafhankelijke, zo wordt meermaals benadrukt) voorzitter van de Industrietafel komt het akkoord uitleggen. Soms maakt ze zich er vind ik wat makkelijk van af, vooral als het over de CO2-tax gaat. Volgens haar is het geen oplossing, omdat met een CO2-tax nog niet aan CO2-reductie wordt gedaan. Ja dûh. Het hele punt is nu juist dat met een CO2-tax CO2-reductie rendabeler wordt.

Anyway, daar wilde ik het niet over hebben. In de podcast legt ze namelijk ook redelijk begrijpelijk uit wat de industrie gaat betalen - en wat niet. Daarover klinken nogal wat indianenverhalen, dus het leek me zinvol haar uitleg even voor je samen te vatten.

Komt-ie: de industrie heeft als opdracht gekregen om 14,3 megaton CO2 per jaar te besparen. Daartoe moeten allerlei investeringen gedaan worden. Wat dat kost? Daarvan bestaan alleen heul grove schattingen. In totaal zou het tot 2030 ongeveer 9-15 miljard 'kosten'. Die aanhalingstekens staan daar, want tegenover die kosten staan natuurlijk ook baten. Als Shell investeert in efficiëntere productie, dan besparen ze op energiekosten en uitstootrechten. Dat levert geld op. Alleen: dit levert vaak minder geld op dan investeren in andere projecten (nieuwe olie zoeken ofzo). Toch zou de industrie nu toezeggen deze miljarden voor verduurzaming te reserveren.

Dan zijn er nog de investeringen in verduurzaming die zichzelf überhaupt niet terugverdienen, maar die wel nodig zijn om de klimaatdoelen te halen. Om een voorbeeld te geven: een ton CO2 afvangen en onder de grond opslaan (CCS) is anno 2019 simpelweg duurder dan emissierechten kopen om diezelfde ton CO2 in de lucht uit te stoten. Dat verschil wordt de 'onrendabele top' genoemd en de kosten hiervan worden geschat op 1 miljard euro per jaar. Wie gaat dat betalen? Volgens het akkoord van Janssen gaat dit 50/50 verdeeld tussen industrie en overheid. Een half miljard per jaar komt dus van Vadertje Staat, wat bekostigt zou moeten worden vanuit een verruiming van de duurzame energie subsidieregeling.

Maar dan zijn we er nog niet. Dat potje wordt momenteel namelijk voor de helft gevuld met belastingen op het bedrijfsleven, en voor de helft met belastingen op huishoudens. Als aan de structuur van dit subsidiepotje niets verandert, dan wordt straks de helft van de helft van die onrendabele top door burgers opgebracht: circa 250 miljoen euro per jaar. Ik heb nog geen tijd gehad om de nitty-gritty's van dit akkoord uit te pluizen, maar dit is in ieder geval hoe de voorzitter van de Industrietafel het uitlegt. Wat vind jij hiervan?

 

Bontmantels shoppen in Pyongyang

Elsevier Weekblad

Nikki Sterkenburg – In de hoofdstad van het stalinistische Noord-Korea ontstaat voorzichtig een middenklasse, nu Kim Jong-Un economische groei voor alles laat gaan. Noord-Koreanen blijken gewone calculerende burgers. Er is een florerende zwarte handel ontstaan en ambtenaren blijken bereid de andere kant op te kijken zolang er douceurtjes worden verstrekt. In deze reportage in Elsevier Weekblad zie je Noord-Korea van een minder bekende kant.

 

Chinezen betalen honderdduizenden euro’s voor Nederlandse postduiven

RTLZ

Nikki Sterkenburg – Het is bekend dat rijke Chinezen soms van gekkigheid niet weten wat ze met hun miljoenen moeten doen. Zo staat erin Heilan al een replica van de Spaanse rijschool, waar tientallen Nederlands gefokte paarden een show geven. Maar een andere nieuwe hobby van de Chinezen is de aankoop van Belgische en Nederlandse postduiven. In 2017 werd er 400.000 euro neergelegd voor ‘de Ronaldo onder de postduiven’, al is het maar de vraag wat ze ermee kunnen: ‘Je kunt de beste spelers kopen, maar zonder goede coaching ga je niet winnen.’

 

Zo ziet internet eruit in Rusland, China, Cuba en India

The Guardian

Rufus Kain – Het merendeel van de mensen op aarde heeft tegenwoordig internet. Maar dat internet ziet er lang niet overal hetzelfde uit. The Guardian brengt met een knap staaltje visuele journalistiek vier zeer verschillende varianten van het internet in beeld.

Cuba is een fascinerend voorbeeld. Veel Cubanen hebben geen internetverbinding. Daarom brengen jonge ondernemers het internet naar hen, soort van. Je hebt er diensten die wekelijks een harddisk met duizenden uren aan mediacontent langsbrengen voor een paar dollar per week.

Dat China veel westerse sites censureert, is minder verrassend. Maar ook daar speelt iets bijzonders: het land heeft zo’n beetje een heel eigen internet. Neem alleen al Wechat, een mix van Facebook, Whatsapp, Uber en Tikkie, waar bijna heel internettend China op zit. Rusland censureert minder dan China, maar promoot wel lokale platformen. Dat doet het land volgens The Guardian om zoveel mogelijk data van zijn inwoners te bezitten.

En in India is internetgebruik bijna geheel mobiel. Het land telt meer dan 200 miljoen Whatsapp-gebruikers. Veel van hen benutten emoji’s en spraakberichten, want ruim de helft van het land is functioneel analfabeet. De snelle uitwisseling van informatie heeft veel positieve gevolgen, maar net als Europa en de VS kampt India ook met nepnieuws. Eén nepbericht over vreemdelingen die jaagden op lokale kinderen, leidde tot het lynchen van twee mannen. En hoewel de politie heeft gezegd dat de dreiging was verzonnen, blijven sommigen vrezen voor de veiligheid van hun kinderen.

Als je ervanuit gaat dat het gros van de wereldbevolking ongeveer dezelfde digitale ervaringen heeft, lijkt het internet louter een globaliserende kracht. Maar deze voorbeelden laten zien dat internet, in vorm én functionaliteit, samenhangt met politiek-economische omstandigheden. Het beïnvloedt vervolgens hoe mensen de wereld beleven.

 

Europees Parlement wil hervorming toelating pesticide

Euractiv

Vincent Harmsen – In Straatsburg presenteerde afgelopen woensdag de parlementaire onderzoekscommissie PEST, die negen maanden lang onderzoek deed naar hoe bestrijdingsmiddelen worden toegelaten op de Europese markt, haar eindrapport. Dat ging – zoals wel vaker in Staatsburg of Brussel – gepaard met wat lastminute wheeling and dealing, zo bericht Euractiv, een online platform met nieuws over Europese politiek.

De onderzoekscommissie, opgericht begin 2018 in de nasleep van de controverse over onkruidbestrijder glyfosaat, kwam met een pakket aan aanbevelingen. Zo wil het Europees Parlement, dat in grote meerderheid met het rapport instemde, onder meer dat studies naar de gezondheidseffecten van pesticiden in de toekomst openbaar gemaakt gaan worden. Nu nog zijn proefdieronderzoeken bedrijfsgeheim, en worden door de industrie alleen vertrouwelijk gedeeld met toezichthoudende instanties, zoals het Europees voedselagentschap EFSA. Euractiv beschrijft hoe als onderdeel van een politieke deal, de Groenen, die het liefst een verbod hadden gezien op glyfosaat, ermee instemden dat dit laatste buiten het eindrapport bleef. Het rapport roept wel de Europese Commissie op om de studies naar de mogelijke kankerverwekkendheid van de onkruidverdelger – kern van de glyfosaat-controverse – nog eens kritisch onder de loep te nemen.

 

Studeren in het buitenland is slim besluit voor Chinezen

The South China Morning Post

Peter Hendriks – Tot voor kort woonde ik in Leiden. Overal zie je daar groepjes Chinese studenten rondlopen. Wat beweegt hen om te gaan studeren in een totaal andere cultuur? Ze gaan in ieder geval nauwelijks om met andere studenten en in de kroegen zie je ze niet. Hopen ze op een loopbaan in het Westen, of willen ze weer terug? Als ze inderdaad weer terugkeren, heeft die buitenlandse opleiding dan grote voordelen? China heeft tegenwoordig zelf immers ook uitstekende universiteiten. De Hongkongse krant The South China Morning Post dook erin. Het is in ieder geval duidelijk dat studeren in het buitenland geen verkapte emigratie meer is. In 2017 keerde 79 procent terug naar afronding van de studie. In 2007 was dat nog ruim 30 procent en in 1987 maar 5 procent. Terugkeren is blijkbaar interessanter.

Brexit was een tot falen gedoemd utopisch project

The New Statesman

Peter Hendriks – Het Verenigd Koninkrijk zit diep in de ellende. Met het wegstemmen van Theresa May’s overeenkomst is er een onwerkbare situatie ontstaan. Alle opties worden door de meerderheid van het Britse parlement als rampzalig afgeschilderd en niemand is bereid om water bij de wijn te doen. Wat zijn die opties precies? Intrekken van de uitkomst van het referendum. Dat zou echter antidemocratisch zijn. Optie twee is het Noorwegen-model. Dat wil zeggen, zeer nauw geassocieerd met de EU, maar dan moet het VK regels aanvaarden in plaats van ze zelf maken. De derde optie is de ‘no deal’ Brexit, maar die zou grote economische schade veroorzaken. Optie vier is het alsnog aanvaarden van de door May’s uitonderhandelde overeenkomst. George Eaton, de adjunct hoofdredacteur van The New Statesman citeert in deze intelligente analyse een uitspraak van voormalig Brexit-onderhandelaar David Davis uit 2012: ‘Als een democratie haar mening niet meer kan veranderen, houdt ze op een democratie te zijn.’

Redactie
Redactie
Gevolgd door 651 leden