Follow the Money selecteert

    Is kapitalisme-met-een-doel de oplossing voor het stagnerende, eenzijdige aandeelhoudersmodel? Kun je met een ontkenner van klimaatverandering überhaupt een zinvol debat voeren? Voor deze grijze zondag hebben onze redacteuren artikelen uitgekozen die je aan het denken zetten, laten lachen, en ja, misschien ook boos maken. Vandaag duiken we onder meer in de Amsterdamse Zuidas, reizen af naar Denemarken en stranden we in de krochten van de virtuele wereld van Fortnite.

    Moet je in debat gaan met ontkenners van klimaatverandering?

    Sargasso

    Ties Joosten – ‘Au, nee, mijn ogen, ik wil het niet zien,’ dacht ik, toen ik verschillende mensen in mijn filterbubbel dit verhaal van De Telegraaf zag retweeten. Sinds ik over klimaatverandering schrijf, kamp ik met het dilemma: ga ik de discussie aan met ontkenners van klimaatverandering? Vrijwel altijd kies ik ervoor de quatsch te negeren. Wat bereik ik, als ik uren investeer om uitgebreid en inhoudelijk uit te leggen waarom uitspraken van Thierry of Geert onzinnig zijn? Liever schrijf ik voor mensen die er met mij van overtuigd zijn dat klimaatverandering een probleem is waarvoor we samen een oplossing moeten zoeken. 

    Toch kies ik vandaag voor een andere benadering, en wil ik je graag wijzen op dit stuk van Sargasso. Zij hebben van iedere ondertekenaar van dat Telegraaf-manifest onderzocht of ze een beetje verstand hebben van klimaatverandering. No surprise: dat hebben ze niet. Niks. Noppes. Nada. Voor het grootste deel zijn het pensionado’s met laatste spotlight-drang. 

    En nu? Helpt het iets dat je dit nu weet? Heb ik bijgedragen aan het debat over klimaatverandering, door te wijzen op dat stuk van Sargasso? Heeft het iemand overtuigd? Wat ik je eigenlijk vragen wil: moet ik meer of minder het debat aangaan met mensen die ontkennen dat het klimaat verandert?

    Het nieuwe paradigma van het grootbedrijf: ‘purpose’

    Financial Times en The Nation

    Eric Smit – ‘Purpose’ is sinds de crisis van 2008 een nieuwe trend in het internationale corporate bedrijfsleven. Het eendimensionale aandeelhouderskapitalisme dat louter gericht is op het maximaliseren van winsten van de eigenaren van de bedrijven, zou vervangen moeten worden door een kapitalisme waarbij klanten, werknemers, klimaat, omgeving en andere zogenoemde ‘stakeholders’ in de rekensom worden meegenomen. Althans, zo denken steeds grotere groepen mensen, vooral jongeren, de zogeheten millennials. En zo lijken ook steeds meer bestuurders van grote bedrijven te denken. De vraag is alleen of het die laatste groep wel menens is. Twee lange essays – een uit The Nation, de ander uit de Financial Times – behandelen dit onderwerp uitvoerig.

    De Financial Times trapt af met een anekdote uit het begin van de jaren zeventig: een pensioenfonds verkocht zijn investering in telecomgigant ITT tegen een verlies, omdat het bedrijf een politieke campagne had gesponsord. Dat was tegen de morele beginselen van het pensioenfonds, maar die konden destijds een verslaggever van FT weinig bekoren. Vermogensbeheerders moesten zich bezig houden met geld verdienen, niet met subjectieve persoonlijke oordelen. In dat commentaar klonken de toen nog niet zo bekende woorden door van de peetvader van het moderne aandeelhouderskapitalisme: econoom Milton Friedman. Volgens Friedman behoorde een bedrijf naar niets anders dan winst te streven. Elk ander doel zou niets anders dan ‘puur en onvervalst socialisme’ inhouden.

    Het najagen van winsten leidde de laatste 50 jaar inderdaad tot ongeëvenaarde rendementen voor aandeelhouders en de managers van de bedrijven. De andere ‘stakeholders’, en de samenleving als geheel, kwamen er vaak bekaaid vanaf. Corporates betalen structureel minder belasting, kopen met de overwinsten eigen aandelen in, investeren minder, vervuilen erger en intussen neemt de ongelijkheid tussen de eigenaren en de buitenwereld toe. Tien jaar na de financiële crisis neemt het wantrouwen tegen dit systeem steeds grotere vormen aan, stelt FT vast. 

    Langzamerhand lijkt zich ook binnen het bedrijfsleven een nieuwe kijk op de wereld te ontwikkelen. Een die uitgaat van een echt doel (purpose), die inclusief is en vanzelfsprekend duurzaam. De brief die Larry Fink, oprichter en grote baas van megabelegger BlackRock, vorig jaar naar alle ceo’s van de bedrijven uit zijn gigantische beleggingsportefeuille stuurde, is een mijlpaal. Fink liet de topmannen en -vrouwen weten dat bedrijven naast financiële prestaties ook andere – sociale – doelen dienen te omarmen. Naast Fink wordt Paul Polman als ‘posterboy’ van deze purpose-trend in het corporate bedrijfsleven opgevoerd. De krant vraagt zich alleen af of grote westerse ondernemingen werkelijk in staat zullen zijn een meer inclusieve vorm van kapitalisme te omarmen, als de ceo’s van Amerikaanse multinationals zichzelf 168 keer meer uitbetalen dan een gemiddelde werknemer en tegelijkertijd de concurrentie uit het Verre Oosten lak aan heeft aan purpose. FT denkt niettemin dat verlichte kapitalisten de beste hoop bieden op een betere wereld.

    Die hoop boort de Nederlandse Maria Hengeveld in haar essay voor het zichzelf progressief noemende The Nation al snel de grond in. De kop laat geen enkele twijfel bestaan over de conclusie van haar genadeloze, en tevens vermakelijke betoog: de omarming van de corporate wereld van ‘purpose’ is niets meer dan ‘oplichterij’.  

    Haar essay begint met het bezoek aan een ‘Business fights poverty’-conferentie, waar deelnemers een kaartje aan een riempje omgehangen krijgen. Ze moet op dat kaartje het ‘doel’ beschrijven dat haar drijft en de ‘mensen’ opsommen die ze nodig heeft om dat doel te verwezenlijken. En daar gaat het dus al meteen mis. Met de in Davos gebakken clichés, die doortrokken zijn van een op ‘TED geïnspireerd evangelie’ illustreerde de conferentie vooral het ‘corporate credo dat innovatieve marktoplossingen en barmhartige miljonairs de economische ongelijkheid kunnen en moeten oplossen’. Met veel verwijzingen naar andere bronnen komt Hengeveld tot een heel andere conclusie: ‘In tegenstelling tot het beweerde doel, gaat het niet om verandering teweeg brengen. Het gaat erom dat elke verandering binnen de strak omlijnde comfortzone van ’s werelds meest krachtige leidinggevenden blijft.’

    Hengeveld verkeert in de gelukkige omstandigheid aan een van de duurste universiteiten ter wereld – Cambridge – te promoveren. Ze vertelt hoe grote bedrijven daar op verschillende manieren bezig zijn om millennial-talent te paaien. Met een essaywedstrijd bijvoorbeeld, die als thema ‘Capital for purpose’ heeft. Of neem zakenbank Morgan Stanley, die folders verspreidt met daarin iets over haar (vermeende) impact in ‘communities’. Maar millennials laten zich niet zo makkelijk voor de gek houden. Ze zien snel genoeg dat veel corporates slechte, onethische producten en diensten leveren, omdat ze simpelweg niets anders willen dan zo veel mogelijk geld verdienen.

    In het artikel hakt de schrijfster ook langdurig in op purpose-priester Paul Polman. In het buitenland wordt hij nog vaak bewonderd, maar Hengeveld maakt haar Engelstalige lezers gedetailleerd duidelijk welke omstreden rol de Unilever-ceo speelde bij de poging om in Nederland de dividendbelasting af te schaffen. Polman zette zijn invloed vol in om ten koste van de Nederlandse gemeenschap een particulier voordeel te bemachtigen voor zijn aandeelhouders. Polman staat daarmee model voor de ‘purpose-oplichting’ door het grootbedrijf. ‘Als een egoïstische bedrijfsfantasie is het doelparadigma ontworpen om vertrouwen te winnen dat niet verdiend is, macht te bestendigen die niet legitiem is, en een gebrek aan overheidstoezicht te behouden waaronder bedrijven met elkaar concurreren om winst.’

    Hoe de Zuidas de arena van de topadvocatuur werd

    NRC Handelsblad

    Charlotte Bouwman – Bij FTM richten we ons vaak op de bankierswereld. Maar een minstens zo interessante beroepsgroep is de topadvocatuur, die vooral zetelt op de Zuidas in Amsterdam. NRC publiceert dit weekend een special van maar liefst zeventien pagina’s, die in zijn geheel een aanrader is. Het eerste stuk, ‘Hoe de Zuidas de Zuidas werd’, is een goed startpunt voor wie niet zo thuis is in dit wereldje. Het gaat over de plotselinge opkomst van de Zuidas en de pikorde tussen de verschillende kantoren. 

    Het artikel beschrijft de opkomst van de Zuidas zoals wij die nu kennen: hoe dat stukje aan de zuidkant van de Amsterdamse A10 zich in korte tijd ontwikkelde, hoe het weiland met voetbalvelden werd volgebouwd met hoge kantoortorens en de advocatuur in omvang verviervoudigde. Maar terwijl de top floreert, is de rechtspraak voor de gewone burger steeds ontoegankelijker geworden. De special geeft een fijne inkijk in een voor velen onbekend, maar intrigerend circuit. Het is een wereld op zich, die maar weinig wordt gecontroleerd.

    De Chinese overheid stuurt dissidenten tegenwoordig op snoepreisjes

    The New Yorker

    Luuk van der Sterren – Een taalkundig fenomeen dat je misschien gemist hebt als je – net als ik – geen Chinees spreekt, is het gebruik van het woordje bei (被). Als zelfstandig naamwoord kun je het vertalen als ‘deken’ of ‘sprei’; wanneer je het als werkwoord gebruikt, betekent het ‘bedekken’ of ‘dragen’.

    Maar dat is niet de reden dat Chinese internetgebruikers bei in 2009 uitriepen tot karakter van het jaar. Dat was vanwege de ironische betekenis die het draagt wanneer je het als voorzetsel gebruikt: ‘te worden’. Als in ‘te worden gevrijwilligd’ – wanneer de overheid je dwingt tot vrijwilligerswerk. ‘Te worden geharmoniseerd’: als jij en je uitlatingen van het Chinese internet verdwijnen. Als je gedwongen wordt opgenomen in een psychiatrische inrichting, word je ‘gegeestesziekt’. Word je vermoord, maar doet de regering het lijken alsof je zelfmoord hebt gepleegd? Dan ben je ‘gezelfmoord’.

    In de afgelopen jaren is een nieuwe term aan dit lijstje toegevoegd: bei lüyou, ‘te worden getoerist’. Dat overkomt je wanneer je bewegingsvrijheid even niet gewenst is, bijvoorbeeld vanwege een internationaal topoverleg, maar je in het buitenland te bekend bent om zomaar in de cel te worden gegooid. De oplossing: een geheel verzorgde (en geheel verplichte) vakantie naar bijvoorbeeld een tropisch eiland in de Zuid-Chinese zee, of naar de steppen van Binnen-Mongolië.

    Democratie-activist Zha Jianguo is zo’n ongewenste element. Sinds zijn vrijlating in 2008 wordt hij permanent in de gaten gehouden en om de zoveel tijd ‘getoerist’. Zijn zus Zha Jianying schreef er voor de New Yorker dit fascinerende verhaal over.

    De roestige denkbeelden van topbankier Josef Ackermann

    Financial Times

    Thomas Bollen – Josef Ackermann is een zwaargewicht in de haute finance. De zeventigjarige Zwitser is in de nadagen van zijn carrière voorzitter van de Bank of Cyprus. Hij stond voor, tijdens en na de kredietcrisis aan het roer van Deutsche Bank. Andere mensen uit het senior management van Deutsche Bank uitten vorig jaar stevige kritiek op Ackermann, omdat hij de problemen bij de bank niet adequaat heeft aangepakt direct na de crisis. Deutsche Bank verkeert nog altijd in zwaar weer als gevolg van Ackermanns beleid. Hij heeft achteraf toegegeven enkele fouten te hebben gemaakt, maar houdt nog altijd vol dat die ‘relatief beperkt’ waren.

    Ackermann schreef deze week in de zakenkrant Financial Times een opiniestuk over de Europese bankensector. Zijn analyse van de situatie waarin de sector verkeert is adequaat. Hij benoemt de kern van de problematiek: ‘Europese overheden lieten de structuur van de bancaire sector min of meer intact na de financiële crisis. [..] De gevaarlijke verknoping van risico’s voor landen en banken is nog altijd intact.’ Hij erkent dat het ongezond is dat het lot van Europese landen is verweven met het welvaren van de Europese banken. Ackermann houdt een steekhoudend pleidooi voor meer financiering via kapitaalmarkten in plaats van bankleningen, maar vervalt vervolgens in het aloude bankiersadagium: verdere integratie is de oplossing. De salarissen moeten omhoog, er moeten minder regels komen en banken moeten nog groter worden. Hij onderbouwt op geen enkele wijze hoe de Europese problemen daarmee zouden verminderen, maar geeft met zijn verhaal een inkijk in de typische denkbeelden van de topbankiers die nog altijd de scepter zwaaien in het Europese bankwezen.

    Zijn social media echt zo slecht voor je?

    Trouw

    Bart Nietveld – Elk jaar gaan we het nieuwe jaar in met goede voornemens: meer sporten, gezonder eten of stoppen met roken. Om me heen heb ik dit jaar opvallend vaak een nieuw voornemen gehoord: mijn smartphone minder gebruiken. Begrijpelijk: die dingen zijn niet meer weg te denken uit ons moderne westerse leven, we staan ermee op en gaan ermee naar bed. Door hun groeiende invloed op ons dagelijkse leven komen ze automatisch vaker ter discussie te staan. En als er problemen ontstaan – bijvoorbeeld bij de generatie die zich geen leven zonder smartphone kan voorstellen – krijgt het apparaat vaak de schuld.

    Lange tijd nam men bijvoorbeeld aan dat slaap- en psychische problemen het gevolg kunnen zijn van overmatig gebruik van sociale media. Maar dat verband is helemaal niet zeker, ontdekten wetenschappers van de Universiteit Tilburg. In eerdere onderzoeken werden bestaande slaap- en psychische problemen niet meegewogen. waardoor er een verband zichtbaar leek. Hun opvallende bevinding is dat er aanwijzigingen zijn voor precies het omgekeerde: wie psychische problemen of slaapproblemen heeft, gaat vaker sociale media gebruiken.

    Belangen burgers in het geding

    De Volkskrant

    Liset Hamming – Het waren geen makkelijke ­jaren voor Frits Bakker (63), scheidend voorzitter van de Raad voor de rechtspraak. De Raad is in 2002 opgericht als ‘buffer’ tussen de gerechten – rechtbanken, gerechtshoven, Hoge Raad – en de politiek. Toen Bakker in 2013 voorzitter werd, moest er 85 miljoen euro worden bezuinigd, terwijl tijdens Bakkers ‘rondje door het land’ een rechter al ‘in tranen was’ over de werkdruk. En de gerechten moesten digitaliseren, mee met de tijd. Bakker besloot om niet alleen de gerechtelijke procedures te digitaliseren maar ook het papierwerk van rechters en officieren van justitie te automatiseren. Dit liep in vijf jaar tijd op van 7 tot 200 miljoen euro, en mislukte. ‘Toen heb ik een ongelofelijk slechte dag gehad.’

    Komen door de ‘financiële problematiek’ de belangen van burgers in het geding? De werkdruk is hoog, de griffierechten zijn dat ook. ‘Wij proberen in de rechtspraak zo goed mogelijk een bijdrage te leveren aan de handhaving van onze democratische rechtsstaat. Maar in diezelfde democratische rechtsstaat is het nou eenmaal wel zo dat wij op de begroting van Justitie en Veiligheid staan.’

    Deense dwang 

    Elsevier Weekblad

    Nikki Sterkenburg – Denemarken, als land toch een voorvechter van progressiviteit, heeft een ambitieus en snoeihard plan opgesteld om getto’s en parallelle samenlevingen tegen te gaan. Niet alleen hanteren de Denen een zeer restrictief asielbeleid, er wordt ook nagedacht over allerlei manieren om mensen gedwongen te laten integreren – bijvoorbeeld door migrantenkinderen verplicht vijf dagen per week naar de kinderopvang te sturen. 

    Hun grootste dilemma: hoe ‘illiberaal’ mag een land zijn in zijn streven naar het veranderen van demografische en sociaal-economische statistieken? Elsevier Weekblad ging op reportage in een verscheurd land dat streeft naar een monoculturele samenleving, mét steun van de progressieven. 

    Game-ontwikkelaar aangeklaagd om een gestolen dansje

    The Wall Street Journal

    Rufus Kain – Wanneer zijn danspasjes auteursrechtelijk beschermd? In de VS speelt die vraag momenteel vanwege een rechtszaak tussen de New Yorkse rapper 2 Milly en Epic Games, het bedrijf achter de videogame Fortnite. 2 Milly stelt dat een van de dansmoves die spelers in dat spel kunnen kopen, door hem is bedacht. Fortnite zou ook andere beroemde dansmoves (met name van Afro-Amerikaanse bekendheden) zonder hun toestemming gebruiken; onder meer moves van rapper Snoop Dogg en het Fresh Prince of Bel-Air-personage Carlton. Volgens 2 Milly mag dit niet zonder toestemming, dus heeft hij Epic aangeklaagd.

    De Amerikaanse auteurswet van 1976 stelt inderdaad dat er auteursrecht rust op choreografieën. Echter, vorig jaar stelde het Amerikaanse auteursrechtenbureau dat dit niet geldt voor korte dansjes van slechts een paar bewegingen (zoals de meeste dansjes in Fortnite). Maar rechters zijn dan weer niet verplicht mee te gaan in de gedachtengang van het bureau.

    De uitkomst van de rechtszaak is dus onzeker. Desondanks is dit opnieuw een voorbeeld hoe digitale media het auteursrecht continu onder druk zetten. Game-ontwikkelaars, maar ook andere techbedrijven (van YouTube tot TikTok), initiëren en faciliteren een remix-cultuur waar iedereen voortbouwt op andermans werk. In zekere zin is dit niet meer dan een uitvergroting van wat in het analoge tijdperk al gebeurde (Shakespeare’s Romeo en Julia is ook maar een remix van Ovidius’ Pyramus et Thisbe), maar door achterhaalde wetgeving is het onduidelijk waar de grens ligt en wanneer opbrengsten eerlijk worden verdeeld. 

    Heb je geen idee om wat voor danspas het gaat? De onderstaande videoclip geeft een indruk. Ook vertelt rapper 2 Milly erin waarom hij zo boos is.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Redactie

    Gevolgd door 175 leden

    Volg Redactie
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren