Het kantoor van NautaDutilh op de Zuidas.

Het kantoor van NautaDutilh op de Zuidas. © Berlinda van Dam / Hollandse Hoogte

Advocatuur onder vuur: hoe integer zijn de fraudeonderzoeken van Zuidas-kantoren?

De toezichthouder op de advocatuur onderzoekt of grote Zuidas-kantoren bij fraudeonderzoeken wel integer hebben gehandeld. Ondertussen probeert Zuidas-kantoor NautaDutilh te voorkomen dat betrokkenen bij een dergelijk rapport voor de rechter moeten getuigen.

Jan Loorbach heeft er, gezien zijn gezichtsuitdrukking, geen zin in. De boomlange nestor van advocatenkantoor NautaDutilh zit haast dubbelgevouwen in het krappe stoeltje van de rechtbank in Rotterdam. ‘Het is een zware aantijging dat Baker Tilly en NautaDutilh een gezamenlijke inspanning hebben geleverd tot een containmentstrategie’, bromt Loorbach. En, voegt hij er aan toe: ‘een ongeloofwaardige stelling.’ 

Het is woensdag 22 september en de vertegenwoordigers van het gerenommeerde Zuidas-kantoor NautaDutilh kruisen de degens met de verdediging van behangondernemer Coen Klawer. Het twistpunt: heeft NautaDutilh in zijn onderzoek naar een illegale belastingconstructie, Klawer er ten onrechte van beschuldigd deze zogeheten ‘Cyprus-route’ zelf voor zijn bedrijf Spits Wallcoverings te hebben opgetuigd — terwijl de constructie in werkelijkheid door Nauta’s cliënt Baker Tilly aan de behangondernemer was geadviseerd?

Over deze zaak

Het komt niet vaak voor dat het OM een behangondernemer ervan verdenkt het brein te zijn achter een illegale belastingconstructie. Toch overkwam het Coen Klawer met zijn bedrijf Spits Wallcoverings. 

De achtergrond: begin 2007 had Baker Tilly-fiscalist Jan Swinkels de constructie, bestaande uit onder meer Cypriotische trusts en brievenbusfirma's op de Britse Maagdeneilanden, voor Klawer opgezet. Via allerhande trucs werd de belastbare winst van Klawers bedrijf afgeroomd; Klawer kreeg het ‘bespaarde’ geld vervolgens via een omweg terug op een privérekening.

Swinkels, die door zijn collega’s werd gezien als ‘autoriteit op het gebied van internationaal belastingrecht’, was in 2004 bij Baker Tilly terechtgekomen en had daar deze zogeheten ‘Cyprus-route’ geïntroduceerd. Tegen 2007 adviseerde Baker Tilly de constructie aan meerdere mkb'ers die hun belastingdruk wilden verlagen.

De Belastingdienst kwam de constructie op het spoor en kwalificeerde deze als belastingontduiking. Baker Tilly gaf daarop zijn huisadvocaat NautaDutilh de opdracht om een onderzoeksrapport op te stellen naar de Cyprus-route.

Volgens het rapport (geschreven door NautaDutilh’s onderzoekers Leon Wijsman en Joost Italianer) was behoudens een enkele laaggeplaatste fiscalist verder niemand bij Baker Tilly betrokken bij de Cyprus-route. Daarom kwamen Wijsman en Italianer tot de conclusie dat het niet anders kon zijn dat de behangondernemer zelf met het idee op de proppen was gekomen.

 Het OM stelde op basis van het rapport een vervolging tegen Klawer in. Later bleek dat rapport echter cruciale omissies en onjuistheden te bevatten. Zo beperkte de omvang van het onderzoek zich uitsluitend tot het dossier van Klawer en was er geen sprake van hoor en wederhoor. Het onderzoeksteam van NautaDutilh, heeft niet met Klawer gesproken. 

De advocaten van Klawer beweren dat het onderzoeksrapport een onderdeel is van een containmentstrategie. De hypothese: Baker Tilly adviseerde stelselmatig dit soort structuren, en probeert het dossier van Spits Wallcoverings als een incident af te doen. Klawer: ‘Zoveel “specialisten” die actief bij dit dossier betrokken zijn geweest, en dan zou ik als mkb-ondernemer dit zelf allemaal bedacht hebben. Dit lijkt wel de Fabeltjeskrant.’

Lees verder Inklappen

Het conflict, dat Follow the Money op 4 juni reconstrueerde, speelt al jaren. Nu wil het team van Klawer graag dat de rechter medewerkers van Baker Tilly toewijst als getuigen. Die zouden kunnen vertellen hoe de vork in de steel zit, en of er onrechtmatig is gehandeld. 

Maar daar voelt NautaDutilh helemaal niets voor. ‘Op de lijst staan alleen maar mensen van Baker Tilly, dat heeft niets met NautaDutilh te maken’, zegt Walter Hendriksen ter zitting. De advocaat in dienst van Van Doorne staat zijn vakbroeders van de Zuidas bij in deze zaak. Klawers advocaat Jaap Stikkelbroeck is het met Hendriksen oneens: ‘Het is niet uitgesloten dat er mensen van Baker Tilly onder ede iets anders verklaren dan wat er in het onderzoeksrapport van NautaDutilh staat.’

Hendriksen houdt vol: hij vindt het horen van getuigen overbodig. ‘Het legt beslag op de rechtbank, mij en NautaDutilh en dat vind ik onwenselijk.’ Jan Loorbach vult zijn raadsman aan, en doet daarbij een opmerkelijke ontboezeming: ‘de Amsterdamse deken is bezig met het indienen van een gecombineerd dekenbezwaar. Er ligt al een concept-dekenbezwaar klaar.’

De woorden van Loorbach zorgen voor reuring in de rechtszaal. Een toezichthouder — in dit geval de Amsterdamse Deken van Advocaten, Evert-Jan Henrichs — die de interne fraudeonderzoeken van de chique kantoren op de korrel neemt, dat is nieuws.

Klawers zaak is niet het enige hoofdpijndossier

Advocaten die fraudeonderzoeken verrichten bij hun verdachte cliënten liggen al langer onder vuur. Uiteraard kan een van fraude verdacht bedrijf zijn advocaat vragen mogelijke interne misstanden en strafbare feiten te onderzoeken. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Openbaar Ministerie zijn advocaten geen onpartijdige onderzoekers: zij dienen het belang van hun cliënt. Toch worden dit soort onderzoeken met regelmaat bestempeld als ‘onafhankelijk’, terwijl verschillende voorbeelden het tegendeel bewijzen.

Henrichs wil desgevraagd niet reageren op vragen over het mogelijke dekenbezwaar. De toezichthouder beroept zich op zijn geheimhoudingsplicht. Wel zegt hij dat het mogelijk is dat ‘op zichzelf staande zaken betrekking kunnen hebben op dezelfde onderwerpen, en daarom in een bundeltje kunnen worden voorgelegd aan de Raad van Discipline.’

‘Gecombineerd dekenbezwaar’

Een deken is als toezichthouder verantwoordelijk voor de naleving van regels door advocaten. Het zwaarste en laatste middel dat de deken ter beschikking staat is het zogeheten dekenbezwaar. Volgens de ‘Handreiking toezicht en handhaving advocatuur’ gaat het dan om ernstige overtredingen. Recidive is een een belangrijk criterium om te bepalen of het indienen van een dekenbezwaar wenselijk is. Dat wil zeggen: als een advocaat vaker dezelfde soort overtredingen begaat, dan zal de deken eerder reden zien om naar de tuchtrechter te stappen. 

‘Een dekenbezwaar voorbereiden kan redelijk veel tijd kosten en moet uiteraard zorgvuldig gebeuren. Dekens zullen niet voor ieder wissewasje naar de tuchtrechter stappen, dus het zal wel om iets serieus moeten gaan’, zegt tuchtrechtadvocaat Robert Sanders van De Clercq Advocaten. Hij promoveerde op het disciplineren van advocaten door de tuchtrechter. ‘Met het indienen van een “gecombineerd” dekenbezwaar zou de deken een principiële beslissing van de tuchtrechter kunnen uitlokken, die duidelijk kan maken waar gedragsrechtelijk de grenzen liggen.’

Klawers zaak is niet het enige hoofdpijndossier in NautaDutilhs florerende fraude-onderzoekspraktijk. In februari 2017 maakte het tv-programma Zembla een uitzending over een dubieuze aanbesteding van de Belastingdienst aan Accenture. Het Ministerie van Financiën gaf opdracht aan NautaDutilh de zaak te onderzoeken; het advocatenkantoor factureeerde 1,2 miljoen euro voor de klus. Tegenover Zembla uitten anonieme bronnen eind 2017 echter stevige kritiek: deelname aan het onderzoek was vrijwillig, waardoor de hoofdrolspelers in de aanbestedingsaffaire ervoor kozen zich te onthouden van enige verantwoording. Eén bron zei tegen Zembla dat Accenture in het onderzoeksrapport ‘overal mee weg kwam’.

‘Het onderzoek is uitgevoerd naar de regels van de kunst’

Nu is Evert-Jan Henrichs, de Amsterdamse deken, klaarblijkelijk bezig met het voorleggen van meerdere fraudeonderzoeken aan de Raad van Discipline wegens ernstige overtredingen.

Opmerkelijk is dat Henrichs al sinds 1990 verbonden is aan De Brauw Blackstone Westbroek, de marktleider van advocatuurlijke fraude-onderzoeken. Als hij meerdere omstreden fraudeonderzoeken gaat voorleggen aan de tuchtrechter, zou daar ook een geval van zijn kantoor bij kunnen zitten. 

Net als bij NautaDutilh, is de fraude-onderzoekspraktijk van De Brauw immers niet vrij van controverses. Er zijn twijfels over de integriteit bij onderzoeken naar de NS-aanbestedingsfraude, de steekpenningenaffaire van SBM Offshore, en het faillissement van Imtech.

Nog een ander probleem, ditmaal voor de hele markt van fraude-onderzoekende advocaten, is dat de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) in een officieel standpunt stelt dat een advocaat geen misverstand mag laten bestaan over zijn partijdigheid. Anders gezegd: als hun cliënt ze opdraagt onderzoek te doen naar fraude, zijn advocaten volgens de NOvA geen onafhankelijk onderzoekers, maar partijdige belangenbehartigers.

Wat de deken gaat doen, wordt binnenkort duidelijk. Ondertussen maken de partijen in de Rotterdamse rechtbank zich op voor de volgende slag in hun juridische strijd. Op 3 november beslist de rechter of Coen Klawer zijn zin krijgt en de betrokken medewerkers van Baker Tilly mag verhoren. NautaDutilh’s raadsman Hendriksen ziet de uitkomst hoe dan ook met vertrouwen tegemoet: ‘Het onderzoek is uitgevoerd naar de regels van de kunst.’