De 'Food Valley' van Wageningen moet beter gevoed worden

2 Connecties
5 Bijdragen

De universiteit van Wageningen is leidend in de agrofoodsector, maar startups die de sector op zijn kop zetten blijven uit. ‘Het geld bij investeringsfondsen klotst tegen de plinten, maar niemand steekt een euro in de opstartfase van een innovatief idee.’ De grond is vruchtbaar, maar er zijn invloeden van buitenaf nodig om er iets spannends te laten bloeien.

'Nederland omtoveren tot de Europese variant van Sillicon Valley,' dat was de ambitie van StartupDelta toen het samenwerkingsverband met die naam tussen de overheid, kennisinstellingen en het bedrijfsleven begin 2015 van start ging. Die drie moeten samenwerken om het ondernemersklimaat te laten floreren. Ontbreekt een onderdeel? Dan werkt niets meer. Vandaar dat initiatieven rondom startups vaak ‘ecosystemen’ worden genoemd. De omgeving van Wageningen is één van die ecosystemen in Nederland en heeft de toepasselijke naam Food Valley.

Overigens is die ambitie bijgesteld naar een plaats in de top drie, omdat is gebleken dat Londen en Berlijn met hun succesvolle ecosystemen nauwelijks meer in te halen zijn. Oud EU-Commissaris Neelie Kroes ‘trekt de kar’ tot en met deze zomer. Volgens haar is Wageningen leading in de wereld als het op kennis in de agrofoodsector aankomt. Maar waar blijft dan de Google of de Apple ‘made in Wageningen’ in deze sector?

Maar waar blijft dan de Google of de Apple ‘made in Wageningen’ in deze sector?

‘Veel mensen vragen zich dat af,’ vertelt Jan Meiling, managing director van Startlife. Startlife is een samenwerking van overheden en de WUR. De stichting beheert een fonds met een omvang van ongeveer vijf miljoen euro voor de periode van 2010 tot en met 2016. ‘Een puzzelstukje,’ noemt Meiling het. Een ander belangrijk onderdeel van Startlife is het ‘centre for entrepreneurship.’ Deze tak beheert nog eens ongeveer vijf miljoen euro waarmee onder andere trainingen en cursussen worden gefinancierd.

De provincie Gelderland en het ministerie van Economische Zaken zijn de hoofdsponsors met respectievelijk 3,8 en 3,3 miljoen euro aan bijdragen. De enige private investeerder is Kadans, een vastgoedinvesteerder gespecialiseerd in het leveren van onderzoeksfaciliteiten. ‘Zij stellen de ruimtes beschikbaar waar wij bijvoorbeeld in zitten. Ze hopen dat de succesvolle startups uiteindelijk een ruimte bij hen gaan huren.’ Het doel van Startlife is om startups die nog in de kinderschoenen staan te voorzien van zachte leningen; bedragen tot 85.000 euro die stapsgewijs worden uitgekeerd aan ondernemers met een innovatief idee en een link naar de Food Valley hebben. Het geld is bedoeld om te helpen met de eerste fase, het samenstellen van een team en het oprichten van een BV. ‘De leningen hebben een percentage van vier procent, veel lager in vergelijking met banken die een percentage van rond de 14 procent hanteren bij dit soort risicovolle ondernemingen. Daarnaast bieden wij een kwijtscheldingsclausule bij een faillissement en de ondernemer kan aantonen dat hij of zij veel moeite heeft gedaan.’

Eerste levensfase

Naast het verstrekken van leningen heeft Startlife de taak om ondernemerschap te promoten. Dat gebeurt door het geven van cursussen en trainingen. Maar ook door ondernemers met elkaar in contact te brengen.

 ‘Het geld klotst tegen de plinten. Er is echt genoeg geld, maar dat is allemaal risicomijdend'

Startlife heeft inmiddels honderdvijftig bedrijfjes begeleid waarvan de helft voorzien van zachte leningen. Broodnodige investeringen volgens Meiling. ‘Een bank gaat geen euro in een innovatief idee steken.’ Hij stelt dat er een enorm tekort is aan vroege fase financiering, het kapitaal om startups van het tekenbord naar een echte onderneming te transformeren. ‘Het venture capital klotst tegen de plinten. Er is echt genoeg geld, maar dat is allemaal risicomijdend geld. Geen enkel groot bedrijf of fonds durft zijn geld in een onderneming te steken op het moment dat het risico het grootst en het rendement te laag is. Onze taak is om juist risico’s te nemen.’

En dus worden veel innovatieve ondernemingen in de Food Valley in de eerste levensfase gefinancierd met publiek geld van Startlife. Meiling is niet bang om zijn investeringen te verantwoorden: ‘Zestig procent van die soft-loans komt terug, dus veertig procent is echt down the drain. Maar als ik dan laat zien hoe veel BV’s er zijn opgericht en wat dat aan FTE’s oplevert zijn ze bij de provincie Gelderland en op het ministerie van EZ heel blij. De berekeningen komen neer op ongeveer negenduizend euro per FTE. Een koopje voor een arbeidsplaats als je dat vergelijkt met bijvoorbeeld iemand met een uitkering.’

Slinkende voorsprong

Het gebrek aan durfkapitaal is niet de enige missende schakel. ‘De grootste uitdaging zit hem in de cultuuromslag. Als je kijkt naar Azië en de Verenigde Staten zie je dat daar een ander type ondernemerschap heerst.’ Over de gehele breedte slinkt de voorsprong op het gebied van innovatie in de Nederlandse agrofoodsector, constateert Meiling. ‘Ik weet niet of het onderbouwd is, maar iedereen heeft het erover en is het eens dat we op sommige gebieden links en rechts worden ingehaald.’

Het gebrek aan vroege fase-kapitaal is de voornaamste reden, maar zeker niet alleen. Meiling zegt het liefst twee miljoen per jaar te kunnen besteden om zo meer en beter te kunnen financieren. ‘Je moet ook weer niet tien emmers leeggooien, want dan ga je ook de kneusjes financieren. Je moet wel streng blijven. Er zijn een heleboel startups die klagen over het tekort aan financiering, maar als je na tien jaar je financiering nog niet binnen hebt, verdien je het waarschijnlijk ook niet. Momenteel wijzen we ongeveer tweederde van de ondernemers die bij ons aankloppen af. Als we meer startups kunnen financieren is er een bredere aanwas voor de venture capitalists om uit te kiezen. Zo maak je de kans op een klapper ook weer groter.’

‘Aan de andere kant zie ik ook ondernemers met echt een goed idee lang stilstaan omdat het gewoon moeilijk is om de financiering rond te krijgen. Neem nou Yellow Pallet, die willen pallets fabriceren van bananenstengels. Een innovatief idee, maar de eigenaar heeft wel ruim anderhalf jaar bij iedereen moeten pitchen om het geld voor de pilotfabriek bij elkaar te krijgen. Die startup heeft dus al die tijd in de ontwikkeling stil gestaan, zonde van de tijd. Ik denk wel dat dit de cruciale stap is geweest, als de resultaten van de proef positief zijn, krijgt hij zo de volgende tien miljoen binnen.’

Onvergelijkbare sectoren

Terug naar de vraag waarom zich in de Food Valley nog geen Google heeft aangediend. ‘De sector waarin wij opereren is niet te vergelijken met de IT-bedrijven uit Sillicon Valley.’ In die IT-wereld is het gemakkelijker om software te programmeren waarmee je een hele sector op z’n kop kunt zetten. In de agrofoodsector is dat een ander verhaal. Hier draait het om het optimaliseren en doorontwikkelen van producten. Meiling noemt een voorbeeld uit de praktijk. ‘Er zijn hier studenten geweest die een camerasysteem hebben ontwikkeld om de vitaliteit van planten te analyseren.’ Aanleiding was een heel praktisch probleem. In de kas kan de tuinbouwer pas na een paar dagen zien welke invloed veranderingen in het irrigeren of ventileren heeft. ‘Het systeem dat zij hebben ontwikkeld maakte het mogelijk om in real time te zien wat de effecten op de plant zijn. Het systeem wordt veel gebruikt door de tuinbouwsector. Daarmee is hun bedrijf niet meteen de nieuwe Google, maar het bevordert wel de innovatiekracht van de sector in het algemeen. Heb je drie of vier van dat soort innovaties, dan levert dat een serieuze voorsprong op.’


Jan Meiling

"Ik weet niet of het onderbouwd is, maar iedereen heeft het erover en is het eens dat we op sommige gebieden links en rechts worden ingehaald"

Mank ecosysteem

Meiling schoof onlangs aan bij een overleg met de ministeries OCW en EZ. Daar kwamen ze tot de conclusie dat er vier componenten voor een bloeiend, ondernemend ecosysteem van belang zijn. Meiling: ‘In de eerste plaats wetenschappelijke excellentie, daar was iedereen het snel over eens. Dat is er zeker. Nummer twee is de aanwezigheid van een dominant bedrijfsleven. Die zijn er ook zeker in de vorm van FrieslandCampina, DSM, Nestlé et cetera. Ook een vinkje. Nummer drie is een ondernemerscultuur. Daar was enige discussie over omdat Nederland bekend staat om haar handelsgeest, maar om te innoveren heb je een andere cultuur nodig. Zo is falen hier nog steeds iets om je voor te schamen. Die cultuur kreeg dus een onvoldoende. En last but not least; vroege fase financiering. Dat is er ook te weinig.’

'Een Google heb ik hier nog niet gezien'

Om de voorsprong te behouden of weer terug te winnen, moeten volgens Meiling verschillende sectoren aan kruisbestuiving gaan doen. IT meets agriculture, dat idee. ‘Het doorontwikkelen van machines en processen leidde echt niet tot kinderachtige innovaties, maar een Google heb ik hier nog niet gezien. Je ziet nu dat de innovaties exotischer worden, er moeten meerdere disciplines bij elkaar komen. Zo valt er nog veel winst te behalen door gebruik te maken van bijvoorbeeld IT en robotica.’

Vruchtbare grond

Juist de gespecialiseerde kennis die zo geconcentreerd aanwezig is in Wageningen is voor Paul Smits de reden geweest om zich juist wél te vestigen in de Food Valley. Smits heeft zelf een bananenplantage in Azië en is daarnaast een ondernemer met drie startups op zijn naam. Eén daarvan is EagleView. Een startup die door middel van drones, vliegtuigen en satellieten plantages analyseert om zo in een vroeg stadium ziektes, schimmels en slechte stukken grond te detecteren. De opnames van de plantages worden in Wageningen geanalyseerd. Het is volgens Smits dé plek om de terabytes aan data over gewassen inzichtelijk te maken.

EagleView is begonnen met een lening van Startlife. ‘Het is een vorm van erkenning, het opent vooral deuren,’ meent Smits. Naast de financiering van Startlife heeft Smits samen met een partner bijna een miljoen euro in het project gestopt. Het is tijd om de onderneming op te schalen en dus een tweede financieringsronde te houden. ‘We hopen anderhalf tot twee miljoen euro op te halen. Het is inderdaad zo dat kapitaal in de VS makkelijker beschikbaar is. Maar eind mei is er een groot evenement in Wageningen, de hele wereld komt over om te zien wat er in Wageningen gebeurt. Wij staan daar ook en hopen daar geld op te halen om op te kunnen schalen.’ Meiling rekent daar ook op. ‘De venture capitalists die naar dat evenement komen zijn op zoek naar startups die in een vergevorderd stadium zitten. Er komen ongeveer dertig investeringsfondsen naar dat evenement.’

Werk aan de winkel

'Ondernemen is niet iets van de VVD of opportunisme'

Om de kennis die zeker aanwezig is in Wageningen om te zetten naar een bloeiend ecosysteem moet er echter nog veel gebeuren. Dat dat nu nog niet echt van de grond is gekomen wijt Meiling vooral aan de cultuur: ‘Het is een combinatie van te weinig vroege fase-financiering en te weinig goede startups om in te investeren. Er is geen tekort aan vindingen. Er liggen genoeg onderzoeksresultaten met business potentie. Je ziet dat de grote bedrijven dit nu laten liggen, omdat het veel geld kost om de resultaten te ontwikkelen. De agrofoodsector is het niet gewend om op deze manier te innoveren en de ondernemerschapscultuur is nog niet daar waar ze moet zijn. Het is multifactorieel zoals altijd, maar de cultuuromslag is nu de belangrijkste. Hierbij moet je denken aan onderwijs op de middelbare- en zelfs lagere school. Ondernemen is niet iets van de VVD of opportunisme.’ Daarmee staat de Food Valley voor een flinke klus, beseft Meiling. ‘Ga maar eens een cultuuromslag bewerkstelligen, dat gaat dertig jaar kosten.’

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Sem van den Brink

Schrijft voor Follow the Money over Wageningen en alles wat daarmee te maken heeft.

Dit artikel zit in het dossier

Wageningen & Food Valley

Gevolgd door 179 leden

Wageningen University & Research staat wereldwijd hoog aangeschreven. Maar de zorgen over de kwaliteit van het academisch ond...

Volg dossier