Vleesvarkenshouderij in Zuidoost-Brabant. Veel Nederlandse biggen krijgen uitgekiend veevoer (de 'brok') van ForFarmers in Lochem.
© ANP/Hollandse Hoogte/Tom van Limpt

ForFarmers: het ‘motorblok’ van de intensieve veehouderij

Vraag mensen naar ForFarmers en ze beginnen over boerenknuffelaar Yvon Jaspers of over de boerenprotesten van vorig jaar. Wat ze vaak niet weten: de ‘brokken’ van de mondiale veevoedergigant zijn het ‘motorblok’ van de intensieve veehouderij in Nederland en omringende landen. Hoe opereert ForFarmers nu de intensieve veehouderij steeds meer onder vuur ligt?

De dieren in de Nederlandse veehouderij zijn topproducenten. De melkkoe geeft inmiddels ruim 9.000 kilo melk per jaar, tegen een schamele 2.500 in 1910. Vleesvarkens en vleeskuikens (‘plofkippen’) komen veel sneller op slachtgewicht dan hun soortgenoten in de vorige eeuw. Het is niet alleen de genetica die dat met selectie op snelle groei en optimale omzetting van voer in kilo’s voor elkaar heeft gebokst. Het voer zelf speelt een belangrijke rol – en dan vooral het eiwitrijke krachtvoer van de mengvoerindustrie: de ‘brok’. Een geperste, hapklare mix van granen als tarwe, gerst en mais, ‘premixen’ (vitaminen en mineralen), reststromen uit de voedingsindustrie als bierbostel, bietenpulp en aardappelresten. En, niet onbelangrijk, soja als eiwitleverancier.

‘De Nederlandse productie van vlees en melk vereiste in de loop der jaren steeds meer krachtvoer en daarmee import van grondstoffen voor veevoer,’ schetst Meino Smit, bioboer en auteur van het proefschrift De duurzaamheid van de Nederlandse landbouw 1950-2015-2040. ‘De geschiedenis van het krachtvoergebruik is daarmee ook de geschiedenis van de intensivering van de veehouderij. Krachtvoer maakte grondloze, intensieve veehouderij mogelijk. Zo konden, met name in Brabant, meerdere zonen een varkenshouderij beginnen als het bedrijf van hun vader werd verdeeld. In 2015 werden zestien keer zoveel krachtvoergrondstoffen – 12,4 miljoen ton – ingevoerd als in 1950 (0,7 miljoen ton). Voor het verbouwen van deze veevoergrondstoffen is een oppervlakte landbouwgrond nodig die bijna het dubbele is van het Nederlandse landbouwareaal.’


Meino Smit, wetenschapper en bioboer

"Voor het verbouwen van veevoergrondstoffen is een oppervlakte nodig die bijna het dubbele is van het Nederlandse landbouwareaal"

Voor een van de grote partijen in de mengvoersector moeten we naar het Twentekanaal bij Lochem. Daar staat de eerste van inmiddels 35 fabrieken en het hoofdkwartier van ForFarmers. Vanuit hier begon de expansie van het veevoerbedrijf, dat zich inmiddels nummer negen van de wereld, marktleider in Europa en nummer een in Nederland mag noemen.

Grote slag

Aan het begin van deze eeuw heette ForFarmers nog ABCTA, als uitkomst van verschillende fusies van boerencoöperaties, en was het slechts een regionale speler. De wortels gaan nog veel verder terug, naar het midden van de vorige eeuw, toen boeren de handen ineensloegen om samen grondstoffen in te kopen, voer te malen en tot brok te persen. De ligging aan het Twentekanaal was voor hun coöperatie ideaal: de grondstoffen (vooral soja) konden in bulk worden aangevoerd. Zo werd Lochem het motorblok van de intensieve veehouderij en ForFarmers' krachtvoerbrok is daar tot op de dag van vandaag de grote aanjager van, in Nederland en in omringende landen.

Gedreven door de groeiende behoefte aan krachtvoer breidde het bedrijf langzaam maar zeker uit en deden verzakelijking en professionalisering hun intrede. In de jaren nul van deze eeuw was het bestuurder Bert-Jan Ruumpol, groot geworden in de coöperatie, die een imposante reeks nationale en internationale overnames inzette en in 2005 de naam van het bedrijf veranderde. ForFarmers bekte vooral internationaal beter dan ABCTA. De coöperatie, met de voer afnemende boeren als leden, werd FromFarmers gedoopt en gescheiden van ForFarmers. 

In het begin van dit decennium sloeg Ruumpol een grote slag met het overnemen van het zuidelijke voederconcern Hendrix UTD van concurrent Nutreco en het Engelse BOCM Pauls. Met die overnames wil ForFarmers in elk land waar het actief is marktleider zijn of nummer twee, wat gelukt is in Nederland, België en het Verenigd Koninkrijk – maar nog niet in Duitsland en Polen.

Veelbetekenend was de beursgang in 2016, ingezet om vreemd kapitaal aan te trekken en om ervoor te zorgen dat de boerenleden kunnen profiteren van het in de coöperatie opgebouwde vermogen.

De directie beloofde gouden bergen, niemand kon toen voorzien wat er zou gebeuren

Voor velen markeerde dat het moment waarop het belang van de aandeelhouders – groter worden, rendement verbeteren – ging prevaleren boven dat van de boeren, die vooral een scherpe voerprijs wilden. ‘Ik kan me nog mijn eerste ledenbijeenkomst herinneren,’ zegt voormalig lid van de ledenraad en akkerbouwer Derk Woestenenk uit Laren (Gelderland). ‘Een aantal leden was faliekant tegen de beursgang. “De coöperatie is van ons, daar moeten anderen niet aankomen,” was hun standpunt. Maar de meerderheid ging akkoord. De directie beloofde gouden bergen. Ze hadden grootse plannen om te gaan groeien. Niemand kon toen voorzien wat er zou gebeuren.’

De coöperatie

Van de grote mengvoederbedrijven heeft alleen Agrifirm, voortgekomen uit de oudste Nederlandse boerencoöperatie, nog die vorm. Bij ForFarmers is de coöperatie (FromFarmers) nog wel aanwezig; ze bezit 17 procent van de aandelen. Daarnaast bezitten de boerenleden van de coöperatie op eigen naam nog 26 procent van de aandelen. 

De binding van de leden aan de coöperatie is niet overdreven groot, zegt een voormalig agrarisch journalist. ‘Dat is anders dan bij een zuivelcoöperatie als FrieslandCampina, waar de leden ook moeten leveren aan de coöperatie. Leden van FromFarmers hebben geen afnameplicht van veevoer.’

Maar de leden hebben wel het voorrecht van het aandelenbezit. ‘Je hebt een tweedeling in het klantenbestand,’ zegt een insider. ‘De klanten die bijvoorbeeld met de overname van Hendrix UTD zijn meegenomen, werden geen lid van de coöperatie en hadden dus geen opgebouwd vermogen en geen mogelijkheid  aandelen te verzilveren.’

De meeste leden hebben de aandelen gehouden, zegt voormalig lid van de ledenraad Edwin Dinkelman, melkveehouder in Lochem. Maar het is altijd prettig als appeltje voor de dorst, meent hij – nog altijd een tevreden afnemer van ForFarmers-voer. ‘Ik heb dat ook wel gedaan: als je een flinke investering moet doen, doe je wat aandelen van de hand.’

Wat als ForFarmers gewoon de coöperatievorm had behouden? ‘Ik was vroeger niet zo’n voorstander van coöperaties,’ zegt Edward van den Elsen, familie van de geestelijk vader van de Nederlandse boerencoöperaties, ‘boerenapostel’ pater Gerlacus van den Elsen. ‘Maar in het geval van ForFarmers had je met een coöperatie toch een andere dynamiek gekregen, met meer oog voor wat er maatschappelijk gaande is, dan wanneer je je alleen op het belang van de aandeelhouders oriënteert.’

Lees verder Inklappen

ForFarmers had de in de regio gewortelde Bert-Jan Ruumpol inmiddels vervangen door de ‘moderne manager’ Yoram Knoop, afkomstig van grondstoffen- en voergigant Cargill. Een ceo zonder agrarische roots maar wel met kennis van de wereldmarkt. Ook de voorzitter van de raad van commissarissen, varkenshouder Jan Markink uit Borculo, was vertrokken. Hij bleek die functie uit te oefenen naast zijn werk als Gelders gedeputeerde en van ForFarmers jaarlijks ruim 60.000 euro te ontvangen – verdiensten die hij, anders dan andere provinciebestuurders, voor zichzelf hield.

Geen autonome groei

Het beleid van Yoram Knoop – verdere verzakelijking en onbelemmerde groei – botste al snel op een nieuwe realiteit: er viel in Nederland niet bar veel meer te groeien. De verwachting dat de volumes mengvoer zouden blijven toenemen door voortgaande schaalvergroting en intensivering, stuitte op de grenzen van wat natuur en het milieu aankunnen. De invoering van een stelsel van fosfaatrechten zette in 2018 een streep door de voorziene uitbreiding van de melkveestapel – zodra het melkquotum weer zou worden afgeschaft. En een jaar later kwam het arrest van de Raad van State dat het Programma Aanpak Stikstof naar de prullenbak verwees en dat rigoureuze maatregelen inleidde om het neerslaan van stikstof in natuurgebieden terug te dringen. Minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (ChristenUnie) reageerde op de klimaatimpact van de landbouw en het verlies aan biodiversiteit met haar visie op kringlooplandbouw: ‘met zo min mogelijk grondstoffen en dus minder belastend voor het milieu’.

Dat was ‘wat niemand had kunnen voorzien’. De volumes mengvoer die ForFarmers afzet, groeien niet meer ‘autonoom’ – alleen maar door overnames. Feitelijk waren er twee opties: aanpassen aan de nieuwe situatie, groeiambities bijstellen en eventueel inspringen op nieuwe trends. Of ijzerenheinig doorgaan op het groeispoor.

Er waren twee opties: inspringen op nieuwe trends of ijzerenheinig doorgaan – dat laatste blijft het plan

Dat laatste is en blijft het plan. ‘Ook in Nederland gaan we groeien,’ beloofde Yoram Knoop in september bij de presentatie van de nieuwe strategie richting 2025 Build to Grow. Een maand later voegde hij de daad bij het woord door De Hoop Mengvoeders, sterk in voer voor vleeskuikens, over te nemen – weer drie ton af te zetten voer erbij.

Verbeten gevecht

In de publiciteit kiest ForFarmers een bijpassende defensieve strategie: de boer is al hartstikke goed bezig en nam al maatregelen om fosfaat- en ammoniakuitstoot te beperken. 

Voor ForFarmers is krimp – gezien het belang van volumegroei – niet aan de orde: met innovatie en aanpassing van het eiwitgehalte van het voer kan de uitstoot verder worden beperkt. Dat is de boodschap die tv-persoonlijkheid Yvon Jaspers, tot voor kort ambassadeur van ForFarmers, uitdraagt in het KRO/NCRV-programma Onze Boerderij en die de actiegroep Agractie – met financiële steun van ForFarmers – verkondigde op het Malieveld. 

Met diezelfde boodschap moet de eveneens door ForFarmers gesteunde stichting Agrifacts het publieke debat in de juiste richting sturen. Agrifacts, waarover Follow the Money eerder publiceerde, is vooral verwikkeld in een verbeten gevecht met het RIVM om de bijdrage van de veehouderij aan het stikstofprobleem kleiner te doen uitvallen. ‘Onverstandig,’ zegt een kenner van de mengvoedersector, ‘om je als bedrijf zo’n politiek profiel aan te meten.’ Het weerhoudt Knoop er niet van politiek geladen uitspraken te doen. Zo zet hij de kringlooplandbouw die minister Schouten voorstaat weg als ‘Ot en Sien-landbouw waar we niet naar terug moeten willen’. ‘Wij sluiten kringlopen op een modernere manier dan de minister.’


Yoram Knoop, ceo ForFarmers

"Wat minister Schouten wil is Ot en Sien-landbouw waar we niet naar terug moeten willen"

Door zijn expliciete steun aan de behoudende krachten in de veehouderij riep ForFarmers al langer weerstand op in het publieke debat en bij natuur- en milieuorganisaties. Maar de compromisloze groeistrategie van het bedrijf wordt inmiddels ook binnen de sector in twijfel getrokken.

Krampachtige overnames

‘Het businessmodel van ForFarmers – en andere grote veevoerbedrijven – begint op z’n eind te lopen,’ zegt voerspecialist Edward van den Elsen. Tot vijf jaar geleden was hij directeur bij het middelgrote voerbedrijf Fransen Gerrits in het Brabantse Erp, om vervolgens een eigen bedrijf te beginnen als voeradviseur. 

Van den Elsen: ‘Mengvoederbedrijven waren altijd in staat om voer tegen scherpe prijzen te leveren. Maar ze moeten het hebben van een combinatie van voer met kennis – bij ForFarmers heet dat het Total Feed-concept. De adviseur komt op het erf om de boer te vertellen welk voer hij nodig heeft. Inmiddels beschikken de grote varkenshouders, die het meeste voer nodig hebben, zelf over die kennis, of ze huren die in bij een onafhankelijk adviseur. Ze willen niet meer afhankelijk zijn van een toeleverancier, maar zelf online de scherpste prijs zoeken. Want ze moeten geld verdienen om in milieu-aanpassingen te investeren om zo maatschappelijk draagvlak te houden. Aan die trend gaat een bedrijf als ForFarmers volledig voorbij. Ze blijven geforceerd vasthouden aan het oude verhaal en moeten nu met minder klanten dezelfde verdiensten realiseren. Dat doen ze door krampachtig overnames te blijven doen tegen hoge kosten. Maar wordt de sector daar beter van, of de boer?’

De Achterhoekse biologisch melkveehouder John Arink vindt het concept van ForFarmers funest voor de boer. ‘De boeren hebben zich afhankelijk gemaakt van krachtvoer en daarmee van de grote voermultinationals met hun eigen adviseurs. Die zullen nooit zeggen dat het wel een schepje brok minder mag, of dat de koeien langer in de wei kunnen blijven, want dat gaat tegen hun belang in. Uiteindelijk zijn het de boeren die het in dit systeem niet meer volhouden en moeten stoppen.’

‘De trouwste klanten van ForFarmers zitten in de rundveehouderij en daar zijn de marges ook het hoogst,’ zegt een insider. ‘Maar in de rundveehouderij kunnen veevoerbedrijven maar geringe tonnages leveren, omdat koeien veel ruwvoer – vers of ingekuild gras – vreten. Voor varkens- en pluimveehouders is elke euro er een, dus die gaan eerder shoppen en zijn minder trouw. Met de krimpende dierenaantallen moeten bedrijven als ForFarmers terug in omzet óf op het overnamepad – buiten West-Europa.’

Het kan anders. De laatste jaren klinkt de roep om een ander dieet – beter voor planeet, mens en dier – steeds luider. Voedingswetenschapper Jaap Seidell bijvoorbeeld, bepleit een ‘wereldvoedselrevolutie’ waarin vlees en zuivel steeds meer plaatsmaken voor plantaardige producten. En consumenten gaan daar zachtjesaan in mee.

Publicitaire bonuspunten

De veevoedersector kent ook bedrijven die beseffen dat de markt voor niet-dierlijke eiwitten interessant begint te worden, zeker in West-Europa, en dat je daar in de publiciteit bonuspunten mee scoort. Concurrent Nutreco heeft bijvoorbeeld een fonds gecreëerd voor startups die plantaardige eiwitten op de markt willen breng. En ook breder in de vlees- en zuivelsector is een omslag gaande. De Franse zuivelgrootheid Danone heeft een belangrijke sojamelkproducent opgekocht, Unilever zet groots in op de Vegetarische Slager en wil de omzet van vegetarische en veganistische producten vervijfvoudigen. Zelfs de mondiale vleesgigant Tyson Foods in de Verenigde Staten is in de plantaardige vleesvervangers gestapt. 

Werken aan duurzaamheid is in de ogen van ForFarmers vooral werken aan efficiencywinst

Zo niet ForFarmers. In zijn nieuwe 2025-strategie kwalificeert het deze trend als ‘smalle basis, hoge groeicijfers’ maar concludeert het meteen dat een veevoederbedrijf er niets in te zoeken heeft. De missie blijft: inspringen op de wereldwijd – dus niet in West-Europa – groeiende vraag naar dierlijke eiwitten.

Werken aan duurzaamheid in de veehouderij is, in de ogen van ForFarmers, vooral werken aan efficiencywinst. Het ‘optimaliseren van de voerconversie’: een varken, koe of kip meer laten ‘presteren’ (meer vlees en zuivel laten leveren) met dezelfde hoeveelheid voer, gecombineerd met slimme digitalisering. Illustratief is de door ForFarmers ontwikkelde app waarmee de varkenshouder met een ingebrachte chip precies het voer kan regelen, zodat een varken op het gewenste tijdstip op het gewenste gewicht is en rijp voor de slacht. ‘Dat is duurzamer en efficiënter,’ zegt Knoop tegen Het Financieele Dagblad.

Efficiency is ook doorslaggevend bij het uitreiken van de ForFarmers Agroscoopbokaal aan goed presterende boeren. In de categorie varkenshouderij won dit jaar de varkenshouder die erin slaagde zijn vleesvarkens per dag een kilo te laten groeien.

Daarnaast beloont ForFarmers boeren die hun ammoniakuitstoot verminderen met luchtwassers en emissiearme vloeren en zo aan duurzaamheid werken. Die kostbare investeringen zijn volgens het jaarverslag over 2019 wel de reden dat boeren minder geneigd zijn uit te breiden. En dat is jammer, aldus ForFarmers, omdat Nederlandse boeren een lagere CO2-voetafdruk hebben dan hun buitenlandse collega’s en dus duurzamer aan de vraag naar dierlijk eiwit kunnen voldoen. 

Knoop schrijft in het jaarverslag: ‘Verplaatsing van de veehouderij naar gebieden waar minder strenge milieueisen gelden, vermindert op wereldschaal de CO2-voetafdruk niet en is dus geen oplossing.’ Maar dat is wel precies wat de groeistrategie van ForFarmers voorschrijft: ‘een betere balans’ vinden tussen stagnerende en groeiende markten. En dus gaat ForFarmers naast groeimarkt Polen op zoek naar twee productielanden buiten (West-)Europa, waar de dieraantallen fors zijn en de milieuregels bescheiden. ‘Een vlucht naar voren,’ zeggen kenners van de sector.

De ecologische voetafdruk van ForFarmers

ForFarmers is druk bezig de CO2-impact van de eigen activiteiten te verminderen. Een biomassacentrale op het terrein in Lochem verzorgt de energiebehoefte van de voerfabriek. Verder werkt het bedrijf onder andere aan verduurzaming van het transport, met de ForFarmers-bulkwagens. Maar de grootste bijdrage zit in de keten van veevoer. Daarvan heeft ForFarmers nog geen gegevens en dus ook geen te realiseren Key Performance Indicators (KPI’s) die duidelijk moeten maken of het zijn doelen haalt. 

Met zijn krachtvoerafzet houdt ForFarmers de veehouderij in West-Europa in de benen, die behalve voor fosfaat- en stikstofproblemen ook voor substantiële uitstoot van broeikasgassen zorgt. Binnen de 14 procent die de Nederlandse landbouw bijdraagt, is 70 procent voor rekening van de veehouderij en het mestgebruik.

De meeste impact heeft ForFarmers buiten Europa. Op de soja-import uit de Verenigde Staten is uit milieuoogpunt al het nodige af te dingen, maar de grootste schade vindt plaats in de kwetsbare natuur van Brazilië. En dat heeft ook zijn weerslag op de uitstoot van broeikasgassen. Ontbossing, in dit geval voor sojateelt, heeft een directe invloed op het klimaat. Als bomen groeien, nemen ze CO2 op uit de lucht. Als de bomen worden gekapt, komt deze CO2 weer grotendeels in de lucht terecht. Op dit moment veroorzaken houtkap en bosbranden zo’n 20 procent van de menselijke CO2-uitstoot.

Als Europeanen de helft minder vlees, zuivel en eieren zouden eten, becijferde het Planbureau voor de Leefomgeving, zou de Europese soja-import met 75 procent dalen. De stikstofuitstoot zou met 40 procent dalen, en er zou 23 procent minder land nodig zijn voor de voedselproductie. En: de landbouwgerelateerde uitstoot van broeikasgassen zou met 25 tot 40 procent dalen. De totale uitstoot van de Europese Unie zou met 2 tot 4 procent verminderen. Al met al een ‘forse’ klimaatwinst, stelt het Planbureau in een dispuut met de door ForFarmers gesteunde stichting Agrifacts.

Lees verder Inklappen

De horizon van ForFarmers verschuift dus noodgedwongen naar het oosten. West-Europa is een ‘verzadigde’ markt, en de strenge milieuregels zorgen voor hoge prijzen en een kleinere veestapel, zo luidt de analyse. 

Belachelijk lage eisen

Polen lijkt op dit moment het mekka. ‘Er liggen kansen die we niet willen missen. Polen is de exportmachine van pluimveevlees in Europa en daar wil ForFarmers van profiteren,’ zei Knoop bij de overname van Tasomix in 2018.

Voorlopig is die strategie nog wel lonend, erkent Zuzanna Genderka van Otwarte Klatka (Open Kooien) een dierenrechtenorganisatie in Polen. ‘De Poolse pluimvee-export steeg vorig jaar met ruim 8 procent naar 1,6 miljoen ton, met een waarde van 3 miljard euro. De voortdurende productiegroei heeft zeker te maken met onze normen voor dierenwelzijn, en onze eisen voor afstand van de bedrijven tot bebouwing en voor afvalbeheer, die belachelijk laag zijn. En wij kennen het concept geuroverlast nauwelijks. Onze pluimveeproductie heeft het imago dat ze innoverend is en bijdraagt aan de concurrentiekracht van de Poolse economie.’

Toch beginnen ook in Polen burgers zich te roeren. Omwonenden, ook van Tasomix-fabrieken, klagen over de oprukkende intensieve veehouderij – varkens, kippen en nertsen – en worden daarbij door Otwarte Klatka ondersteund. En een campagne om de benarde leefomstandigheden van kuikens in de pluimveesector aan de kaak te stellen, maakte de industrie nerveus. Genderka: ‘De Nationale Pluimveeraad stak 100.000 euro in een campagne om onze “desinformatie” te bestrijden.’


Zuzanna Genderka, veearts en dierenbeschermer in Polen

"De Nationale Pluimveeraad stak 100.000 euro in een campagne om onze ‘desinformatie’ te bestrijden"

Uiteindelijk krijgt ForFarmers toch telkens de vraag naar de wijsheid van zijn groeistrategie. Maar als Yoram Knoop in interviews kritisch wordt bevraagd naar de rol van zijn bedrijf in de transitie naar een duurzamer voedselsysteem, geeft hij geen krimp. In een interview op BNR Nieuwsradio werd hem voorgehouden dat Nederland veel te veel produceert, en dat de mestoverschotten en het stikstofprobleem onhoudbaar zijn. Op de vraag waarom ForFarmers niet met de boer meedenkt over een ‘radicale verandering’, antwoordde Knoop: ‘Om duurzamer te worden, moeten we nog meer meten en beter gaan kijken naar de data. We hebben innovaties nodig om het op het vlak van fosfaat- en stikstofuitstoot elk jaar een paar procenten beter te doen.’

Biologisch akkerbouwer Meino Smit is niet onder de indruk. ‘ForFarmers heeft het alleen over efficiëntie per kilo veevoer. Door het steeds grotere beroep op technologie om de uitstoot te beperken, ga je meer energie en grondstoffen gebruiken en beland je in een negatieve spiraal, waarbij de Nederlandse veehouderij lang niet zo efficiënt is als ons wordt voorgespiegeld. Als je corrigeert voor alle hulpmiddelen die worden ingezet, is de productiviteit van de Nederlandse veehouderij nauwelijks gestegen sinds de jaren vijftig, laat ik in mijn proefschrift zien. En dan moet je ook het gestegen grondstoffengebruik voor het veevoer meerekenen. Wij kampen nu met een mestoverschot, terwijl ze in Latijns-Amerika met verarmde bodems zitten.’

Vrijdag deel II: Sojagrootgebruiker ForFarmers en de ontbossing in Brazilië.

Hans Ariëns
Hans Ariëns
Grondlegger van OneWorld Magazine. Legt zich nu toe op klimaatverandering en de consequenties voor onze voedselvoorziening.
Gevolgd door 266 leden