Snelweg tussen de sojavelden van Brazilië. Voor de sojateelt (onder meer voor het veevoer in Nederland) worden regenwouden en savannes verwoest.
© ANP/AP/Leo Correa

ForFarmers neemt risico's met kwetsbare natuur én de belangen van zijn investeerders

De intensieve veehouderij draait voor een groot deel op soja uit Braziliës kwetsbare ecosystemen. Veevoerbedrijf ForFarmers claimt dat het voor zijn soja nauwelijks bijdraagt aan de ontbossing van het regenwoud en de savannes daar, maar klopt die claim? En waarom investeert pensioenfonds ABP in zo’n riskante onderneming? Terwijl De Nederlandsche Bank ‘biodiversiteitsrisico’s’ onderdeel wil maken van het toezicht op de financiële sector?

De ogen van de wereld waren vorig jaar gericht op de branden in de Amazone, maar al twee decennia lang voltrekt zich ten zuidoosten van ’s werelds grootste regenwoud een ecologische ramp van vergelijkbare omvang. De aantasting van de Cerrado, het meest biodiverse savannegebied ter wereld (terrein van de jaguar en de tapir) en goed voor de opslag van ruim 13 miljard ton CO2, trok veel minder aandacht. 

Al ging het omturnen van natuur in weiland voor de rundveehouderij en in akkers voor de sojateelt hier in de Cerrado nog rapper dan in de Amazone. Nog maar de helft van het oorspronkelijke natuurgebied resteert, een gebied ter grootte van twintig keer Nederland verdween. De sojateelt gaat er naar verwachting de komende decennia nog flink toenemen.

De Amazone wordt sinds 2006 beschermd met het Amazon Soy Moratorium – een rem op verdere ontbossing – hoewel ook die afspraak onder druk staat. Een vergelijkbare rem kent de Cerrado niet. Er is wel een Cerrado Manifest, opgesteld door natuur- en milieubeschermingsorganisaties, van eind 2017. Dit stelt dat wat in het Amazonegebied mogelijk is gebleken – een stop op de afbraak van natuurgebieden voor de landbouw – ook in de Cerrado moet kunnen. Alle partijen in de rundvlees- en sojaketen worden opgeroepen daaraan mee te werken. 56 investeerders en institutionele beleggers ondertekenden het manifest, waaronder in Nederland vermogensbeheerder APG (die vooral voor ABP het pensioenvermogen beheert) en het pensioenfonds ABP zelf.

1 miljoen ton soja voor de ‘brok’

Datzelfde APG bezit bijna 10 procent van de aandelen van veevoerbedrijf ForFarmers, ter waarde van ruim 60 miljoen euro. ForFarmers, Europees marktleider en in volume nummer 9 van de wereld, betrekt jaarlijks tegen de 1 miljoen ton soja, voor een groot deel uit Brazilië, om het te verwerken in zijn befaamde ‘brok’. Een goede 300.000 ton van die soja is voor de Nederlandse markt.


Grootverbruiker van soja voor veevoer

"Retailers verlangen transparantie over de herkomst van hun producten en een beheersbare keten"

Maar weet ForFarmers wel of zijn brok ‘ontbossingsvrij’ is? ‘Retailers verlangen transparantie over de herkomst van hun producten en een beheersbare keten’, meldt het jaarverslag. ‘Onze duurzaamheidsdoelstelling om 100 procent gecertificeerde soja te kopen in 2025 draagt daaraan bij.’

Hoe transparant en beheersbaar is die keten? Gecertificeerde soja – waarvoor niet is ontbost en geen natuur is opgeofferd – is inderdaad in opkomst, met name sinds de oprichting van de Roundtable on Responsible Soy. Maar deze soja-met-certificaat is maar een klein deel van de markt. En het is nog steeds niet mogelijk om gegarandeerd ontbossingsvrije soja in te kopen, zeggen kenners van de keten. 

De Roundtable, waarbij ForFarmers is aangesloten, werkt vooral met credits waarvoor de voerproducenten betalen (zie kader). De boer die verantwoorde soja verbouwt, ontvangt een premie. Maar de voerproducent heeft dan nog steeds niet de zekerheid dat de soja die hij inkoopt ontbossingsvrij is – die kan net zo goed nog wel van dubieuze oorsprong zijn. 

Zuivere soja in het handje?

Gecertificeerde soja heb je op drie verschillende manieren: met credits die uitbetaald worden aan de verantwoord producerende boer. Dan is er geen directe relatie tussen de soja waarvoor je betaalt, en die je in handen hebt. Credits kosten grofweg 1 procent van de prijs per ton soja, zo’n 2 a 3 dollar. Critici van het credit-systeem noemen het een aflaat, omdat het bedrijven niet tot verdere inspanningen verplicht. Ontbossers kunnen nog steeds deel uitmaken van de keten.

De volgende stap is zogenaamde mass balance, waarbij een deel van de aangekochte soja verantwoord is, maar je niet weet welk deel. 

Het ‘topniveau’ is een aparte stroom verantwoorde soja. ‘Omdat de keten zo ondoorzichtig is, en de meerprijs bij de logistiek terecht zou komen in plaats van bij de boer, hebben we tot nu toe genoegen genomen met een systeem van credits’, zegt Gert van der Bijl, soja-expert van Solidaridad. Bij palmolie, waarbij consumenten meer druk uitoefenen en grote partijen zoals Unilever vooruit willen, is het verduurzamingsproces al een stuk verder. 

Lees verder Inklappen

In de sojaketen is transparantie ver te zoeken, benadrukken alle kenners. De keten kent een ‘topniveau’ (zie kader) waarin verantwoorde soja apart wordt gehouden, en de gebruiker dus wel gegarandeerd ontbossingsvrije soja in handen heeft. Maar van dit topniveau wordt nog weinig gebruik gemaakt.

Desondanks belooft ForFarmers 100 procent ontbossingsvrije soja voor de Nederlandse en Belgische markt, maar alleen voor voer van dieren waarvan het vlees of de zuivel in Nederland of België wordt gebruikt. Bij zuivel en vlees voor de export, het overgrote deel van de productie, geldt die garantie niet. 

Een overzicht van de Roundtable laat zien dat ForFarmers de laatste jaren voor zo’n 250- à 300.000 ton aan credits aanschafte – nog geen 30 procent van het totaal. 

De soja die ForFarmers buiten Nederland voor veevoer gebruikt, voldoet niet aan de Roundtable-normen. Daarvoor hanteert ForFarmers de duurzame-sojastandaarden van de Europese branchevereniging FEFAC. En op die standaarden is het een en ander aan te merken, zegt Michel Riemersma van natuurbeschermingskoepel IUCN NL: ‘FEFAC kent achttien verschillende standaarden, waarvan een deel is opgesteld door de grote sojahandelaren als Cargill en Bunge. Maar zeven of acht voldoen aan onze criteria van verantwoorde soja: dat er geen enkele ontbossing, ook geen legale, voor heeft plaatsgevonden. En dat de controle op naleving ervan deugt. De meeste FEFAC-standaarden staan legale ontbossing gewoon toe.’


Michel Riemersma, IUCN NL

"De standaarden van de Europese sojabranche staan legale ontbossing gewoon toe"

74 procent van de totale door ForFarmers gebruikte soja is gecertificeerd, claimt het bedrijf. Waarschijnlijk, zegt Riemersma, voldoet het grootste gedeelte alleen aan de FEFAC-normen. En veel groei zit er niet in het percentage gecertificeerde soja – van 2018 naar 2019 ging het zelfs licht achteruit. Vandaar dat ForFarmers de eerder geldende doelstelling van 100 procent gecertificeerd per 2020 losliet, en vijf jaar opschoof. 

Gert van der Bijl, soja-expert van Solidaridad en voormalig lid van de Sojacoalitie: ‘Daar spat de ambitie niet van af. En die 100 procent gecertificeerde soja voor de Nederlandse en Belgische markt is afgedwongen door de supermarkten.’

Binnen de Europese veevoerindustrie, waarin Nederland de toon aangeeft, hoort ForFarmers bij de ‘nettere’ bedrijven. Maar dat doet niets af aan zijn verantwoordelijkheid om kwetsbare ecosystemen – met groot belang voor klimaat en biodiversiteit – intact te laten. Daar komt bij dat ForFarmers weinig ziet in alternatieven voor de soja-import: regionaal geproduceerde eiwitrijke grondstoffen. De groeiomstandigheden voor Europese soja zijn niet gunstig, oordeelt ForFarmers, en eiwitvervangers ‘vergroten de milieu-impact van de veehouderij in plaats van ze te verkleinen’ – een betwist standpunt. Beide opties, zegt ForFarmers, leiden tot hogere prijzen. 

Bovendien verdient ForFarmers goed aan de uit Brazilië geïmporteerde soja: volgens berekeningen van onderzoeksbureau Profundo zo’n 28 miljoen euro per jaar, waarmee het na Albert Heijn nummer twee in Nederland is.

Nederland sojakoploper in Europa

Van alle EU-landen is Nederland de grootste importeur van sojabonen en het is daarbij ook de grootste EU-importeur uit Brazilië en de Verenigde Staten. Wereldwijd is Nederland volgens de Food en Agriculture Organization van de Verenigde Naties de vierde importeur van sojabonen. China importeert met afstand de meeste sojabonen (88,0 miljard kilogram in 2018), gevolgd door Argentinië (6,4 miljard), Mexico (5,2 miljard) en Nederland (4,3 miljard). Zo’n driekwart van de Braziliaanse export heeft China als bestemming.

Rond een kwart van alle door Nederland ingevoerde sojabonen gaat als wederuitvoer meteen door naar het buitenland. Het grootste deel wordt in Nederlandse fabrieken verwerkt tot sojameel voor veevoer of sojaolie voor menselijke consumptie. 

De sojaproducten zijn niet alleen voor de Nederlandse markt, maar gaan ook als export van Nederlandse makelij naar het buitenland. Daarnaast importeert Nederland tot meel vermalen sojaschroot dat als wederuitvoer direct doorgaat naar het buitenland.

De totale import van soja had in de eerste helft van 2020 een waarde van 1,3 miljard euro. Circa 64 procent kwam uit Brazilië (naast sojabonen ook veel sojaschroot) en 18 procent uit de Verenigde Staten (vrijwel alleen sojabonen). De importwaarde van 1,3 miljard euro was onderverdeeld in 0,8 miljard euro voor de import van sojabonen en 0,45 miljard euro voor die van sojaschroot en -meel.

Lees verder Inklappen

ForFarmers blijft dus leunen op, met name, Braziliaanse soja – met alle risico’s van dien. ‘Nu is de discussie over verantwoorde soja nog beperkt tot de progressieve media’, constateert een voormalig agrarisch journalist. ‘De gemiddelde consument ligt er nog niet wakker van waar de soja voor zijn melk of stukje vlees vandaan komt. ForFarmers is ook geen merk dat in de winkel ligt. Maar ik ben zelf in Brazilië geweest en als doordringt op welke schaal ontbossing en aantasting van de natuur plaatsvinden, en hoe de savannes van de Cerrado worden ‘ontwikkeld’, zal de roep aanzwellen om daar iets aan te doen. En dat valt niet mee, want de controle op de sojateelt is in zo’n groot land heel lastig.’

Zelfregulering gaat de Braziliaanse bossen en savannes niet redden. En onder president Jair Bolsonaro, die er geen geheim van maakt dat hij alles het liefst zou ontginnen voor landbouw, mijnbouw en veeteelt, is van de overheid ook weinig te verwachten, integendeel

Ondertussen is er wel een flinke stok achter de deur gekomen: het Europees Parlement heeft de Europese Commissie in augustus gevraagd om een wettelijk verbod van sojaproductie die met ontbossing gepaard gaat. Voor zo’n Europese Bossenwet is nu een consultatieronde onder Europese burgers en belanghebbenden gaande, tot 10 december. In de tweede helft van volgend jaar moet duidelijk worden hoe die wet er precies uit gaat zien – in hoeverre de soja verhandelende en gebruikende bedrijven écht de duimschroeven wordt aangedraaid.

Of ForFarmers op dezelfde voet voort kan gaan, hangt af van de bereidheid van beleggers om in het bedrijf te investeren. De beurs is op dit moment niet onverdeeld gunstig: analisten haalden ForFarmers van de kooplijst. Deels, lichten ze toe, vanwege corona dat met name de rundveehouderij treft, en deels vanwege de stikstofdiscussie die zorgt voor een ‘uitdagende omgeving’.

Uitstoot broeikasgas 'significant’

Met APG, dat voornamelijk belegt voor ambtenarenpensioenfonds ABP, heeft wel een grote institutionele belegger zich aan ForFarmers verbonden. APG bezit nu een kleine 10 procent van de aandelen.

ABP is onlangs weer tot duurzaamst beleggend pensioenfonds uitgeroepen. Sinds begin dit jaar heeft het ook een nieuw ‘Duurzaam en Verantwoord Beleggingsbeleid’ waarin het onder meer de energietransitie wil bevorderen door investeringen in fossiel af te bouwen, en door die in hernieuwbare energie op te voeren. 

ForFarmers claimt dat 74,7 procent van zijn soja is gecertificeerd door de Roundtable on Responsible Soy – wat niet juist is

Hoe verhouden die voornemens zich tot de investering van zo’n 60 miljoen dollar in ForFarmers? De veevoergigant erkent immers zelf dat de uitstoot van broeikasgassen in de grondstoffenketen en op het boerenerf ‘significant is’, en dat ontbossing een gevaar is bij het verbouwen van soja en palmolie?

Toch valt de investering in ForFarmers binnen de ‘insluitingscriteria’ van ABP en APG, meldt een woordvoerder namens beide. ‘Het bedrijf is beoordeeld op onze vier standaard beleggingscriteria: risico, rendement, kosten en duurzaamheid. Het is op grond van deze beoordeling opgenomen in de beleggingsportefeuille. Uit onze reguliere contacten begrijpen wij steeds dat duurzaamheid belangrijk is voor ForFarmers. Bijvoorbeeld op het gebied van het terugdringen van de stikstofuitstoot van hun afnemers.’ Overigens, aldus de woordvoerder, ‘is de positie dit jaar tot onder de 10 procent gedaald’ - inderdaad, naar 9,98 procent.

ForFarmers wees er volgens ABP/APG in hun onderlinge gesprekken op dat het onder meer streeft naar duurzame sourcing van grondstoffen, en dat 74,7 procent van zijn soja is gecertificeerd door de Roundtable on Responsible Soy – wat niet juist is, dat percentage slaat op de certificering door de branchevereniging FEFAC. 

Als Follow the Money APG daarop attent maakt, verwijst de woordvoerder weer naar ForFarmers. Ook bij het Verantwoordingsorgaan van ABP, met vertegenwoordigers van werknemers, werkgevers en gepensioneerden (en illustere leden als econoom Bernard van Praag en historicus Arend Jan Boekestijn), komen we niet verder. Een vraag aan Bernard van Praag over de investering in ForFarmers wordt door hem doorgespeeld naar een lid dat over de beleggingen gaat. Maar dan meldt Van Praag zich toch weer: ‘Mijn collega vindt dit zo specialistisch dat hij zich niet competent acht. Hij raadt aan dat aan ABP zelf te vragen.’

Fikse opgave voor ABP

Projectmanager Mart van Kuijk van duurzame beleggersvereniging VBDO is niet verbaasd dat Nederlandse institutionele beleggers investeren in bedrijven met risico’s op ontbossing. ‘Pensioenfondsen hebben tot op heden nog geen duidelijk beleid ontwikkeld om ontbossing direct of indirect gelinkt aan landbouw tegen te gaan, wel gaan ze in gevallen met bedrijven in gesprek. Wij hebben samen met natuurbeschermingsorganisaties een paper geschreven om investeerders attent te maken op de risico’s van ontbossing in Latijns Amerika.’ Andere partijen in de financiële sector hebben zich wel vastgelegd: ‘Actiam wil bijvoorbeeld een einde aan ontbossing door hun investeringen in 2030.’ 

Het ABP zou dan nog een fikse opgave hebben: het pensioenfonds investeert niet alleen in ForFarmers, maar ook in de omstreden Braziliaanse vleesgigant JBS, voor in totaal 300 miljoen dollar.

Er is nog meer af te dingen op de afweging van ABP om te participeren in de intensieve veehouderij. Inmiddels is wel duidelijk dat aan dergelijke investeringen behoorlijke financiële risico’s kleven. Niet alleen vanwege de impact op de opwarming van de aarde maar ook vanwege de effecten op het verlies aan biodiversiteit. 50 procent van het wereldwijde bbp is enigszins of zwaar afhankelijk van natuur en biodiversiteit – van insecten die gewassen bestuiven bijvoorbeeld.


Joris van Toor, strategisch adviseur DNB

"Het bewustzijn van biodiversiteitsrisico's is nog jong, het belang wordt minder gezien dan bij klimaatrisico's"

De Nederlandsche Bank publiceerde in juni samen met het Planbureau voor de Leefomgeving het rapport Biodiversiteit en de financiële sector: een kruisbestuiving? Coauteur en DNB-onderzoeker Joris van Toor licht een aantal financiële risico’s van biodiversiteitsverlies toe. Dat zijn onder meer reputatierisico’s – niet alleen voor het bedrijf dat met biodiversiteitsverlies wordt geassocieerd maar indirect ook voor de investeerder – als een bedrijf negatief in de publiciteit komt.

Maar er zijn ook ‘transitierisico’s’. Van Toor: ‘Stikstof is een mooi voorbeeld. Een bedrijf met activiteiten die veel stikstof uitstoten, kan genoodzaakt worden een grote omschakeling te maken in zijn bedrijfsvoering. Dit kan vervolgens ten koste gaan van de winstgevendheid van het bedrijf en daarmee indirect impact hebben op de financiële instellingen die erin investeren.’

Het bewustzijn van biodiversiteitsrisico’s voor de financiële sector is nog jong, zegt Van Toor. En het belang wordt nog minder gezien dan bij klimaatrisico’s. Maar het Noorse overheidspensioenfonds (dat 1 biljoen dollar in aandelen bezit) maakte vorig jaar bekend dat het met ‘divestment’ bezig is bij 33 bedrijven die gelinkt kunnen worden aan ontbossing voor palmolieproductie.

Uiteindelijk wil De Nederlandsche Bank biodiversiteitsrisico’s onderdeel maken van het toezicht op de financiële sector

En eind september ondertekenden 26 financiële instellingen (waaronder Rabobank, Triodos, Actiam, Volksbank, ASN, Achmea, NN en Aegon, maar niet APG) een Finance for Biodiversity pledge, waarin ze verklaren zich voor biodiversiteit in te zetten en wereldleiders oproepen dat ook te doen. 

Joris van Toor: ‘We hebben nog meer data nodig om biodiversiteitsrisico’s preciezer in te kunnen schatten. Rond klimaat is dat makkelijker. De Taskforce for Nature-related Financial Disclosures gaat volgend jaar in kaart brengen wat er verder nog nodig is om biodiversiteitsrisico’s voor financiële instellingen beter te kunnen bepalen. Uiteindelijk wil De Nederlandsche Bank biodiversiteitsrisico’s ook onderdeel maken van het toezicht op de financiële sector.’

Schrijver Jan Siebelink kan daar niet op wachten. In een filmpje op Twitter doet hij een klemmend beroep op investeerders in de intensieve veehouderij, die dieren ziet als lopendebandproducten: ‘Geachte financiële elite, beste banken en beleggers. Het is uw werk door een geldbril naar de vee-industrie te kijken. Maar zelfs door die bril bekeken moet u hetzelfde zien als ik. Kijk niet langer weg.’