Beeld door Theo Leconte (via Unsplash)
© CC0 (Publiek domein)

Door sjoemelende melkveehouders zitten biologische boeren nu ook in de shit

    Koste wat het kost moest Nederland zijn uitzonderingspositie in het Europese mestbeleid behouden. We wilden er zelfs een flink deel van de Nederlandse koeien voor naar het slachthuis brengen. Missie geslaagd, maar er is één probleempje, schrijft Hans Baaij: ook bioboeren worden nu gedwongen afscheid van hun koeien te nemen — terwijl die helemaal niets met het mestoverschot te maken hebben.

    Biologisch voedsel en vooral biologische zuivel doet het goed in Nederland. Op 25 maart 2016 kon ik hierover op FTM nog berichten in een artikel met de kop ‘“Crisis, welke crisis?” denkt de bioboer.’ Met een jaarlijkse groei van om en nabij de 10 procent was er in Nederland immers een tekort aan biologische melk; er moest zelfs melk geïmporteerd worden. Zo stond er in het AD: ‘Biologische zuivel is niet aan te slepen. Dat tekort levert aantrekkelijke prijzen op, terwijl de prijs voor gewone melk juist keldert.’

    So far so good. Echter: Nederland heeft ten behoeve van de intensieve veehouderij bij de EU bedongen dat het veel meer dierlijke mest mag uitrijden dan andere EU-landen (de zogeheten mestderogatie). In een aantal opeenvolgende jaren bleek ook dit niet genoeg en werd het fosfaatplafond, een maatstaf voor de hoeveelheid mest, tóch overschreden.

    De Nederlandse overheid dacht dat men de overschrijding van het fosfaatplafond in Brussel wel weg kon masseren en dat de derogatie behouden zou blijven, maar toen NRC Handelsblad in november 2017 een onderzoek over de grootschalige mestfraude publiceerde, en berichten hierover ook tot Brussel doordrongen, raakte men in paniek. Door de massale fraude met mest door de varkens- en melkindustrie bleek het mestoverschot namelijk nog veel hoger dan volgens de cijfers van de overheid. 

    "Ook bioboeren moeten hun koeienpopulatie terugbrengen — en dat is vreemd"

    Om de Nederlandse intensieve veehouderij en de export te beschermen konden stevige maatregelen niet uitblijven. Die maatregelen hielden in 2017 een éénmalige krimp in van het bestaande aantal koeien, het zogeheten ‘fosfaatreductieplan’. Ook trad op 1 januari 2018 de Fosfaatwet in werking. Dat betekent dat elke melkveehouder terug moet naar het aantal koeien dat hij op de peildatum van 2 juli 2015 op zijn bedrijf had staan.

    De maatregelen hebben succes, want frauderend Nederland kreeg nog twee jaar derogatie — en mag dus twee jaar meer mest per hectare uitrijden dan EU-collega’s, zo schreef ik onlangs.

    Bioboeren zijn de dupe

    Of nu ja, succes: voor de ‘normale’ melkveehouder dan. Voor Biologische veehouders is het een ander verhaal: ook zij moeten hun koeienpopulatie terugbrengen naar de omvang van 2 juli 2015.

    En dat is vreemd. Biologische koeienboeren hebben immers part noch deel aan de fraudes en aan de overbemesting. Ze maken geen gebruik van derogatie omdat ze moeten voldoen aan de strenge eisen van de EU, ze hebben minder koeien per hectare en zijn ze grondgebonden. Bioboeren werken duurzaam; de biologische sector heeft eerder een tekort aan mest dan een overschot. De mest van biologische koeien is bovendien veel gevraagd door biologische akker- en tuinbouwers.

    Biologische boeren gebruiken verder ook geen giftige verdelgingsmiddelen en zijn dus ook niet schuldig aan de massale sterfte van vlinders, insecten en weidevogels en de vervuiling van oppervlakte- en grondwater.

    Het overviel de biologische koeienboeren dan ook volledig dat ze door de minister van landbouw gelijk behandeld werden als bijvoorbeeld intensieve megaboeren, die honderden koeien in hun stallen houden en vrijwel geen grond hebben. Omdat biologische landbouw en veeteelt een groeisector is, hadden veel bioboeren vóór de peildatum van 2 juli 2015 tegen hoge bedragen en met geleend geld extra grond aangeschaft en stallen laten bouwen, ook voor het houden van jongvee op de boerderij.

    ‘LTO heeft schijt aan biologische melkveehouders.’

    Werden deze jonge dieren eenmaal melkkoe, dan zouden nu forse boetes volgen. Het gevolg: de dieren moesten naar het slachthuis. Bioboeren die voor 2 juli 2015 hadden geïnvesteerd in grond of stallen, kunnen die investeringen voorts niet benutten omdat ze geen koeien hebben.

    Weinig objectief

    Volgens Diana Saaman van SOS bioboeren hebben veel bioboeren geïnvesteerd vanwege de jaarlijkse omzetgroei. Door de Fosfaatwet de dreigt nu een kwart tot een derde van de bioboeren failliet te gaan of te moeten stoppen. Een ander direct gevolg van de slacht van biologische koeien is dat het tekort aan biologische mest nu al op begint te lopen. 

    Vanzelfsprekend hebben de biologische boeren bezwaar gemaakt bij de Minister van Landbouw Carola Schouten. Teneinde de positie van de biologische boeren te onderzoeken, werd een commissie ingesteld: deze concludeerde dat biologische bedrijven ook mest (fosfaat) produceren en dus niet als aparte groep af te bakenen zijn. Een gezocht argument, want bioboeren moeten wél voldoen aan EU-voorschriften, worden gecertificeerd door SKAL, en zijn als zodanig zeer goed herkenbaar. Ze hebben zelfs een eigen zuivel- en mestmarkt, strikt gescheiden van de gangbare melkveehouderij. De commissie bestond echter uit twee vertegenwoordigers van LTO Nederland (de intensieve veehouders) en uit twee ex-directeuren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Niet echt een objectieve commissie dus. Eerder doorgestoken kaart en vals spel. EKO-Holland-voorzitter René Cruijsen stelde onomwonden: ‘LTO heeft schijt aan biologische melkveehouders.’

    Opvallend is dat de Nederlandse overheid ervoor kiest om de vleeskalverensector en de geitenhouderij buiten het fosfaatstelsel te houden. De geitenhouderij groeide tussen 2015 en 2017 met 50.000 dieren (10 procent). De geiten zijn bekend van de Q-koorts met 74 doden en honderden chronisch zieken en vormen een risico voor de volksgezondheid. De kalverhouderij is grotendeels in handen van de Van Drie Groep, de grootste kalverfokker van Europa. Van Drie zit regelmatig met de LNV-ambtenaren aan tafel en bepaalt met hen wat er gebeurt.

    Terwijl de koeienboeren dieren moesten slachten, nam de import van kalveren toe

    Bij de kalveren gaat het om zo’n 1.200.000 dieren op jaarbasis; deze produceren elk 10 kg fosfaat per jaar. De 12 miljoen kg mest van kalveren is zodoende gelijk aan de mest van 300.000 koeien. Van de 1,2 miljoen kalveren worden 800.000 kalveren uit onder meer de Baltische staten en Ierland geïmporteerd om als kalfsvlees aan landen als Italië en Frankrijk verkocht te worden. Terwijl de koeienboeren dieren moesten slachten, nam de import van kalveren toe: in 2016 werden 735.000 kalveren geïmporteerd, in 2017 waren dit er 750.000 en dit jaar worden het er waarschijnlijk meer dan 800.000. Vanzelfsprekend waren de ambtelijke top, Van Drie en LTO blij met de uitzondering die voor de kalveren gemaakt werd, ook al ging dat ten koste van de biologische en andere grondgebonden (familie) melkveebedrijven.

    Het huidige beleid om de biologische melkveehouders keihard aan te pakken is strijdig met het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB-beleid) dat als uitgangspunten biodiversiteit en het behoud en de ontwikkeling van 'natuurlijke' landbouw, waterbeheer en gebruik en omgaan met klimaatverandering heeft. De EU-commissie Milieu liet vanuit Brussel schriftelijk aan SOS bioboeren weten voorstander te zijn om biologische melkveehouders uit te zonderen van de fosfaatwet, omdat de biologische bedrijfsvoering milieuvriendelijk is en niet debet is aan mestoverschot en mestfraude. 

    Conclusie: ondanks dat de bioboeren geen schuld hebben aan het mestoverschot, nauwelijks vervuilen, goed zijn voor de biodiversiteit, er een tekort is aan biologische mest en melk, gaan de bioboeren toch op het schavot. Groot respect derhalve voor de lobby van megaboeren en vooral van de milieu- en dieronvriendelijke kalverhouderij, dat ze ondanks alle door hen gepleegde fraude en/of vervuiling, minister Schouten zover hebben weten te krijgen dat de bioboeren moeten bloeden voor een mestoverschot waar ze part noch deel aan hebben. 

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Hans Baaij

    Hans is fiscaal jurist en oprichter van de Stichtingen Varkens in Nood en Dier & Recht.

    Volg Hans Baaij
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren