© AFP PHOTO / FRANCOIS LO PREST

Frankrijk voldoet helemaal niet aan de EU-begrotingsregels

    Terwijl werknemers van de Franse spoorwegen staken, meldt de regering trots dat het Franse begrotingstekort voor het eerst sinds tien jaar onder de in het Verdrag van Maastricht afgesproken grens van 3 procent uitkomt. Edin Mujagic deelt het enthousiasme daarover niet. Integendeel. ‘Ik was met stomheid geslagen.’

    De hoogste Franse centrale bankier, François Villeroy de Galhau, jubelt. Het is 14 maart en hij heeft groot nieuws voor de bezoekers van de jaarlijkse ECB and Its Watchers conferentie in Frankfurt: voor het eerst in tien jaar tijd voldoet zijn land aan de Europese begrotingseisen, ook wel bekend als het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). Het begrotingstekort van de regering in Parijs is vorig jaar uitgekomen op 2,6 procent.  Ruim onder de grens van 3 procent, en dus kan de vlag uit in Parijs én de hele eurozone. Die redenering is simpel, duidelijk en helder. En volkomen onjuist.

    Ik zat in de zaal en was drievoudig met stomheid geslagen. Eerst door het triomfalisme van Villeroy de Galhau, daarna door het applaus van de andere aanwezigen op zijn stelling, en vervolgens omdat de moderator en andere panelleden hem ermee lieten wegkomen. In de dagen erna las ik in commentaren tot mijn verbazing hoe goed het wel niet is dat Frankrijk na al die jaren eindelijk voldoet aan de begrotingsafspraken.  

    Die 3 procent tekort is de maximaal toegestane afwijking, niet de norm

    Het is een misvatting dat Frankrijk nu voldoet aan de Europese begrotingsregels. De afspraak is dat elk land in normale economische omstandigheden moet streven naar begrotingsevenwicht of een klein overschot; 3 procent tekort is de maximaal toegestane afwijking in tijden van recessie en bedoeld om de ergste klappen op te vangen. Bij economische krimp dalen namelijk de inkomsten van de staat, bijvoorbeeld aan de kant van de inkomstenbelasting (omdat werknemers hun baan verliezen), de winstbelasting (bedrijven maken minder winst of gaan failliet)  en btw-opbrengsten (omdat mensen minder uitgeven). Tegelijkertijd stijgen de uitgaven, bijvoorbeeld doordat meer mensen een werkeloosheidsuitkering ontvangen. Om te voorkomen dat een land in een recessie moet bezuinigen, is in het SGP de regel opgenomen dat een tekort van 3 procent is toegestaan. Het is een soort begrotingsuiterwaarde.

    Structureel begrotingstekort

    Wellicht denk je nu: dat was de oorspronkelijke versie van het SGP, maar dat pact is in loop der tijd aangepast en gewijzigd. Dat is inderdaad het geval. Er is bijvoorbeeld meer maatwerk in opgenomen. Zo heeft nu elk land een eigen begrotingsdoelstelling op middellange termijn. Voor Frankrijk geldt dat het land in 2019 een structureel begrotingstekort van 0,4 procent van zijn bruto binnenlands product (bbp) mag, c.q. moet hebben.

    Het structureel begrotingstekort is het tekort nadat de inkomsten en uitgaven aangepast zijn aan de economische cyclus en zonder rekening te houden met eenmalige inkomsten en uitgaven en andere tijdelijke maatregelen. Ook de rentelasten worden buiten beschouwing gelaten. Om die begrotingsdoelstelling op middellange termijn vast te stellen, speelt ook de totale staatsschuld een rol. Hoe hoger de schuld is ten opzichte van de Maastricht-grens van 60 procent van het bbp, des te gezonder overheidsfinanciën elk jaar moeten zijn om de schuld  in loop der tijd te kunnen reduceren.

    "Begrotingen van de EU-landen moeten op middellange termijn in evenwicht zijn, dat is de afspraak"

    Wat overeind is gebleven na alle wijzigingen en aanpassingen van het SGP, is echter de kern ervan: dat begrotingen van de EU-landen op middellange termijn in de buurt van het evenwicht moeten liggen of een overschot moeten vertonen. Rood staan mag bij uitzonderlijk slechte economische tijden. Laten we nú nader kijken naar dat jubelen van Villeroy de Galhau en andere economen, ook in Nederland.

    Zéro noir

    De Franse economie groeide vorig jaar met 1,6 procent. Er was dus geen sprake van een recessie. Dat betekent dat Villeroy de Galhau en de zijnen pas reden om te juichen hadden gehad als Parijs een begrotingsevenwicht had kunnen melden. Zéro noir dus, zoals Berlijn met zijn zogeheten schwarze Null. Of als dat te veel was geweest dan in ieder geval meer in de buurt van de 0 dan 3 procent. Een tekort van 2,6 procent in een economisch uitstekend jaar is zo bezien eerder een reden om je als land te schamen dan feest te vieren. En dat is niet het enige.

    Zo is de Franse staatsschuld in 2017 verder gestegen vergeleken met een jaar eerder, van 96,6 procent van het bbp naar 97 procent, meldt Insee, het Franse bureau voor de statistiek. De schuld blijft daarmee dus nog lichtjaren verwijderd van de eveneens afgesproken grens van 60 procent. Hij nam zelfs toe in een, ik kan het niet vaak genoeg herhalen, goed economisch jaar.  

    Het eerder genoemde structurele begrotingstekort van Frankrijk lag vorig jaar op circa 1,5 procent van het bbp, aanzienlijk hoger dan het streven van een klein tekort of evenwicht. Het Internationaal Monetair Fonds verwacht dat dat tekort in 2018 opnieuw  zal stijgen. ‘Brussel’ vermoedt dat het Franse structurele tekort in 2020 nog steeds ruim boven 1 procent zal liggen. Veel te hoog dus.

    Om die negatieve verwachtingen niet waar te maken en alsnog aan de eisen te voldoen, moet Parijs dit en komende jaren meer doen om de uitgaven te beteugelen en de economie te hervormen, zegt ‘Brussel’. Die kans lijkt niet groot te zijn.  De Franse president is bepaald niet populair en Franse werknemers maken zich en masse op om te gaan staken. Dat is geen omgeving waarin politici impopulaire hervormingen zullen willen doorvoeren. De kans is groot dat Parijs meer zal blijven uitgeven dan dat er aan inkomsten binnenkomt.

    Moeizame relatie

    Het verbaast me dan ook niet dat ‘Brussel’ in een analyse van de Franse financiën schrijft dat ‘de maatregelen die nodig zijn om vanaf 2018 de geplande tekortdoelstellingen te ondersteunen, niet voldoende zijn gespecificeerd’. Een nette manier om te zeggen: zoals zo vaak is de regering in Parijs vooral goed in grootspraak, maar we vrezen dat het weer bij mooie woorden zal blijven. Een goede stelregel luidt inderdaad dat hoe minder details een regering meldt van zijn grote plannen, des te groter de kans dat er niets van die grote plannen uitgevoerd wordt.

    Sinds de invoering van de euro heeft Frankrijk niet één keer voldaan aan de Europese begrotingsregels

    Nu we toch al hebben ingezoomd op de moeizame relatie tussen Frankrijk en de SGP-regels: het is niet ver bezijden de waarheid zijn om te stellen dat Frankrijk sinds de invoering van de euro niet één keer voldeed aan de Europese begrotingsregels. Met een strikte interpretatie van het SGP had Frankrijk alleen in 2009 een begrotingstekort van 3 procent mogen hebben. In dat jaar stond de regering in Parijs echter ruim 7 procent in het rood, ruim twee keer zo veel als toegestaan is in een recessiejaar. Ook in de jaren 2003, 2008, 2012, 2013 en 2014 was het begrotingstekort namelijk groter dan 3 procent van het bbp. 

    Op een of andere manier is, ook onder vrijwel alle Nederlandse economen en beleidsmakers, die uiterste grens uit het SGP van een tekort van 3 procent in tijden van recessies verworden tot de doelstelling op zich, ook in economisch goede tijden. Dat was onzin, is onzin en blijft onzin. Gezien de economische situatie had Parijs een verwacht begrotingstekort over 2018 dicht bij 0 procent moeten melden, zo niet een klein overschot. Maar de kans dat dat gebeurt, is nog kleiner dan de kans dat Frankrijk het WK in Rusland besluit te boycotten (en Oranje alsnog mee kan doen).

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Edin Mujagic

    Gevolgd door 727 leden

    Een onafhankelijke macro-econoom, spreker en publicist. Zijn nieuwste boek gaat over de Nederlandse monetaire geschiedenis.

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg Edin Mujagic
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren