Franse boeren slachtoffer van marktmacht 'hypermarchés'

6 Connecties

Opnieuw blokkeren Franse boeren wegen. De Franse regering heeft de portemonnee getrokken en neemt crisismaatregelen. Maar dat lost de onderliggende problemen van de Europese landbouw niet op. De sleutel daarvoor zijn vooral de afnemers: supermarkten en slachterijen.

De Franse boeren klagen. En nu eens niet over het weer. Maar over de lage prijzen die ze voor hun producten krijgen. Over de als oneerlijk ervaren concurrentie van boeren uit andere landen. Over de socialistische regering die hun ondernemerschap smoort in regelzucht en bureaucratisch papierwerk. Over de Europese Unie, die boeren in Oost-Europa subsidieert en goedwillende Franse boeren het leven zuur maakt met milieuverordeningen. De Franse boeren zijn het zat. En daarom blokkeren ze nu opnieuw wegen, storten ze mest op de stoep van regeringsgebouwen en plunderen ze vrachtwagens met Nederlands, Pools of ander vlees en groente die niet in Frankrijk is geproduceerd.

Boeren klagen altijd, ook in Frankrijk. Zélfs in Frankrijk, want met 11 van de 60 miljard euro die in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de Europese Unie wordt uitgedeeld, zou je zeggen dat ze weinig reden tot klagen hebben. Zonder dat Europese landbouwbeleid had Frankrijk zich nooit kunnen ontwikkelen tot de grootmacht die het nu op het gebied van landbouw is.

De franse agrarische sector produceert  jaarlijks zo’n 70 miljard aan producten en was in 2012 goed voor een handelsoverschot van 11,9 miljard euro

De agrarische sector produceert er jaarlijks voor zo’n 70 miljard aan producten en exporteerde in 2012 voor 57,7 miljard euro, in dat jaar goed voor een handelsoverschot van 11,9 miljard euro. Het grootste deel van die export gaat naar Europese landen.

Op dit moment bestaat een kleine 40 procent van het totale EU-budget uit landbouwsubsidies in het kader van het GLB. Volgens de meerjarenbegroting 2014-2020 van de Europese Commissie is het de bedoeling dat deze subsidies tot 2020 met nog eens 12 procent worden afgebouwd. Maar dankzij hun sterke lobby is voor de Franse boeren een uitzondering gemaakt: zij hoeven slechts drie procent in te leveren. Ze blijven de grootste ontvangers van de GLB-subsidies in de EU en zullen tot in de periode 2014-2020 samen 62,8 miljard euro op hun rekeningen bijgeschreven krijgen.

Slachtofferschap

Desondanks zien Franse boeren, die gemiddeld de helft van hun inkomen danken aan EU-subsidies, zichzelf als slachtoffer van diezelfde EU. Het Front National pleit al jaren voor ‘hernationalisatie’ van de landbouwsteun en geniet om die reden brede steun onder de boeren. De extreemrechtse partij is er op wonderbaarlijke wijze in geslaagd hen wijs te maken dat de EU ze alleen maar geld kost.

Franse boeren hebben door ruime inkomenssubsidies te weinig geïnvesteerd in modernisering

Een van de antwoorden op dit raadsel is dat de directe inkomenssubsidies in het kader van het GLB het effect hebben dat boeren minder de noodzaak ervaren om te investeren in modernisering van hun bedrijf. Franse boeren, die relatief veel subsidie ontvangen, kunnen daardoor minder goed concurreren dan voorheen. Sinds de uitbreiding van de EU tussen 2004 en 2007 met een aantal Oosteuropese landen is dat pijnlijk duidelijk geworden. De Franse agrarische sector zag zijn Europese marktaandeel sindsdien zelfs met 20 procent dalen. Spaanse en Duitse boeren hebben zich veel beter weten te handhaven tegen de nieuwkomers op de Europese markt.

open_europe_landbouw export

Marktmacht supermarkten

Maar ‘Brussel’ en ‘Europa’ verklaren slechts voor een deel de Franse boerenwoede. Die wordt immers niet alleen gelucht op overheidsgebouwen, buitenlandse trucks en snelwegen, maar op hun voornaamste afnemers: supermarkten en slachterijen. Die boosheid is een stuk beter te begrijpen.

Een tijdje terug sprak Follow The Money met de Slowaak Igor Šarmír. Hij adviseert als EU-rapporteur namens het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) het Europees parlement en de Europese commissie over voedsel en landbouw aangelegenheden. In 2012  publiceerde de Slowaak een rapport waarin hij de marktmacht – en het misbruik daarvan - door supermarktketens aan de kaak stelde.

De onevenredig grote marktmacht van de supermarktketens kan ertoe leiden dat de voedselvoorziening in gevaar komt

Šarmír sprak toen van een ‘illegaal oligopolie van supermarkten’. Hoewel het rapport toen tot geschrokken reacties leidde, is de situatie sindsdien alleen maar slechter geworden, constateerde hij onlangs. De zelfregulering die supermarktketens hadden aangekondigd heeft tot geen enkele verbetering van de positie van leveranciers geleid, aldus Šarmír. Hij zag nog een ander gevaar: supermarkten dreigen, net als banken, too big to fail te worden. In bepaalde gebieden zijn de inwoners voor hun voedselvoorziening volledig afhankelijk geworden van supermarkten. Alternatieven zijn verdwenen.

De onevenredig grote marktmacht van de supermarktketens kan er volgens Šarmír uiteindelijk toe leiden dat de voedselvoorziening in gevaar komt. De druk op de marges van leveranciers is zo groot dat steeds meer tuinders, vee- en melkboeren er noodgedwongen mee uitscheiden. Daarmee verdwijnt veel ervaring en moet er op den duur voedsel worden geïmporteerd. Volgens berichten in de Franse pers staat een op de tien Franse boeren op het punt om te vallen. In 2013 publiceerde het Franse gezondheidsinstituut INVS een onderzoek waaruit bleek dat gemiddeld om de dag een Franse boer zich van het leven berooft. Met 35,9 per 100.000 kent de beroepsgroep het hoogste zelfmoordcijfer in Frankrijk.

Hypermarchés

Frankrijk mag zijn platteland koesteren, economisch gezien is het een woestenij. In weinig Europese landen is de detailhandel zo sterk geconcentreerd bij een beperkt aantal grote ketens die met hun hypermarchés het Franse rurale landschap domineren. Bijna elke dag verdwijnt er wel ergens een bestaande kleine supermarkt die opgaat in of zich transformeert tot een van die reusachtige hypermarchés van Carrefour, LeClerq, Casino en Système U. Voor de Nederlandse vakantieganger mogen ze een consumentenparadijs vol met luxe zijn, voor de Franse boer vormen die megaketens de hel. Door de combinatie van hun inkoopmacht en de beschikbaarheid van goedkopere alternatieven uit het buitenland is de onderhandelingspositie van Franse boeren sterk verslechterd.

Voor Nederlandse vakantieganger zijn de hypermarchés een consumentenparadijs, voor de Franse boer zijn ze de hel

In een convenant met het ministerie van landbouw en Franse boeren hebben Franse slachthuizen in juni van dit jaar beloofd hun afnameprijzen geleidelijk te verhogen, maar de 5 cent per kilo die was toegezegd is nog niet bereikt. Franse supermarkten zeggen nu dat zij best bereid zijn meer te betalen voor Frans vlees, maar dat de slachterijen niet meewerken.

President Hollande heeft nu ‘structurele maatregelen’ aangekondigd om met name de nood van de vleesboeren te lenigen. Hij beloofde met name de administratieve lasten, die als zwaar en zelfs ondraaglijk worden ervaren, zullen worden verminderd. Daarnaast trok hij nog eens in totaal 1,1 miljard uit voor de veeteeltsector, 600 miljoen euro in de vorm van belastingverlichting en 500 miljoen aan leningen. Het toeval wil dat 1,1 miljard euro ook het bedrag is dat Frankrijk dit jaar aan ten onrechte genoten landbouw-subsidies in de periode 2008-2012 moet terugbetalen aan de Europese Unie.

Ook heeft Hollande aangekondigd dat het aanbod in kantines van staatsinstellingen en -bedrijven volledig wordt verfranst. Dat is een oude eis van de boeren, die weliswaar zelf hun waren vrij willen  exporteren, maar tegelijk eisen dat er in Frankrijk Frans wordt gegeten. En dan heeft Hollande ook nog beloofd om met de Chinezen te gaan praten over de inkoop van Frans vlees en trekt zijn regering ook extra geld uit om het ‘Made in France’ internationaal als keurmerk te promoten.

Race to the bottom

Hollandes maatregelen zijn vooral voor de Bühne en allesbehalve structureel. Ze lossen het fundamentele probleem van de Franse, en daarmee de Europese, landbouw namelijk niet op. Het is evident dat de landbouwsubsidies een belangrijk doel dienen, namelijk het vergroten van de voedselzekerheid. Het is even duidelijk dat de subsidies hebben geleid tot overproductie en de neerwaartse druk op de prijzen hebben vergroot.

Dat is in het begin leuk voor de consument, maar uiteindelijk leidt het tot beperking van de keuzevrijheid. En op termijn zou die ontwikkeling zelfs de Europese voedselzekerheid kunnen bedreigen.

Winnaars van zo’n race to the bottom zijn uiteindelijk niet de consumenten, maar de grote supermarktketens. Hun positie is nu al zo sterk dat zij de markt praktisch naar hun hand kunnen zetten. Het is precies dat waar Šarmír en anderen tegen ageren. Er kan wel degelijk wat tegen worden gedaan, zegt hij. Neem bijvoorbeeld de Europese mededingingswetten eens onder de loep en pas ze aan om deze concurrentieverstorende verhouding recht te trekken,  aldus Šarmír. Ook al past de Franse boeren enige bescheidenheid, al zijn hun acties strontvervelend, ja zelfs af en toe ronduit misdadig, met hun klachten over de supermarkten hebben ze wel degelijk een punt.