'Banken halveren niet slim'

1 Connectie

Onderwerpen

Bankencrisis
2 Bijdragen

HFC’s Robin Fransman pareert een tegenzet in het debat over dé vraag: is de Nederlandse financiële sector te groot? Op zoek naar de nuance in een discussie met duistere kanten.

In reactie op mijn column over de omvang van de banken in Nederland schreef Michiel Bijlsma, programmaleider Financiële Markten bij het Centraal Planbureau, een reactie op economie.nl.

Dat kan natuurlijk niet onweersproken blijven, dat snapt u. Michiel maakt drie punten, die ik graag even één voor één met u doorneem.
 
1. De kredietverlening als percentage van de balans??
 
Michiel beweert dat de kredietverlening als percentage van de balans, slechts 32 procent is en dat de rest, in zijn woorden, ‘donkere materie’ is die geen waarde heeft voor de reële economie. De banken kunnen dus wel kleiner worden, is dan de redenering die volgt. Hij baseert zich daarbij op cijfers die de ECB op haar website publiceert. ??Eerlijk gezegd vind ik de term ‘donkere materie’ nogal tendentieus gekozen en het is ook niet terecht, want gebaseerd op een verkeerde interpretatie van incomplete cijfers. Wie wil weten hoe de balansen van  de Nederlandse banken in elkaar zitten moet kijken naar de cijfers die DNB presenteert op haar website. Dan krijg je veel meer detail en je komt er dan ook achter dat de cijfers niet gecorrigeerd zijn voor securitisaties. Kredietverlening aan de reële economie wordt dan geclassificeerd als ‘waardepapieren, anders dan aandelen’.  
 
Maar, DNB geeft daar een apart overzicht  van, dus daar kun je voor corrigeren. Ook moet je je realiseren dat cash dat banken aanhouden bij de centrale bank wordt geclassificeerd als ‘lening of deposito aan een andere bank’ en dat Nederland twee staatsbanken heeft, BNG en NWB, balanstotaal €200 miljard, die kredieten verstrekken aan lagere overheden.  En tenslotte, kredieten aan het bedrijfsleven die lopen via financieringsmaatschappijen van die bedrijven worden gekwalificeerd als ‘Leningen aan OFI’s’. Als je dat weet dan zien de activa van de Nederlandse banken zien er zo uit: 
 
 
 
?Niks donkers aan. En nog even aanvullend, die derivatenportefeuille hebben de banken om de rente- en herfinancieringsrisico’s af te dekken. Staat dus ook ten dienste van de kredietverlening. En als je meer wil weten dan pak je de jaarverslagen van de banken er bij. Met vijf jaarverslagen heb je bijna 90 procent van de markt te pakken?
 
2. De samenhang tussen internationale ondernemingen en de omvang van de banken??
 
Michiel geeft aan dat de samenhang tussen de omvang van de banken en de omvang van het internationale bedrijfsleven nog geen bewijs vormt voor de ideale omvang van de banken sector. Daar heeft ie natuurlijk gelijk in. Mijn punt is dat je de omvang van de banken niet alleen moet bekijken als balanstotaal ten opzichte van het BBP, maar dat je ook moet kijken naar de economische omgeving. En de aanwezigheid van internationaal bedrijfsleven is dan een aspect dat je moet meenemen. Overigens zou ik niet durven beweren te weten wat de ideale omvang van de financiële sector zou moeten zijn. Of de Nederlandse banken te groot zijn of niet kan ik niet beantwoorden. In mijn column beweer ik wel dat halveren van de banken geen goed idee is. De kop en inleiding zijn redactionele vrijheid van FTM.nl.??
 
3. De impliciete subsidies door de staat vanwege de mogelijke staatssteun
 
?Tenslotte zegt Michiel het volgende: “Een belangrijke aanwijzing dat de financiële sector te groot is, volgt uit de impliciete subsidies die too-big-to-fail banken genieten.” Hij verwijst dan naar onderzoek dat buitengewoon kwestieus is. Deze onderzoekers meten de omvang van de impliciete subsidies door de te kijken naar de credit ratings. 
 
Ja, zeggen de onderzoekers, je kan ook kijken naar wat de rentes op de obligaties van banken doen en dan vergelijken met de rest van de markt, maar dat is veel werk en daar zitten ook vertekeningen in door andere leenvoorwaarden, valuta en liquiditeitspremies. Daarom kijken ze niet naar de cijfers, maar maken alleen een modelletje. Die onderzoekers zouden een punt hebben als het verschil tussen obligaties van banken en die van andere ondernemingen heel klein zou zijn, dan kun je inderdaad geen conclusies trekken. 
 
Maar wat is het geval: banken betalen PROCENTEN meer dan de rest van de economie. Je hoeft maar even de yields op obligaties te vergelijken om te zien dat banken tussen de 1 tot 2 procent meer betalen bij vergelijkbare looptijden dan niet-financiele ondernemingen. Terwijl juist ondernemingen met een expliciete staatsgarantie, zoals BNG en de EIB, veel minder betalen. Kortom, de impliciete staatsgarantie op banken wordt door beleggers op waarde nul gezet. En terecht ook, de voorstellen van de Europese Commissie voor Bail-In bonds en in Nederland het nieuwe insolventierecht nemen de impliciete staatsgarantie weg. En terecht ook.
 
Too big too fail moet je oplossen. En niet door banken kleiner te maken, maar door te zorgen dat banken op ordentelijke wijze geherkapitaliseerd of geliquideerd kunnen worden, zonder dat de belastingbetaler zijn portemonnee hoeft te trekken.
 

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Robin Fransman

De dwarse denker Robin Fransman was jarenlang adjunct-directeur bij Holland Financial Centre (HFC). Daarvoor werkte hij onder...