Bij het uitrijden worden de meststoffen geïnjecteerd in de grond.
De vleesindustrie

Van stikstofcrisis tot dierenwelzijn: Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness. Lees meer

De intensieve veehouderij speelt in veel hedendaagse vraagstukken een centrale rol: de stikstofcrisis, de uitstoot van broeikasgassen, de opkomst van zoönosen. Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness.

Nederland heeft de ambitie de wereld te voeden met vlees, eieren en zuivelproducten. Jaarlijks exporteren we voor ruim 16 miljard euro aan vlees (8,7 miljard) en zuivel (8,2 miljard). Daar staat tegenover dat we granen en soja moeten importeren (ter waarde van zo’n 3 miljard euro) om al onze koeien, varkens, geiten en kippen te kunnen voeden.

Intussen wordt de grootschalige vleesindustrie een steeds groter probleem. Ze legt meer en meer beslag op de schaarse ruimte, vergiftigt de bodem en het (drink)water, en staat aan de wieg van dierziekten die soms ook mensen kunnen treffen (Q-koorts). En dan de dieren zelf. Steeds minder mensen vinden het acceptabel dat ze louter omwille van onze honger naar vlees worden geboren, vetgemest en geslacht.

In dit dossier onderzoekt Follow the Money de belangen achter de vleesindustrie, of en hoe er veranderingen mogelijk zijn, en welke krachten een omwenteling in de weg staan.

11 Artikelen

Bij het uitrijden worden de meststoffen geïnjecteerd in de grond. © Marcel van den Bergh

In de ‘grootste milieufraudezaak ooit’ zouden schadelijke stoffen terecht zijn gekomen op landbouwgrond in Nederland en Duitsland. Er staan nu maar liefst negentien verdachten terecht voor bedrog met visresten en mest. Het Openbaar Ministerie haalt alles uit de kast om tot veroordelingen te komen – of eindigt deze ‘Canard-zaak’ toch in een zeperd?

Dit stuk in 1 minuut
  • In december doet de rechtbank uitspraak in wat de media omschrijven als de grootste milieufraude in de geschiedenis. De zaak draait om een biogasinstallatie waarin mest is vergist met de ingewanden van vissen en afval van abattoirs. 
  • Het met vis- en vleesresten besmette overblijfsel van het vergistingsproces (het ‘digestaat’) zou door Nederlandse en Duitse boeren als meststof zijn gebruikt. Dit kan gevaarlijk zijn voor de volksgezondheid.
  • Het Openbaar Ministerie heeft negentien verdachten in het vizier. Ze zouden zich schuldig hebben gemaakt aan fraude (onder meer door het omkatten van digestaat in ‘pure’ mest) en aan milieudelicten (door boeren te betalen om het digestaat te over hun land te verspreiden).
  • Het OM zette aanvankelijk hoog in, met de beschuldiging dat de verdachten samenwerkten in een criminele organisatie. Die verdenking is tijdens het proces van tafel gehaald.
  • Geknoei met afval en mest is een groot en gevaarlijk maatschappelijk probleem. Als het OM er na vele jaren van opsporingsonderzoek niet in slaagt de rechter te overtuigen is dat een dreun voor de bestrijding van milieucriminaliteit.
Lees verder

Criminele bendes zouden miljoenen verdiend hebben aan giftige mest aldus het Achtuurjournaal op 20 september. Na vijf jaar opsporingsonderzoek staan in ‘de grootste milieufraudezaak ooit’ negentien verdachten terecht omdat ze in een ‘internationaal opererende organisatie’ jarenlang samenwerkten om ‘restafval goedkoop weg te krijgen’. 

Met serieuze risico’s voor de volksgezondheid, zegt de persofficier van het Functioneel Parket in het Journaal. 

De strafzaak draait om de vergister van Arie van de G. uit Bunschoten. Zijn bedrijf verwerkte onder andere resten van vis, en afvalwater uit de waterzuivering van een abattoir, tot biogas. Zo’n vergistingsproces mondt uit in een restproduct – het digestaat – dat in Nederland niet als meststof mag worden gebruikt vanwege risico’s voor de volksgezondheid.

Justitie vermoedt dat precies dat gebeurd is: dat de verdachten het restproduct op landbouwgrond hebben verspreid. En dat ze het daarnaast mengden met dierlijke mest om het boeren aan te bieden als ‘pure’ mest. Fraude dus. Met ook nog eens het risico ‘dat zware metalen en ziektekiemen in de voedselketen terecht zijn gekomen,’ zegt de persofficier. ‘Helaas kunnen we niet meer achterhalen of dat inderdaad het geval is.’

In de Canard-zaak – de naam die justitie eraan heeft gegeven – buitelen de advocaten van de verdachten over elkaar heen om hun afschuw uit te spreken over de kwalificaties van de persofficier.

Zo’n vergistingsproces mondt uit in een restproduct dat vanwege de volksgezondheid niet als meststof mag worden gebruikt

‘Het is uitermate wrang dat iemand die altijd alles volgens de regels wilde doen nu voorwerp is van wat het Openbaar Ministerie presenteert als een grote boevenbende,’ zeggen de advocaten van een varkenshouder uit het Brabantse Lierop, die van de fraude zou hebben geweten. ‘Hij geeft nu een onderneming door aan zijn zoons, die zwaar beschadigd is. Cliënt is hier kapot van en kan nog steeds niet geloven dat hij hier voor u zit.’

De advocaat van een agrarisch transportbedrijf in het Brabantse Oploo ziet een ongekende kloof tussen de verdediging en het Openbaar Ministerie: ‘Aan de ene kant een grote groep verdachten die unaniem ernstig verontwaardigd is over hoe het OM ze überhaupt heeft neergezet in de media, tot aan het Achtuurjournaal aan toe, en aan de andere kant het OM dat zich van geen kwaad bewust lijkt en het volstrekt vanzelfsprekend lijkt te vinden deze hele groep vanaf 20 september [de datum van de Journaaluitzending, red.] terecht te laten staan voor deelname aan een ‘internationale criminele organisatie’. 

Het leed, zegt de advocaat van het vergistingsbedrijf in Bunschoten, ‘is daarmee al geschied voor de rechtbank uitspraak doet’. Heeft de verdediging hier een punt? Wat is er precies aan de hand en hoe erg is het?

Mestvergisting in vijf sleutelbegrippen

De ‘grootste milieufraudezaak ooit’ raakt in januari 2015 aan het rollen via Meld Misdaad Anoniem. Een vergistingsbedrijf in Bunschoten zou zijn met visafval verontreinigde restproduct (digestaat) afleveren bij veehouders die 25 euro per ton krijgen om het uit te rijden over hun land. Dat uitrijden is in Nederland verboden omdat digestaat met dierlijke resten de volksgezondheid in gevaar kan brengen.

In de opsporing haalt justitie van alles uit de kast: telefoontaps, peilbakens (GPS-trackers) aan de tankwagens waarin het afval van het aanpalende visverwerkingsbedrijf zou worden vervoerd, monsternames van het bewuste digestaat, een verborgen camera op het erf van een ontvangende melkveehouder in Zeewolde, en – later – invallen bij verschillende bedrijven om de administratie van de transporten te achterhalen. In totaal beslaat het dossier 15.000 pagina’s.

‘Industriële’ vergisting in Bunschoten

De Bunschotense biogasinstallatie van Arie van de G. is een ‘industriële co-vergister’. Daarin worden ook de ingewanden van vissen en afval van bijvoorbeeld abattoirs gebruikt. 

Visingewanden vallen onder categorie 3 van de Europese verordening dierlijke bijproducten en dat geldt ook voor het restproduct, het digestaat met visresten dat overblijft na vergisting. 

Dat digestaat mag in Nederland niet als meststof op het land terechtkomen vanwege de risico’s voor de volksgezondheid, maar het mag wel worden gecomposteerd. Het kan ook worden verbrand of afgevoerd als bedrijfsafval.

De Canard-zaak is de eerste die draait om een industriële co-vergister. Voor de strafmaat keek het OM naar wat er bij zaken rond co-vergisting en afvalstoffen gebruikelijk is. Meestal gaat het dan om bijmenging van andere verboden stoffen die in de voedselketen kunnen belanden: van verontreinigd slib of kadavers. 

Het Bunschotense vergistingsbedrijf van Van de G. kreeg voor de productie van groen gas in totaal zo’n 70 miljoen euro subsidie uit de regeling voor ‘Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE).

Lees verder Inklappen

Volgens het Openbaar Ministerie is het zo gegaan: Arie van de G., directeur van de vergistingsinstallatie in Bunschoten, zit vreselijk omhoog met het digestaat waar hij geen kant mee op kan. 

Zijn bedrijfsvoering is, zegt het OM, ‘gaandeweg totaal uit de hand gelopen’. Van de G. kiest voor de goedkoopste route: hij brengt zijn digestaat niet naar een verbrandingsoven of vuilstort, zoals zou moeten, maar hij levert het aan veehouders in de buurt en laat het verder ‘op zijn beloop’. 

‘Het is bekend, of had dat moeten zijn,’ zegt het OM, ‘dat het digestaat van Van de G. niet in de Nederlandse landbouw mag worden toegepast.’ En toch zijn ‘om redenen van financieel gewin en uit gemakzucht‘ bewust risico’s genomen.

Zo bracht Van de G. ook digestaat van ándere bedrijven bij de melkveehouderij van Van R. in Zeewolde. Normaal gesproken wordt het restproduct na het vergistingsproces verhit, om ziektekiemen te doden. Maar dat gebeurde niet bij dit digestaat. ‘Het verdienmodel en de continuïteit van de bedrijfsvoering stonden voorop, gesteld boven de belangen van gezondheid en voedselveiligheid,’ aldus het OM.

‘Klimaatneutraal leven’ 

Arie van de G. en zijn advocaat schetsen zelf een heel ander beeld. Daarin is de verdachte geen doortrapte milieucrimineel maar iemand die de energietransitie vooruit wil helpen door groen gas te produceren.

‘Mijn grote droom is het om bij te dragen aan de duurzame samenleving,’ zegt Van de G. met bedeesde stem. Hij leest boeken over permacultuur, wil ‘consuminderen’ en klimaatneutraal leven. In de regionale media liet hij optekenen: ‘Ik ben dit project begonnen om iets goeds te doen. De aarde warmt in snel tempo op, maar ik word aan alle kanten tegengewerkt.’

Arie van de G. legt uit dat hij het digestaat steeds ‘even kwijt moet’ bij een boer, omdat hij er niet altijd onmiddellijk mee terechtkan bij composteerbedrijf BioEnergy in Zutphen, maar dat hij het ook altijd weer gewoon bij die boer laat ophalen. 

Dat hij van de transporten over en weer geen papieren kan overleggen, komt omdat hij het beschouwt als ‘intern vervoer’: het digestaat krijgt geen nieuwe bestemming, maar wordt alleen tijdelijk ergens opgeslagen. ‘We hebben zelf 35 hectare landbouwgrond, waarom zouden we anderen met het digestaat belasten?’

Zijn verklaring wordt meteen op de eerste zittingsdag weersproken door melkveehouder Van R. uit Zeewolde, die in de politieverhoren al had verklaard dat hij er ‘voor een habbekrats ingeluisd’ was. 

Van R. zegt aanvankelijk 1000 euro per maand van Van de G. te hebben gekregen voor de opslag van 100 kuub digestaat. Geld dat hij goed kon gebruiken omdat hij moeite had het hoofd boven water te houden. Later, vanaf 2013, ontving hij veel minder.

Omdat Van R. de mest van zijn eigen koeien niet meer kwijt kan, besluit hij die te vermengen met het digestaat in zijn opslag en het goedje uit te rijden over zijn grasland. 

‘Arie van de G. had gezegd dat ik het op het land kon gebruiken. In Duitsland gebeurt dat ook, zei hij. Met de kennis van nu had ik het moeten checken natuurlijk. Ik had ook geen zicht op wat er in de vergister van Van de G. ging.’

De politie nam bij Van R. in Zeewolde in het geheim een monster van het digestaat. Het bleek een te hoog gehalte aan zware metalen te bevatten. Van R.: ‘Ik zou nooit bewust vervuild digestaat op mijn grasland brengen. Dan breng ik de gezondheid van mijn koeien in gevaar.’

Het venijn volgens het OM: Arthur S. zorgde voor het ‘omkatten’ van het digestaat en bood dat in Duitsland aan als ‘zuivere’ varkensmest

Niet hij maar Arie van de G. uit Bunschoten had het grote financiële voordeel, zegt Van R. Bij het composteerbedrijf BioEnergy had Van de G. per ton digestaat 80 euro moeten betalen. ‘Ik hield na aftrek van mijn kosten maar 7 euro per ton over.’ 

Justitie heeft een ontnemingsvordering voor het ‘wederrechtelijk verkregen voordeel’ vastgesteld op basis van de prijs die de tipgever had genoemd bij Meld Misdaad Anoniem. Van R. zou per ton digestaat 25 euro hebben verdiend. Dat is, zegt hij, dus veel te hoog ingeschat. 

Gaandeweg het opsporingsonderzoek kreeg justitie nog een route voor het digestaat in beeld: naar Duitsland, waar het onder voorwaarden wel mag worden uitgereden op landbouwgrond – ook al is het afkomstig van vergisting met dierlijk afval. 

Van de G. schakelde een mesthandel in Limburg in om het digestaat over de Duitse grens af te zetten. ‘En hier schuilt het venijn,’ stelt het OM. 

De directeur van dat Limburgse bedrijf, Arthur S. uit Born, zorgde ook voor het ‘omkatten’ van digestaat naar mest, die hij vervolgens bij Duitse boeren aanbood als ‘zuivere’ varkensmest. Het OM betitelt dat als ‘ondermijning van het systeem van meststoffen en dierlijke bijproducten en van de rol die de Staat hierin heeft’.

Als de overheid om de tuin wordt geleid door stoffen anders te labelen, kan ze geen controle meer uitoefenen. En die is juist nodig om risico’s voor de volks- en diergezondheid en schade voor het milieu te voorkomen, zegt het OM. Het ondermijnende karakter van de fraude plus het potentiële gezondheidsrisico maken zware strafeisen ‘passend en geboden’.

Wat gebeurde er precies?

Een deel van het digestaat van de vergistingsinstallatie van Van de G. werd door Arthur S. rechtstreeks geëxporteerd. Een ander deel ging naar mestopslagen in Reuver en Posterholt, twee Limburgse plaatsen dicht bij de grens met Duitsland.

In de mestopslagen in Limburg werd het digestaat van Van de G. gemengd met digestaat uit de co-vergister van een varkenshouder uit het Brabantse Lierop. Het mengsel werd als ‘mix van dierlijke mestsoorten’ aangemeld bij de toezichthouder, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Vervolgens werd het naar Duitsland geëxporteerd en daar aangeboden als ‘varkensmest’.

De Limburger Arthur S. is volgens het OM de spil in deze fraude. S. is mesthandelaar en tevens bestuurder van BioGarant, een net over de Duitse grens in Selfkant (gemeente Geilenkirchen) gevestigde groothandel in onder meer compost, mest en Schweinegülle aus die Niederlande.

Wie is wie in de Canard-zaak?

Hoofdrolspelers:

Arie van de G. (45) heeft een mestvergistingsbedrijf in Bunschoten.
Zou bewust risico’s hebben genomen met het restproduct (digestaat) van zijn vergister en daarmee de volksgezondheid in gevaar hebben gebracht.
Strafeis: 9 maanden onvoorwaardelijk.

Arthur S. (46), mesthandelaar uit Born.
Zou het digestaat van Van de G. hebben gemengd met mest en als ‘pure’ mest hebben uitgevoerd naar Duitsland.
Strafeis: 1 jaar onvoorwaardelijk.

Jaap van de G. (70), visverwerker in Bunschoten.
Oom van Arie, zou het digestaat van Van de G. naar boeren hebben gebracht.
Strafeis: 3 maanden onvoorwaardelijk.

Boeren in de omgeving Bunschoten:

H.J. van R. (53), toentertijd melkveehouder in Zeewolde.
Zou het digestaat van Van de G., vermengd met mest van zijn koeien, op eigen grasland hebben uitgereden.

H.J. Vedder (38), rundveehouder in Eemdijk.
Zou digestaat van Van de G. hebben ontvangen, wat hij ontkent.

Jan D. (70) en zoon Renger D. (46), loonbedrijf en mestvergistingsbedrijf in Putten.
Zouden digestaat van Van de G. hebben opgeslagen, wat zij ontkennen.
Strafeisen: Taakstraffen van maximaal 240 uur (vader en zoon D.).

Betrokken bij uitvoer naar Duitsland:

Leon K. (62), varkenshouder met mestvergistingsinstallatie in Lierop (Noord-Brabant).
Zou in Limburgse mestopslagen eigen digestaat hebben vermengd met dat van Van de G.
Strafeis: Taakstraf van 180 uur.

Jos V. (42), Oploo.
Zou voor Arthur S. mesttransporten hebben verzorgd.
Strafeis: 2 maanden onvoorwaardelijk.

Er zijn daarnaast tien bedrijven aangemerkt als verdachte.
Strafeisen: boetes van maximaal 150.000 euro (voor het vergistingsbedrijf van Arie van de G, en voor de bedrijven van Arthur S. in Nederland en Duitsland).

Lees verder Inklappen

Volgens het OM heeft de Limburgse mesthandelaar Arthur S. ‘met alle andere partijen van doen gehad en afspraken gemaakt’ en het omkatten geleid. Dat wordt hem zwaar aangerekend. Met een jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf als strafeis, ruim drie ton boete, drie jaar beroepsverbod en een ontnemingsvordering van 1,5 miljoen euro.

Het is een opmerkelijk eisenpakket, want net als Arie van de G. uit Bunschoten profileert Arthur S. zichzelf als een verantwoordelijke, maatschappelijk betrokken ondernemer. Hij runt het familiebedrijf samen met broer Roger, en heeft zich ten doel gesteld de klant volledig te ‘ontzorgen’. Ze bedienen met name Limburgse en Zuidoost-Brabantse varkenshouders die hun mest niet kwijt kunnen op eigen land en hem over de grens willen afzetten.

Ook Arthur S. profileert zich als een verantwoordelijke, maatschappelijk betrokken ondernemer

‘Eerlijk, transparant en gegarandeerde kwaliteit,’ zeggen de broers over hun werkwijze in 2013 tegen het vakblad Grondig. Destijds zagen ze al wel dat de mestmarkt wordt verstoord door ‘partijen die het op een oneerlijke manier veel goedkoper doen door meer mest op papier over de grens af te voeren dan in werkelijkheid gebeurt’. Ze waarschuwden: ‘Als er op dit punt niet snel iets verandert, door een betere controle en handhaving op de bemonstering van de mest, is dit voor de hele sector op de lange termijn zeer bedreigend.’

Toentertijd werd er niet raar van die woorden opgekeken, zegt een woordvoerder van branchevereniging Cumela tegen Follow the Money: het mestbedrijf van Arthur S. had tot aan de rechtszaak een smetteloze reputatie. Het bedrijf ontbreekt ook in het overzicht van boetes en straffen wegens mestfraude, dat NRC Handelsblad in 2017 opstelde. 

‘Genaaid door S.’

In het proces nemen zijn medeverdachten Arthur S. ook op de korrel. De Brabantse varkenshouder uit Lierop heeft de politie laten weten zich ‘genaaid’ te voelen. Met de kennis uit het strafdossier constateert hij nu dat hij dubbel betaald heeft: voor de opslag en uitvoer van zijn eigen digestaat, en voor dat van Van de G.

De varkenshouder wist volgens zijn advocaten niets van het vermengen van twee soorten digestaat, en heeft Arie van de G. uit Bunschoten ook nog nooit ontmoet of gesproken. Hij is, zegt de Lieropse varkenshouder, gebruikt door Arthur S. om het omkatten mogelijk te maken. Tegen hem wordt uiteindelijk dan ook geen gevangenisstraf geëist, maar een boete. 

De directeur van een agrarisch transportbedrijf in het Brabantse Oploo heeft een vergelijkbaar gevoel, zegt hij ter zitting. ‘Ik voel me er ook bij genaaid. Ik ben 1000 procent zeker dat alles klopt. Ik heb elk Excel-bestandje gegeven. Ik heb niks verdoezeld.’

Van gemeenschappelijk optrekken van de verdachten lijkt amper sprake. En waar het spoor begon bij Arie van de G. in Bunschoten en de boeren in diens omgeving, verschoof dat gaandeweg naar het zuiden – naar Arthur S. in Limburg en het agrarisch transportbedrijf in Oploo, in Brabant. 

In alle onderlinge contacten, via telefoon of e-mail, school geen bewijs voor het ‘boze verhaal van justitie’ over een criminele bende, zegt de advocaat van Arthur S. ‘Waar is nu die echte smoking gun waaruit in ieder geval het overtuigende bewijs moet blijken dat dit allemaal een groot, boos, vooropgezet spel is geweest?’

‘Waar is die smoking gun en het bewijs van een groot, boos, vooropgezet spel?’

Op 20 september staan alle verdachten dus nog terecht voor deelname aan een criminele organisatie – de ‘bendes’ van het Journaal – maar tien dagen later wordt voor die verdenking vrijspraak gevraagd. 

De verdachten zijn ieder in hun eigen deel van de keten in de fout gegaan, aldus het OM, maar er is geen sprake van een ‘gemeenschappelijk oogmerk’ om digestaat naar Duitsland uit te voeren.

Het is een curieuze wending. En een die bij de verdediging het vermoeden oproept dat het OM vooral voor de bühne hoog inzette om milieu- en mestfraude een halt toe te roepen.

Hoe sterk is de zaak van het OM?

Het opsporingsapparaat van de politie en de Voedsel- en Warenautoriteit heeft in de periode vanaf januari 2015 heel veel materiaal verzameld. De bewijsvoering rust onder meer op ontbrekende vervoersdocumenten en gesjoemel met de registratie van het gewicht van de tankwagens. Er is ook informatie van GPS-trackers, digestaatmonsters en camerabeelden. 

Die beelden maken het aannemelijk dat in ieder geval bij melkveehouder Van R. in Zeewolde digestaat van Arie van de G. op het land terecht is gekomen. Twee andere boeren zeggen dat de tankwagens van Van de G. om een andere reden op hun erf stonden.

Dat het door boeren uitgereden digestaat een gevaar vormde voor de volksgezondheid, is daarmee nog niet gezegd. 

De verdediging van Van de G. wijst erop dat de dierlijke resten verhit worden (‘gehygiëniseerd’) en daarmee minder risico opleveren. ‘Het OM heeft het over gevaren van mond-en-klauwzeer, BSE, scrapie bij geiten en schapen en dioxines in levensmiddelen. Dat is hier niet aan de orde.’

‘Het OM heeft het over mond-en-klauwzeer, BSE en dioxines in levensmiddelen – dat is hier niet aan de orde’

Verwarrend in deze zaak is dat de wetgeving in Nederland en Duitsland verschillend is. Digestaat, zoals geproduceerd in de vergistingsinstallatie Van de G., is in Duitsland – onder voorwaarden weliswaar – toegelaten. Bij die voorwaarden gaat het onder meer om ‘hygiënisering’ en om maximale gehaltes aan mineralen en zware metalen. 

In 2010, toen Arie van de G. en Arthur S. wilden samenwerken in de export naar Duitsland, heeft de laatste zich vergewist van de Duitse vereisten. Een mail daarover ‘toont aan dat cliënten serieus onderzoeken hoe het digestaat behandeld en gekwalificeerd moet worden,’ aldus de advocaat van Arthur S. Dat wijst niet in de richting ‘dat hier willens en wetens een vooropgezet crimineel plan wordt gelanceerd’.

Van Duitse zijde, merkt hij fijntjes op, is er tot op heden ook geen enkele actie ondernomen tegen S. – terwijl de Duitse politie en justitie wel op de hoogte waren van het opsporingsonderzoek in Nederland. 

Maar uit het gerechtelijk onderzoek blijkt ook dat de Duitse autoriteiten geen expliciete toestemming hebben verleend om het digestaat in te voeren.

Te goed van vertrouwen 

Het blijft mogelijk, zeker nu een ‘criminele organisatie’ niet bewezen kan worden, dat er geen gewetenloze oplichters aan het werk zijn geweest. 

Arie van de G., bij wie de opsporing begon, hoeft niet geweten te hebben van het omkatten van digestaat naar mest – het zwaarste feit uit de tenlastelegging. 

Vooral Arthur S. lijkt zich in de nesten te hebben gewerkt. Door het digestaat van Van de G. te mengen met dat van de boer uit Lierop – en het mengsel in Duitsland aan te bieden als varkensmest. Dat is, erkent ook zijn advocaat, ‘wellicht niet handig geweest’.

Er zijn altijd boeren die de extra inkomsten nodig hebben en bereid zijn het spul uit te rijden over hun land

Verder ontstaat een beeld zoals dat vaker oprijst uit mestfraudezaken: een exploitant van een vergister zit omhoog met zijn restproduct en wil er zo goedkoop mogelijk vanaf. Dan zijn er altijd boeren te vinden die de extra inkomsten hard nodig hebben en bereid zijn het digestaat uit te rijden over hun land – omdat ze menen dat het geen kwaad kan.

Nu het tot een strafzaak is gekomen, voelen die boeren zich in het pak genaaid: zij hebben maar beperkt geprofiteerd, maar worden in hun dorpen wel nagewezen als fraudeurs – in dit geval in de ‘grootste milieufraudezaak ooit’.

‘Ik moest opdraaien voor het voordeel van Van de G.,’ zegt melkveehouder Van R. ‘Ik heb spijt als haren op mijn hoofd, ik was te goed van vertrouwen.’ Zijn bedrijf heeft hij, mede vanwege de stress van de rechtszaak, verkocht. Hij werkt nu als hovenier en klusjesman.

Een derde onderzoek

In de loop van het onderzoek ontdekte het OM ook dat er verboden stoffen waren aangenomen door Arie van de G., voor gebruik in zijn vergistinginstallatie.

Van de G. accepteerde in 2016 de afvalstof MONG (Matter Organic Non-Glycerol) van een biodieselproducent uit Rotterdam. Bovendien gebruikte hij een jaar later, zonder vergunning, een oude rioolwaterzuiveringsinstallatie om digestaat in op te slaan. 

Zijn Bunschotense bedrijf werd door de Amsterdamse rechter in januari van dit jaar veroordeeld tot het betalen van 5000 euro boete, Arie van de G. zelf tot 2500 euro. 

Opzet was bij het gebruik van de verboden stof niet bewezen volgens de rechter, de codering op de verpakking bleek onjuist.

Lees verder Inklappen

Ook Arie van de G. heeft het effect van de zaak al gevoeld. De provincie Utrecht trok vorig jaar de vergunning van zijn vergister in, vanwege de verdenking van strafbare feiten. Omdat de rechtszaak tegen hem en zijn onderneming werd uitgesteld, is de vergistingsinstallatie nog niet buiten bedrijf gesteld. Maar de werkgelegenheid van 29 personeelsleden staat op de tocht

Van de G. is teruggetreden als bestuurder van de vergister, maar niet uit het bestuur van aandeelhouder Industrievis Urk Holding, blijkt uit gegevens van de Kamer van Koophandel. 

Hoofdrolspeler Arthur S. kreeg een burn-out en is bij de mesthandel ook bestuurder-af. BioGarant, zijn Duitse groothandel in meststoffen, is gesloten.

Slepende zaak

De Canard-zaak illustreert perfect de dilemma’s van de opsporing van milieufraude en meer in het bijzonder mestfraude (hoewel deze zaak niet met mest begint, maar er wel in uitloopt). 

Het is lastig om fraude te bewijzen. Ja, er lijkt gerommeld met handelsdocumenten, met de ‘weegbonnen’ van de transporten, en met de etikettering van mestmengsels die naar Duitsland gingen. Maar ‘boze opzet’ en het samenspannen van meerdere verdachten zijn niet eenvoudig hard te maken.

De zaak illustreert perfect de dilemma’s van de opsporing van milieu- en mestfraude

Hetzelfde geldt voor schade aan het milieu. Die te bewijzen vraagt om nog grotere inzet van de Voedsel- en Warenautoriteit en de politie, en nog meer observaties en (bodem)monsters.

Dat het Openbaar Ministerie de strijd aanbindt tegen deze vormen van fraude en milieuschade – en een zaak voor de rechter brengt – is te prijzen, vindt ook mestfraude-onderzoeker Marco Korff

‘De lange duur van deze zaken zit mij enorm dwars. Dat ondermijnt in hoge mate de bestrijding van milieudelicten,’ zegt Korff. ‘Ook deze zaak sleept ontzettend lang. Ondertussen draait een bedrijf dat heeft gefraudeerd gewoon door.’

Het OM heeft bij Canard hoog ingezet. Als het er niet in slaagt om de rechter voldoende te overtuigen, is dat een gevaarlijk signaal: het lukt niet om milieu- en mestfraude bewezen te krijgen. En is het dus mogelijk ermee weg te komen.

De rechter doet uitspraak op maandag 6 december.

Met dank aan Jordi de Jong, RTV Utrecht.