Beeld © ANP/Maarten Hartman

Fraudeonderzoek SBM werpt licht op misbruik verschoningsrecht

Topadvocaat Jaap de Keijzer (ex-De Brauw) vindt dat hij wel degelijk onafhankelijk onderzoek deed naar corruptie door SBM Offshore. Maar over zijn bevindingen weigert hij nog altijd te praten. Het Hof in Amsterdam buigt zich nu over de vraag of hij mag blijven zwijgen over zijn fraudeonderzoek. De Zuidas luistert aandachtig mee.

Kunnen advocatenkantoren binnenkort fluiten naar een van hun meest lucratieve activiteiten? Fraudeonderzoek in opdracht van grote bedrijven is al jaren een enorme groeimarkt, met name dankzij één aspect: de inhoud blijft altijd vertrouwelijk. Advocaten delen hun bevindingen hooguit met het Openbaar Ministerie maar zwijgen verder vanwege hun beroepsgeheim, het zogeheten verschoningsrecht. 

Het Gerechtshof in Amsterdam richt zich nu op de vraag of dat terecht is. In zittingszaal 10 van het gerechtsgebouw aan het IJdok diende woensdag 3 februari een hoger beroep van Jonathan Taylor tegen SBM Offshore en voormalig De Brauw-partner Jaap de Keijzer, die van 2012 tot begin 2014 in opdracht van SBM onderzoek deed naar corruptie door het miljardenconcern. 

Taylor, voormalig jurist bij SBM, wil dat De Keijzer vragen beantwoordt over dit onderzoek, dat in 2014 de basis vormde voor een schikking van 240 miljoen dollar met het Openbaar Ministerie (OM). Het was op dat moment in Nederland de grootste schikking ooit, maar achteraf bleek het onderzoek vol onjuistheden te zitten. 

Huisadvocaat

Bij Taylor roept dit de verdenking op dat De Brauw en De Keijzer met hun 'onafhankelijke' fraudeonderzoek voornamelijk de belangen dienden van hun cliënt – en niet het belang van waarheidsvinding. Daar komt bij: het Zuidaskantoor fungeert tegelijk ook al jaren als huisadvocaat van SBM.

Taylor wil alsnog aan waarheidsvinding doen. Hij bracht in 2014 de frauduleuze activiteiten van SBM naar buiten en ondervindt nog altijd de gevolgen van die stap. SBM beschuldigde de klokkenluider van afpersing, hij kwam nergens meer aan de bak en werd vorig jaar in Kroatië opgepakt. Daar zit hij nog altijd vast en moet zich wekelijks melden bij de politie in Dubrovnik.

"Voor de waarheidsvinding zou het goed zijn als het Hof het beroep op het verschoningsrecht afwijst"

Via het Gerechtshof hoopt de klokkenluider nu af te dwingen dat De Keijzer, als voormalig huisadvocaat bij SBM, alsnog een boekje opendoet over zijn naspeuringen bij het concern. Tot nu toe beroept De Keijzer zich op zijn verschoningsrecht en zwijgt hij over alles wat voor hem geldt als ‘vertrouwelijk’ tussen cliënt en advocaat.

‘Principiële zaak’

Otto Volgenant, Taylors advocaat, zegt voorafgaand aan de zitting dat het vandaag gaat om een 'principiële zaak'. ‘Het verschoningsrecht is een sterk recht’, aldus Volgenant. ‘Daardoor kan iedereen vertrouwelijk overleggen met zijn advocaat. Maar in dit geval is dat niet aan de orde, want het gaat om informatie die De Brauw ook deelde met het OM. De Brauw misbruikt het verschoningsrecht om de cover-up bij SBM onder de pet te houden. Voor de waarheidsvinding zou het goed zijn als het Hof het beroep op het verschoningsrecht afwijst.’

In zijn pleidooi herhaalt Volgenant wat hij eerder tegen Follow the Money zei : dat De Brauw bij SBM Offshore twee petten op had, en dus helemaal geen onafhankelijk onderzoek kón doen. ‘Enerzijds speelde De Brauw de rol van huisadvocaat van SBM Offshore, anderzijds die van onafhankelijk onderzoeker naar de smeergeldaffaire.’

Fraude bij SBM Offshore

In aansluiting op De Keijzers fraudeonderzoek bij SBM Offshore trof het concern in 2014 een schikking met het Openbaar Ministerie. Het erkende zich jarenlang schuldig te hebben gemaakt aan ‘ongeoorloofde betalingen aan handelsagenten en buitenlandse overheidsfunctionarissen’ in voornamelijk Angola, Equatoriaal-Guinea en Brazilië. 

In totaal betaalde SBM, volgens het Openbaar Ministerie, zeker 200 miljoen dollar aan steekpenningen om opdrachten binnen te krijgen. Zo werden in Brazilië bij het staatsoliebedrijf Petrobras hooggeplaatste functionarissen omgekocht, onder meer via de zakenman Julio Faerman, die optrad als ‘handelsagent’ voor SBM. 

Het betalen van smeergeld was gemeengoed destijds bij SBM. De Zwitser Didier Keller, topman tussen 2004 en 2008, introduceerde de praktijk. Zijn opvolger, de Brit Tony Mace, verfijnde die. Didier kwam weg met een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar en een boete van 430.000 euro en Mace draaide voor drie jaar de cel in.

Lees verder Inklappen

Dat er voor SBM Offshore en De Brauw veel op het spel staat, blijkt wel uit het feit dat De Brauw-partner Jan de Bie Leuveling Tjeenk vandaag aantreedt als advocaat van SBM. Tjeenk, voormalig kantoorgenoot van Jaap de Keijzer, is onder meer ook de huisadvocaat van Shell en de NAM; hij behoort volgens vakgenoten tot de besten

Tjeenk ziet dit hoger beroep ook als een principiële zaak: hij is bezorgd dat het Hof met de redenering van Taylor mee zal gaan. Advocaat De Keijzer dwingen te praten zou ‘het hele verschoningsrecht op de helling’ zetten, meent hij. 

Ook Erik Lagendijk, de huidige Chief Governance and Compliance Officer van SBM Offshore, is bij de zitting aanwezig, vergezeld van een bedrijfsjurist. Op de rij stoelen voor Lagendijk zit Jaap de Keijzer met links van hem, achter plexiglas, zijn advocaat Margriet de Boer. Zij stelt in haar pleidooi dat in deze zaak waarheidsvinding nu eenmaal moet wijken voor het verschoningsrecht. Dat is een essentieel beginsel in een democratische rechtsstaat, betoogt ze: uitwisseling van informatie tussen cliënt en advocaat dient altijd vertrouwelijk te blijven. Waarheidsvinding is uiteraard ook belangrijk, maar mag daaraan niet in de weg staan.

De Boer bestrijdt Volgenants verwijt dat De Brauw met gespleten tong zou spreken: het onderzoek bij SBM was wel degelijk onafhankelijk. In een van zijn spaarzame spraakzame momenten valt De Keijzer haar bij: ‘De suggestie van dubbele petten werp ik verre van me.’ Advocaten zijn altijd onafhankelijk, zegt De Keijzer. ‘Dat staat ook in de advocatenwet. Je dient natuurlijk het belang van je cliënt, maar dat dien je altijd onafhankelijk te doen.’

Hierin heeft De Keijzer deels gelijk, want zo staat het inderdaad in artikel 10a van de advocatenwet : 'onafhankelijk [...] ten opzichte van zijn cliënt, derden en de zaken waarin hij als zodanig optreedt.’


Diana de Wolff, hoogleraar advocatuur

"Een advocaat is altijd een partijdige belangenbehartiger"

Maar er komt bij dat een advocaat – zo staat in sub b van hetzelfde artikel – tegelijk wel partijdig hoort te zijn in de belangenbehartiging van zijn cliënt. De Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) omschrijft partijdigheid ook als kernwaarde voor de beroepsgroep : ‘In juridische geschillen steunt de advocaat zijn cliënt door dik en dun. Hij is dé raadsman voor de betreffende cliënt en staat enkel en alleen deze cliënt bij.’ Onafhankelijkheid is dus iets anders dan objectiviteit.

Bij ‘onafhankelijk’ fraudeonderzoek door advocaten is de objectiviteit wel degelijk in het geding, zegt ook Diana de Wolff, bijzonder hoogleraar advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Een advocaat is altijd een partijdige belangenbehartiger. Je kunt als advocaat niet zeggen dat je de hele week als raadsman voor een bedrijf werkt, behalve op woensdag – dan werk je als onafhankelijk fraudeonderzoeker bij hetzelfde bedrijf. Uiteindelijk doe je ook dat laatste vanuit je rol als juridisch adviseur.’

Jaap de Keijzer is al eerder berispt

De zaak tussen Jonathan Taylor en SBM Offshore is niet de eerste waarin het optreden van Jaap de Keijzer als onafhankelijk onderzoeker ter discussie staat. In 2017 werd de toenmalig partner bij De Brauw al door de Raad van Discipline (tuchtrechter voor de advocatuur) berispt nadat hij steken had laten vallen in zijn fraudeonderzoek in de NS-affaire.

NS-dochters Qbuzz en Abellio speelden destijds vals bij het binnenhalen van een openbaar vervoer-aanbesteding in Limburg. Qbuzz had in alle heimelijkheid René de Beer ingehuurd, een voormalig regiodirecteur van concurrent Veolia. Met kennis over die concurrent wist Qbuzz de concessie binnen te halen en werd Veolia benadeeld.

Toen dat nieuws uitlekte, schakelden de NS direct De Brauw in voor een onafhankelijk onderzoek. Jaap de Keijzer leidde dat, maar liet de nodige steken vallen. Hij was onzorgvuldig, paste onvoldoende hoor en wederhoor toe, en vroeg niet door waar dat wel van hem verwacht mocht worden, oordeelde de Raad van Discipline.

Volgens oud-Ombudsman Alex Brenninkmeijer, die de kwestie onderzocht , wekte De Brauw de schijn van dubbele petten. Naast het fraudeonderzoek stond het advocatenkantoor de NS ook bij in een beroepszaak tegen een boete van de Autoriteit Consument & Markt en in diverse ontslagzaken.

Lees verder Inklappen

Na de pleidooien van beide partijen schorst het Hof de zitting voor een pauze en ontmoeten de vertegenwoordigers van SBM Offshore en De Brauw elkaar bij de koffieautomaat. Erik Lagendijk, de SBM-man belast met toezicht op fraudegevallen binnen het concern, steekt tegenover de aanwezige FTM-journalist zichtbaar geïrriteerd van wal.

SBM Offshore wil het dossier zo graag afsluiten, zegt hij, maar Taylor rakelt het corruptieschandaal steeds maar weer op. Lagendijk doet zijn rode mondmasker van Lacoste af voor een slok koffie uit een kartonnen bekertje. ’Hij is gewoon ontevreden over zijn vertrekregeling. Hij zal tegen ons aan blijven trappen totdat hij zijn zin heeft. Hij is geen klokkenluider, maar een afperser.’

‘Ga dan gewoon naar Monaco om daar de vragen van de autoriteiten te beantwoorden, mafkees’

Eenmaal op stoom laat Lagendijk zich uit over de huidige situatie van Taylor in Dubrovnik. Hij suggereert dat Taylor daar door eigen toedoen vastzit: 'Dan komt hij met zo'n zielig verhaal dat hij met Kerst zijn familie niet kan zien . Ga dan gewoon naar Monaco om de vragen van de autoriteiten daar te beantwoorden, mafkees.'

‘Ik keek alleen naar de data’

Wanneer het Hof na de onderbreking vraagt naar zijn precieze rol in het fraudeonderzoek, zegt Jaap de Keijzer dat hij daarin niet voorop ging. ‘Ik keek alleen naar de data die mij werd voorgelegd.’ Het advocatenkantoor Paul Hastings in Los Angeles stond volgens hem bovenaan in de hiërarchie: 'De Amerikanen hadden de leiding.' Als external counsel kon hij naar eigen zeggen bij SBM wel degelijk onafhankelijk werken. 

Jan de Bie Leuveling Tjeenk, de advocaat van SBM Offshore, benadrukt in zijn slotwoord het gevaar van de zaak. Krijgt Taylor van het Hof gelijk en moet Jaap de Keijzer onder ede een verklaring afleggen, dan komt het verschoningsrecht onder enorme druk te staan. Er is geen onderscheid te maken, zegt hij. Onafhankelijk onderzoek bij een cliënt – en alle andere vormen van informatie-uitwisseling tussen advocaat en cliënt – vallen onder het verschoningsrecht en moeten dus altijd vertrouwelijk kunnen blijven.

Volgenant wijst er in zijn conclusie op dat de resultaten van het intern fraudeonderzoek bij SBM allang zijn gedeeld met het Openbaar Ministerie. Die informatie is dus al niet ‘vertrouwelijk’ meer. Hoe kan De Keijzer zich dan nu nog op het verschoningsrecht willen beroepen?

"Fraudeonderzoek wordt gedeeld met OM, verschoningsrecht dient verdere openbaarmaking te voorkomen"

Daarmee schetst hij nog maar eens het belang van de kwestie: fraudeonderzoek door advocaten wordt vrijwel altijd gedeeld met het Openbaar Ministerie, een beroep op het verschoningsrecht dient verdere openbaarmaking te voorkomen. Besluit het Hof dat het zwijgrecht hier niet opgaat, dan legt dat een bom onder een belangrijke trend in de opsporing van fraude – voor bedrijven verdwijnt dan het belangrijkste motief om hiervoor nog advocaten in te huren. 

Dat zou de Zuidas dan weer van aanzienlijke inkomsten kunnen beroven: De Brauw hield naar schatting 40 miljoen euro over aan het onderzoek bij SBM. En aan een eerder onderzoek bij Imtech verdiende het 55 miljoen euro

Het Hof doet op z'n vroegst 23 maart uitspraak.