Jan van Zanen

Gemeenten zouden de jeugdzorg goedkoper en beter regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis? Lees meer

De gemeenten zouden jeugdzorg dichterbij, efficiënter en uiteindelijk ook goedkoper gaan regelen. Het tegenovergestelde gebeurde: het aantal zorgaanbieders is gestegen van 120 in 2014, naar zo’n 6.000 nu. En inmiddels ontvangt één op de tien Nederlandse kinderen een vorm van jeugdzorg.

 

In de zomer van 2020 was voor veel gemeenten de maat vol. Ze gaven zoveel geld aan jeugdzorg uit, dat zij het financieel niet meer konden bolwerken. Den Haag moet met meer budget over de brug komen, luidde de boodschap.

Maar is geld het enige probleem? Onder de werktitel "Jeugdzorg in het Rood” doet Follow the Money onderzoek naar de geldstromen in de jeugdzorg. In deze gids loodsen we je langs de belangrijkste bevindingen.

83 artikelen

Jan van Zanen © Robin Utrecht / HH

Falende gemeenten ruziën met het Rijk ten koste van de jeugdzorg

Gemeenten zijn boos weggelopen van de gesprekken over de hervorming van de jeugdzorg. Eerst moet de bezuiniging van een half miljard van tafel, waarmee het kabinet-Rutte IV hen overviel. Opnieuw staan Rijk en gemeenten als kemphanen tegenover elkaar te wachten tot de ander toegeeft. Opnieuw gaat het over extra geld, zonder in de spiegel te kijken om te zien hoe het met minder kan. Want dát het met minder kan, bewijst data-onderzoek van Follow the Money.

‘Intrinsiek ongelukkig’ voelt de voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zich. Jan van Zanen doet in NRC zijn beklag over de voorgenomen bezuiniging van het kabinet: in 2024 moeten gemeenten het met 100 miljoen euro minder doen, vanaf 2025 krijgen gemeenten 500 miljoen minder voor jeugdzorg. Daarmee legt de nieuwe regering het oordeel van de (door het Rijk en de gemeenten vorig jaar ingestelde) arbitragecommissie naast zich neer. ‘Onbetamelijk,’ noemt Van Zanen dat.

Opeenvolgende bewindslieden trokken tot nu toe na elke gemeentelijke zwiep aan de noodklok braaf de portemonnee. Dat gaat niet om klein bier. Waar gemeenten in 2015 3,6 miljard euro aan jeugdzorg uitgaven, is dat eind 2021 gestegen naar ruim 5 miljard. Vanaf 2019 is het Rijk al aan het bijpassen, dit jaar weer 1,6 miljard euro extra.

Opeenvolgende bewindslieden trokken tot nu toe na elke gemeentelijke zwiep aan de noodklok braaf de portemonnee

Maar ondertussen smeulde het conflict door over wie er opdraait voor de steeds verder oplopende rekening. Gemeenten vonden dat het Rijk over de brug moest komen; zij hadden in de overhaaste decentralisatie van 2015 te weinig voorbereiding gehad om de jeugdzorg goed te regelen. Het Rijk verwees telkens terug naar de gemeenten, met als argument dat zij nu verantwoordelijk zijn. 

Die ruzie mondde mei vorig jaar uit in een uitspraak van de door beide partijen ingestelde externe arbitragecommissie. 

Die commissie veroordeelde het Rijk tot het bijpassen van de tekorten tot 2028: 1,9 miljard in 2022, aflopend naar 800 miljoen in 2028. Tegelijkertijd verplichtte zij gemeenten om de jeugdzorg om te vormen tot een stelsel dat wél ‘financieel beheersbaar’ is.  

Deze uitspraak zal het kabinet-Rutte IV eerbiedigen, staat in het regeerakkoord. Enerzijds. Anderzijds wil deze regering in 2024 100 miljoen en vanaf 2025 een half miljard per jaar besparen op de jeugdzorg. Dat viel de gemeenten rauw op het dak. De VNG was niet meegenomen in deze bezuiniging. ‘Wat zegt dat over het nieuwe elan, de nieuwe bestuurscultuur?,’ vraagt VNG-voorman Van Zanen zich af over deze eenzijdig opgelegde korting. ‘Nou, niet veel goeds.’ 

Terecht stelt Van Zanen dat dit nieuwe kabinet zich niet aan de afspraken houdt: het kabinet bedingt zonder overleg een korting bij de gemeenten. Het Centraal Planbureau rekende de maatregel niet eens door, omdat het kabinet geen onderbouwing aanleverde.

Het frame van een zware, eenzijdig opgelegde bezuiniging behoeft nuancering

Maar het frame van een zware, eenzijdig opgelegde bezuiniging behoeft enige nuancering. Ja, gemeenten gaven meer uit aan jeugdzorg dan ze ervoor kregen. Adviesbureau AEF berekende hoeveel, maar was duidelijk: dat bedrag geldt alleen bij gelijkblijvend beleid – als gemeenten op dezelfde voet doorgaan.  

Om de jeugdzorgkosten ‘beheersbaar’ te krijgen – de tegenprestatie voor die extra miljarden – werd dit najaar de ‘Hervormingsagenda Jeugd 2022-2027’ in het leven geroepen. De maatregelen uit dit overleg leveren direct geld op, in de zin dat ze geld besparen. Dat bespaarde bedrag trekt het Rijk af van het totaal dat het moet bijpassen.  

13 januari besloten de gemeenten – unaniem – om de ‘samenwerking met de staatssecretaris op Jeugd op te schorten,’ vertelde de Utrechtse wethouder Eelco Eerenberg vorige week aan EenVandaag. ‘We voeren allerlei gesprekken over het verbeteren van de jeugdzorg, maar als je daar tegelijkertijd 30 procent op moet bezuinigen, zijn dat geen goede gesprekken meer.’

Creatief met percentages

30 procent klinkt als een forse aderlating. Maar met de maatregelen die de arbitragecommissie voorstelt, kunnen gemeenten in 2023 en 2024 al een miljard besparen. In 2025 stapelt het kabinet daar nog eens een half miljard bij op: 1,5 miljard minder uitgaven in totaal. Wethouder Eerenberg rekent met het budget van 5 miljard. 

Maar het Rijk past ieder jaar bij: dit jaar komt er net als in 2021 1,9 miljard extra bij het jeugdzorgbudget. In 2023 en 2024 is dat 1,6 miljard euro extra. Dat bedrag loopt jaarlijks langzaam af tot 800 miljoen in 2028. 

Als de bezuiniging van het Rijk doorgaat – een structurele besparing van 500 miljoen per jaar – blijft van die extra gelden nog maar 300 miljoen over, waardoor het totale budget weer min of meer gelijk zou komen met het niveau van 2019.

Lees verder Inklappen

Want, zo herinnert de wethouder de EenVandaag-kijkers er nog maar eens aan, het gaat om de zorg voor de meest kwetsbare kinderen. ‘Het gaat er niet om dat wij als gemeenten meer geld krijgen,’ zegt hij. ‘Het gaat erom dat de meest kwetsbare jongeren op het moment dat ze hulp nodig hebben die gewoon kunnen krijgen, en dat wij die ook kunnen betalen als gemeenten. [..] Gemeenten kiezen ervoor de jeugdhulp netjes te blijven betalen en bekostigen dat door bibliotheken te sluiten en buurtcentra dicht te doen.’

Door vol op het emotie-orgel te gaan, omzeilt de wethouder handig het feit dat ook de VNG zich hier onttrekt aan de afspraken uit de arbitragecommissie. Deze hervormingen waren immers geen optie, maar een voorwaarde.

Een groot deel van de jeugdzorgtekorten is ontstaan door het gemeentelijke gat in de hand

Een terechte, want een groot deel van de jeugdzorgtekorten is ontstaan door het gemeentelijke gat in de hand. Maar in die spiegel kijkt VNG-voorman Jan van Zanen liever niet te lang. Hij doet het in NRC met één zinnetje af: ‘Wij zijn niet zonder falen of feilen.’

Dat klopt. 

Het zou de VNG sieren om het eigen ‘falen en feilen’ centraal te stellen aan de hervormingstafel.
Maar dat betekent toegeven dat het versplinterde ambtenarenapparaat, verdeeld over al die gemeenten, ook na zeven jaar niet het niveau heeft om dit ingewikkelde systeem de baas te worden. Als dat überhaupt kan op de manier zoals dit stelsel is ingericht, zonder centrale aansturing.

Gemeenten hebben deze tekorten grotendeels zelf in de hand gewerkt

Na achttien maanden Follow the Money-onderzoek naar de geldstromen in de jeugdzorg, waaraan overigens 282 Nederlandse gemeenten niet meededen wegens een gebrek aan tijd en aan betrouwbare data, is er geen andere conclusie mogelijk dan deze: gemeenten hebben deze tekorten grotendeels zelf in de hand gewerkt. 

Oké, nog eentje dan: en leggen daar op geen enkele manier tezamen verantwoording over af. Onder ogen zien wat er mis is gegaan en hoe dat te voorkomen, is cruciaal in de omvorming naar een betaalbaar stelsel.

Complexe zorg lijdt verlies

Immers, aan wie bieden deze gemeenten nu precies welke jeugdhulp? Sinds gemeenten dit regelen, is het aantal jongeren dat een vorm van jeugdzorg ontvangt, fors toegenomen. Die toename komt echter niet voor rekening van de ‘kwetsbaarste kinderen’, integendeel: specialistische jeugdzorg is in omvang nauwelijks gegroeid. 

Uit onze data-analyse bleek hoe desastreus het onderhandelen met 352 gemeenten en/of 42 jeugdzorgregio’s is geweest voor de grote stichtingen, die traditioneel deze zware zorg leveren. Van de 47 ‘reuzenstichtingen’ leden er zestien structureel verlies sinds 2015. Nog eens 22 van hen redden het net, met een klein plusje van gemiddeld 0 tot 3 procent. Negen stichtingen maakten gemiddeld tussen de 3 en 4,8 procent winst.

Deze stichtingen hebben veel financiële armslag moeten gebruiken om hun organisatie ‘gemeenteproof’ te krijgen. Al dat geld konden zij niet steken in de kwaliteit van hun hulpverlening, methodieken of in hun medewerkers.

Ook de jeugdbescherming is ten onder aan het gaan, door gebrek aan personeel, niet zozeer aan geld

Ook de jeugdbescherming, als ‘intensive care’ van de jeugdzorg belast met het uitvoeren van ondertoezichtstellingen of voogdijmaatregelen, is ten onder aan het gaan. Niet eens zozeer financieel, bleek uit onze meerjarenanalyse, als wel door het gebrek aan personeel. Al in juni waarschuwden deze instellingen op Follow the Money tegen deze aanstaande implosie. 

Nog geen maand later was het zover, althans in Brabant, waar de jeugdbescherming tot eind 2021 de deur dichttrok door geen nieuwe cliënten meer aan te nemen. Die cliëntenstop zorgde meteen voor problemen in de omringende provincies. 

In de laatste dagen van 2021  benadrukte bestuurder Ruud Brinkman van Jeugdbescherming Overijssel in Tubantia dat zijn organisatie de werkdruk niet meer aan kan. Dat heeft zijn weerslag op de kwaliteit: ‘We merken dat we in veel tekortschieten,’ geeft Brinkman toe.

‘Feitelijk gaat er extra geld naar gemeenten en moeten wij maar afwachten hoe ze dat inzetten’  

Om dit te voorkomen, pleitte Arina Kruithof, bestuurder bij Jeugdzorg Nederland, op Follow the Money in juni al voor één landelijk tarief voor jeugdbescherming. Volgens haar was nog lang niet zeker dat gemeenten hun extra miljoenen aan betere jeugdzorg zouden besteden: ‘Feitelijk gaat er extra geld naar gemeenten en moeten wij maar afwachten hoe ze dat inzetten.’  

Kruithof is niet de enige. De stemmen die roepen dat het Rijk alle hoogspecialistische zorg en de jeugdbescherming centraal moet aansturen, klinken steeds luider, ook aan de hervormingstafels van gemeenten, jeugdzorgmedewerkers en het Rijk. Maar die hoogspecialistische zorg willen de gemeenten niet afstoten, bevestigt de VNG. Gemeenten gaan voor het hele pakket.

Tonnen die niet bij de kwetsbaarsten landen

Kinderen met een lichte hulpvraag zijn er tegenwoordig heel veel. En laat dat nu net het segment zijn waarin ook de hoeveelheid jeugdzorgbedrijven een flinke groeispurt maakte. Zo zitten zorgboerderijen – en dan met name de bedrijven die zich richten op paardencoaching – in de lift.

Met dank aan hoe gemeenten jeugdzorg inkochten: door de deur van hun huis (en naar hun portemonnee) wijd open te zetten. Dat open-housemodel hanteerden gemeenten vanaf 2017: het jaar waarin de meeste gemeenten zich ineens met tekorten geconfronteerd zagen. 

Onze data-analyse liet zien wie er met deze cliënten vandoor gingen: de veelal na 2015 begonnen bedrijven. Zonder dikke overheadkosten konden zij prima uit met de geldende tarieven. Meer dan één aanbieder bood aan voor lagere tarieven te willen werken. Maar tariefdifferentiatie was in verreweg de meeste gemeenten onbespreekbaar.

Grootverdieners konden binnen enkele jaren tonnen winst bijschrijven  

Zo kon Follow the Money na boekenonderzoek over meerdere jaren bij 1458 jeugdzorgaanbieders  top-tienlijstjes maken van de grootverdieners: bv’s, eenmanszaken, vennoten en maten die binnen enkele jaren tonnen winst konden bijschrijven. Allemaal geld dat niet per se aan de zorg voor de ‘kwetsbaarste kinderen’ is besteed. 

Die staan nu het langst op de wachtlijsten, voor plekken die nauwelijks meer beschikbaar zijn in instellingen die maar net het hoofd boven water kunnen houden.

De oplossing had van die hervormingsagenda moeten komen. Maar zo lang Rijk en gemeenten boos naar elkaar wijzen, wachtend tot de ander toegeeft, gebeurt er niets. 

Terwijl iedereen het over één ding wel eens is: het fundament van dit stelsel is scheef. Zo lang dat zo blijft, zal de hoeveelheid geld die naar de jeugdzorg gaat nooit genoeg zijn, omdat het niet aankomt op de juiste plek.

Kinderen die nu op de wachtlijst staan hebben niets aan een boze Vereniging van Nederlandse Gemeenten    

De kinderen die nu op een wachtlijst staan, ouders die ‘het nog maar even thuis moeten proberen’ met hun kind met zware gedragsproblemen, jeugdzorgmedewerkers die vertrekken omdat zij de werkdruk niet meer aankunnen; zij hebben niets aan een boze Vereniging van Nederlandse Gemeenten en een kabinet dat zonder overleg een extra bezuiniging het regeerakkoord in fietst. 

Van Zanen en de zijnen spelen hoog spel door de nieuwe staatssecretaris het mes op de keel te zetten. Zolang de gemeenten niet on speaking terms zijn met het Rijk, zitten tienduizenden kinderen vast in een geldverslindend systeem dat niet effectief is voor hen die hulp het hardst nodig hebben.