Fusie lokale Rabobanken is er door, nu de bezuinigingen nog

2 Connecties

Onderwerpen

Financiële sector

Organisaties

Rabobank

Alle 1000 lokale Rabo-bestuurders en commissarissen hebben ingestemd met het opgeven van de zelfstandigheid van hun lokale bank. Vandaag en morgen spreekt de top van de bank over een nieuw heikel punt: de strategie voor de komende jaren en de onvermijdelijke verdere bezuinigingen.

Het liefst bespreekt de top van Rabobank dergelijke grote veranderingen in Van der Valk-hotels. Aan de rand van Almere bijvoorbeeld. Daar gaf de directie in juni met uitzicht op de snelweg de aftrap voor de strategiebepaling voor de komende jaren. En vandaag praten de honderd lokale directeuren en het bestuur van Rabobank Nederland aan de rand van een Zwols industrieterrein verder over de keuzes die de bank de komende jaren moet gaan maken. Het bepalen van de strategie is een traject dat los staat van de 'governancediscussie', benadrukt een woordvoerder van Rabobank. Die governancediscussie, onder leiding van onder meer Rabo-bestuurder Rien Nagel en directeur Dirk Duijzer, is inmiddels vrijwel afgerond. Uit een fusiedocument dat Rabobank 30 september heeft ingeleverd bij de Kamer van Koophandel blijkt dat alle ongeveer 1.000 lokale bestuurders en commissarissen inmiddels hun handtekening hebben gezet onder de plannen om de 106 lokale coöperatieve banken te laten fuseren tot één Rabobank.

Alleen leden kunnen nog dwarsliggen

Nu alle neuzen intern dezelfde kant op staan, is de enige hobbel die nog moet worden genomen die van de instemming door de leden. Lokale Rabobanken hebben ledenraden die in totaal bevolkt worden door enkele duizenden van de in totaal 1,9 miljoen Rabo-leden. Alle lokale Rabo's houden op 2 december a.s. ledenvergaderingen waar de fusie bezegeld moet worden. Als de leden daarmee instemmen, is de grootste verandering van Rabobank in tientallen jaren tijd een feit: de lokale banken verliezen dan per 1 januari 2016 hun bankvergunning en hun formele zelfstandigheid en lokale directeuren verliezen hun zeggenschap binnen Rabobank Nederland. Lees hier een interview met Dirk Duijzer over het op de schop nemen van de coöperatieve structuur van Rabobank.
Top van Rabo hamert al langere tijd op noodzaak van verdere kostenbesparingen
Maar daarnaast is er dus ook nog de nieuwe strategie, die exact een week na de ledenstemming bezegeld moet worden, op 9 december. Het zal een strategie zijn die pijn gaat doen. Want na de 8.000 banen die in eerdere plannen verdwenen bij de coöperatieve bank, lijkt een verdere sanering van het personeelsbestand onvermijdelijk. Zowel intern als extern hamert de top al tijden op de noodzaak van verdere kostenreductie. De huidige plannen zijn om van de 35.000 voltijdsbanen in Nederland er dit jaar nog 700 te schrappen. Volgend jaar verdwijnen er nog eens 2.000, maar daarna houdt het strategisch plan Visie 2016 op. Vandaar dat de top vandaag in Zwolle en vrijdag bij een vervolgsessie in het Brabantse Sint-Michielsgestel gaat nadenken over, onder meer, de vraag hoeveel medewerkers er in 2020 nog nodig zijn. Voor een deel zal de top daarbij verlekkerd kijken naar de mogelijkheden die de fusie brengt. Een van de redenen voor de samensmelting was dat het toezicht houden van Rabo Nederland op de ruim 100 lokale banken veel tijd en energie kostte. Daar hoopt de bank dan ook geld en mankracht te kunnen besparen. Ook is het de vraag welke backoffice-activiteiten die lokale banken nu nog zelf regelen, gecentraliseerd kunnen worden.
Rabo wil besparen, ABN Amro juist niet
Dat Rabobank geld moet besparen, maakte topman Wiebe Draijer bij de presentatie van de halfjaarcijfers al duidelijk. De zogeheten cost/income ratio (grofweg: als er één euro binnenkomt, hoeveel daarvan gaat dan op aan kosten?) ligt bij Rabo op 60,6 procent. 'Met dat soort percentages kun je niet meer volstaan, we moeten laag in de 50 procent gaan zitten', zei Draijer bij de halfjaarcijfers. De doelstelling is opvallend: ABN Amro gaf vorige maand nog aan tevreden te zijn met het huidige kostenniveau, dat in het eerste halfjaar op een cost/income ratio van 57 procent zat. De staatsbank, die binnenkort naar de beurs hoopt te gaan, wil ergens tussen de 56 en 60 procent uitkomen. Het vergelijken van de kostenniveau's van totale bankorganisaties is lastig, omdat de drie Nederlandse grootbanken elk een andere specialiteit hebben in het buitenland. Rabo richt zich op de agrarische sector, terwijl ABN juist focust op private banking voor rijke mensen en stichtingen en ING weer groot is in internetsparen. Op de binnenlandse retailmarkt (het bedienen van particulieren en mkb-klanten) is echter duidelijk te zien dat Rabobank achterloopt op de concurrentie. Van elke euro die in de Nederlandse retailbank van Rabo binnenkomt, ging het afgelopen halfjaar 60 cent op aan kosten. Bij ING en ABN lagen die cijfers in het tweede kwartaal op respectievelijk 54 cent en 51 cent.

'De beste bank voor klanten worden'

Kostenbesparingen zijn niet het enige onderwerp waarover de Rabo-directeuren dezer dagen praten. Hoewel de strategie nog niet vaststaat, heeft Wiebe Draijer al meerdere malen benadrukt dat Rabo zich in de toekomst op twee zaken moet gaan richten. Draijer wil binnenslands 'de beste bank voor klanten zijn'. Daarom wil de bank onder meer inzetten op snellere service bij bijvoorbeeld hypotheken, waarbij Rabo nu nog als traag bekend staat. En hoewel Rabo in rap tempo kantoren sluit (van 802 in 2013, naar 520 dit jaar), denkt de bank na over het openen van kleinere servicepunten. Daarnaast wil de bank in het buitenland inzetten op 'banking for food', oftewel de agrarische en voedselsector. Na onder meer het Liborschandaal, wil de bank terug naar zijn agrarische wortels. Van de 434 miljard die de bank uitleent, komt nog altijd 66 miljard terecht bij boeren en nog eens tientallen miljarden bij andere bedrijven in de voedselsector. De kredietverlening aan boeren groeide in het eerste halfjaar van 2015 met negen procent, flink meer dan de één procent groei van de totale kredietportefeuille. Verreweg het grootste deel van de agrarische leningen is uitgezet in het buitenland.
Rabobank wil leningen aan klanten vaker doorverkopen aan investeerders
Daarnaast moeten de directeuren scherpere keuzes gaan maken bij de manier waarop ze met hun kapitaalbuffer willen omgaan. De buffers die banken moeten aanhouden als zij geld uitlenen voor bijvoorbeeld een hypotheek gaan omhoog. Als de bank in de toekomst evenveel hypotheken wil blijven verstrekken zijn er dus twee keuzes: of meer buffers aanleggen (wat lastig is voor Rabobank, omdat ze geen aandelen kan uitgeven), of de hypotheken meteen doorverkopen aan investeerders. Dan hoeven die leningen 'niet te landen op de balans', zoals Draijer het bij de halfjaarcijfers verwoordde. Die praktijk van hypotheken bundelen en doorverkopen kwam in een slecht daglicht te staan, omdat subprime-hypotheken aan de basis stonden van de kredietcrisis, maar nu lijkt het doorverkopen een comeback te maken. Bij de halfjaarcijfers zei financieel topman Bert Bruggink al dat Rabobank op die manier recent een flinke hoeveelheid vastgoedleningen had doorverkocht. De balans van Rabobank zal daardoor de komende jaren eerder krimpen dan groeien. De timing van de besluitvorming over de fusie en de strategie is opvallend: exact een week nadat de lokale banken beslissen over het einde van hun zelfstandigheid, worden zij geconfronteerd met mogelijke bezuinigingen. Is dat opzet, zodat de lokale banken minder tegen kunnen stribbelen als er echt harde besluiten moeten worden genomen? De woordvoerder van Rabobank ontkent dat. 'Lokale banken beslissen over de strategie en blijven dat ook doen.' Nu is het formeel de Centrale Kringvergadering (bestaande uit een deel van de 1.000 lokale directeuren en commissarissen) die beslist, volgend jaar ligt die bevoegdheid bij de nieuwe Algemene Ledenraad (die bestaat uit de ruim 100 voorzitters van de lokale raden van commissarissen). 'Dit soort besluitvormingstrajecten zijn langdurig en worden altijd gedaan door projectgroepen die bestaan uit mensen van zowel lokale banken, als mensen uit Utrecht.'