Samen met journalisten uit heel Europa controleren we de macht in Brussel. Lees meer

Steeds meer ingrijpende besluiten worden op Europees niveau genomen. Maar zolang burgers niet weten wat er gaande is in Brussel, kunnen politici er verborgen agenda’s op nahouden en hebben lobbyisten vrij spel. Om hier verandering in te brengen lanceert Follow the Money ‘Bureau Brussel’. Drie EU-specialisten controleren in samenwerking met collega’s uit heel Europa structureel de macht.

90 artikelen

© John Thys / ANP

Brussel worstelt met het weren van schimmige consultants

De zwarte lijst die moet voorkomen dat malafide bedrijven in opdracht van de EU werken, functioneert gebrekkig. Zo maakte een adviesbureau dat voor honderden miljoenen euro’s aan Europese contracten binnensleepte, zich schuldig aan ‘ernstig professioneel wangedrag’. Het bedrijf werd geschorst, maar is drie maanden later alweer aan de slag voor de Europese Commissie.

Dit stuk in 1 minuut
  • Brussel schakelt steeds vaker externe adviesbureaus in. In 2014 werd er nog voor 423 miljoen euro aan consultancycontracten uitgeschreven. In 2021 was dit 749 miljoen. Critici maken zich zorgen over de risico’s op belangenconflicten.
  • Om dergelijke problemen te voorkomen, hanteert de Europese Commissie een zwarte lijst. Hierop staan bedrijven die zich schuldig hebben gemaakt aan misbruik van EU-gelden, fraude, corruptie of andere criminele activiteiten.
  • Maar deze lijst – de EDES-lijst – functioneert gebrekkig. Zo vallen beleidsdomeinen waarvoor de EU bevoegdheid met de lidstaten deelt (zo’n 70 procent van het EU-budget) er niet onder. Momenteel staan er slechts vijf bedrijven op de zwarte lijst. 
  • Follow the Money deed onderzoek naar consultancybedrijf IBF. Dit bedrijf verrichtte de afgelopen twee decennia voor honderden miljoenen euro aan werk voor de EU. 
  • IBF werd in 2020 op de EDES-lijst gezet. Het adviesbureau zou voor achttien maanden uitgesloten worden van werkzaamheden voor de EU, maar haalde alweer na drie maanden Europese aanbestedingen binnen.
  • Om weer voor EU-contracten in aanmerking te komen, trad IBF-eigenaar Frédéric André af als CEO. Een jaar later keerde hij echter zonder problemen weer terug.
Lees verder

412 miljoen euro: zoveel haalde adviesbureau IBF International Consulting tussen 2007 en 2021 op bij zijn belangrijkste klant, de Europese Unie. Het Belgische bedrijf is in de periode 2014 tot 2021 zelfs het op één na grootste private bedrijf dat consultancy-werk doet voor de Europese Commissie. Alleen de Duitse GFA Consulting Group deed het nog beter.

IBF voert voornamelijk EU-projecten uit in ontwikkelingslanden. En dat mag in de meest brede zin geïnterpreteerd worden: het bedrijf stuurt mensen ter plaatse, schrijft evaluatierapporten, en helpt ook bij de communicatiestrategie. Daarbij gaat het van het promoten van gendergelijkheid in Cambodja tot het evalueren van anti-corruptiemaatregelen in Albanië die er de rechtsstaat transparanter moeten maken. 

Maar wanneer IBF zelf over de schreef gaat, is de transparantie ver te zoeken, zowel bij het bedrijf als bij de Commissie. Bovendien blijkt het voor de consultant eenvoudig om de opgelegde straf voor hun wangedrag af te zwakken. 

Steeds meer consultants

Brussel schakelt steeds vaker consultants in: waar de Commissie in 2014 nog voor 423 miljoen euro aan consultancy-contracten uitschreef, was dit bedrag in 2021 opgelopen tot 749 miljoen euro. ‘Dat doen we omdat bij tijdelijke opdrachten of opdrachten waar we gespecialiseerde kennis voor nodig hebben, consultants kostenefficiënter zijn dan nieuw vast personeel werven,’ zegt Eurocommissaris voor Begroting Johannes Hahn.

Maar dat veelvuldige gebruik van consultants doet heel wat wenkbrauwen fronsen. Vorig jaar onthulde Euractiv, een nieuwsdienst die gespecialiseerd is in EU-beleid, dat de Commissie tussen 2016 en 2019 contracten ter waarde van 462 miljoen aan de Big Four had toegekend. 73 Europarlementariërs stuurden hierop een brief naar commissievoorzitter Ursula von der Leyen om hun zorgen te uiten. ‘Deze contracten, die de afgelopen jaren exponentieel in aantal stegen, zorgen voor een risico op belangenconflicten,’ schreven ze. 

Een voorbeeld van zo’n belangenconflict dat de Europarlementariërs aanhalen, speelt rond PricewaterhouseCoopers (PwC). Deze consultant hielp België in 2019 bij het doorvoeren van belastinghervormingen waartoe de Commissie het land had opgedragen. Tegelijkertijd, zo wezen de auteurs van de brief erop, adviseerde PwC honderden multinationals juist hoe zij zoveel mogelijk belasting konden ontwijken.

‘We zagen een mengelmoes van verschillende uitsluitprocedures’

In juni 2022 kwam de Europese Rekenkamer met een rapport waarin ze het gebruik van consultants door de Commissie onder de loep neemt. ‘De diensten van consultants zijn waardevol en essentieel, maar we zien dat de Commissie dit beter moet monitoren als het waar voor haar geld wil krijgen,’ zegt Rekenkamerlid François-Roger Cazala.

Het rapport hekelt dat de Commissie onvoldoende controleert of ze niet te afhankelijk wordt van slechts een handvol bedrijven, door steeds dezelfde partijen opnieuw in te huren. Daarnaast ontbreken er duidelijke regels over welke werkzaamheden de Commissie mag uitbesteden. Ook evalueert de Commissie onvoldoende of het goedkoper zou zijn om eigen personeel te werven wanneer dezelfde taken herhaaldelijk worden uitbesteed.

Gebrekkige zwarte lijst

Het is niet zo dat de Europese Commissie helemaal geen systeem heeft om te waarborgen dat bedrijven geen al te gekke dingen doen met het belastinggeld dat hen wordt betaald. De Commissie hanteert een zwarte lijst: EDES. Wanneer Brussel bedrijven schuldig bevindt aan bijvoorbeeld een belangenconflict, wanbetalingen of fraude, wordt hun naam op deze publieke schandpaal gezet. Ook mogen ze dan vaak tijdelijk geen projecten meer uitvoeren voor de Commissie. Het is één van de zwaarste middelen die Brussel kan gebruiken voordat het naar de rechter stapt. Maar aan die zwarte lijst blijken heel wat haken en ogen te zitten.

Europees rekenkamerlid Helga Berger vat de pijnpunten als volgt samen: ‘De zwarte lijst is een goed concept om te voorkomen dat EU-middelen in verkeerde handen vallen. In de praktijk loopt er echter van alles mis. We zagen een mengelmoes van verschillende uitsluitprocedures op het niveau van de EU en de lidstaten. Daar komt nog bij dat de relevante data vaak ontoegankelijk is voor de antifraude-autoriteiten.’ 

Daarnaast is het aantal gepubliceerde namen op de lijst opvallend laag. Op het moment van publicatie van dit artikel stonden er maar vijf bedrijven op. De meest in het oog springende is een Italiaanse tak van KPMG die onder de noemer ‘zwaar professioneel wangedrag’ op de lijst eindigde. Volgens de Europese Rekenkamer ligt het aantal namen dat door de jaren heen verscheen op een gelijkaardige Amerikaanse lijst zo’n vijftig keer hoger. De Rekenkamer nuanceert dat dit ergens appels met peren vergelijken is, maar stelt dat zo’n groot verschil toch doet vermoeden dat de Commissie iets niet helemaal juist doet.

Net als Helga Berger ziet Nick Aiossa van anticorruptie ngo Transparency International nog een fundamenteler probleem met de zwarte lijst: ‘Op dit moment vallen alle beleidsdomeinen waarvoor de EU bevoegdheid met de lidstaten deelt, niet onder EDES. Hierdoor komt zo’n 70 procent van het EU-budget per definitie niet in aanmerking voor een EDES-sanctie. Juist deze beleidsdomeinen, zoals landbouw en cohesie, zijn het meest fraudegevoelig.’

De Europese Commissie erkent de problemen die de Rekenkamer aankaart en heeft een reeks voorstellen gedaan om de lijst te verbeteren. Daarover zijn het Europees Parlement en de lidstaten momenteel in discussie.

Een kortstondig persbericht

Desondanks bleek de EDES-lijst voor Follow the Money een handig vertrekpunt bij een interessante case study: de sanctionering van IBF International Consulting. 

De zoektocht begint wanneer opvalt dat in 2020 de winst van IBF, jarenlang de grootste consultant voor EU-ontwikkelingsprojecten, ineens met 66 procent in elkaar dondert. Dat jaar haalde het bedrijf nog maar 4,3 miljoen euro aan EU-opdrachten binnen, waar dat in 2019 nog het zesvoudige was. Een toelichting in IBF’s jaarrekening van 2019 biedt inzicht: ‘De Europese Commissie heeft het IBF verboden om deel te nemen aan nieuwe projecten gedurende een periode van achttien maanden met ingang op 23 januari 2020.’

Wanneer de Europese Commissie één van haar favoriete consultants schorst, zou je verwachten dat dit groot nieuws is in ‘Brussel’. Desondanks is de enige publicatie die hierover verscheen een artikel van Devex, een nieuwssite die bericht over de ontwikkelingssector. Devex meldde in mei 2020 dat er gedurende korte tijd een persbericht op de website van de Commissie stond waarin werd vermeld dat IBF aan de EDES-lijst was toegevoegd. 

Een paar uur nadat de Commissie dat persbericht publiceerde, werd het alweer offline gehaald. Waarom is onduidelijk. De Commissie gaf enkel een vaag statement dat er een fout was gemaakt bij de publicatie. Uit nader onderzoek blijkt dat IBF onder de classificatie ‘zwaar professioneel wangedrag’ op de lijst stond. 

Informatielekken

Wanneer Follow the Money hier via een Europees Wob-verzoek meer informatie over opvraagt, blijkt al snel hoezeer de EDES-lijst in de praktijk een ongrijpbaar spook is. Pas nadat de Europese Ombudsman is ingeschakeld, komt er antwoord op het verzoek: de Commissie wil de documenten niet vrijgeven. 

Daarbij argumenteert ze dat dit de privacy en commerciële belangen van de onderneming zou schaden. Bovendien laten de EDES-regels eenvoudigweg niet toe om meer informatie te delen dan het beperkte beetje wat de lijst nu verschaft. Dat toch doen, zou de reputatie van de Commissie schaden. Follow the Moneys pleidooi voor transparantie bij de besteding van publiek geld weegt daar niet tegenop, aldus de Commissie.

‘IBF kreeg tijdens de hele procedure informatie doorgespeeld’

Uiteindelijk kon uit een openbaar EDES-evaluatierapport toch worden afgeleid waar IBF in de fout is gegaan. Het document bespreekt de verschillende EDES-cases anoniem, maar door alle informatie die Follow the Money verzamelde, kon toch vastgesteld worden welke case IBF betreft. 

Daaruit blijkt dat IBF op de zwarte lijst werd gezet omdat het bedrijf door een belangenconflict informatie verwierf die het een oneerlijk voordeel gaf bij de openbare aanbestedingen. Ook heeft het bedrijf tegen de Commissie gelogen over dit belangenconflict.

De informatie wordt achter de schermen bevestigd door een Europese bron die nauw betrokken was bij de zaak. Deze bron legt uit dat er, onder invloed van IBF-ceo en meerderheidsaandeelhouder Frédéric André, een bedrijfscultuur was ontstaan die teerde op het winnen van Europese aanbestedingscontracten met de hulp van informatielekken. ‘In het geval van IBF was er hierdoor geen sprake meer van een eerlijk aanbestedingsproces voor de concurrentie. Ze kregen tijdens de hele procedure informatie doorgespeeld.’ 

Dat IBF voor oneerlijke informatiewinning op de zwarte lijst eindigde, zegt veel over de ernst van het belangenconflict. ‘Het is zeer lastig om juridisch de grens te bepalen tussen wat wel en niet is toegestaan qua informatiewinning tijdens het aanbestedingsproces,’ stelt advocaat en hoogleraar bestuursrecht David D’Hooghe. Bij advocatenkantoor Stibbe specialiseerde hij zich in nationaal en Europees aanbestedingsrecht. ‘Daarbij kom je al snel in een grijze zone terecht. Informatie toegespeeld krijgen over de prijszetting van de concurrent overschrijdt duidelijk de grens. Anderzijds is er ook wel begrip voor op te brengen dat een bedrijf polst of zijn eigen prijszetting enigszins in de juiste richting zit,’ aldus D’Hooghe.

Maar in het geval van IBF lag de misstap volgens de Europese bron ver buiten deze grijze zone: ‘Hier zagen we echt een systeem: ze kregen als eerste een melding dat er een aanbesteding aankwam, vervolgens kregen ze als eerste de specificaties te zien en werden er daarnaast ook aanbestedingen in het voordeel van IBF opgesteld.’

De Europese bron wilde niet expliciet bevestigen of IBF deze informatie toegespeeld kreeg door iemand van binnen de Commissie.

Vergeven en vergeten

Lang heeft IBF niet op het strafbankje gezeten. Officieel mocht het bedrijf achttien maanden lang (tot mei 2021) geen projecten meer uitvoeren voor de Commissie. De financiële verklaringen van de Commissie tonen echter aan dat IBF drie maanden na ingang van zijn uitsluiting alweer nieuwe aanbestedingscontracten binnenhaalde. Zo tekende het bedrijf op 28 april 2020 een contract voor 140 duizend euro om de zwakke plekken van het kiessysteem in Burundi in kaart te brengen. 

Hoe kan dit? Welnu, de EDES-regels stellen: als een gesanctioneerd bedrijf kan aantonen dat het maatregelen heeft genomen die de misstand oplossen, kan de Commissie dat bedrijf vervroegd van de lijst halen. IBF heeft handig gebruik gemaakt van deze vergevingsgezindheid van de Commissie. De Europese bron vertelt: ‘IBF heeft tot twee keer toe dit soort maatregelen moeten nemen vooraleer zijn uitsluiting kon worden opgeheven. De voornaamste maatregel die het bedrijf moest nemen, was het inperken van de invloed van de ceo op het aanbestedingsproces.’

IBF-ceo Frédéric André moest aftreden, maar een jaar later stelde de raad van bestuur hem opnieuw aan

Een woordvoerder van de Commissie bevestigt dat IBF vervroegd van de zwarte lijst werd gehaald nadat ceo Frédéric André was afgetreden. Bovendien heeft de Commissie een onafhankelijke curator aangesteld die ‘moest voorkomen dat hij nog controle zou uitoefenen via het stemrecht van zijn meerderheidsaandeel in IBF’. Ook moest het bedrijf nieuwe bestuurders benoemen. 

Op de EDES-lijst zelf is dit alles niet terug te vinden. Niets over de misstanden bij IBF, niets over de maatregelen die zijn getroffen en niets over de vervroegde verwijdering van de lijst. Zelfs dat IBF überhaupt op de lijst heeft gestaan, valt nergens terug te lezen.

Uit publicaties in het Belgisch Staatsblad blijkt dat Frédéric André de zomer na de zwarte lijst-periode inderdaad is afgetreden als ceo. Maar een jaar later stelde de raad van bestuur André alweer aan als ceo. In reactie op vragen van Follow the Money laat de Commissie weten dat ze gaat controleren of dit een schending is van de afspraken om vervroegd van de lijst te mogen.

IBF zelf houdt de boot meermaals af wanneer Follow the Money om een verklaring vraagt: ‘We herhalen onze no comment-verklaring en we zouden het waarderen als u ons personeel niet meer lastigvalt met de zaak.’

Straffeloosheid

Als er één thema centraal staat bij dit onderzoek naar de zwarte lijst van Brussel, is het wel het gebrek aan transparantie. ‘Zoals het systeem nu werkt kun je het nauwelijks een zwarte lijst noemen,’ zegt de Hongaars Europarlementariër Katalin Cseh (Renew Europe), die zich namens het Parlement met het EDES-dossier bemoeit. ‘Met de informatie die de lijst geeft, kun je vrij weinig.’ 

Cseh begrijpt dat het voor lopende onderzoeken beter is om niet alle informatie te publiceren. Maar wanneer een onderzoek helemaal is afgerond, ziet ze niet in waarom het publiek niet mag weten wat er concreet is fout gegaan bij een gesanctioneerd bedrijf. ‘Het gaat immers om publiek geld en het zijn enkel de zwaarste gevallen die op de zwarte lijst gepubliceerd worden,’ aldus Cseh.

Bovendien vindt de Hongaarse Europarlementariër dat er strengere sancties mogen komen: ‘Wat je nu eigenlijk zegt is: probeer maar op frauduleuze wijze geld te verdienen. Worst case scenario word je gepakt en moet beloven dat je daarmee stopt. Waarom zou je het er als bedrijf dan niet gewoon op wagen?’

Follow the Money vroeg de Europese Commissie of het vervroegd van de lijst halen van bedrijven niet tot straffeloosheid leidt. De Commissie reageerde als volgt: ‘We willen benadrukken dat deze procedure niet van toepassing is op het zwaarste wangedrag, zoals corruptie, witwassen, kinderarbeid.’ Bij minder zwaar wangedrag, zoals belangenconflicten, zou de mogelijkheid om vervroegd van de lijst te raken volgens de Commissie juist goed zijn, omdat het bedrijven ‘aanmoedigt’ zelf een oplossing voor het wangedrag te bedenken.

Bij IBF is het ondertussen weer business as usual. In 2021 haalde het bedrijf opnieuw 34 miljoen euro aan contracten van de Commissie binnen. Ook ceo Frédéric André lijkt er vanuit te gaan dat de malaise achter de rug is: vorig jaar keerde hij zichzelf nog 660.000 euro aan dividend uit.

Met medewerking van Jesse Pinster en Lise Witteman.