Geen toezicht op 2000 voetbalvelden aan slachtafval

Onderzoeksjournalist Marcel van Silfhout ontdekte explosieve cijfers over de vleesindustrie in het geruchtmakende vleesrapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid van vorige week.

Het rapport ‘Risico’s in de Vleesketen’ van de Onderzoeksraad  voor Veiligheid bevat explosieve cijfers die tot nu toe in de media over het hoofd zijn gezien. Bij mijn eerste lezing van dit document als onderzoeksjournalist en schrijver van het boek 'Uitgebeend, hoe veilig is ons voedsel nog?' kon ik mijn ogen nauwelijks geloven. Het begin, en slot en dan vooral de conclusies en de aanbevelingen, zijn één groot déjà vu. Die bevindingen zijn ook alom in kranten en op tv beland. Maar halverwege het rapport staan cijfers die mij, ook na een halve week herkauwen, nog steeds grotesk verbazen en verontrusten.

Nederland is niet alleen in mensen, maar vooral in dieren het meest dichtbevolkte land op aarde

Desalniettemin heeft de Raad cijfers en gegevens boven water gehaald die zelfs mij nog schokken. De meest opzienbarende cijfers staan - zoals zo vaak - haast verborgen in het rapport. Nederland – goed voor een productie van maar liefst 4,3 miljard kilo vlees, u leest het goed – is niet alleen in mensen, maar vooral in dieren het meest dichtbevolkte land op aarde. Jaarlijks (aldus de CBS-cijfers van 2012) worden er in ons land 1,9 miljoen runderen, 14,3 miljoen varkens en nog eens 535,6 miljoen stuks pluimvee geslacht. Een Duitse journalist vroeg mij, geconfronteerd met deze cijfers: ‘Waar laten jullie in Nederland in Godsnaam dan alle mensen?’

2000 voetbalvelden

Het zijn onbevattelijk grote getallen. Bij elkaar produceert ons land jaarlijks zo’n 500 voetbalvelden van pakweg een meter hoog aan opgestapeld vlees. De berg slachtafval – om over de meststapel, de hoeveelheid poep dus, maar niet te spreken – is helemaal ongekend: ‘15 miljoen ton per jaar (!) Vergeef me met het on-journalistieke uitroepteken, maar het is deze bijzin in het rapport van De Raad die me pas echt deed stuiteren, want voor die bijzin stond dit: ‘Van de handelsstromen van deze producten, zoals huiden, bloed, vetten, botten en organen, is echter weinig bekend, terwijl het opgeteld om grote hoeveelheden gaat.’
Dat zijn pakweg 2000 voetvalvelden van een meter hoog aan ‘dierlijke bijproducten
Let wel, we hebben het hier dus over pakweg 2000 voetvalvelden van een meter hoog aan ‘dierlijke bijproducten’ (in casu slachtafval, zoals afgekeurde dieren en karkassen) op jaarbasis. (Nederland heeft in totaal zo'n 7000 voetbalvelden) Op de handelsstromen rond deze immense stapel aan bijproducten – volgens de Raad vooral in cosmetica en diervoeder gebruikt – is fysiek noch administratief weinig zicht. Een deel hiervan kan dus evengoed bewust of onbewust in onze humane consumptie terecht komen. De raad somt zelfs een paar voorbeelden op waarin sprake is geweest van humane consumptie van mogelijk gevaarlijk slachtafval. Wat te denken van de opmerkingen halverwege het rapport; bijvoorbeeld die over het vlees uit Chili? Dat land exporteert vanaf maart 2013 geen vlees naar ons continent meer nadat de in Ierland gevestigde Europese vlees-waakhond Food & Veterinary Office (FVO) verboden groeibevorderaars en diergeneesmiddelen had aangetroffen. Ook over vlees uit Polen, Argentinië en Brazilië zijn opmerkingen gemaakt die  – ik zal u de details besparen – een overtuigd vleeseter terstond tot vegetariër zouden kunnen maken. Dit is opmerkelijk want wie zijn boodschappen doet bij de 4300 Nederlandse grootgrutters – gezamenlijk goed voor een ‘maagaandeel’ van 75 procent – kan haast niet om het vlees van Zuid-Amerikaanse of Oost-Europese herkomst heen.

Waar was de Voedsel- en Warenautoriteit?

Na een jaar onderzoek te hebben gedaan – en daarbij ruim honderd betrokken experts waaronder ex-ministers, hoogleraren, hoofdinspecteurs, controleurs, boeren en voedselonveiligheid-slachtoffers te hebben geïnterviewd over de vraag hoe ernstig het is gesteld met onze Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) – bleef er voor mij één hamvraag over: wat zal de Onderzoeksraad met haar minimaal tien medewerkers na uitkomst mijn boek - en eveneens een jaar lang spitten - gaan rapporteren? Wat zullen de verschillen en overeenkomsten met Uitgebeend zijn? Komen haar bevindingen overeen met die van mij? Of hebben ik en mijn medeauteur Jan Taco Te Gussinklo iets gemist? Mijn antwoord op deze vraag is even geschakeerd als ontluisterend. De uitkomsten van het rapport liggen volkomen in één lijn met mijn boek. In het kort: De NVWA is kapot bezuinigd. Dertig jaar lang reorganiseren was teveel van het goede. De inspectieclub is in de loop der tijd een speelbal geworden van politiek en ministerie (eerst Landbouw, nu Economische Zaken).
De inspectieclub is in de loop der tijd een speelbal geworden van politiek en ministerie
De in Utrecht gevestigde voedselwaakhond heeft inmiddels veel te weinig kennis, expertise en mankracht om nog goed te kunnen opereren. Als gevolg daarvan is de NVWA niet de gezagvolle onafhankelijke autoriteit die het  moet zijn. De kat is foetsie. De muizen dansen op tafel. Het ‘voedsel-bedrijfsleven’ – de slachthuizen en de veesector voorop – hebben er inmiddels zo’n potje van gemaakt dat de Raad niet mee zeker is over de veiligheid van ons vlees. Tot zover de ‘gesneden koek’ in relatie tot mijn boek.

Reconstructie ontbreekt

Dan een korte opmerking over wat ik mis aan het Onderzoeksraard-rapport: dat is namelijk veel. Heel veel. Vooral de politiek-bestuurlijke reconstructie, het hoe en waarom de NVWA zo ontmanteld is, ontbreekt. Over de decennialange geschiedenis van de zogeheten ‘boerenoorlogen’ en de botte machtspelletjes van Landbouw om alle vlees- en voedselkeuringen onder de vleugels van Volksgezondheid weg te trekken, lezen we geen woord. De raad heeft evenmin gekeken naar het fenomeen dierziekten. Vis en pluimvee zijn nauwelijks of niet behandeld. De Raad heeft zich namelijk gefocust op de voedselveiligheid van de afdeling roodvlees. En dat terwijl de hele NVWA vandaag de dag maar liefst '23 toezichts-domeinen’ heeft. Al met al is mijn antwoord op de hamvraag wat de verschillen en overeenkomsten zijn met mijn boek helder. Het rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid is een vette onderstreping en bevestiging van de bevindingen die in geur en kleur en met meer peper en zout in mijn ‘antikookboek  Uitgebeend zijn opgetekend. Mijn publiekstoegankelijke boek is breder en uitgebreider en biedt meer context en uitleg. Menig recensent (afgelopen zaterdag nog in de VPRO-uitzending van ARGOS bijvoorbeeld) merkt daarbij gelukkig op dat Uitgebeend leest als een trein, mede omdat ik alle ongerief en voedselincidenten smakelijk en makkelijk leesbaar heb opgediend. Arie Slob, fractievoorzitter van de ChristenUnie, heeft het kabinet vorige week gevraagd om Uitgebeend even integraal op de agenda te zetten als het rapport van de Onderzoeksraad. Ik kan de Kamerleden van harte aanbevelen: vergeet de waan van de dag en lees beide documenten van A tot Z. Zo dik is mijn boek en het half zo dikke rapport van de Raad nu ook weer niet. Nederland, tweede voedselexporteur op aarde, en haar inwoners zijn het waard; zowel om redenen van onze Volksgezondheid als voedselveiligheid en economische (export)belangen.

Den Haag grote schuldige

Dit land verdient een goed geëquipeerde voedselwaakhond en geen voedselkeizer zonder kleren met een daar achteraan banjerende carnavaleske fanfare van al even uitgeklede exporterende en producerende slagers die hun eigen vlees niet meer keuren. ‘De sector’ doet  nu u al ruim een decennium alsof de neus bloedt. Toen, in 2003, besloot het kabinet Balkenende II namelijk om de voedsel- en warenautoriteit van Volksgezondheid naar Landbouw (heden Economische Zaken) over te hevelen. Tegelijkertijd besloten kabinet en kamer, (lees CDA en VVD) om eens flink op alle inspecties te gaan bezuinigen onder het Balkenende-mom van: ‘We moeten meer vertrouwen hebben in ons bedrijfsleven.’ Zelfregulering en vermindering van lasten- en regeldruk mondden uit in forse bezuinigingen en een aftakeling van de NVWA.
Het is immers vooral politiek Den Haag dat in het voedseldossier zo heeft gefaald
In Uitgebeend zijn een aantal rampen beschreven die op zijn minst in relatie staan tot deze catastrofale beslissing – zo er niet de oorzaak van zijn. De Q-koorts, de titel  ‘Europees kampioen antibioticagebruik in de veesector,’ de Salmonella-zalm-uitbraak en de pas laat opgemerkte paardenvleesaffaire, het is slechts een greep van de ellende nadien. De financiële crisis en het bonus-bankieren heeft helaas en terecht een bom gelegd onder het vertrouwen in de financiële sector. Het valt te hopen dat het algemene voedselwantrouwen niet tot een zelfde resultaat voor de Nederlandse voedselindustrie zal opleveren.Het is, kortom, de hoogste tijd voor op zijn minst een nationaal vlees- en voedseldebat of een soort ‘preventieve parlementaire enquête’ dan wel een onderzoek onder de hoede van de wat meer bedaagde Eerste Kamer in samenwerking met experts en het Nederlandse publiek zelve. Het is immers vooral politiek Den Haag dat in dit dossier zo heeft gefaald. Wat te doen met al die Haagse slagers die de beslissing namen om al ons vlees niet meer te (laten) keuren? Kun je, kortom, de Tweede Kamer nog wel een parlementaire enquête toevertrouwen wanneer deze vooral over 'Den Haag' zou moeten gaan? Vanavond debatteert Marcel van Silfhout over de veiligheid van ons vlees bij BNR Newsroom in cafe Dauphine in Amsterdam. Het debat start om 18:00 en is vrij toegankelijk. Zijn boek ‘Uitgebeend, Hoe veilig is ons voedsel nog?’ ligt sinds 13 maart in de winkel.