Er is een schrijnend tekort aan passende huisvesting in Nederland, vooral in de steden. De keuze voor het nemen van kinderen wordt mede bepaald door het aanbod van geschikte woningen. Staan we aan de vooravond van een grote dip in het aantal geboorten?

    ‘Jonge gezinnen verlaten de grote steden.’ Dat nieuws publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) begin november. Veel jonge gezinnen uit de vier grote steden verlaten de stad voordat hun kinderen naar school gaan. In Amsterdam was zelfs 40 procent vier jaar na de geboorte van het eerste kind verhuisd naar een andere gemeente. In Utrecht was het 34 procent. Rotterdam en Den Haag zagen 28 en 27 procent van de jonge ouders wegtrekken. Het motief was meestal dat die gezinnen ruimer wilden wonen.

    Wie gaat verhuizen, moet wat geld opzij hebben gelegd. Dat is ook hier het geval. Het grootste gedeelte van de stedelijke migranten behoort tot  de groep van de best verdienende 20 procent. Van deze groep verliet iets meer dan de helft de grote stad. Voor de 80 procent daaronder was dat minder dan een derde.

    Uitstellen

    Ineke van Straeten kent het verschijnsel uit de praktijk. Ze is al 18 jaar zelfstandig consulent voor baby- en borstvoedingsadvies in Amsterdam: ‘Onlangs vertelde een van mijn klanten dat ze naar Hoorn gaat verhuizen en kort daarvoor was er een die naar Weesp ging. Ze willen meer ruimte en kunnen het soort woning dat ze zoeken niet vinden in Amsterdam. In ieder geval niet voor wat ze kunnen opbrengen.’

    Er zijn aanwijzingen dat de overspannen woningmarkt gevolgen heeft voor de vruchtbaarheid van de Nederlandse vrouw

    Haar klanten zijn niet de enige Nederlanders die op zoek zijn naar een dak boven hun hoofd. Tot 2025 verwacht de overheid een toename van het aantal huishoudens van circa 500.000. Driekwart daarvan zal terechtkomen in de 20 grootste steden. Het ziet er vooralsnog niet naar uit dat het gaat lukken om voor die groep ook 500.000 extra woningen op tijd bij te bouwen. Dat gaat zeker extra spanning geven op de toch al gestresste stedelijke woningmarkten.

    Er zijn intussen aanwijzingen dat die overspannen woningmarkt gevolgen heeft voor de vruchtbaarheid van de Nederlandse vrouw. Vruchtbaarheid is een demografische term die aangeeft hoeveel kinderen vrouwen tussen de 20 en 40 hebben. Dat ligt voor de hand: wie geen vooruitzicht heeft op een woning wacht vaak tot de situatie verandert. Maar hoe zit het precies met dat verband tussen woningaanbod en vruchtbaarheid? Het Ministerie van Volksgezondheid heeft een kaartje gemaakt, waarop de vruchtbaarheid per gemeente is aangegeven. Het zijn cijfers uit 2012, maar de trend is niet zoveel veranderd.

    De steden zijn eilanden van beperkte vruchtbaarheid. Hebben jonge vrouwen die in steden wonen dan minder kinderen? Dat is blijkbaar het geval, maar veel van die vruchtbare jonge vrouwen komen meestal naar de stad om te studeren. Plannen om zwanger te worden hebben ze dan meestal niet. Zodra ze daar wel aan toe zijn, verlaten ze de stad vaak weer. Die lagere vruchtbaarheid van stadse vrouwen is dus niet direct toe te schrijven aan de schaarste op de woningmarkt.

    Carrière

    Toch bestaat er landelijk gezien een verband tussen het aan kinderen beginnen en het hebben van een geschikte woning. Dat wordt ook duidelijk gesteld in het CBS-rapport Bevolkingstrends uit maart 2015. Daarin staat de volgende passage:

    Voor mensen die toe zijn aan kinderen is het hebben van een geschikte woning iets vaker een probleem dan het hebben van genoeg financiële middelen. Kinderloze mensen die er klaar voor zijn om aan kinderen te beginnen hebben in 12 procent van de gevallen geen geschikte woning en denken deze ook niet binnen drie jaar te kunnen bemachtigen. Ook bij mensen die al kinderen hebben, kan de woning ontoereikend zijn om er nog een kind bij te nemen. Dit geldt voor 10 procent van de mensen die hebben aangegeven wel toe te zijn aan nog een kind. Het woningprobleem speelt niet alleen bij laagopgeleiden, maar ook bij middelbaar- en hoogopgeleiden.

    Volgens het CBS speelt de schaarste op de woningmarkt dus in bepaalde gevallen een belemmerende rol bij het realiseren of uitstellen van een kinderwens.

    Het aantal inwoners van Nederland neemt overigens nog wel steeds toe, maar vooral als gevolg van immigratie en niet omdat er genoeg kinderen worden geboren. Die immigranten moeten wel wonen, maar ook dat heeft gevolgen voor de demografie van Nederland. Een Syrisch asielzoekersgezin krijgt bijvoorbeeld een corporatiewoning toegewezen, waarin ook een Nederlands stel een gezin had kunnen beginnen, maar het voornemen om kinderen te nemen nu uitstelt tot er wél een woning beschikbaar is.

    Hoogconjunctuur

    Het jaar 2010 was wat betreft vruchtbaarheid een relatief ‘goed’ jaar. De gemiddelde Nederlandse vruchtbare vrouw had toen 1,8 kind. Dat was nog steeds ruim onder de vervangingsaanwas van 2,1 kind, maar voor een welvarend land is 1,8 kind niet eens zo slecht. De meeste Westerse landen hebben nu eenmaal zeer kleine gezinnen. In Italië hebben vruchtbare vrouwen gemiddeld zelfs maar 1,4 kind.

    Dat aantal van 1,8 hing samen met de periode van hoogconjunctuur tot eind 2008. Die kinderen uit 2010 waren deels al gepland toen de bomen nog tot in de hemel leken te groeien. Ook 2008 en 2009 waren goede jaren.

    Hoe lager het consumentenvertrouwen, hoe minder kinderen per vrouw

    Jan Latten, hoogleraar sociale demografie aan de Universiteit van Amsterdam en Hoofddemograaf van het Centraal Bureau voor de Statistiek stelt dat er tot voor kort bij conjunctuurgolven een duidelijk verband was tussen het consumentenvertrouwen en het aantal kinderen per vrouw. Eenvoudig gezegd: hoe lager het consumentenvertrouwen, hoe minder kinderen per vrouw.

    Dat is duidelijk te zien aan wat er in 2011 gebeurde. Na een periode waarin de economie weer uit het dal leek te klimmen, ging het consumentenvertrouwen het eerste kwartaal van 2011 opeens weer hard onderuit en dat vertaalde zich in 2013 in een daling tot 1,68 kind per vruchtbare vrouw.

    Maar dan gebeurt er iets merkwaardigs. In maart 2014 komt het consumentenvertrouwen voor het eerst sinds het begin van de recessie weer in de plus. Het blijft daarna stijgen, de economische omstandigheden in Nederland verbeteren zienderogen. Maar dat vertaalt zich niet in het aantal geboortes. Latten: ‘Je zou verwachten dat het aantal kinderen per vrouw een jaar later weer zou oplopen, maar dat was niet het geval. In 2015 en 2016 stond het aantal kinderen op 1,66 per vrouw. Het laagste cijfer deze eeuw.’ Hoe is dat te verklaren?

    Vast contract

    Latten zegt dat uit CBS-onderzoek blijkt dat er een correlatie bestaat tussen het hebben van een flexbaan en een verlaagde kans op een eerste kind. Die flexcontracten zijn steeds gangbaarder geworden. Maar de hoogleraar gaat ervan uit dat de moeilijke situatie op de woningmarkt mede een rol speelt bij het realiseren van de kinderwens.

    De gestegen woningprijzen hebben het voor partners extra moeilijk gemaakt om een huis te vinden waarin ze een gezin willen stichten

    Die woningmarkt is, parallel aan het herstel van de economie, een stuk ontoegankelijker geworden. In 2013 begonnen de huizenprijzen te herstellen van de scherpe daling na 2009. In de steden, Amsterdam en omgeving voorop, werd de waardedaling van woningen tijdens de recessie in drie jaar tijd teniet gedaan en daarna stegen de prijzen gewoon door. De lage rente vormde daarbij een belangrijke rugwind.

    Dat heeft het voor partners zonder twijfel extra moeilijk gemaakt om een huis te vinden dat geschikt is om een gezin in te beginnen. Een deel heeft zijn toevlucht hebben genomen tot kleinere gemeenten, maar een deel is gewoon blijven zitten in de als te klein ervaren woning.

    Een verguisde groep, de scheefhuurder, loopt nogal eens tegen dat probleem aan. Deze groep verdient eigenlijk te veel voor de sociale woning waarin ze al een tijdje wonen. Hierdoor kunnen ze niet doorstromen naar een andere, grotere corporatiewoning. De woningcorporaties hebben sowieso een beperkt aantal doorstroomwoningnen waar deze groep terecht kan. Hoewel ze gelabeld zijn als ‘scheefhuurder’, is tegelijk de wrange realiteit dat ze in werkelijkheid vaak te weinig verdienen voor een woning in de vrije sector. Kopen is ook geen optie, omdat banken vaak niet bereid zijn om ze een hypotheek te verstrekken. Overwaarde verzilveren zit er ook niet in. Alleen als het lukt om door te stromen naar een niet al te dure vrije sectorwoning, kunnen ze ruimer gaan wonen. Maar vaak zit die groep gewoon klem

    Joop de Beer, themaleider bij het Nederlandse Interdisciplinaire Demografisch Instituut

    "Meerdere kinderen zijn een soort luxe geworden. Het kunnen veroorloven van een geschikte woning maakt daar deel van uit"

    Lange termijneffecten

    Het lijkt erop dat de tekorten op de woningmarkt drukkend werken op het aantal kinderen dat gezinnen voortbrengen. Maar is dat erg? Clara Mulder, hoogleraar demografie en ruimte aan de Rijksuniversiteit van Groningen, is minder bezorgd over de langetermijneffecten. Mulder: ‘Er zijn onderzoeken uit Tsjechië en de VS over het verband tussen prijzen van woningen en de vruchtbaarheid van vrouwen. In Tsjechië daalden in 2000 de prijzen van woningen en kregen vrouwen juist meer kinderen. In de VS is het omgekeerde bestudeerd: een duurdere woningmarkt en een daling van het aantal geboortes. In beide gevallen bleken de effecten gemeten over een langere termijn echter te verwaarlozen.’

    Mulder gaat ervan uit dat door omstandigheden kinderen eerder kunnen komen, of juist worden uitgesteld. Maar uiteindelijk komen ze er volgens haar – meestal – wel. In 2016 was een Nederlandse vrouw bij de geboorte van haar eerste kind gemiddeld echter al 29,4 jaar. Internationaal gezien behoort ze daarmee tot de oudsten ter wereld. Biologisch gezien is de ruimte voor uitstel dus beperkt.  

    Wat als de tekorten op de woningmarkt aanhouden? Wat gebeurt er dan? Vrouwen kunnen het hebben van kinderen niet blijven uitstellen. Van Straeten kent uit haar praktijk maar al te goed de vrouwen die hun eerste kind krijgen als ze begin 40 zijn. Van Straeten: ‘Zwanger worden is dan meestal geen gemakkelijke klus. Ik hoor alles, tot aan eiceldonaties toe.’

    ‘Op een bepaald moment zullen eerder de wooneisen worden aangepast dan dat vrouwen afzien van kinderen’

    Mulder denkt niet dat vrouwen zolang zullen wachten. ‘Op een bepaald moment zullen eerder de wooneisen worden aangepast dan dat vrouwen afzien van kinderen. Nu is de regel dat ieder kind een eigen slaapkamer hoort te hebben. In het verleden zag je vaak dat kinderen een kamer deelden. Dat kan zo weer terugkomen.’

    Mulder denkt dat zelfs als er meer betaalbare gezinswoningen zouden zijn, er dan dan toch maar een heel beperkt aantal kinderen extra zou worden geboren. ‘Als je dat wilt bereiken moet je veel meer denken aan goedkope kinderopvang en aan meer tijd die je aan je kind kunt besteden’.

    Luxe-kinderen

    Joop de Beer, themaleider Vergrijzing en Levensduur bij het Nederlandse Interdisciplinaire Demografisch Instituut (NIDI) is het daar duidelijk niet mee eens. ‘De woningmarkt speelt zeker een rol bij het dalen van de vruchtbaarheid, maar het is moeilijk om precies vast te stellen wat kan worden toegeschreven aan het tekort aan geschikte woningen en wat aan de toename van kortlopende arbeidscontracten.’

    De Beer ziet weliswaar dat veel jonge gezinnen de stad verlaten, maar stelt ook vast dat niet iedereen die mogelijkheid heeft. Je ziet volgens hem dan ook dat in de lagere middenklasse het kindertal lager is dan bij de wat beter gesitueerden. ‘Wat je vooral ziet is dat meerdere kinderen nemen een soort luxe is geworden en je een geschikte woning kunnen veroorloven is, maakt daar deel van uit.’

    Al met al lijkt er een verband te bestaan tussen het toenemende tekort aan woningen in de steden en het dalende aantal geboortes in Nederland. Maar experts verschillen van mening over de mate waarin dat tekort een rol speelt op de vruchtbaarheid, wat de gevolgen op de lange termijn zullen zijn en hoe dat uitpakt voor de vergrijzing. Een goede conjunctuur, het hebben van een baan, betaalbare kinderopvang en voldoende vrije tijd zijn immers ook van invloed op de keuze die stellen maken. Niemand lijkt percentages aan die voorwaarden te kunnen of durven hangen, maar een kind grootbrengen in een ongeschikte woonruimte zal ongetwijfeld voor niemand een aanlokkelijk vooruitzicht zijn. En juist op dat vlak valt er de komende jaren voor de meeste mensen die dromen van een kind weinig verbetering te verwachten.


     

    Over de auteur

    Peter Hendriks

    Gevolgd door 381 leden

    Redacteur Woningmarkt. Signaleert en analyseert problemen waarmee Nederlanders op zoek naar woonruimte worden geconfronteerd.

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    De nieuwe woningnood

    Gevolgd door 519 leden

    Nederland kampt met een groeiende woningnood. Honderdduizenden trekken naar de steden en de verantwoordelijke gemeenten lukt...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren