© Pixabay

Geintje van Rabobank over mestoverschot roept om Kamervragen

    Een tijdje geleden zei Rabobank dat er een ‘Deltaplan’ moet komen voor de Nederlandse melkveehouderij. Vorige week verklaarde diezelfde bank echter zelf niet met zo’n plan bezig te zijn en daar ook niet het initiatief voor te zullen nemen. Gastauteur Dick Veerman, hoofdredacteur van Foodlog.nl, vraagt zich af hoe het nu eigenlijk zit.

    De melkveehouderij in Nederland kwam in de problemen door het verdwijnen van het melkquotum, een goede melkprijs, boeren die wilden opschalen en banken die dat wilden financieren. Een jaar geleden werd duidelijk dat er een drama is ontstaan. De melkprijs daalde. Dat kwam door méér productie, in combinatie met minder vraag door tegenvallende economische groei elders in de wereld en de sluiting van Rusland voor Europese zuivel. Het resultaat: boeren verdienen hun kostprijs niet terug, teren in op hun vermogen en hebben geen geld meer om de leningen die ze zijn aangegaan, terug te kunnen betalen.

    Tegen die achtergrond zei Ruud Huirne, de hoogst verantwoordelijke Rabobankier voor kredietverlening aan boeren, dat er een ‘sectorbreed plan’ zou moeten komen om de melkveehouderij te redden. Onder boeren wordt het inmiddels een Deltaplan genoemd.

    Derogatie en dierstapel

    Huirne’s bank heeft voor vele problemen gezorgd. Niet alleen heeft ze de ongebreideld uitbreidende melkveehouderij gefinancierd, maar ook nog eens de uitbreidende varkens- en pluimveehouderij. Die drie samen hebben allemaal zoveel mest geproduceerd dat Nederland zijn zogeheten derogatie kwijt dreigt te raken. Dat is een Europese regeling die boeren in landen met een gunstig klimaat toestaat bijna de helft meer mest op hun grasland te brengen dan de normen toestaan. Raakt Nederland die ontheffing kwijt, dan moet ons land in beginsel een fors deel van zijn dierstapel slachten. Daardoor komen er massa’s stallen, weilanden en boerderijen onverkoopbaar op de markt. Als gevolg kan de dierlijke productie in ons land in een nog diepere crisis terecht komen en moeten boeren en banken hun verliezen nemen.

    Het woord Deltaplan is niet verkeerd, want verlies van de derogatie staat gelijk aan verzuipen in de beestenpoep. Huirne voelt ongetwijfelt de bui hangen, want hij is verantwoordelijk.

    Opmerkelijk waren afgelopen week dan ook de woorden van Huirne's tweede man Marijn Dekkers tijdens het Melkveedebat in Biddinghuizen. Volgens hem is er helemaal geen Deltaplan, sectorplan of blauwdruk. Dat waren woorden om de sector wakker te schudden dat er toch maar eens even over gepraat moet worden. Als de sector dat nodig vindt tenminste. En zo niet, nou, dan niet. Dan was het gewoon een geintje om het er eventjes over gehad te hebben en over te gaan tot de orde van de dag. Luister naar de opname die Co Scholten maakte van de woorden van Deckers.

    Die luchthartige toon is opmerkelijk. Martijn van Dam — onze staatssecretaris van Economische Landbouwzaken — en zijn ambtenaren doen alle moeite om met een fosfaatrechtenwet voor koeien, varkens én kippen de derogatie te behouden. Als die wegvalt, zijn we een eind op weg naar de agenda van Wakker Dier: minder beesten en dan ook maar meteen helemaal anders. Ons land is immers niet ingericht op zoveel minder beesten ineens. 

    In beginsel staat een flink deel van de uitstaande kredieten aan de dierlijke sector in Nederland op de tocht; dat brengt Rabobank in een onfrisse situatie

    Bij de EU in Brussel zitten ze nu dan ook met een probleem: bij de bank die al die extra stront financierde, maken ze geintjes over serieuze zaken en durven ze niet hardop te zeggen dat er echt een Deltaplan nodig is. In reactie op het plan van de EU om de melkproductie vrijwillig omlaag te brengen, gaven de Nederlandse boeren aan niet van plan te zijn minder te gaan melken. Daarnaast zetten de Nederlandse varkensboeren in op export naar Azië, zelfs bij een forse verlaging van het aantal boerenbedrijven. Rabobank en boeren bouwen op dit moment aan grotere bedrijven, maar beslist niet op een flinke verlaging van de diertallen. Inmiddels heeft vakblad Boerenbusiness het al over de ‘zelfbeheersing’ die melkboeren moeten opbrengen omdat de melkprijs weer wat oploopt en ze maximaal willen kunnen produceren. Piet Boer, de boerenvoorzitter van de coöperatie FrieslandCampina verklapte afgelopen week dat hij ontslagen zou zijn door de boeren als hij hen tot matigen van hun productie had verplicht door een zogenaamd fabrieksquotum.

    Zaak voor Kamervragen

    Het geintje van Huirne is een serieuze aangelegenheid voor de ambtenaren in Brussel. Nederland hoopt met zijn fosfaatrechtenregeling de derogatie te behouden en zegt dat het zo de boel weer onder controle krijgt. Maar zijn die Nederlandse boeren en hun bank wel te vertrouwen?
    De bank doet net alsof ze er een geintje over maakte, terwijl ze het meende: we moéten het er over hebben. Voor wie goed luisterde, zei Piet Boer het eigenlijk hardop: nee.

    Frits van der Schans, kenner en criticus van de melkveehouderij in Nederland, stemde onlangs in met de gedachte dat over deze situatie Kamervragen moeten worden gesteld aan het Ministerie van Financiën. Verlies van de derogatie betekent namelijk dat zelfs de Nederlandse Bank heeft zitten slapen: in beginsel staat een flink deel van de uitstaande (Rabobank)kredieten aan de dierlijke sector in Nederland op de tocht. Dat brengt Rabobank in een onfrisse situatie. 

    Salomonsoordeel

    De bank financiert immers zowel de varkens- als de melkveehouderij en dreigt gedwongen te worden om een Salomonsoordeel te moeten vellen tussen de poep van de melkveehouderij of die van de varkenshouderij. De koeienboeren hebben merken en concepten via hun coöperaties (onder meer FrieslandCampina en Cono). De varkensboeren hebben niets en moeten nog beginnen. De schaal die zij nodig hebben om hun varkens met een meerwaarde te kunnen verkopen, zal er voor zorgen dat gemakkelijk 10-20 jaar merken- en conceptbouw voorgefinancierd moet worden. Die keuze is dan ook snel gemaakt in het voordeel van de koeienboeren. Rabobank gaf aan beide sectoren met hulp van het ministerie van EZ te willen saneren. De bank heeft het ministerie nodig om het varkensfosfaat juridisch te mogen verhangen naar de koeien. Wat Brussel betreft mag dat, maar Nederland hield de sectoren tot op heden gescheiden. Nu het er op aankomt is de verleiding echter groot.

    Van der Schans vermoedt dat de helft van de huidige varkenshouderij door de melkveehouders uit de markt kan worden gedrukt. De economen van de WUR maakten een sommetje waaruit blijkt dat verlies van de derogatie jaarlijks circa €150 miljoen voor mestafvoer en kunstmest óf 20% minder graasdieren vraagt. Zo’n mestverwerkende melkveehouderij komt internationaal op achterstand. Niet alleen loopt de Nederlandse kostprijs ten opzichte van de belangrijkste Europese concurrenten nog verder op terwijl onze boeren toch al de hoogste productiekosten ter wereld hebben.

    Wie zo’n situatie heeft laten ontstaan, verdient een ernstige reprimande. Wie er als toezichthouder niets aan deed, heeft zitten slapen

    Daar komt nog eens bij dat de Ieren, Duitsers en Fransen een lange neus naar ons zullen maken: die malle Hollanders hebben mestverwerkingsfabrieken nodig om koeien te kunnen houden, terwijl wíj natuurlijke mestcycli voor onze koeien en hun gras hebben. Het bedreigt het imago van die altijd probleemloos schone, natuurlijke, goede Nederlandse melk waar nu de Nederlandse zuivelaars in hun wat hogere inkoopprijs mee rekenen. Die effecten berekende het niet commercieel-economische kijkende team van Wageningse economen niet. Van der Schans ziet echter de bui al hangen: een directe halvering van de varkenshouderij. Dan is al dat gedoe niet nodig en zit de zuivelsector snor. Maar het is wel onethisch naar de kredietnemers in de varkenssector én maakt in die sector bedrijven onverkoopbaar.

    Wie zo’n situatie heeft laten ontstaan, verdient een ernstige reprimande. Wie er als toezichthouder niets aan deed, heeft zitten slapen. Wie er als bank de ruimte voor heeft genomen, heeft zich in een onmogelijke positie gemanoevreerd. Wie daar als ministerie in samenwerking met de bank stilzwijgend corrigerende hand- en spandiensten aan verleent, maakt het nog bonter.

    Wijs oordeel Brussel

    Wie de woorden van Dekkers heeft gehoord, bemerkte de even aandoenlijke als onhandige toon van verlegenheid met de ontstane situatie. Over het ‘geintje’ dat er uit naar voren komt, moeten ze nu in Brussel een wijs oordeel vellen. Al decennia speelt Nederland het spel op het randje, vinden ze daar. En juist wij waren weer kampioen meer melken in de EU en droegen bij aan de melkcrisis die de gehele EU teistert. In de varkenshouderij speelden we hetzelfde spel. Daarom is het lot van die twee sectoren via hun poepuitstoot intiem verbonden geraakt. Geeft de EU zo’n markt- en mest verprutsend land weer derogatie? 

    Dit artikel verscheen eerder op de website Foodlog.nl.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Gastauteur

    Gevolgd door 289 leden

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Volg Gastauteur
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren