Geld uit de schaduw

Rapporten van DNB en de FSB laten opnieuw zien dat Nederland een belastingparadijs is. Tijd om het Nederlandse piratennest aan te pakken, vindt financieel geograaf Rodrigo Fernandez.

De laatste tijd is er veel ophef over de ‘Nederland route’ die multinationals in staat stelt om via Nederland hun belastingafdracht in andere landen te verlagen. Dit is niet de eerste keer en de reactie van het kabinet is voorspelbaar: “Loop gerust door, hier is niets aan de hand”. Op internationaal niveau zien we dat organisaties als de Financial Stability Board, OESO, het IMF en fora als de G-20 zich steeds meer aan het roeren zijn om het probleem aan te pakken. Want ondanks dat het kabinet, het Ministerie van Financiën en de lobbyisten van de sector blijven roepen dat er werkelijk niets vreemds is aan de twintigduizend 'brievenbusbedrijven' in ons land, wordt het voor de buitenwereld steeds duidelijker dat Nederland stinkt.

 
Zonder blikken of blozen wordt vermeld dat de totale inkomende en uitgaande stromen van directe investeringen de 12.000 miljard overstijgen. Door de kredietcrisis is het grote publiek murw geraakt voor dit soort grote bedragen, maar deze stromen - ter grootte van twintig maal het nationale product van Nederland - hebben wel degelijk een groot effect. Het leidt er namelijk toe dat staten over de hele wereld, van Portugal tot Mongolië, minder belastingopbrengsten krijgen. Hierdoor moeten het midden- en kleinbedrijf en werknemers meer betalen. Die laatste groep kan niet in verschillende landen actief zijn en is daardoor niet in staat de fiscale spelletjes mee te spelen. In feite zeggen deze multinationals dat de democratisch afgesproken regels leuk zijn, maar niet voor hun gelden. Waarom een positieve bijdrage leveren aan de crisis of de verzorgingstaat als je ook leuk een brievenbus in Amsterdam kunt hebben?
 
Discussievervuiling
Wat het meest in het oog springt is de wijze waarop de trustsector, het kleine leger van notarissen en advocaten dat hieraan verdient en de multinationals die hier gebruik van maken, zichzelf hebben genesteld in het centrum van de macht; het Ministerie van Financiën. Ditzelfde ministerie dat verantwoordelijk is voor de Belastingdienst, blijkt de grootste vriend van de belastingontwijkers. De belangen van een kleine groep van 3.500 goed betaalde professionals worden gelijkgesteld aan de belangen van de rest van Nederland. Hiervoor wordt veel uit de kast gehaald. In de eerste plaats is de discussie vervuild door te stellen dat het vriendelijke fiscale klimaat hoofdkantoren en daarmee werkgelegenheid naar Nederland trekt. Een snelle blik op de 20.000 brievenbusbedrijven leert echter dat het deel van de bedrijven dat zich hier werkelijk heeft gevestigd te verwaarlozen is. 
 
Ook wordt door deze stelling intellectueel geweld gedaan aan de gemeenschap van economisch geografen. Deze academische discipline houdt zich bezig met de vraag hoe bedrijven hun activiteiten ruimtelijk organiseren. In de academische debatten hierover is duidelijk dat dit complex is en per bedrijf en sector verschilt. Voor hoofdkantoren zijn in het algemeen de aanwezigheid van geschoold personeel en de aantrekkelijkheid van de stad of land voor expats van belang. Goede scholen, politieke stabiliteit, geografische ligging, cultuur, een aantrekkelijke leefklimaat en een open en kosmopolitische samenleving zijn sleutelwoorden. Uiteraard spelen verschillende fiscale zaken een rol. Maar om gebruik te kunnen maken van de gunstige fiscale voorwaarden hoeven multinationals nu juist niet in Nederland te zitten. Sterker nog: naarmate bedrijven meer economische activiteiten ontplooien op Nederlandse bodem, vervallen heel veel voordelen. 
 
Het voordeel van de sector die belastingontwijking faciliteert is uiteindelijk beperkt tot henzelf en de aandeelhouders. Wat in de jaren '70 nog beperkt was tot een kleine groep van multinationals is sindsdien enorm gegroeid. Tegenwoordig kun je als multinational niet met goed fatsoen aan je aandeelhouders uitleggen dat je niet alles in het werk hebt gesteld om de belasting te ontwijken. In de jaren '90 nam de globalisering heel snel toe, en daarmee met name de grensoverschrijdende fusies en overnames. Het aandeel van de wereldproductie dat plaatsvindt binnen multinationals nam explosief toe. Hierdoor kon een groter deel van het wereldinkomen op fiscaal interessante manieren worden gepland. De Nederland-route is maar een van de vele belastingroutes die de hele wereld bestrijken. Door globalisering is het ontwijken van belastingen en regels door multinationals en banken volledig uit de hand gelopen. In Nederland is de voorraad investeringen die in brievenbusbedrijven van buitenlandse multinationals ligt besloten tussen 1999 en 2010 met 400% gegroeid.
 
Grafiek 1: Bezittingen van Overige Financiele instellingen in mln euro's (Bron: DNB) 

 
 
In de schaduw
Naast deze spectaculaire groei van investeringen in lege hulzen van buitenlandse multinationals in Nederland - om de belasting te ontwijken - is de laatste paar jaar een ander probleem zichtbaar. Dezelfde infrastructuur die belastingontwijking mogelijk maakt, (wetgeving, verdragen, trustsector, notarissen, en fiscalisten), heeft gezorgd voor groeiende brievenbusactiviteiten van zogenaamde schaduwbankentiteiten.
 
Een schematische weergave van het schaduwbankstelsel in de Verenigde Staten
 
In omvang is Nederland nu het derde land van de wereld na de VS en het VK met ruim 6% van de schaduwbank activa. Als gedeelte van het BNP is Nederland na Hong Kong de grootste. Met Lehman Brothers hebben we gezien hoe een lege huls in Nederland, zonder enige vorm van toezicht ongelimiteerd schulden kon creëren. De enige grens lag bij het eigen verdienmodel, waardoor de bank uiteindelijk door de knieën zakte. Als het aan het Nederlands toezicht had gelegen had het nog wel meer schulden mogen uitgeven. Deze activiteiten creëren systeemrisico’s waarvan we na 2008 beginnen te begrijpen wat de bredere consequenties zijn. 
 
Het schaduwbankieren is extreem procyclisch, gaat gepaard met een hoge hefboom en kent geen lender of last resort. In feite betekent het een terugkeer naar internationale architectuur van financiële markten van voor de komst van de centrale banken. Het is ook transnationaal georganiseerd in duizenden entiteiten, die verspreid over vele belastingparadijzen, grotendeels buiten het bereik van de belangrijkste toezichthouders kunnen opereren. Ook betekent een grote sector naast het gereguleerde bankwezen en effectenverkeer, dat het moeilijk is om de bestaande regels te handhaven. Er is immers sprake van een waterbedeffect. Hoe meer banken worden beperkt in hun handelen hoe eerder het schaduwbankieren lonkt.
 
Conclusie
Hier moet een einde aan komen. Het begint met het erkennen van het probleem, het stellen van de juiste vragen en het eisen van antwoorden. Het begint met de bezem door het Ministerie van Financiën te halen en de belangen helder voor ogen te krijgen. Het belang van de trust sector is de onze niet, was het nooit en zal het nooit worden. Temidden van draconische bezuinigingen in de EU mag Nederland niet de sterkste schouders ertussenuit laten knijpen omdat een paar advocaten op de Zuidas er een leuk zakcentje mee verdienen. Het financiële systeem is inmiddels gemuteerd in een structuur die niet meer plaatsgebonden is. Hiermee is het wachten op de volgende Lehman Brothers. 

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Rodrigo Fernandez

Gevolgd door 174 leden

Onderzoeker bij SOMO; schrijft over hervorming van financiële markten, monetair beleid en belastingen.