Robin Fransman betoogde dat schuldenvrij geld 'immoreel' is. Martijn Jeroen van der Linden, bestuurder van Stichting Ons Geld, slaat nu terug. Het gelddebat woekert hiermee voort.

    Een FTM-lezer merkte in zijn commentaar op mijn vorige bijdrage terecht op dat ‘het gelddebat’ al jaren op grassroots-niveau plaatsvindt. Nu steeds meer niet-economen en niet-bankiers, zoals theatermakers De Verleiders, zich ermee gaan bemoeien, wordt het debat mainstream. Jesse Frederik leverde in zijn artikel op FTM ook al een prachtige bijdrage. Hij eindigt met: ‘Hoe ons betaalmiddel de wereld in wordt geholpen en onder welke voorwaarden, is simpelweg geen politiek onderwerp. Te ingewikkeld, te exotisch, te abstract, het terrein van monetaire gekkies. Dat is zonde, want uiteindelijk is ons geldsysteem een menselijk construct, waaraan, net als aan elk ander menselijk construct, gesleuteld kan worden.’ Ons burgerinitiatief is bedoeld om deze te ingewikkelde, te exotische, te abstracte materie mainstream te krijgen en geldcreatie op de politieke agenda te zetten. Daarbij geven wij bovendien handreiking voor hoe het beter kan.                                                                   

    Geld en schuld

    Terug naar het betoog van Robin Fransman. Hij volhardt in zijn stelling dat geld in essentie (‘functioneel karakter’) schuld is. Deze stelling is volgens ons eenvoudigweg onjuist. Anders dan Fransman stelt, legt geld op zich geen claim op productie of productiemiddelen. Niemand is verplicht zijn productie of productiemiddelen af te staan vanwege het feit dat een ander geld heeft of biedt. Het mág, maar moet niet. Een ‘claim’ van de één, vereist een plicht van een ander. Maar zo’n plicht kleeft niet aan geld. Zelfs niet aan een wettig betaalmiddel. In essentie is geld een betaalmiddel. Geld geeft de macht om schuld af te betalen, en zo teniet te laten gaan. Dus áls er over een koop overeenstemming bestaat, dán kan de koper door geld te betalen zijn schuld direct aflossen. Bankkrediet is een derivaat van schuldvrij geld. Het is een belofte om te betalen of om echt geld (destijds munt of muntmetaal) te verschaffen. Het is best te begrijpen dat bankiers niet beter meer weten dan dat geld schuld is. Dat gaat op voor het geld dat ze zelf creëren. Maar ze moeten hun derivaat niet verwarren met het archetype van geld: betaalmiddel.

    Wederzijdse schuldaanvaarding

    Denkfouten zitten er ook in Fransmans benadering van geldschepping. Een bakker met een banklening zou een schuld aangaan met de samenleving. Dit is onjuist. Als een bakker een lening krijgt van een bank, schept die bank nieuw geld en is de bakker verplicht aflossing en rente te betalen. Dit wordt wederzijdse schuldaanvaarding genoemd. De bakker doet geen belofte aan ons allemaal. Hij is gewoon schuldenaar van die ene bank. De bakker en bank zijn een overeenkomst aangegaan. Een overeenkomst tussen twee partijen. Meer niet. Vaak kan het de bank zelfs niet schelen of die bakker daadwerkelijk brood bakt. Als hij zijn rente en aflossing maar tijdig betaalt.

    Zegeningen van schuldgeld

    In met ‘schuld gedekt’ geld ziet Fransman een grote deugd: “(…) in een met schuld gedekt systeem kan er alleen maar meer geld komen als er meer arbeid, meer productie, meer onderpand tegenover staat” “(…) het gedecentraliseerde systeem bepaalt in hoge mate zelf hoe hoog de geldgroei moet zijn. Er is een automatische verankering met de groei in arbeid, in productie, in innovatie en bevolkingsgroei. (…) De wisdom of the crowds.” Dit klinkt stellig en mooi, maar getuigt niet van realiteitszin. De huizenbubbel illustreert hoe krediet en onderpand elkaar onbelemmerd tot onverantwoorde hoogten kunnen tillen. Van een van nature uitgebalanceerd systeem is geen sprake.
    De huizenbubbel illustreert hoe krediet en onderpand elkaar onbelemmerd tot onverantwoorde hoogten kunnen tillen
    De geldgroei is de afgelopen decennia enorm geweest en heeft vooral plaats gekregen in de ‘speculatieve economie’. Niet gekoppeld aan arbeid, productie, innovatie of wat dan ook. Hierdoor is de geldhoeveelheid veel harder gegroeid dan het BBP. Ook na de financiële crisis lijkt er weinig veranderd. In de UK gaat slechts circa 10 procent van het nieuwe krediet naar bedrijven in de reële economie. In Nederland ligt dit percentage op ongeveer 25 procent. Kortom, nieuw geld stroomt in geringe mate naar productie. Het meeste stroomt naar financiële markten en de huizenmarkt, waar het als prijsbubbel weer verschijnt. Van de automatische verankering van de geldgroei in productie en innovatie zie ik heel weinig. Dan het ‘procyclisch karakter’ van de bancaire kredietverlening: de ‘bank lending driven business cycle’. In een boom-tijd gaat de kredietverlening steevast te hard. In een downturn gaan de kredietloketten dicht. Binnen het huidige systeem domineren volatiele risicopercepties en winstdoelen van private banken. En vooral deze volatiliteit richt onder arbeid, productie en onderpand grote schade aan. Demping van deze ‘boom bust cyclus’ is één aspect van de door ons beoogde monetaire hervorming.

    Immoreel? Constitutionele overheidstaak?

    De redeneringen van Fransman leiden tot de conclusie dat schuldvrijgeld 'immoreel' is. Deze stelling is zonder grond, omdat, zoals hiervoor uitgelegd, de vooronderstellingen waarop de heer Fransman hem baseert, niet kloppen. Geldcreatie wordt wat ons betreft een exclusieve constitutionele overheidstaak: transparant, afrekenbaar en met wettelijke doelstelling. Daar is niets immoreels aan. Het legt ook geen 'immense macht tot herverdeling' op één centrale plek. Banken mogen gewoon intermediëren. Wij hebben niets tegen kredietverlening op zich. Wij willen alleen een eind aan monetaire kredietverlening, ofwel het uitlenen van zelfgemaakt geld door private banken. In onze voorstelling wordt de macht om te beslissen over de geldhoeveelheid gesplitst van de allocatie ervan. De geldpers hoort niet in handen van commerciële bankiers die hem aanwenden voor eigen belang. Evenmin hoort ze in handen van politici die uit zijn op stemmenwinst. De geldpers komt derhalve in maatschappelijke en onafhankelijke constitutionele hand. Hij vormt een ‘4e macht’ binnen de rechtsstaat, met als doel en taak een goede geldsomloop en ‘zero inflation’ (een absoluut stabiele munt).
    'Kredietunies, kleine banken, peer-to-peer lenen en crowdfuding hebben op deze markt gelijke kansen'
    Hoe het geld vervolgens wordt gealloceerd is voor nieuw in omloop te brengen geld (een fractie) een politieke vraag. Voor het geld in omloop is het ‘aan de markt’. Op deze manier komen risico en rendement op één lijn te liggen, worden publiek en privaat gespitst, en wordt ‘too big to fail’ beëindigd. We realiseren een echte markt. Géén oligopolie van een beperkt aantal, door de staat (via de ECB en de belastingbetaler) gedekte, grootbanken. Het gaat veel meer lijken op die wijze crowd van vele vragers en aanbieders, waar de heer Fransman aan refereert. Kredietunies, kleine banken, peer-to-peer lenen en crowdfuding hebben op deze markt gelijke kansen. Graag zullen wij in een nader FTM-artikel uit de doeken doen hoe ons deze monetaire hervorming precies voor ogen staat. Voor de meeste gevestigde financiële belangen zal het eerder kans dan bedreiging zijn.   Martijn Jeroen van der Linden is bestuurder van de Stichting Ons Geld.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Gastauteur

    Gevolgd door 227 leden

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Volg Gastauteur
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Van wie is ons geld?

    Gevolgd door 1237 leden

    Waarom is de creatie van geld in handen van – particuliere – banken? En moet dat altijd gepaard gaan met schuld? Ofwel: kunne...

    Volg dossier