© Pixabay / kschneider2991

  • Of het zorgt voor een bankrun zodra het iets slechter gaat met een recessie als gevolg.

Het recente rapport ‘Geld en Schuld’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid doet enkele fundamentele voorstellen om het geldstelsel te verbeteren. Politici zijn nu aan zet: willen ze deze voorstellen realiseren? Zo ja: dat zal niet eenvoudig zijn. De bankenlobby is sterk, en monetaire ongeletterdheid breekt veel mensen (en partijen) op. Zodoende worden er, bewust en onbewust, nogal wat misvattingen verspreid.

Het WRR-rapport ‘Geld en Schuld’ is geschreven naar aanleiding van de inspanningen van burgerinitiatief Ons Geld (full disclosure: ik was een van de initiatiefnemers daarvan, en heb commentaar gegeven op een aantal hoofdstukken van een eerdere versie van het WRR-rapport). In 2015 haalde Ons Geld 120.000 handtekeningen op om een voorstel tot ‘radicale’ monetaire hervorming op de politieke agenda te zetten. Het burgerinitiatief pleitte voor het moderniseren van het geldstelsel in het licht van het digitale tijdperk door de introductie van digitaal contant geld (naast fysiek contant geld), voor publieke geldschepping en voor het afschaffen van staatssteun aan banken en private geldsoorten. Vanwege de fundamentele aard en de complexiteit van het vraagstuk vroeg de Tweede Kamer de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) om advies.

Na bijna drie jaar onderzoek stelt de WRR dat er twee problemen zijn: 1) de grote omvang en hoge volatiliteit van de schulden; en 2) de onbalans tussen publieke en private belangen. Bovendien stelt de Raad dat de remmen op geldschepping niet goed functioneren en de effectiviteit van de maatregelen die na de financiële crises van 2007-2009 genomen zijn, gering is. Deze maatregelen ‘hebben niet geleid tot een lager schuldniveau en de maatschappelijke verankering van de financiële sector is nog altijd onvoldoende’ (pagina 236). Desondanks pleit de Raad niet voor ‘radicale’ verandering: dit zou volgens haar ‘een ongewenst experiment met het monetair-financiële systeem, de ruggengraat van de economie’ zijn (pagina 13). In plaats daarvan doet de WRR vier aanbevelingen: zorg voor diversiteit in de sector; tem de overmatige schuldengroei; wees beter voorbereid op de volgende crisis; en veranker de publieke functie van banken.

Het omwisselen van giraal geld in CBDC is veel eenvoudiger dan dat van fysiek, contant geld

Een veilige haven

Centraal in het realiseren van deze aanbevelingen staat het ontwikkelen van ‘een veilige haven’. Dit sluit aan bij eerdere voorstellen van anderen. Ons Geld pleitte voor digitaal contant geld, de stichting Full Reserve voor een private depositobank, Kamerlid Mahir Alkaya (SP) voor een digitale kluis, en diverse voorstellen voor central bank digital currencies (CBDC). Recent kondigde de Zweedse Riskbank een volgende stap aan: een experiment met e-krona (een CBDC). De voorstellen verschillen onderling, maar hun inzet is dezelfde: toegang tot digitaal en kredietrisicovrij geld realiseren voor niet-banken, oftewel voor u en mij.

Met name over CBDC is de afgelopen jaren veel gepubliceerd. Volgens een vorig jaar verschenen rapport van de Bank of International Settlements (BIS, een overlegorgaan van centrale banken) is een digitale bank run het grootste gevaar dat een CBDC oplevert. Het omwisselen van giraal geld in CBDC is veel eenvoudiger dan dat van fysiek, contant geld, en vooral in onzekere tijden kan ons dat opbreken, stelt de BIS. De vraag is of dat erg is; en zo ja, voor wie?

De WRR kiest voor een fundamenteel andere visie dan de BIS: ‘Wij draaien de redenering om: het creëren van een veilig alternatief kan juist bijdragen aan een stabieler systeem. Het feit dat men een daadwerkelijk alternatief heeft, zal een disciplinerend effect hebben op de bestaande banken. Het zal banken dwingen zich verantwoorder te financieren, met meer eigen vermogen (kapitaal) en vreemd vermogen met een lange looptijd. De creatie van geld en schuld door commerciële banken wordt op die manier ook beter begrensd.’ (WRR 2019: 237)

Bij de Riksbank deelt men de WRR-analyse. Guiborg, econome bij de Riksbank, zei recent in de Volkskrant: ‘Laat ik dit duidelijk stellen: de e-krona zelf zal nooit een bankrun veroorzaken. Een bankrun is altijd het gevolg van banken die hun werk verkeerd hebben gedaan en zo het vertrouwen verliezen bij het volk. Moet je in dat geval burgers de mogelijkheid ontzeggen naar een veilige haven te kunnen vluchten?’

Digitaal contant geld kan niet worden verwezenlijkt zonder wetswijzigingen

Het vraagstuk rondom digitaal contant geld maakt duidelijk hoe lastig de dubbelrol van centrale banken is. Enerzijds zijn zij de bank van private banken. Anderzijds moeten de centrale banken het publieke belang dienen. Soms botsen deze rollen, en wat dan? Digitaal veilig geld is goed voor burgers, maar betekent voor banken dat zij een gesubsidieerde vorm van financiering (deels) verliezen.

Om een digitale veilige haven te realiseren, is politieke actie nodig. Digitaal contant geld kan niet worden verwezenlijkt zonder wetswijzigingen. De onderzoekers van de Riksbank zeggen expliciet dat ze weliswaar kunnen experimenteren, maar de wetgever uiteindelijk een keuze dient te maken.

Bankenlobby en monetaire ongeletterdheid

Er zijn twee hindernissen om tot een afgewogen politiek besluit te komen: de voortdurende bankenlobby en de monetaire ongeletterdheid. Dat laatste is meer alomtegenwoordig dan je zou denken: ook bankiers zelf begrijpen het geldstelsel namelijk niet altijd. In 2013 stuurde Ons Geld brieven naar banken met vragen over geldschepping. De antwoorden waren vaak hilarisch. DNB antwoordde ‘dat geldcreatie of geldschepping een zeer complex proces is. Een algemene handleiding waarin dit proces wordt uitgelegd bestaat niet’. De ASN antwoordde dat de bank geen geld creëerde. De kennis over het geldstelsel is de afgelopen jaren gelukkig toegenomen en ook het WRR-rapport draagt daaraan bij. Dat is winst.

Het probleem van monetaire ongeletterdheid verschuift zich nu echter naar de alternatieven. Maurice Oostendorp, ceo van de Volksbank, besprak het WRR-voorstel voor een publieke bank en de voorstellen van Ons Geld recent als volgt in de Volkskrant: ‘Als de overheid alleen dat [geldscheppings]recht heeft, bepaalt de overheid ook wie wel en wie niet krediet krijgt. Wie wel en wie niet een hypotheek kan opnemen of wie als bedrijf wel of niet geld krijgt om te investeren. Dat vind ik geen prettige maatschappij. Ik heb dan liever dat de banken dat doen met hun risicomodellen. Maar ik geef het toe: het is een politieke keuze.’

Alleen staat deze uitleg haaks op wat er wordt bepleit. Ons Geld stelt immers voor dat banken zich voortaan gedragen als niet-geldscheppende financiële intermediairs (investeringsfondsen, kredietunies, mutual funds, etc.), en wil dat geldschepping en kredietverlening worden ontvlochten. Dankzij digitale technologieën is dat vrij eenvoudig te doen. Geld (overheid) en krediet (markt) worden dan strikt gescheiden. De overheid zou zich niet moeten mengen in krediet en financiële markten (wat nu op grote schaal gebeurt, via centrale banken) maar er uitsluitend voor moeten zorgdragen dat er voldoende contant geld  voorhanden is, in fysieke en digitale vorm. De foutieve uitleg van Oostendorp is opvallend, maar is bepaald geen unicum: monetaire hervormingsvoorstellen worden geregeld verkeerd uitgelegd. Klaas Knot, de president van De Nederlandsche Bank, maakte vorig jaar bij Room for Discussion bijvoorbeeld nagenoeg dezelfde fouten in zijn uitleg als van Oostendorp.

Verschillende bankiers verspreiden mist en media kopiëren die zo nu en dan

Arnoud Boot (lid van de WRR) en Rens van Tilburg (directeur SFL) waarschuwden op BNR al voor het verkeerd interpreteren van de WRR-aanbevelingen. Dat is precies wat Rabobank-econoom Boonstra deed. Hij trekt de WRR-adviezen voor meer diversiteit en een depositobank met oneigenlijke argumenten in twijfel. Hij beweert onder meer: ‘Dat het balanstotaal van de drie grootbanken 90 procent van de markt beslaat, wil niet zeggen dat er sprake is van concentratie.’ Iedere economische wetenschapper zal beamen dat een concentratie van 90 procent een oligopolie is. Dit soort redenaties hinderen het debat en bemoeilijken een genuanceerde verkenning van de mogelijkheden in het digitale tijdperk. De Boonstra’s van deze wereld zoeken mijn inziens tegenstanders voor ‘welles-nietes-spelletje’ om tijd te rekken.

Er is uiteraard verschil van mening mogelijk over de toekomstige inrichting van het geldstelsel, maar voor zinvolle gedachtenvorming en een goed debat zijn een correct begrip van de werking van het huidige stelsel en een correcte weergave van alternatieven onontbeerlijk. Verschillende bankiers verspreiden mist en media kopiëren die zo nu en dan. Er zijn uiteraard uitzonderingen. Teunis Brosens van de ING publiceerde al in 2014 een goede uitleg over ons geldstelsel en heeft diverse keren genuanceerde bijdragen geleverd. Het kan dus wel.

Radicaal

Een andere nare debatmethode is de term ‘radicaal’ laten vallen. Zowel De Nederlandsche Bank en de NOS hebben het voorstel van Ons Geld als zodanig aangemerkt. Een open vraag is wie de werkelijke radicalen zijn: zij die vasthouden aan het monetair-financieel systeem van het industriële tijdperk en niet willen experimenteren, of zij die stapsgewijs willen moderniseren naar het digitale tijdperk?

Het WRR-rapport is in die zin licht dubbelzinnig. Enerzijds stelt de Raad dat een experiment met de ruggengraat van de economie ‘ongewenst’ is. Anderzijds merkt zij terecht op de Nederlandse autoriteiten in het verleden te lang hebben vastgehouden aan de gouden standaard (waarmee de WRR eigenlijk zegt dat experimenteren soms nodig is), bepleit zij de introductie van ‘een veilige haven’ en roept ze op ons beter voor te bereiden op een volgende crisis. Kortom, de hoofdconclusie hangt wat los van de rest van het rapport.

Mijn inziens zouden Nederland en de andere euro-landen voorop dienen te lopen in de ontwikkeling van digitaal contant geld. Het is vooral een kans. Maar die kunnen we alleen benutten wanneer wetgevers in actie te komen. De kennis van politici over het geldstelsel is de afgelopen vijf jaar enorm toegenomen. Dit is positief. De banklobby is echter onverminderd sterk. Maar er is hoop. Een verdere afname van het gebruik van contant geld en de opkomst van niet-bancaire betaalsystemen zoals Apple Pay en Alipay zal op termijn dwingen een publieke variant van digitaal geld te ontwikkelen. Waarom zou je dat passief afwachten, in plaats van  nu al in actie te komen?

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Martijn Jeroen van der Linden

Gevolgd door 272 leden

Onderzoekt de digitalisering van geld en nieuw economisch denken. Op FTM analyseert hij de ontwikkelingen hieromtrent.

Volg Martijn Jeroen van der Linden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Van wie is ons geld?

Gevolgd door 1816 leden

Waarom is de creatie van geld in handen van – particuliere – banken? En moet dat altijd gepaard gaan met schuld? Ofwel: kunne...

Volg dossier