Derivatenpositie gemeenten ingewikkelder dan het lijkt

3 Connecties

Het onderzoek naar het gebruik van rentederivaten door decentrale overheden geeft volgens minister Plasterk geen enkele aanleiding tot bezorgdheid. FTM gaat op zoek naar de nuance.

Uit onderzoek van Ronald Plasterk, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, blijkt dat 43 decentrale overheden gebruik maken van derivaten om renterisico’s te beperken op een totaal van 2,45 miljard aan onderliggende leningen. Het onderzoek van Plasterk volgde op Kamervragen van CDA-er Pieter Omtzigt, die zijn zorgen uitte over de mogelijke gevaren die derivaten met zich meebrengen. De minister schreef 831 overheden aan, waarna uiteindelijk bleek dat 26 gemeenten, 2 provincies, 5 waterschappen en 10 samenwerkingsverbanden gezamenlijk 111 derivatenposities bezitten. Maar wat voor derivaten hebben de overheden en is het risico echt zo gering als Plasterk concludeert?

 
Geringe risico’s
Op 5 februari informeerde Plasterk de kamer over de afronding van het onderzoek en de voorlopige conclusies. De meest voorkomende derivaten zijn payer renteswaps (62 procent) en caps (30 procent). Daarop rusten bij elf van de 43 organisaties bijstortverplichtingen en/of ontbindende voorwaarden. Omdat de fractie van overheden met derivaten laag is (5 procent) en de bijstortverplichtingen nog niet concreet zijn, concludeert Plasterk: ‘Een analyse van de mogelijke risico’s verbonden aan de derivaten met bijstortverplichtingen, heeft opgeleverd dat ik de daarmee verbonden risico’s als gering kwalificeer. […] De resultaten van de uitvraag geven aan dat decentrale overheden relatief weinig gebruik maken van derivaten, en dat de risico’s verbonden aan die derivatenposities gering zijn.’ Op 27 februari stuurde Plasterk de volledige lijst van derivatenbezitters naar de Kamer, inclusief de marktwaarde van het derivaat (indien bijstortverplichtingen bestaan) en de nominale waarde van de onderliggende leningen. 
 
Caps
Achttien overheden maken gebruik van caps om renterisico op leningen met een totaal van 0,48 miljard te beperken. Caps zijn relatief veilige derivaten met een gelijksoortige werking als aandelenopties. Een cap is een bescherming tegen de stijging van de rentevoet. De houder van het derivaat ontvangt het verschil tussen de afgesproken cap rate en de rentevoet. Een voorbeeld: Als een gemeente een cap afsluit met een cap rate van 5 procent op een lening van 10 miljoen, zal bij een stijging van de rente naar 7 procent een bedrag van 200.000 euro (0,07-0,05 * 10 mln) ontvangen worden. Het voordeel van een cap is het ontbreken van downside risk. De gemeente betaalt een premium (het ‘aanschafbedrag’), maar de kosten kunnen niet verder oplopen. In het slechtste geval komt de rente niet boven de cap rate en is, net als bij een verzekering die nooit uitbetaalt, de premie-inleg onnodig geweest. 
 
Payer renteswaps
23 overheden maken gebruik van meer risicovolle payer renteswaps voor een totaal van 1,85 miljard aan onderliggende leningen. Een payer renteswap is een ruiltransactie van vaste tegen variabele rente. Een gemeente betaalt een vaste rente aan een tegenpartij en ontvangt op haar beurt de variabele rente. Een renteswap kan aantrekkelijk zijn wanneer een gemeente bezorgd is over fluctuaties in de te betalen variabele rente over een lening. Om te voorkomen dat rentekosten onverwachts hoog uitvallen, kan een swap worden aangegaan,  waardoor een vaste rente betaald wordt en rentekosten op deze manier constant blijven. Er zit natuurlijk ook een keerzijde aan. Wanneer de variabele rente daalt vallen de kosten hoger uit dan zonder swap. Houders van renteswaps zijn vaak verplicht onderpand op een geblokkeerde rekening aan te houden om betaling (in ieder geval deels) te verzekeren. Indien de marktwaarde van het derivaat sterk daalt, kan dit leiden tot een margin call (bijstortverplichting). De gemeente moet dan het onderpand aanvullen tot het vereiste niveau. Een sterke daling van de marktwaarde kan er daarom toe leiden dat er onverwachts een grote bijstorting moet plaatsvinden, wat direct gevolgen kan hebben voor de financiële positie van een organisatie.
 
Negen van de 23 overheden die gebruik maken van payer renteswaps blijken een bijstortverplichting te hebben:
 
 
De overige twee organisaties met bijstortverplichtingen zijn Groesbeek (receiver renteswaps met waarde van 5 miljoen) en Den Haag (gestructureerde derivaten op leningen van 150 miljoen). 
 
Hoewel de negatieve marktwaarde per 30 november 2012 vermeld staat is het onduidelijk hoe groot de bijstortverplichting daadwerkelijk is. Daarnaast kan de negatieve marktwaarde altijd nog verder toenemen. Zonder aanvullende kennis over de financiële positie van de desbetreffende overheden en de omvang van de bijstortverplichting, lijkt de conclusie van Plasterk over ‘geringe risico’s’ enigszins voorbarig op individueel niveau. 
 
Geen grootschalig gebruik van derivaten
Wel blijkt uit het onderzoek dat de algemene situatie minder ernstig is dan kamerlid Omtzigt voorzag. Het gebruik van derivaten is beperkt: slechts 5 procent van de lokale overheden zijn in het bezit van posities. Ook bestaat een groot deel van de derivaten uit relatief veilige caps en hebben slechts elf overheden mogelijke bijstortverplichtingen. Deze instellingen moeten op individueel niveau bekeken worden door de toezichthouder, maar van een structureel en risicovol derivatengebruik door lokale overheden lijkt vooralsnog geen sprake.
 
Omtzigt informeerde in zijn Kamervragen ook naar de derivatenposities van semi-publieke instellingen. De resultaten voor woningcorporaties, pensioenfondsen, onderwijs en zorginstellingen waren al bekend. Deze instellingen kennen inmiddels strenge beperkingen aan het gebruik van derivaten. Zwaardere problemen zouden kunnen bestaan bij ondernemingen die weliswaar een sterke band met publieke instellingen hebben, maar niet aan dezelfde regelgeving zijn onderworpen. Denk bijvoorbeeld aan de problematische derivaten van Slibverwerking Noord-Brabant, eigendom van vier Brabantse waterschappen. Dat decentrale overheden zelf geen gevaarlijke derivatenposities bezitten is geruststellend, maar over wat er bij deelnemingen van decentrale overheden plaatsvindt weten we bar weinig. 
Jessica de Vlieger
Er zijn maar weinig meisjes die een voorliefde voor prosecco en jurkjes weten te combineren met een passie voor rekenkundige...
Gevolgd door 6 leden