Gemeenten zouden de jeugdzorg goedkoper en beter regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis? Lees meer

De gemeenten zouden jeugdzorg dichterbij, efficiënter en uiteindelijk ook goedkoper gaan regelen. Het tegenovergestelde gebeurde: het aantal zorgaanbieders is gestegen van 120 in 2014, naar zo’n 6.000 nu. En inmiddels ontvangt één op de tien Nederlandse kinderen een vorm van jeugdzorg.

 

In de zomer van 2020 was voor veel gemeenten de maat vol. Ze gaven zoveel geld aan jeugdzorg uit, dat zij het financieel niet meer konden bolwerken. Den Haag moet met meer budget over de brug komen, luidde de boodschap.

Maar is geld het enige probleem? Onder de werktitel "Jeugdzorg in het Rood” doet Follow the Money onderzoek naar de geldstromen in de jeugdzorg. In deze gids loodsen we je langs de belangrijkste bevindingen.

70 artikelen

Beeld © JanJaap Rijpkema

Ondanks misstanden mag de jeugdzorg toezicht houden op zichzelf

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) kan het toezicht op inmiddels meer dan 7000 jeugdhulpaanbieders niet meer aan. Daarom zoekt ze een oplossing in de vorm van metatoezicht. Bij wijze van proef moeten de twee grootste franchiseorganisaties in de gezinshuiszorg toezicht houden op hun eigen gezinshuizen. Dit terwijl deze organisaties onlangs zelf nog onder vuur lagen.

Dit stuk in 1 minuut
  • Het aantal gezinshuizen groeit explosief. Gezinshuiszorg is kleinschalige jeugdzorg waarbij doorgaans twee gezinshuisouders in hun eigen huis 24 uur per dag, zeven dagen per week, voor gemiddeld vier uithuisgeplaatste kinderen zorgen.
  • Op dit moment zijn er naar schatting 1000 gezinshuizen in Nederland, waarvan de helft als zelfstandig ondernemer opereert. Hiervan is 65 procent aangesloten bij een van de twee grote franchiseorganisaties: Gezinshuis.com en Driestroom.
  • De IGJ moet toezicht houden op alle gezinshuizen, maar kan deze niet allemaal zelf bezoeken. Daarom loopt er nu een proef met metatoezicht: Driestroom en Gezinshuis.com moeten een jaar lang zelf toezicht houden op hun eigen gezinshuizen.
  • Driestroom lag onlangs zelf echter nog onder vuur van de inspectie. Ook Gezinshuis.com kampte tot voor kort met problemen met het eigen toezicht.
  • Ook is niet duidelijk waarop er precies toezicht gehouden moet worden en wanneer de proef als een succes wordt bestempeld. 
  • Dit artikel is het derde deel van een drieluik over gezinshuiszorg. Deel een ging over het verdienmodel van gezinshuizen. In deel twee werd aan de hand van misstanden in een gezinshuis beschreven wat de gevolgen kunnen zijn als het toezicht faalt.
Lees verder

Ten overstaan van een volle publieke tribune buigen drie rechters van de Arnhemse rechtbank zich op 28 juni over een complexe zaak. De inzet: 2 miljoen euro. Dit bedrag eist de gemeente Wijk bij Duurstede terug bij gezinshuis Helder uit Cothen voor niet geleverde zorg. De gezinshuisouder heeft namelijk jarenlang behandelingen gegeven zonder hiervoor de benodigde diploma’s te hebben. 

Gezinshuis Helder viel onder de paraplu van franchiseorganisatie Driestroom. Ook met deze partij heeft de gemeente een zorgcontract afgesloten, en dus stellen ze ook Driestroom aansprakelijk.

Beide partijen wijzen naar elkaar voor de aansprakelijkheid. Het gezinshuis zegt: ons werk valt onder de verantwoordelijkheid van Driestroom. Ook noemt het gezinshuis de vordering van de gemeente ‘ondeugdelijk en ontoereikend’. Driestroom zegt: gezinshuis Helder heeft ons om de tuin geleid. Wij houden ons daar niet voor verantwoordelijk.

Het vingerwijzen zal de hele zitting doorgaan; de rechter vraagt meermaals om opheldering, in een poging erachter te komen wie van de partijen waarvoor verantwoordelijk was. 

Hoofdaannemer is verantwoordelijk

Driestroom is een franchiseorganisatie met 135 aangesloten gezinshuizen. Deze gezinshuizen zijn zelfstandig ondernemers. Driestroom sluit de contracten met gemeenten af en besteedt de zorg uit aan de aangesloten gezinshuizen. Ook levert Driestroom een aantal diensten aan gezinshuizen, zoals het systeem om de zorgdossiers te beheren.

Omdat Driestroom als zorgaanbieder het contract met gemeenten sluit, erkennen ze in het algemeen eindverantwoordelijk te zijn voor de kwaliteit van zorg en ondersteuning die hun gezinshuizen bieden. Maar in de zaak tussen de gemeente en Driestroom cq. gezinshuis Helder, ligt dit volgens eigen zeggen anders. ‘Gezinshuis Helder verbloemde hoe het eraan toe ging in huis.’

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft Driestroom in deze zaak op de vingers getikt omdat hun controle op het gezinshuis tekort schoot. Maar Helder is niet het enige Driestroomhuis waar problemen zijn geweest. Nog geen half jaar na de ingreep bij Helder, krijgt Driestroom opnieuw een tik op de vingers, over gezinshuis Jeugd enzo uit Leersum. Ook hier was Driestroom nalatig in de kwaliteitsbewaking. 

De inspectie stelde vast dat Driestroom als hoofdaannemer eindverantwoordelijk is voor de zorg aan de cliënten

De inspectie schrok van de situatie die zij in de kamerwoningen van het gezinshuis in Leersum aantrof. De kamers waren niet schoon. De (woon-)keuken en gangen waren vies en het rook er onfris, is in het inspectierapport te lezen. ‘Het enige toilet was verstopt en erg vies, waardoor de jeugdige en jongvolwassenen er geen gebruik van konden maken.’ Verder mochten jongeren zonder toestemming niet naar hun eigen kamer en waren de financiën van de bewoners volledig in beheer van de bestuurder van het gezinshuis. Ook zette de eigenaar vrijheidsbeperkende maatregelen in, zoals cameratoezicht en urinecontroles.

In haar rapport over gezinshuis Jeugd enzo stelde de IGJ vast dat Driestroom als hoofdaannemer eindverantwoordelijk is voor de zorg aan de cliënten. De franchiseorganisatie moest samen met het gezinshuis een verbeterplan maken. Bij de herinspectie in april van dit jaar waren nog niet alle verbeterpunten op orde. Wel had het gezinshuis haar naam inmiddels veranderd in Het Alternatief. Vorige maand werd het verbetertraject alsnog afgerond.

De rol van Driestroom in de gezinshuiszorg

In een gezinshuis wonen veelal uithuisgeplaatste kinderen met problemen die te zwaar zijn voor pleeggezinnen en te licht voor een gesloten instelling. Het idee is dat deze kinderen beter gedijen in een huiselijke woonsituatie dan in een grote jeugdzorginstelling. Gezinshuizen worden veelal gerund door echtparen. Zij hebben zeven dagen per week, 24 uur per dag de zorg over gemiddeld vier kinderen. 

Franchiseorganisatie Driestroom screent gezinshuisouders voordat ze een gezinshuis mogen starten. Jaarlijks melden zich zo’n zestig belangstellende echtparen bij Driestroom om aan de slag te gaan. Hiervan blijven er na gesprekken en een assessment vijftien over die van start mogen.  

Driestroom bezoekt elk gezinshuis meerdere keren per jaar. ‘Wij willen met onze eigen ogen zien wat er in een gezinshuis gebeurt,’ zegt bestuurder Wim Muilenburg. ‘Gezinshuizen die zich afzijdig houden, krijgen extra aandacht.’ 

Driestroom heeft hoofdbehandelaren in dienst die ieder zo’n 35 huizen onder zich hebben, ofwel zo’n 170 kinderen. De hoofdbehandelaar maakt beleid, monitort de kwaliteit van zorg, toetst de ondernemingsplannen van de huizen en staat bij crisis paraat. Verder houdt de hoofdbehandelaar toezicht op het werk van de behandelcoördinator die aan het gezinshuis verbonden is. Daarnaast zijn er nog diverse in- en externe audits die de kwaliteit van een gezinshuis moeten bewaken.

Driestroom zegt het kwaliteitssysteem de afgelopen jaren te hebben geïntensiveerd. Desondanks kan het naar eigen zeggen enkele jaren duren voordat duidelijk wordt dat de kwaliteit van een gezinshuis niet voldoet. Vervolgens kan er ook nog een hele tijd overheen gaan voordat Driestroom met een gezinshuis stopt. ‘Je wilt kinderen niet zomaar weer uit huis plaatsen. Dat is het laatste dat je wilt doen.’ 

Toch is het beëindigen van de samenwerking soms onvermijdelijk. Jaarlijks stopt Driestroom uiteindelijk met drie tot vijf huizen, omdat ze niet aan de kwaliteitseisen voldoen. Dat hoeft overigens niet het einde van het gezinshuis te betekenen. Gezinshuizen kunnen zelfstandig hun werkzaamheden voortzetten.

Lees verder Inklappen

Metatoezicht

De IGJ, die zich in bovenstaande zaak kritisch uitliet over de toezichthoudende rol van Driestroom, heeft ondertussen te maken met een explosief groeiende markt van kleinschalige zorgaanbieders. De inspectie beschikt over 45,7 FTE’s die toezicht moeten houden op 7000 jeugdzorgorganisaties. ‘We kunnen niet overal heen, we schamen we ons niet om dat te zeggen,’ aldus de inspectie zelf.

Om die reden is de IGJ met een pilotproject metatoezicht gestart. Gedurende deze pilot ‘leunt’ de inspectie voor het toezicht op kleinschalige zorgaanbieders op de twee grootste franchiseorganisaties voor gezinshuizen: Driestroom en Gezinshuis.com. De twee krijgen ruim een jaar de kans om te laten zien dat zij hun interne toezicht goed, onafhankelijk en effectief kunnen regelen. Daarbij let de inspectie erop hoe ze de kwaliteit van de jeugdzorg bij gezinshuizen monitoren en verbeteren. De gedachte is dat de IGJ dat interne toezicht toetst, in plaats van op de situatie bij individuele zorgaanbieders. 

‘Bij intern toezicht spelen natuurlijk belangen, maar wij proberen daar doorheen te prikken’

Volgens Gezinshuis.com controleert de inspectie de bij hen aangesloten gezinshuizen alleen nog maar steekproefsgewijs. De Driestroomhuizen zullen zelfs een jaar lang ‘nagenoeg’ niet bezocht worden. Alleen als het via het interne toezicht niet lukt om de kwaliteit van een gezinshuis te verbeteren, of als de inspectie zorgwekkende signalen ontvangt, zal de IGJ eraan te pas komen. 

De slager mag dus voor een groot deel zijn eigen vlees gaan keuren. ‘Wij zien de risico’s daarvan ook,’ zegt de woordvoerder van de IGJ. ‘Bij intern toezicht spelen natuurlijk belangen, maar wij proberen daar doorheen te prikken. Wij zullen rekening houden met deze belangen.’ 

De vraag is wel hoe het kan dat uitgerekend Driestroom, dat tot vorige maand zelf nog in een verbetertraject zat, de rol van keurmeester toebedeeld krijgt.

Driestroom zegt zelf haar maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus te nemen. ‘Wij zijn er om de zorg en ondersteuning op een zo hoog mogelijk niveau te houden,’ zegt directeur Wim Muilenburg. Hij zegt dat het kwaliteitstoezicht van zijn organisatie voortdurend doorontwikkeld zal worden.  

‘Je kunt als gezinshuis heel lang onder de radar aanmodderen’

De problemen met kwaliteitstoezicht zijn niet exclusief voor Driestroom, vervolgt hij. Door de wildgroei aan gezinshuizen schat Muilenburg in dat tweederde het gewenste niveau niet haalt. ‘Je kunt als gezinshuis heel lang onder de radar aanmodderen. Als het bij ons – met ons strakke toezicht – mis kan gaan, dan gebeurt het ergens anders ook.’

Gezinshuis.com

Hoe zit het met de tweede partij die de rol van metatoezichthouder krijgt, Gezinshuis.com? Met 200 aangesloten gezinshuizen zijn zij de grootste franchiseorganisatie. 

De keuze voor Gezinshuis.com als metatoezichthouder is om meer redenen opmerkelijk. Gezinshuis.com bemoeit zich – in tegenstelling tot Driestroom – namelijk helemaal niet met de kwaliteit van de geleverde zorg of de controle hierop. Als franchiseorganisatie begeleiden zij vooral de processen. Zo controleren ze bijvoorbeeld of gezinshuisouders wel voldoende aan intervisie doen en organiseren ze in samenwerking met Hogeschool Leiden een jaarlijks onderzoek naar het leefklimaat onder kinderen in gezinshuizen

Gezinshuis.com zal dus op andere zaken toezicht houden dan de IGJ, die juist alleen de kwaliteit van zorg beoordeelt. ‘Wij zitten meer op de controle op onze franchiseformule, zij op de zorg en de veiligheid van het kind. Wij duiken geen dossiers in, zoals de inspectie dat doet. De inspectie kijkt naar het kind, wij kijken vooral naar het gezinshuis,’ zegt directeur Arjen Keers. 

Hoewel de franchiseorganisatie de kwaliteit van de zorg niet controleert, stelt Keers dat hun interne toezicht ‘indirect zeker invloed heeft op de borging van de kwaliteit en de geleverde zorg door een gezinshuis.’ Dat Gezinshuis.com zelf niet inhoudelijk betrokken is bij de zorg, vormt volgens Keers dan ook geen probleem voor het metatoezicht. Keers: ‘De inspectie geeft met de samenwerking het toezicht niet uit handen. Ze kijken wie bij ons is aangesloten en op basis daarvan maken ze hun afwegingen of ze op bezoek gaan bij een gezinshuis. Welke afwegingen worden gemaakt, is mij niet bekend.’

Volgens Keers, die eerder zelf voor de inspectie werkte, kun je met toezicht niet alles dichttimmeren. Hij stelt dat in de regel 80 procent van bedrijven in diverse sectoren het goed doet. 20 procent houdt zich niet aan de regels, waarvan 10 procent onbewust en 10 procent kwaadwillend. ‘Zo zit het gedrag van mensen in elkaar. Het is net als bij een rijbewijs. Er zijn basisregels, je krijgt het vertrouwen dat je het goed doet, maar er zijn er altijd die zich, al dan niet bewust, niet aan de verkeersregels houden. Dan moet je weten dat je altijd een keer gecontroleerd kunt worden.’

‘Hoe ze het inhoudelijk doen is aan hen’

Omdat Gezinshuis.com – in tegenstelling tot Driestroom – zelf geen zorgaanbieder is, werken de bij hen aangesloten gezinshuizen als onderaannemer van grote zorgorganisaties, zoals Pluryn of ’s Heeren loo. De eindverantwoordelijkheid voor de geleverde zorg ligt bij die grote zorgorganisaties.  Maar ook het gezinshuis zelf is verantwoordelijk,’ zegt Keers.

Gezinshuis.com zelf is in elk geval niet verantwoordelijk voor de kwaliteit van zorg, benadrukt hij. ‘Wij monitoren het proces en begeleiden gezinshuisouders daarmee. Maar hoe ze het inhoudelijk doen is aan hen.’

‘Diepe en indringende crisis’

Gezinshuis.com houdt volgens eigen zeggen dus vooral toezicht op de processen. Maar de afgelopen jaren is dit toezicht flink tekortgeschoten. De organisatie heeft jaren gewerkt aan de invoering van een nieuw kwaliteitssysteem. De kosten hiervan liepen dusdanig uit de hand, dat hier eind 2019 de stekker uit is getrokken. Dit leidde tot veel onvrede onder de aangesloten gezinshuizen, die aan deze strop mee betaalden. 

Eind 2020 belandde Gezinshuis.com in een ‘diepe en indringende’ crisis en uiteindelijk stappen zo’n dertig aangesloten gezinshuizen op. In een youtube filmpje gaat oud-bestuurder en oprichter Gerard Besten begin 2021 door het stof. Hij biedt zijn excuses aan omdat de organisatie er onvoldoende voor de gezinshuizen is geweest. 

Nederigheid lijkt op zijn plaats. Niettemin is het temidden van deze ‘diepe en indringende’ crisis dat Gezinshuis.com van de IGJ de rol van metatoezichthouder krijgt aangeboden – en accepteert.

De huidige bestuurder Arjen Keers erkent dat de problemen ten koste zijn gegaan van de dienstverlening en de kwaliteitscontrole op de gezinshuisouders. Volgens hem is de situatie sinds eind 2021 weer stabiel. Mede door de problemen bij Gezinshuis.com staat de ontwikkeling van het metatoezicht na anderhalf jaar nog steeds in de kinderschoenen. ‘Door de onrustige periode krijgen we wat langer de tijd van de inspectie. We moeten nog ervaring opdoen en zitten op dit moment in de ontwikkelfase.’

Vrijblijvende kwaliteitscriteria

Door de wildgroei aan gezinshuizen heeft de IGJ er bij de gezinshuissector jarenlang op aangedrongen een duidelijk kwaliteitskader te formuleren. Eind 2019 zijn deze kwaliteitscriteria opgeleverd. 

In dit document zijn een aantal basisnormen opgenomen aan de hand waarvan de inspectie gezinshuizen toetst. Zo moeten gezinshuisouders hbo werk- en denkniveau hebben, mag een gezinshuis maximaal vier tot zes kinderen opvangen en moeten gezinshuisouders open en transparant zijn over het gezinsleven, het hulpverleningsplan en de financiën.

Peer van der Helm is lector residentiële jeugdzorg aan de Hogeschool Leiden en dé gezinshuisdeskundige van Nederland. Van der Helm zat in de werkgroep die de kwaliteitscriteria opstelde en moet tot zijn teleurstelling concluderen dat deze te vrijblijvend zijn. 

Staatssecretaris Maarten van Ooijen (VWS) was onlangs in antwoord op Kamervragen naar aanleiding van een vorig FTM-artikel over gezinshuizen nog optimistisch gestemd over de kwaliteitscriteria. Van Ooijen: ‘De sector zelf heeft kwaliteitscriteria opgesteld en deze criteria moeten leidraad zijn bij de inrichting van de zorg in de gezinshuizen. Indien er niet aan de kwaliteitscriteria wordt voldaan, kan de IGJ met het toezicht op de gezinshuizen ingrijpen.'

Zo heet wordt de soep in de praktijk niet gegeten, stelt Van der Helm. ‘De inspectie gebruikt ze als richtsnoer, maar niemand hoeft zich er officieel aan te houden. In de praktijk wordt bijvoorbeeld vaak afgeweken van het maximum van zes kinderen. Als je het maar uit kunt leggen, kun je als gezinshuisouder wel tien kinderen in huis nemen. Dat is wat mij betreft echt ongewenst.’ Ook het opleidingsniveau moet serieuzer genomen worden. Hbo denkniveau is volgens Van der Helm niet genoeg. Gezinshuisouders zouden een gerichte hbo-opleiding moeten hebben. 

Volgens Van der Helm hebben het ministerie en de gezinshuissector een duidelijk bindend kwaliteitskader tegengehouden. Het ontbreken van zo’n bindend kader maakt in zijn ogen ook metatoezicht ingewikkeld. ‘Het is toezicht op afstand, waarbij je veel zaken niet ziet. Als de criteria vaag zijn, zal ook het metatoezicht vaag zijn.’

Arjen Keers van Gezinshuis.com vindt de huidige criteria niet te vaag. ‘Ik snap de discussie, maar een getal moet niet een eigen leven gaan leiden. Het uitgangspunt is zes kinderen in een gezinshuis. Maar je moet op inhoudelijke argumenten kunnen beslissen of er twee, vier of tien kinderen in een huis kunnen wonen.’

Lees verder Inklappen

‘Meerwaarde’

Of Driestroom en Gezinshuis.com hun nieuwe rol waar kunnen maken, is de vraag. De proef van het metatoezicht lijkt een wanhoopspoging van de IGJ om toezicht te kunnen houden op de inmiddels meer dan 7000 jeugdhulpaanbieders. Zelf zegt de inspectie: ‘Er zijn 1000 gezinshuizen. Daar kunnen wij niet een paar keer per jaar op de stoep staan.’ Gezinshuizen die niet aangesloten zijn bij de twee franchiseorganisaties blijven onder het ‘normale’ toezicht van de inspectie vallen.

‘Er zijn 1000 gezinshuizen. Daar kunnen wij niet een paar keer per jaar op de stoep staan’

De woordvoerder benadrukt dat het metatoezicht een proef is waarvan de uitkomst nog onzeker is. ‘Het kan ook zijn dat we moeten constateren dat we er voor een deel wat aan hebben.’ In april 2023 wordt de pilot geëvalueerd

Bij een positieve evaluatie is de inspectie van plan het metatoezicht uit te breiden naar andere groepen van samenwerkende gezinshuizen met goed intern toezicht. In antwoord op de vraag wanneer er sprake is van een positieve evaluatie, zegt de IGJ: als er sprake is van meerwaarde door het metatoezicht. Meerwaarde van wat en ten opzichte waarvan blijft onduidelijk.

De rechtbank doet waarschijnlijk over enkele weken uitspraak in de zaak van gezinshuis Helder. Tijdens de zitting is zowel de zaak die de gemeente heeft aangespannen als die Driestroom heeft aangespannen behandeld. Hierdoor kan de uitspraak mogelijk langer op zich laten wachten.

Dit is het derde artikel in de serie over gezinshuizen. Het eerste deel ging over het verdienmodel, het tweede over misstanden bij gezinshuis Villa Maria uit Hoorn.