Premier Mark Rutte en Jaap van Dissel (RIVM) tijdens de persconferentie over de uitbraak van het coronavirus, 12 maart 2020
© ANP / Phil Nijhuis

Coronacrisis

De redactie van FTM volgt de coronacrisis op de voet. Welke oplossingen dienen welke belangen? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde.

Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie. Wereldwijd gingen landen 'op slot';  beurzen maakten een enorme duikvlucht. Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan.

De uitwerking van de coronamaatregelen op de wereldeconomie is, net als het virus zelf, nog grotendeels onbekend. Wat we al wel kunnen vaststellen: een nieuwe economische crisis is begonnen. Die zal overal pijn opleveren, en de maatregelen die we nu nemen zullen bepalen hoe de economie van de toekomst eruit zal zien. 

Nieuwe vragen doemen op: welke oplossing dient welke belangen; welke vragen raken ondergesneeuwd; hoe verdelen we de schaarse middelen, en hoe houden we essentiële diensten en structuren overeind? 

107 Artikelen

Gezondheid, economie en de financialisering van een mensenleven

2 Connecties

Onderwerpen

Outbreak Management Team

Organisaties

RIVM
189 Bijdragen

Tijdens de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog mogen we geen debat uit de weg gaan, ook niet dat over het mogelijke spanningsveld tussen gezondheid en economie. Maar dan wel op basis van deugdelijke analyse van feiten. Alleen zit daar precies het grote probleem: wat zijn de feiten eigenlijk?

Sinds het uitbreken van de coronacrisis leven we in een periode van fundamentele onzekerheden. We weten nog maar weinig van het virus dat de wereld in zijn greep houdt en onze gekozen volksvertegenwoordigers weten dat als geen ander. Niet zij, maar virologen en epidemiologen zijn sinds januari de gidsen die ons door onbekend gebied moeten zien te leiden, waar de situatie van dag tot dag verandert. Hun oordeel over de situatie is de basis voor beslissingen die de (toekomstige) gezondheid en het economisch welbevinden van miljoenen Nederlandse burgers aangaat. Die beslissingen gaan over leven, dood, financiële overleving of totale zakelijke teloorgang en alles wat daartussen zit.

Dat de economische gevolgen groot zullen zijn, is inmiddels een gegeven. In het beste geval krimpt de Nederlandse economie met 5 procent, becijferden economen van de Rabobank; dat is meer dan de 3,9 procent in het crisisjaar 2009. Daar blijft het mogelijk niet bij. Wanneer de intelligente lockdown langer duurt dan 1 juni, kan de krimp zelfs 14 procent bedragen.

De cijfers uit de Verenigde Staten nemen nu al angstwekkende proporties aan. De werkloosheid nam er in een tijdsbestek van vijf weken van een recordlaagte toe tot 13 procent van de werkende bevolking, het hoogste niveau in 75 jaar. Historicus Adam Tooze, auteur van het boek Crashed: How a Decade of Financial Crises Changed the World, trok in Foreign Policy een vergelijking met de rampzalige crisisjaren van de vorige eeuw en dat is niet onterecht: ook het IMF waarschuwt voor de grootste crisis sinds de jaren dertig. Tooze stelde eveneens het unieke van deze crisis vast. ‘Deze ineenstorting is niet het gevolg van een financiële crisis. Die is niet eens het directe gevolg van de pandemie. De ineenstorting is het gevolg van een bewuste beleidskeuze, die op zichzelf al een radicaal novum is,’ schrijft de historicus in het artikel met de omineuze titel ‘The Normal Economy Is Never Coming Back’.

Nog voordat het kabinet een intelligente lockdown afkondigde, ontstond er al een zelfopgelegde lockdown op een intelligent publiek discours

Wetenschap is leidend

In Nederland heeft het kabinet-Rutte III de leiding over de grootste crisis sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog feitelijk in handen gegeven van Jaap van Dissel, de directeur van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Van Dissel en de groep experts van het Outbreak Management Team (OMT) bepalen welke maatregelen er genomen moeten worden. Wetenschap is leidend nu het gaat om complexe pandemie en met deze keuze is de meerderheid van de Kamer het eens. Alleen uit de hoek de PVV en het FvD zijn in een vroeg stadium kritische geluiden hoorbaar. Elders wordt er amper inhoudelijk over besluiten gediscussieerd. Journalisten en commentatoren houden zich gedeisd.

Toch zijn er bevindingen van wetenschappers uit andere landen – bijvoorbeeld over de besmettelijkheid van het virus, het nut van breed testen op het virus, over de benodigde capaciteit van IC’s en het gebruik van mondkapjes die contrasteren met de adviezen van het RIVM. De vraag is legitiem hoe goed de leden van het OMT het, met al die onzekerheden over de ontwikkeling van de pandemie, het zelf eigenlijk weten? Die vraag wordt alleen niet hardop gesteld; want nog voordat het kabinet een intelligente lockdown afkondigde, ontstond er al een zelfopgelegde lockdown op een intelligent publiek discours waar deugdelijk onderbouwde zienswijzen uit verschillende disciplines vrijelijk met elkaar kunnen concurreren.

‘De experts in het OMT zijn heilig verklaard. Zelfs de pers stelt geen kritische vragen meer’, zegt een vertegenwoordiger van een belangenorganisatie in een onthullende reconstructie in de Volkskrant. Wetenschapsjournalist Jop de Vrieze wordt ‘paniekzaaier’ genoemd omdat hij wél kritische kanttekeningen plaatst bij de koers van het RIVM. Wetenschappers met een afwijkende zienswijze die journalisten van FTM spreken, willen hun kritiek slechts in zeer bedekte termen uiten. Het RIVM wordt in de maanden februari en maart bijna heilig verklaard. De Oostenrijks-Britse wetenschapsfilosoof Karl Popper – grondlegger van het ‘kritisch rationalisme’ – draait zich om in zijn graf.

Massapsycholoog Jaap van Ginneken is de eerste die zich daar openlijk over uitspreekt. Hij doet dat op 5 april in Het Financieele Dagblad: ‘Ik vind het zorgwekkend dat het RIVM op dit moment een soort definitiemonopolie heeft. Vanuit hun kleine wereldje dragen ze opvattingen uit over wat er aan de hand is en wat er aan te doen valt. Ik zou ze aanraden om tegenspraak te organiseren, want anders krijg je toch een soort monocultuur waarin blijkt dat je bepaalde dingen met zijn allen hebt gemist.’

Moeilijke en ook pijnlijke vragen moeten in deze crisis gesteld en er dienen meer deskundigen over oplossingen mee te denken, bepleit Bessems

‘Luisteren we in de coronacrisis niet naar een te klein groepje deskundigen?’ luidt de kop van het artikel waarin Volkskrant-journalist Kustaw Bessems de chronologie van zijn groeiende twijfel aan de hand van duidelijke voorbeelden van betwistbare optredens van RIVM-wetenschappers uiteenzet. Moeilijke en ook pijnlijke vragen moeten in deze crisis gesteld en er dienen meer deskundigen over oplossingen mee te denken, bepleit Bessems. ‘Als dit een van de hevigste crises is waarmee Nederland ooit buiten oorlogstijd te maken heeft gehad, zoals Rutte terecht zegt, dan mag je verwachten dat niets als vaststaand gegeven wordt beschouwd, dat niets taboe is.’

Sociaal darwinisme

Toch is er wel degelijk sprake van een taboe: het ontzagwekkende vraagstuk hoe gezondheid zich in deze crisis ten opzichte van de economie verhoudt. Er worden grote offers gemaakt om levens te redden, maar wegen die op tegen de economische schade? De vraag stellen is al een heikel punt: het in geld uitdrukken van een mensenleven wordt als onethisch gezien.

Maar elk besluit dat wordt genomen, heeft grote consequenties voor velen en heeft daarom a priori ethische en morele kanten: hoe zorgen we ervoor dat Nederland als samenleving hier zo goed mogelijk uitkomt, waarbij de belangen van individuen, gemeenschappen en bedrijven zo veel mogelijk worden gediend, en hoe doen we dat internationaal? Want als land er ‘goed’ uitkomen, betekent weinig als om ons heen de boel instort. Er wordt in Nederland weinig over gesproken, hoewel er belangrijke besluiten worden genomen waarin dit vraagstuk impliciet een grote rol speelt.


premier Mark Rutte

"Dat is wat de deskundigen ons nu vertellen"

Neem de historischetv-toespraak die Mark Rutte op maandag 16 maart hield. ‘De realiteit is ook dat de komende tijd een groot deel van de Nederlandse bevolking met het virus besmet zal raken. Dat is wat de deskundigen ons nu vertellen,’ zegt de premier. ‘En wat zij ons ook zeggen, is dat we in afwachting van een vaccin of medicijn de verspreiding van het virus kunnen afremmen en tegelijkertijd gecontroleerd groepsimmuniteit op kunnen bouwen.’

Er zijn veel mensen die meteen dan al grote bedenkingen hebben bij de gekozen strategie van het kabinet – en niet alleen omdat Nederland zo, samen met het Verenigd Koninkrijk, uit de pas loopt met de rest van Europa. Er kleven overduidelijk ethische dimensies aan die pijnlijk schuren. ‘De strategie om de pandemie het hoofd te bieden door het virus zo snel mogelijk zijn gang te laten gaan in de hoop de “kudde-immuniteit” te bespoedigen, is een hardvochtige benadering die doet denken aan sociaal darwinisme – het idee van the survival of the fittest,’ zegt politiek filosoof Michael Sandel in The New York Times over de strategie van groepsimmuniteit. ‘Het zorgt ervoor dat de besmetting piekt, laat de intensivecareafdelingen overspoelen en de meest kwetsbaren sterven, met als doel de economie zo snel mogelijk op gang te brengen.’

Bij FTM was het Eelco van Anken, celbioloog en medisch onderzoeker bij het San Raffaele ziekenhuis in Milaan, die daags na de toespraak van Rutte dat ethische aspect benoemt: ‘We hebben het hier niet over vee. Ik vind het in ieder geval heel cru, het is bijna Nietzscheaans: wie niet sterk genoeg is om weerstand te bieden aan dit virus verdient zijn plekje onder de zon niet.’

Buitensporig hoge kosten

Ira Helsloot, hoogleraar Besturen van Veiligheid aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, is een van de weinigen die kritiek uitoefent op het Nederlandse beleid in deze crisis. Hij is ook de eerste die het onderhavige taboe ter sprake brengt wanneer hij zegt dat er een prijskaartje hangt aan het redden van levens. De scholen zijn dan nog open, en dat is maar goed ook, stelt Helsloot in een vraaggesprek met de Volkskrant op 13 maart: ‘Scholen sluiten – dát zou zeker mensenlevens kosten’, kopte de krant.

Volgens Helsloot betaalt de Nederlandse overheid nu ‘honderd keer meer voor een gewonnen levensjaar dan gebruikelijk is’

Helsloot betoogt dat schoolsluiting tot economische schade leidt, daar ouders thuis moeten blijven om voor hun kinderen te zorgen. ‘Economische schade heeft op de lange termijn ook een enorme impact op de gezondheidszorg,’ redeneert hij. ‘Minder mensen die werken is minder belastinggeld. Minder belastinggeld is minder geld voor de zorg.’ Minder geld voor de zorg gaat ten koste van mensenlevens. ‘De economische prijs die we nu wereldwijd betalen om een groep kwetsbare ouderen te beschermen tegen vroegtijdig overlijden door het coronavirus, [is] buitensporig hoog,’ stelt hij – zonder te vertellen hoe hij nu precies tot deze slotsom is gekomen.

Op 24 maart haalt Helsoot opnieuw de kolommen van de Volkskrant met zijn gefinancialiseerde kijk op de crisis. Volgens de hoogleraar betaalt de Nederlandse overheid tijdens de coronacrisis ‘honderd keer meer voor een gewonnen levensjaar dan de gebruikelijke norm is’. Dit keer vertelt hij wel iets over hoe tot zijn conclusies komt.

Hoewel de meeste mensen weigeren de waarde van een mensenleven in geld uit te drukken, maken gezondheidseconomen al lang gebruik van methoden om daar een prijskaartje aan toe te kennen. Omdat in een wereld met een eindige hoeveelheid beschikbare middelen dat nu eenmaal verstandig wordt geacht en je zo kunt berekenen wat het rendement is van een behandeling of wat er bijvoorbeeld in een zorgpakket moet worden opgenomen. In Nederland ligt het bedrag dat redelijk wordt geacht om een leven met een jaar te verlengen op 80 duizend euro. Dat bedrag staat volgens Helsloot in schril contrast met de 8 miljoen euro die de Nederlandse overheid volgens hem nu per gewonnen levensjaar uitgeeft: het honderdvoudige. Het daarbij door minister Wopke Hoekstra in het vooruitzicht gestelde noodhulppakket van 85 miljard euro beschouwt hij als kosten.

Helsloots aanname is dat mensen die aan corona overlijden gemiddeld 80 jaar zijn en zonder corona nog één jaar te leven zouden hebben, omdat ze vrijwel allemaal een andere onderliggende kwaal hadden. Om die kosten tegen de baten af te zetten, maken gezondheidseconomen gebruik van een specifieke rekeneenheid, de qaly (quality-adjusted life year). De voordelen van elk gewonnen levensjaar worden met deze methode gecorrigeerd met de behaalde kwaliteit van leven. Het is in feite een getal om de gezondheid van een mens mee uit te drukken. Voor een kerngezond iemand is de factor 1 en die wordt kleiner naarmate iemands fysieke toestand als gevolg van ziekten en kwalen verslechtert (tot nul). 

Essentieel om de hoogte van de qaly te berekenen is het aantal jaren dat iemand nog heeft te leven. Helsloot zet die op 1 jaar voor de mensen die 80 jaar oud zijn en besmet met het coronavirus. Hij verwijst daarbij naar ‘Italiaanse onderzoeken’, zonder te noemen welke, wat maakt dat ze niet controleerbaar zijn. Dat is spijtig, want de rekensommen die hij maakt, zijn belangrijk. Volgens Helsloot kan de levensverwachting van 1 jaar ook in de Nederlandse situatie worden gebruikt. De vraag is alleen of dat ook zo is. De cijfers van het CBS doen anders vermoeden: de resterende levensverwachting van een Nederlander van 80 is in 2018 9,2 jaar. Dat is zonder een correctie voor iemand van die leeftijd die met het coronavirus is besmet. Daar is op dit moment ook nog maar heel weinig over bekend.

In haar artikel ‘Economic Cost of Flattening the Curve’ maakt gezondheidseconoom Eline van den Broek-Altenburg duidelijk dat in de Verenigde Staten de levensverwachting van iemand van 80 bijna hetzelfde is als in Nederland: 9. Dat aantal jaren heeft Van den Broek-Altenburg in haar berekening gecorrigeerd met een aftrek die geldt voor diabetespatiënten, en zo komt ze uit op 7,8 qaly. Dat is bijna acht maal zoveel als de Nijmeegse hoogleraar zegt.

In Nederland zijn nog geen betrouwbare cijfers: het RIVM meldt alleen de doden die positief waren getest

Als een gewone griep

Helsloot doet meer twijfelachtige aannames. Hij stelt in hetzelfde artikel in de Volkskrant (zonder bronvermelding) dat het sterftepercentage van alle mensen die met het virus worden besmet op 0,1 procent ligt. Dat is hetzelfde percentage als bij de gewone griep, waarmee Helsloot stelt dat het coronavirus niet dodelijker is. De nu bekende sterftepercentages – de zogenoemde case fatality rate (CFR) – wijzen echter op een veelvoud van wat Helsloot beweert. Uit een onderzoeksrapport dat in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet Infectious Diseases is gepubliceerd, blijkt dat de CFR tussen de 0,66 en de 1,38 procent ligt.

In Nederland zijn nog geen betrouwbare cijfers voorhanden omdat ze niet volledig zijn: het RIVM meldt alleen de doden die positief op het virus hebben getest, en vertelt ook niet met welk sterftecijfer ze precies rekening houdt. Maar afgaande op de meest betrouwbare cijfers lijkt het sterftecijfer gemiddeld ongeveer tien keer hoger te liggen dan Helsloot beweert.

Het sterftepercentage kan daarnaast sterk toenemen wanneer de IC-afdelingen van ziekenhuizen de toevoer van patiënten niet meer aankunnen. En dat is precies waar virologen en epidemiologen voor waarschuwen en wat medio maart in een inmiddels door 40 miljoen mensen gelezen artikel op Medium al uitgebreid aan de orde kwam: wanneer je niets doet, zal de groei van het aantal besmettingen en zieken exponentieel toenemen en dat is precies waarom de lockdown die Helsloot zo verfoeit, nodig is.

Het is duidelijk: de berekeningen van hoogleraar Helsloot zijn betwistbaar, passen op de achterkant van een sigarendoos en ontberen deugdelijke bronnen. Wanneer FTM hem vraagt naar uitvoeriger berekeningen, inclusief de daarbij gehanteerde aannames en de gebruikte wetenschappelijke bronnen, krijgen we nul op rekest.


Mathijs Bouman, econoom

"Recessies zijn niet slecht, maar juist goed voor onze overlevingskans"

Een recessie kan levens redden

Helsloot krijgt niettemin elders in de media geregeld een podium voor zijn verhaal. 'Als je een inkomen hebt op bijstandsniveau leef je gemiddeld tien jaar korter dan iemand met een normaal inkomen. Dus al die mensen van wie het inkomen nu verdwijnt omdat ze ontslagen zijn of nog worden als gevolg van deze maatregelen gaan korter leven. Dat moet je meewegen,’ zegt de hoogleraar tegen het Eindhovens Dagblad. En weer doet hij dat zonder duidelijke onderbouwing.

FD-columnist Mathijs Bouman stelt deze theorie eind maart aan de kaak. ‘De Amerikaanse econoom Chris Ruhm doet al jaren onderzoek naar de relatie tussen recessies en sterftecijfers. Met een verrassende conclusie: recessies zijn niet slecht, maar juist goed voor onze overlevingskans’, schrijft Bouman. Hij haalt ook een recent artikel uit het wetenschappelijk tijdschrift Nature aan dat dezelfde conclusie trekt: een recessie kan levens redden. Het effect wordt onder andere verklaard doordat er minder mensen in het verkeer en door vervuiling sterven.

Ook in het Verenigd Koninkrijk worden argumenten als die van Helsloot in het publieke debat ingezet. De Britse econoom Jonathan Portes rekent daar in the Guardian, onder verwijzing naar wetenschappelijk onderzoek hard mee af en typeert die zienswijze als ‘nonsens’. 

Hard ingrijpen tijdens een pandemie blijkt  economisch zinvol te zijn

‘In algemene zin geldt dat herstel van de economie vooral vertrouwen vergt,’ zegt Portes. ‘Wanneer mensen kampen met onzekerheid over hun eigen financiële situatie en de economische ontwikkeling, zullen huishoudens amper geld besteden en bedrijven niet investeren. Dat zal pas veranderen wanneer we de verspreiding van de ziekte onder de duim krijgen. Om die reden is er geen sprake van een uitruil of een keuze. Overwegingen omtrent gezondheid en economie wijzen op korte termijn op precies hetzelfde: doe alles wat nodig is, wat het ook moge kosten, en doe dat nu - in het belang van onze gezondheid en onze collectieve rijkdom.’

Kille statistiek

Maar dan is daar tv- en radiopresentator Jort Kelder, die begin april vanuit zijn tweede huis op Terschelling de situatie denkt te overzien en bij Omrop Fryslân het taboe-onderwerp achteloos ter sprake brengt: ‘We zijn 80-plussers die te dik zijn en gerookt hebben aan het redden,’ meent hij. ‘Dat is statistisch dus wel wat er gaande is. Op een gegeven moment moet er gewoon een belangenafweging komen: hoeveel economische schade is ons het redden van mensen die waarschijnlijk daarna binnen twee jaar waren doodgegaan waard?’

Kelders uitspraken leiden tot verhitte reacties op social media,  in kranten, op de radio en televisie. Bij mensen uit het bedrijfsleven – met name het MKB – krijgt hij volgens Het Financieele Dagblad niettemin de handen op elkaar. Hij maakt ook een onweerlegbaar punt: uit de statistieken blijkt inderdaad duidelijk dat vooral ouderen het slachtoffer worden van het coronavirus.

Ook blijken veel van de corona-patiënten die op een IC terechtkomen, last van overgewicht te hebben. Het zijn feiten die je niet kunt ontkennen en of moet wegstoppen, maar ze hebben ook een keerzijde, betoogt filosoof Marjan Slob. Harde cijfers over gezondheid leveren enerzijds kennis op die iedereen in een samenleving ten goede komt, maar ze kunnen ook de solidariteit onder druk zetten: ‘Als de statistiek patronen toont tussen overlevingskansen en levensstijl, dan is het wachten op de suggestie dat mensen met een gezonde levensstijl “meer recht” hebben op schaarse hulp.’

Wetenschapsjournalist Maarten Keulemans toont in de Volkskrant aan dat het rekenwerk van Kelder gaten vertoont. Keulemans gebruikt een fictief voorbeeld waarin alle ouderen worden uitgesloten omdat we hen veilig op een Waddeneiland hebben weggestopt. Wanneer we de maatregelen vervolgens laten verslappen, het virus zijn gang laten gaan en de wet van de grote getallen gaat werken, zal dat uitlopen op een drama onder de achtergebleven jongere mensen: ‘50 duizend Nederlanders die een voortijdige verstikkingsdood sterven: de Watersnoodramp van 1953, keer twintig.’

Alles samenballen

Mark Rutte noemde afgelopen week de keuze tussen gezondheid en economie een ‘schijntegenstelling’ en probeerde daarmee het door zijn vriend Kelder opgestookte debat weer te doven. Voorlopig heeft Rutte de feiten aan zijn kant. Uit berekeningen van Amerikaanse economen van het National Bureau of Economic Research blijkt dat de waarschijnlijke opbrengsten van strategieën om het coronavirus in te dammen de verwachte schade in de Verenigde Staten ver zullen overtreffen.

Maar ook in deze modellen spelen de fundamentele onzekerheden omtrent het virus nog steeds een rol. De kosteneffectiviteit hangt af van de ontwikkeling van de graad van besmetting, de ontwikkeling van resistentie, blijvende schade bij genezen patiënten, sterftecijfers en van de snel oplopende kosten om de gezondheidsschade binnen de perken te houden. Het is om die reden niet uitgesloten dat binnen een afzienbare termijn gezondheid en economie op meer gespannen voet komen te staan.

Veel hangt af van de beslissingen die in de komende weken en maanden zullen worden genomen. Het is inmiddels helder dat het van groot belang is niet alleen de virologen en epidemiologen van het OMT daarover te laten beslissen. Er zal tegenspraak moeten worden georganiseerd en er zullen meer mensen uit andere wetenschappelijke disciplines aan moeten sluiten. ‘We moeten alles samenballen,’ schreef een groep onderzoekers afgelopen week in een open brief in NRC Handelsblad. Het lijkt mij wenselijk dat wanneer we onze zorgvuldig opgebouwde samenleving voor de toekomst willen waarborgen, er naast (gezondheids)economen ook ethici aan dit team worden toegevoegd.

Eric Smit
Eric Smit
Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.
Gevolgd door 6196 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren