Glyfosaat en de prijs van een mensenleven

    Een geheimzinnige en chronische nierziekte rukt op, vooral onder arme boeren in onderontwikkelde gebieden. Er lijkt een verband te bestaan met glyfosaten, zoals Roundup van Monsanto, die in het grondwater terechtkomen. Gastauteur Anton van de Haar vertelt een ontluisterend verhaal.

    Sinds midden jaren negentig zaait in Sri Lanka een geheimzinnige chronische nierziekte dood en verderf. De ziekte die vooral arme boeren en hun families treft, neemt steeds ernstiger vormen aan. Waar ze eerder vooral mannen van boven de veertig trof, komt ze nu steeds meer voor bij jongere mensen. In twee van de zwaarst getroffen provincies, North Central en Uva, leidt ondertussen zo’n 15% van de bevolking tussen 15 en 70 jaar aan de ziekte, die zonder niertransplantatie uiteindelijk dodelijk is, en al aan meer dan 20.000 mensen het leven heeft gekost. De ziekte wordt aangeduid als Chronic Kidney Disease of Uncertain Etiology (CDKu), wat zoveel betekent als chronische nierziekte zonder duidelijke oorzaak. Ze wordt niet veroorzaakt door de usual suspects van nieraandoeningen, zoals diabetes en een hoge bloeddruk. Maar waardoor dan wel? Daar begint langzamerhand meer duidelijkheid over te komen, zij het dat het bewijs indirect van aard is. De ziekte is overigens niet beperkt tot Sri Lanka. Ook in India en in een aantal Midden-Amerikaanse landen is de ziekte in opmars. In sommige gebieden is ze ondertussen de belangrijkste doodsoorzaak bij ziekenhuispatiënten geworden.

    Speurwerk

    Ondertussen is er het nodige onderzoek gedaan naar mogelijke oorzaken. Dat heeft geleid tot veel bruikbare informatie. Zo komt de ziekte vooral voor bij mensen die voor hun drinkwater zijn aangewezen op ondiepe grondwaterputten in gebieden met hard (calcium- en magnesiumrijk) grondwater. Mensen die beschikken over leidingwater of minerale bronnen worden nauwelijks getroffen. Dat wijst erop dat de ziekte samenhangt met de consumptie van hard grondwater.
    Mensen die werken met landbouwchemicaliën hebben een grotere kans op CDKu
    Verder is gebleken dat mensen in de getroffen gebieden die werken met landbouwchemicaliën een grotere kans hebben op CDKu, en dat mensen die aan CDKu lijden verhoogde gehaltes aan arseen en/of cadmium in hun lichaam hebben. Al met al lijkt de ziekte te worden veroorzaakt door consumptie van grondwater uit ondiepe putten die vervuild zijn geraakt met arseen en cadmium, en mensen die met landbouwchemicaliën werken extra zwaar te treffen. Ook in India en de bedoelde Midden-Amerikaanse landen is een dergelijk patroon waargenomen. Een probleem is dat het gehalte aan arseen en cadmium in die putten weliswaar verhoogd is, maar dat ze niet hoog genoeg lijkt te zijn om door chronische blootstelling tot nierschade te kunnen leiden. Daarnaast is de precieze aard van die link met die landbouwchemicaliën niet duidelijk. Anders gezegd, er missen nog een aantal stukje van de puzzel.

    Glyfosaat

    In februari 2014 verscheen er een onderzoeksrapport waarin de combinatie van glyfosaat en vervuilde kunstmest als het missende puzzelstukje, compound X, naar voren werd geschoven. Het rapport leidde tot een acuut verbod door de Sri Lankaanse overheid van het bestrijdingsmiddel glyfosaat. Dat verbod werd twee maanden later alweer ingetrokken, onder druk van een lobby van glyfosaatproducenten, zoals Monsanto dat met het product Roundup. In het rapport wordt in het kort geconcludeerd dat:
    • in Sri Lanka na 1977 het grootschalige gebruik van bestrijdingsmiddelen op gang kwam;
    • glyfosaat in het getroffen gebied op grote schaal wordt gebruikt en met afstand het meest gebruikte bestrijdingsmiddel is (in 2012 meer dan alle andere bestrijdingsmiddelen samen);
    • de in het getroffen gebied gebruikte kunstmest veel arseen en cadmium bevat;
    • glyfosaat, dat in de regel redelijk goed afbreekbaar is, in gebieden met hard grondwater slecht afbreekbare verbindingen vormt met o.a. calcium en magnesium (om die reden werd het vroeger ook wel gebruikt als ontkalkingsmiddel);
    • dergelijke glyfosaatverbindingen zware metalen zoals arseen en cadmium aan zich binden;
    • deze zodoende met arseen en cadmium “geladen” glyfosaatverbindingen (aangeduid als GMA) naar de ondiepe grondwaterputten van de lokale bewoners migreren.
    Deze conclusies op zichzelf zijn echter niet voldoende om te kunnen verklaren hoe het mogelijk is dat blootstelling aan in beperkte mate verhoogde gehalten aan cadmium en arseen, zoals gemeten in het grondwater uit de ondiepe grondwaterputten, tot CDKu leidt.
    Dat verbod werd twee maanden later alweer ingetrokken onder druk van een lobby van glyfosaatproducenten zoals Monsanto
    De schrijvers van het rapport geven als verklaring dat arseen en cadmium normaal in de lever worden onderschept en afgescheiden, maar dat het mechanisme daarvoor niet functioneert als deze zijn gebonden aan GMA. Dat zou komen doordat GMA in de lever niet worden afgebroken en dat mechanisme niet in staat is om arseen en cadmium eruit los te maken. Dat laatste verklaren ze uit het gegeven dat het deel van het glyfosaatmolecuul dat arseen en cadmium aan zich bindt chemisch vergelijkbaar is met de stof die in de lever het arseen en cadmium onderschept. Hierdoor kunnen de GMA geladen met arseen en cadmium min of meer ongehinderd de lever passeren en uiteindelijk in de nieren terecht komen. In de nieren worden ze vervolgens wel afgebroken, waardoor de nieren in sterkere mate worden blootgesteld aan arseen en cadmium dan zonder het gebruik van glyfosaat het geval zou zijn geweest. En dat zou de geconstateerde langzame vernietiging van de nieren zoals waargenomen bij de CDKu patiënten verklaren. Op de website Glyphosate facts verwerpt de glyfosaatlobby de conclusies die in voornoemd rapport worden naar voren geschoven. De conclusie dat er een relatie is tussen glyfosaat en CDKu wordt gediskwalificeerd als 'entirely theoretical'. Goed beschouwd is dat ook zo, want er is sprake van indirect bewijs, er is geen smoking gun. Maar dat neemt niet weg dat de beschikbare informatie in combinatie behoorlijk overtuigend is, en een goede alternatieve verklaring ontbreekt vooralsnog.

    Nog meer speurwerk

    Om nog meer duidelijkheid te krijgen over de relatie tussen het optreden van CDKu, het gebruik van bestrijdingsmiddelen en de consumptie van water uit grondwaterputten is door twee auteurs van het rapport en een aantal andere onderzoekers recent een aanvullend onderzoek gedaan, in een zwaar getroffen gebied in het district Trincomalee. Uit dat gebied werden 125 mensen geselecteerd waarvan is vastgesteld dat ze lijden aan CDKu, en 180 mensen waarvan is vastgesteld dat ze er niet aan lijden. Van deze mensen werd een groot aantal kenmerken en een groot aantal gedragingen in de afgelopen tien jaar geïnventariseerd, waaronder het belangrijkste uitgeoefende beroep, de oorsprong van het gebruikte drinkwater, het gebruik van meststoffen en de toepassing van de meest gebruikte soorten bestrijdingsmiddelen. Verder zijn in het betreffende gebied watermonsters genomen uit 16 voor drinkwater in gebruik zijnde grondwaterputten, 18 niet (meer) voor drinkwater in gebruik zijnde putten (vanwege te sterk verhard grondwater), twee meren en een installatie voor gezuiverd drinkwater. Daarnaast zijn ter vergelijking in een niet door CDKu getroffen gebied monsters genomen uit drie grondwaterputten en uit twee waterleiding systemen. Alle monsters zijn geanalyseerd op glyfosaat, calcium, magnesium, arseen, cadmium en een groot aantal andere (zware) metalen.
    Onderzoekers vonden een zeer sterke samenhang met het lijden aan CDKu en voor het gebruik van glyofosaat
    Er werd door de onderzoekers een zeer sterke samenhang met het lijden aan CDKu gevonden voor het voorheen drinken van water uit in onbruik geraakte putten, voor het drinken van water uit grondwaterputten in het algemeen, en voor het gebruik van glyfosaat. Een wat minder sterke, maar nog steeds statistisch zeer significante samenhang werd gevonden voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen in het algemeen, voor het bedrijven van landbouw, en voor het gebruik van meststoffen. Voor het gebruik van de overige bestrijdingsmiddelen werd een samenhang gevonden die kleiner is dan die voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen in het algemeen. Voor wat betreft de grondwaterputten werd een duidelijk verschil gevonden tussen de kwaliteit van het water uit voor drinkwater gebruikte putten en uit niet (meer) voor drinkwater gebruikte putten. Het water uit die laatste bleek veel harder te zijn en bovendien gemiddeld vijf keer zoveel glyfosaat te bevatten als het water uit die eerste. In het meerwater uit het getroffen gebied werd glyfosaat aangetroffen in een tien keer lager gehalte dan de voor drinkwater in gebruik zijnde putten. In de vergelijkingsmonsters uit het niet door CDKu getroffen gebied en uit de zuiveringsinstallatie in het gebied werd geen glyfosaat aangetroffen. Al met al wordt door dit aanvullende onderzoek het hiervoor geschetste beeld weer een stukje duidelijker. Maar het blijft indirect bewijs, er is niet direct aangetoond dat de patiënten aan CDKu lijden omdat ze jarenlang zijn blootgesteld aan glyfosaat dat is geladen met arseen en cadmium, dat de lever is gepasseerd en dat vervolgens in de nieren is afgebroken, met nierschade als gevolg. Daarmee ligt het in de lijn der verwachting dat de glyfosaatlobby ook dit aanvullende bewijsmateriaal zonder meer zal verwerpen. De wrange vraag is vervolgens hoeveel mensen er nog ziek moeten worden en dood moeten gaan voordat dit probleem de aandacht krijgt die het verdient. Anton van de Haar is geoloog, autodidact econoom en lezer van Follow the Money. Antons economieblog leest u hier

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Gastauteur

    Gevolgd door 289 leden

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Volg Gastauteur
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren