GMO-hoofdpijndossier belandt op bordje van Nederland

    Bij zijn aantreden verzekerde Europese Commissie-voorzitter Jean Claude Juncker ons dat de EU-landen meer te zeggen zouden krijgen over de toelating van genetisch gemodificeerde organismen. Daar komt weinig van terecht. Ook Nederland, dat als EU-voorzitter de burger meer inspraak beloofde, houdt zich doodstil. Nét nu nieuwe, prangende vragen rond gmo’s de discussie op scherp zetten.

    De Brusselse wet- en regelgeving rond genetically modified organisms (gmo's), oftewel genetisch gewijzigde organismen (ggo’s), vormt al jaren een hoofdpijndossier voor bedrijven, belangenbehartigers en politici. Als een van de laatste continenten is Europa terughoudend in het toelaten van voedsel of veevoer waarbij van genetische modificatie sprake was om bijvoorbeeld gewassen te beschermen tegen insecten en ziekten. Veel Europese landen zijn namelijk nog huiverig voor de gevolgen hiervan voor de volksgezondheid, hebben ethische bezwaren of zien gmo’s vanuit economisch oogpunt (protectionisme, marktconcentratie) niet zitten. Maar andere landen, waaronder Nederland, beschouwen gmo’s juist als een slimme toepassing van moderne techniek die bovendien kan worden ingezet in de strijd tegen voedselschaarste en vinden de bezwaren overtrokken.

    Inspraak weggeorganiseerd

    En zo wordt er nu al jaren gewerkt met een Brussels compromis, dat in 2003 in wetgeving werd gegoten. In de praktijk komt het erop neer dat het toelatingsproces voor gmo’s eigenlijk alleen nog op papier democratisch te noemen is. Hoewel de lidstaten wel degelijk inspraak hebben, is het onafhankelijke wetenschappelijke advies van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) leidend. Deze centrale positie van de EFSA bij de toelating van gmo’s zijn de lidstaten, het Europees Parlement en de Europese Commissie bewust overeengekomen, zo weet Frans Köster, deskundige op het terrein van gmo-regelgeving. ‘Nadat het EFSA-advies is uitgebracht mogen vertegenwoordigers van de lidstaten zich over de toelating van het gmo uitspreken. Maar het goedkeuringsproces blijkt dusdanig georganiseerd dat het aantal voorstemmers, tegenstemmers en blanco-stemmers zichzelf om louter politieke redenen uiteindelijk altijd in evenwicht houdt', aldus Köster die als lid van de Nederlandse delegatie jarenlang zelf deelnam aan de comitévergaderingen waarin dergelijke stemmingen worden uitgevoerd. Köster volgt het dossier nog altijd op de voet voor MVO, de ketenorganisatie voor oliën en vetten. 'En als de lidstaten er niet uitkomen, is het aan de Europese Commissie om de knoop door te hakken, die in lijn met de procedure en op grond van het positieve EFSA-advies het betrokken gmo dan uiteindelijk toelaat.' Het Europees Parlement heeft daarna geen beslissende stem meer. 

    De inspraak hapert, waardoor uiteindelijk Brussel voor de lidstaten beslist of gmo-voedsel en -veevoer in hun land wordt toegelaten

    Kort gezegd: De inspraak hapert, waardoor uiteindelijk Brussel voor de lidstaten beslist of gmo-voedsel en -veevoer in hun land wordt toegelaten. En dat schuurt des te meer aangezien de reputatie van de adviesorganisatie niet onbesproken is. Bart Staes is Europarlementslid voor de Groenen en schreef het boek Gmo’s, droom of nachtmerrie. Hij heeft vooral kritiek op de ondoorzichtige werkwijze van EFSA en de belangenverstrengeling van sommige experts die voor EFSA de risicoanalyses uitvoeren: ‘De data waarop de adviezen zijn gebaseerd worden zelf aangeleverd door de biotech-bedrijven die een vergunning voor het gmo willen. Maar die data worden niet volledig openbaar gemaakt, waardoor andere wetenschappers die onvoldoende kunnen toetsen.’

    Nauwelijks onderzoek

    Bovendien zijn er volgens Staes vraagtekens te plaatsen bij de wetenschappelijke criteria die de EFSA hanteert: ‘Sommige gmo’s, meestal gebruikt voor veevoer, worden slechts gedurende een paar weken getest op enkele koeien of in een beperkte rattenstudie, terwijl er géén lange termijn-studies van minstens twee jaar gedaan worden om zo een onderbouwd oordeel te kunnen vormen over de gezondheidsrisico’s voor mens en dier. Ook wordt nooit onderzoek gedaan naar de gezondheidseffecten van gestapelde toxische effecten door het gebruik van gmo's die zelf toxines produceren, in combinatie met talloze pesticiden waarvan glyfosaat (beter bekend onder de merknaam Roundup, red.) de belangrijkste is.’

    "Nooit wordt onderzoek gedaan naar de gezondheidseffecten van gestapelde toxische effecten"

    Natuurlijk zijn ze in Brussel niet blind voor deze bezwaren. En de lidstaten moeten uiteindelijk wel aan het thuisfront kunnen uitleggen waarom bepaalde gmo’s ondanks protesten toch op de binnenlandse markt worden toegelaten. Dus zolang die politieke gevoeligheid van gmo’s niet in het goedkeuringsproces tot uiting kan komen, wordt dat proces zelf regelmatig getraineerd. Bijvoorbeeld als er verkiezingen zijn. Tot grote ergernis van de Amerikaanse bedrijven die de vergunningaanvragen indienen. Het resultaat: dure rechtszaken en onlangs zelfs een tik op de vingers van de Europese ombudsman.

    Slikken of stikken

    Maar in dit alles zou verandering komen, zo beloofde voorzitter van de Europese Commissie Jean Claude Juncker het Europees Parlement bij zijn aantreden. En afgelopen jaar maakte hij werk van die belofte door voor te stellen dat landen zelf, na dat hele toelatingsproces, alsnog het ‘gebruik’ van die gmo’s in voedsel en veevoer zouden kunnen inperken of verbieden. Helaas kan daar eigenlijk óók niemand mee leven. Staes: ‘Het is praktisch niet te doen en dat weet de Europese Commissie zélf ook best. Bijvoorbeeld omdat het dan heel ingewikkeld wordt met de doorvoer van gmo-goederen. Want kan dan gmo-veevoer niet eens meer door een EU-land worden vervoerd dat het ‘gebruik’ ervan heeft uitgesloten? In dat geval schaf je zo’n beetje de interne markt af en moet je weer aan de grenzen gaan controleren.’ Volgens Juncker is het met dit voorstel echter slikken of stikken. Er is geen plan B. En dus buigt de Europese Raad van Ministers zich voor de vorm nog eenmaal over het plan. Om het straks op basis van juridische bezwaren en een binnenkort te verschijnen ‘impact assesment’ alsnog naar de prullenbak te verwijzen. En zo blijft wat betreft de Europese Commissie alles bij het oude, wat de verhoudingen tussen de Commissie en het Europees Parlement er ook niet beter op maakt.

    Nieuwe technieken, nieuwe vragen

    Dat is echter niet alleen schrijnend omdat daarmee nog steeds het democratische gehalte van het gmo-toelatingsproces zeer te wensen over laat, maar ook omdat er nieuwe en prangende vraagstukken rond gmo’s op Brussel afkomen. De belangrijkste daarvan zijn de nieuwe gewasveredelingstechnieken die in het grijze definitiegebied van gmo’s vallen. Zoals cisgenese, waarbij er weliswaar genen worden gemanipuleerd, maar alleen met gebruik van genen die al in de eigen soort voorkomen. Zo heeft de universiteit Wageningen al een ‘superaardappel’ kunnen telen die bestemd is tegen een bepaalde beruchte aardappelziekte. Maar voor de EU is dit nog volledig onbetreden terrein. En niet alleen dat, het kan ook nieuw licht werpen op de manier waarop überhaupt naar gmo’s wordt gekeken. Want de grenzen, tussen wat wel en niet een gmo is, vervagen en met de komst van steeds nieuwe technieken zullen die grenzen ook minder en minder scherp getrokken worden.

    Lobbyisten hebben zich massaal op de nieuwe veredelingstechnieken gestort

    Interessant is hoe het dan verder gaat met de huidige toelatingsprocedures. Hoe lang zijn die nog houdbaar? Kortom, voer voor lobbyisten, die zich hier dan ook het afgelopen jaar massaal op hebben gestort. En natuurlijk voor de Europese Commissie zelf, die naar verwachting later dit jaar met een voorstel komt over die nieuwe veredelingstechnieken.

    Waar blijft de burger?

    In die hele Brusselse discussie wordt echter één belangrijke speler nu nog steeds niet betrokken: de Europese burger. Dat groeiend ongemak uit zich in grote demonstraties tegen bijvoorbeeld de macht van biotechbedrijf Monsanto. En onder druk van die publieke opinie proberen sommige EU-landen, zoals Frankrijk en Duitsland, de ggo’s nu zoveel mogelijk buiten de deur te houden. Wat weer leidt tot conflicten in Brussel. Helaas ziet Nederland zich vooralsnog niet geroepen de huidige patstelling rond het democratiseringsproces te doorbreken, ondanks de ambitie om dit halfjaar als EU-voorzitter te zorgen voor ‘versterking van de democratische legitimiteit’ door ‘herkenbare inspraak en invloed’ en te zoeken naar ‘draagvlak voor Europese besluitvorming’ opdat mensen en organisaties ‘zich gehoord weten’. Ook specifieke navraag bij het ministerie van Buitenlandse Zaken of Nederland een taak voor zichzelf ziet weggelegd in het op gang houden van het democratiseringsproces rond gmo’s, levert niets op. ‘Het wachten is nu eerst op de impactanalyse en daarna is het aan bovengenoemde Raad om met een oordeel te komen. Of en hoe Nederland vervolgens verdere stappen neemt, zal daarna pas worden bezien’, aldus de woordvoerder. Lees: we hebben wel belangrijker zaken aan ons hoofd. De vraag is echter of dat ook waar is voor de langere termijn. Want in Brussel kan een boel bedisseld worden, maar als het gaat om achteraf zaken terugdraaien, is daar nog geen techniek voor gevonden.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Lise Witteman

    Gevolgd door 400 leden

    Onze vrouw in Brussel. Volgt lobby's, legt netwerken bloot en bijt politici, belangenbehartigers en bestuurders in de enkels.

    Volg Lise Witteman
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren