Goed bedoelde goede doelen

    Ontwikkelingssamenwerking mist vaak zijn doel, betoogt columnist Jacob Gelt Dekker. Aan de hand van dertien voorbeelden legt hij uit waarom deze goede doelen-industrie in goede bedoelingen blijft steken.

    Goede doelen, onze zielen zijn ervan vol en de media staan bol. Solidair met de lijdende medemens, heet dat tegenwoordig, maar vroeger was het gewoon 5-cent-zending ( of missie) voor de “zwartjes in Afrika” opdat ze door Jezus gered mochten worden uit hun poel van zonde en eeuwige verdoemenissen.



    Vlijtig zamelden we blikjes gecondenseerde melk in voor de uitgemergelde kindertjes in Biafra. Zilverpapier werd vlak gestreken en oude kranten opgehaald voor overstroomde gebieden in Bangladesh, alsof die delta daar niet ieder jaar overstroomde.  Ieder kind moest vijf gulden vouwen in een luciferdoosje en droppen op een aangewezen verzamelplek. En met tv-show marathons werden miljoenen bij elkaar halen in nationale orgiën van naastenliefde en solidariteit met de lijdende en verdrukte medemens in de wereld.

     

    Sinterklaas

    Het hoogte punt van tot-tranen-toe- bewogen opofferingsgezindheid werd bereikt onder minister Pronk, die als Sinterklaas rondreisde, ook al was de goedheilige man een verkrampte Partij van de Arbeid socialist met uitgesproken Marxistische opvattingen. Zijn politieke propagandistische fanatisme deed hem uiteindelijk de das om en wat restte was een zeer kostbaar Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. Ondertussen begreep iedereen wel dat ontwikkelingshulp, de verkeerde insteek was.

     

    De noodhulp bij rampen bleef bestaan, maar alle andere hulp verhuisde naar NGO’s, bloedende-harten- organisaties, die het leed in de wereld wilden lenigen. Goede Doelen Gala’s met veilingen werden door het hele land gehouden om de centen bij elkaar te brengen en televisieploegen reisden mee om de vreugde tranen van de goede gevers en ontvangers voor het meelevend hoog geëerd publiek vast te leggen.

    Helaas, alle goede bedoelingen ten spijt, het geheel werd een ramp.

    De geboden hulp ontnam lokalen de noodzaak hun verantwoordelijkheid te nemen.

    Waarom voor eigen weeskinderen te zorgen als die buitenlanders dat al doen? Wij gaan een Golfcourse bouwen.

     

    Hulpverslaving

    De westerse vervangingshulp kwam massaal op gang en werd een heuse industrie. Er zijn landen, zoals Bhutan, die 60-70 procent van hun BNP krijgen uit die hulpbronnen, niet uit eigen productiviteit en ook geen enkele prikkel meer hebben om dat patroon te veranderen. Er ontstond een grote hulpverslaving, die in de ontwikkelingslanden alles lam sloeg. Waarom zou je immers een lokale textielindustrie opzetten, als Het Leger des Heils scheepladingen gratis kleding kwam brengen? Waarom varkens fokken als je ze gratis van de missiepost kon krijgen?

     

    Een uitgebreid netwerk van ontwikkeling samenwerking deskundigen en hun lokale outfitters vormden spoedig een nieuwe middenklasse, die royaal hun deel namen en er royaal van leefden, velen zelfs als god-in-Frankrijk. Zo zijn er vandaag in de voormalige Franse Afrikaanse kolonieën meer Fransen dan er ooit geweest zijn tijdens de koloniale tijd.

     

    Lokaal ontstond een bemiddelingsindustrie, die als tussenpersonen voor zichzelf en de hulpontvangers het wel even zouden regelen, wel is waar tegen een hoge provisie. Van de meeste ingezamelde gelden kwam uiteindelijk slechts 10-20 procent terecht bij de hulpbehoevenden.

    Wat totaal ontbrak, was de druk van het rijke Westen om op hoog politiek niveau corruptie te bestrijden en lokale gemeenschappen te dwingen om sociale en maatschappelijke verantwoordelijkheid voor hun eigen maatschappij te dragen.


    'Talloze oorlogen gefinancierd'

    Oud staatssecretaris van Economische Zaken politicus en filosoof, Frits Bolkestein, schreef in zijn recente boek "De intellectuele verleiding": 'Gevaarlijke ideeën in de politiek, dat de afgelopen 20 jaar door het Westen 1 triljoen euro werd uitgegeven aan ontwikkelingssamenwerking in Afrika, terwijl de ontvangende landen, 1,3 triljoen euro uitgaven aan lokale oorlogen. Met andere woorden: ontwikkelingssamenwerking gelden hebben als vervangingsfinanciering indirect talloze oorlogen gefinancierd.'

     


    Voorbeelden uit eigen ervaring

    Voor velen bestaat ontwikkelingsamenwerking slechts op micro en niet op macro niveau. Ze zien alleen het uitgemergelde kind met de spillebeentjes en de wormenbuik. Daarom laat ik hierbij een aantal voorbeelden uit eigen ervaring volgen:

     

      Otrabanda, Curaçao

     

    1. Op Curaçao brachten we bijeen Nafl 80,000 en na veel overleg werd een speeltuin gebouwd bij de dierentuin. Het was prachtig, maar na een paar maanden vertelde het bestuur dat ze de speeltuin zouden sluiten omdat het te " gevaarlijk" was. Ik ben toen gaan kijken. Bijna alles was gesloopt. Terwijl ik daar was, was man bezig met een 4x4 en een kabel om een speel rek met betonverankering en al, uit de grond te trekken. Ik vroeg wat hij daar deed en hij schold me uit voor Makamba en bedreigde me. De politie wilde er niets mee maken hebben, bovendien was de speeltuin niet van mij, dus waar bemoeide ik me mee.

     

    2. In Mali, in een stadje ten westen van Bamako werd ik bestormd door een groep van polio patiënten die als krabben op skateboards door het zand kropen en leefden van bedelen. Het was afzichtelijk, mensonterend en ik besloot 25 rolstoelen te sturen. Na een poosje kwam ik weer in het stadje en zocht de leider (burgemeester) op. Hij vertelde me trots dat alle rolstoelen waren aangekomen en we gingen op bezoek naar de patiënten. De poliopatiënten zaten nog steeds op skateboards in het straatvuil. De burgemeester liet me zien hoe ze van de wielen karren en fietsen hadden gemaakt en de stoelen op de markt verkocht hadden. Da Maraboes, een soort Islamitische geestelijken, exploiteerden de jongens op skateboard nog steeds, als bedelaars en dieven.

     

    3. Een van de bewoners van een huis in Otrabanda op Curaçao, dat wij gratis voor hem opschilderde, diende, nadat het kant-en-klaar was en hij dagelijks langs was geweest om de vorderingen te aanschouwen, een klacht in bij de politie en begon een schadeverhaalprocedure voor de rechter. De verflaag zou het huis binnen warmer gemaakt hebben, daarom eiste hij geld voor een airconditioner een natuurlijk de stroomrekening voor de komende 50 jaar.

     

    4. We stuurden 400 paar witte Puma schoenen naar een school in Zululand. In de winter is het daar bepaald niet lekker om blootvoets 5 kilometer naar school te lopen. Ik ging een kijkje nemen en zag dat alle kinderen in de winter weer blootvoets liepen. De hoofdmeester had voorgeschreven dat alleen zwarte schoenen op school gedragen mochten worden, vandaar. Een dorp verder, stond de zuster van de hoofdmeester op de markt met een kraam witte Puma schoenen te verkopen. Ik mocht nog wel een keer de nieuwe Landrover van de hoofdmeester lenen.

     

    5.In Otrabanda, Curaçao knapten we een buurt op die nu Kura Hulanda heet. Uit de hele buurt kwamen mensen langs. Een buurtvertegenwoordiger van een paar straten verder vond dat de auto's van de bouwvakkers te veel stof in de woningen veroorzaakte  en eiste schadevergoeding. Hij wilde dat ook hun huisjes opgeschilderd zouden worden, gratis natuurlijk.

    Het leek me niet zo'n gek idee en ik stuurde een paar schilders met verf. De schilders kwamen geschokt terug. Ze waren met wapens bedreigd omdat ze een emmertje water hadden gevraagd om de geveltjes schoon te maken voor het schilderen. Alle bewoners eisten dat eerst het water, Naf 10 per emmer, contant betaald werd voor er geschilderd mocht worden.

     

    6. In de delta van de Nijl rivier in Egypte groeide de algen zo weelderig dat varen door de blubber bijna onmogelijk werd. Op verzoek van de Ministerie van Landbouw in Egypte en samen met Nederlandse Ministerie van ontwikkelingssamenwerking gingen we aan het werk en deden een studie. Besloten werd een grote hoeveelheid karpers uit te zetten, die alles zouden schoonvreten. Den Haag trok miljoenen uit voor het project, en particulieren deden de rest. De bevolking was reuze enthousiast en na het uitzetten van de vis, werd vissen in het gebied een rage. Binnen drie maanden was de Nijl weer leeg van alle vis, die in ieder restaurant langs de oevers lustig werd opgepeuzeld.

     

    7. In dorpen langs de oevers van het Toba meer op Sumatra trof ik veel Kwashiorkor aan onder kinderen, een eiwitgebrek, waardoor kinderen grijs en blind worden al rond de leeftijd van 8-10 jaar. Ik vroeg de dorpshoofden waarom ze niet wat meer vis aten, vooral om dat het meer boordevol vissen zat. De hel brak los op mijn vraag en ik moest direct het dorp verlaten. Stel je voor, vissen eten uit het Meer. Alle voorouders waren gereïncarneerd in de vissen en die waren dus de familie, en die kun je toch niet zomaar opeten, dan maar liever de kinderen laten dood gaan.

     

     8. In een Tamil vluchtelingenkamp op Sri Lanka toonde de directie me de tien kleuterscholen en speeltuinen die we, met vereende krachten hadden gefinancierd. Bij alles stond een groot bord ; "donated by UNESCO". Ik legde hem uit dat ik niet van UNESCO kwam. Hij werd boos en verweet me niet de nodige kampbelasting te hebben betaald en dat daarom onze projecten nog niet uitgevoerd konden worden. Eerst betalen aan de directie, was zijn motto. Daarna hebben we nooit meer iets van ze gehoord en ons geld kwam ook nooit terug.

     

     

      Vissers in karakteristieke pose langs de kust van Sri Lanka


    9. Na de Tsunami op Sri Lanka brachten we geld bijeen, alweer met vereende krachten van vele lieve mensen met bloedende harten die overliepen van medeleven om 3000 nieuwe vissersboten te bouwen en de ontheemde bevolking weer een bestaan te geven. Het mislukte geheel. De lokale overheid eiste 21 procent BTW per boot en 30 procent invoerrechten, ook al werden de boten ter plekke gebouwd.

    De vissertjes, die zo moedig waren een boot als cadeau te ontvangen, konden hun vis niet kwijt omdat die vast allemaal hadden gesnoept aan de lijken van de 32 duizend omgekomenen, en bovendien, de nieuwe boten waren van polyester en dat was een zonde tegen de bosgoden van de bomen en de watergeesten van de zee.

    Er zijn nu nog een vijftal schatrijk slimme jongens die al die geschonken boten hebben genaast en ze verhuren aan de toeristen. De meeste vissers van toen zijn verdwenen.


    10.Ik reisde in Zululand door naar de volgende school die ons jaren aan het hoofd had gezeurd om stoelen en tafels voor de schoollokalen. We hadden precies in overeenstemming met hun wensen voor 10 klaslokalen 400 plastic kuipstoelen gestuurd. Ter plekke bleek dat alle kinderen weer, of nog steeds, op de grond zaten. De stoelen mochten niet gebruikt worden en stonden in de hoek opgestapeld, want ze waren rood en geel, alleen grijze stoelen waren toegestaan. Na veel vergaderingen werd besloten de stoelen ook maar op de markt te verkopen.


    11. In Nepal bezocht ik een van de kindertehuizen die we sponsorden. Het lag er prachtig bij, grenzend aan de lokale golfcourse. Bij gelegenheid vroeg ik aan het bestuur van de Golfcourse of ze iets wilden doen voor onze weeskinderen, een BBQ misschien.

    Verbaasd antwoordde de voorzitter: "maar dat doet u toch al? Wij hoopten dat u ons nog geld zou schenken voor nieuwe greens."


    12. We sloegen waterputten en pompen in de dorpjes van de DOGON in het Escarpement van Bandiagara. Iedereen dolblij. Maar na 180 putten, bleken spoedig dat de eerste 50 en toen 100, en daarna 150 weer verdwenen waren. Het bleek dat in ons kielzog er een andere ploeg bezig was, die de pompen weer weghaalde en verkocht voor koper.


    13. In Tanzania werd ik royaal ontvangen in een dorp, waar een slimmerik de school voor de gelegenheid had omgedoopt tot Juliana school. Blijkbaar niet wetende dat we nu een koningin Beatrix hebben. Mijn gastheer liet trots zijn nieuwe auto zien en de brommer van zijn vrouw. De rondleiding op de school was lief en leuk, maar op het gebouw zat geen dak, maar dat was alleen lastig wanneer het regende, vertelde hij trots.

    Ik moest direct denken aan dat andere kindertehuis/school Huruma bij Nairobi, ook al geen dak. Ook de auto’s die we schonken aan een neushoorn bescherming project in de Srengetti werden geweigerd. Het waren Landrovers rechtstreeks van de Tanzania retro-fit fabriek met aluminium chassis en men wilde alleen de nieuwe Europese modellen met airconditioning en ingebouwde TomTom.
     

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jacob Gelt Dekker

    Ondernemer, filantroop, schrijver Jacob Gelt Dekker is een onuitputtelijke bron van verhalen en anekdotes en beschikt over ee...

    Volg Jacob Gelt Dekker
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren