Het Waagplein in Alkmaar gaat open voor terrasjes / 1 juni 2020
© Leo Vogelzang VOF

Het goede leven in het post-coronatijdperk

1 Connectie

Onderwerpen

coronacrisis
51 Bijdragen

Wat bij de klimaatcrisis amper lukt, hebben we met Covid-19 in luttele weken voor elkaar gekregen: een existentiële crisis met een wereldomspannende inspanning te lijf gaan. Veel mensen putten daar hoop uit en denken dat zich, met de komst van het nieuwe virus, ook een nieuwe tijdgeest aandient. Hans Schnitzler is daar niet zo zeker van.

De komende maanden kunnen we een golf aan coronaboeken verwachten. Met name non-fictiewerken die ons een verbeterde versie van onszelf en van de wereld in het post-coronatijdperk voorspiegelen, zullen hun weg naar de boekhandel weten te vinden. Zo kreeg ik een onlangs gepubliceerde essaybundel onder ogen met de hoopvolle titel Anders verder, waarin 24 auteurs hun licht over de toekomst laten schijnen.In deze door onderzoeksjournalist Jeroen Smit ingeleide bundel spat het Yes, we can!-geloof van de pagina’s af: Van doemscenario naar droomscenario, Tijd voor nieuwe solidariteit, Hoe kunnen we van angst naar een nieuwe vrijheid?, De geboorte van een nieuw tijdperk, Wat kan wél!

Een wereld die in al haar voegen kraakt en waar het virus van de vertwijfeling vrijelijk rondwaart, levert het momentum voor verandering

Hoe realistisch zijn al deze wensdromen? Dient zich met de komst van het virus een nieuwe tijdgeest aan? Is dit een van die ingrijpende gebeurtenissen in de geschiedenis die een mentaliteitsverandering in gang zet? Sciencefiction-auteur Kim Stanley Robinson meent van wel. In een gloedvol essay in het tijdschrift The New Yorker betoogt hij dat er een nieuw soort gevoeligheid in de lucht hangt. In de strijd tegen corona zijn we als beschaving collectief in actie gekomen en is het in korte tijd gelukt het virus – voorlopig althans – te beteugelen. Flatten the curve was niet aan dovemansoren gericht;wat bij de klimaatcrisis nauwelijks van de grond komt, hebben we met Covid-19 in luttele weken voor mekaar gekregen: een existentiële crisis met een wereldomspannende inspanning daadkrachtig te lijf gaan. Voorheen leefden we in de wereld zonder haar werkelijk te voelen, aldus Robinson, om nu pas te ondervinden hoe broos onze biosfeer is en te beseffen dat een alternatieve politieke economie noodzakelijk is willen we als mensheid overleven.

Meer dan groei en consumptie

Zoveel is zeker: een wereld die tastbaar in al haar voegen kraakt en waar het virus van de vertwijfeling vrijelijk rondwaart, levert het momentum voor veranderingsgezinde geesten. Zo pleitte een groep Nederlandse prominenten voor fundamentele systeemwijzigingen teneinde de economie duurzaam en sociaal rechtvaardig te maken. Hun petitie is slechts zo’n 17.000 keer ondertekend. Ook internationaal roeren intellectuelen en wetenschappers zich. In een vurig pleidooi in The Guardian riepen 3000 wetenschappers van 600 verschillende universiteiten op deze crisis te gebruiken om werk te democratiseren. Dat wil zeggen: de menselijke waardigheid van werknemers te respecteren, door ze niet langer als louter productiemiddel te zien en ze inspraak te geven bij beleidsbeslissingen.

"Zo’n heroriëntatie impliceert een bezinning op de oervraag van de filosofie: wat betekent het om een ‘goed’ leven te leiden?"

Of alle hoopvolle toekomstvisioenen de ruimte en tijd krijgen om tot een nieuwe, rooskleuriger realiteit te stollen, zal in belangrijke mate afhangen van de vraag of de homo economicus in staat is een alternatieve levenshouding en visie te ontwikkelen. Dat wil zeggen: waarden te omarmen die niet exclusief in het teken staan van ongebreidelde groei en consumptie, die menselijk geluk niet uitsluitend in termen van controle, gemak of efficiency definiëren. Een dergelijke heroriëntatie impliceert bezinning op wat je gerust de oervraag van de filosofie kunt noemen: wat betekent het om een ‘goed’ leven te leiden, wat maakt het leven de moeite waard?

Wanneer het de Griekse wijsgeer Aristoteles gegund zou zijn kennis te nemen van de wijze waarop het geglobaliseerde kapitalisme elke levenssfeer koloniseert, had hij ongetwijfeld het wijze hoofd in zijn handen verborgen. Voor hem was het goede leven namelijk bij uitstek een politiek vraagstuk, een morele opgave derhalve, waarbij economische motieven nauwelijks een rol mogen spelen. Waarom? Omdat het verlangen naar geld en bezit, de vermarkting van het bestaan, geen grenzen kent (welkom Covid-19) en mateloosheid in de hand werkt. En wanneer een samenleving (of individu) geen maat weet te houden, raakt ze op drift en komen deugden als rechtvaardigheid of zelfbeheersing, deugden die in Aristoteles’ visie op het goede leven centraal staan, in het gedrang. Het hedendaags economisme, dat elke maatschappelijke kwestie reduceert tot een economisch of financieel probleem, zou voor Aristoteles het einde van de mens als zoön politikon betekenen, oftewel: het einde van de mens als ‘gemeenschapswezen’.

Zodra behoeftebevrediging publieke reikwijdte krijgt, brokkelt het idee van een gemeenschappelijke (politieke) ruimte af

Tot diezelfde conclusie komt de politiek filosoof Hannah Arendt. Voor haar staat politieke vrijheid voor het vermogen om spontaan een nieuw begin te maken, een begin dat persoonlijke belangen of behoeftes overstijgt en nieuwe maatschappelijke processen in beweging zet. Dergelijk handelen is per definitie een publieke zaak en staat in contrast met het privédomein. De sfeer van het huis – oikos in het Grieks, waar ons woord economie van is afgeleid – staat namelijk voor onmiddellijke behoeftebevrediging, voor activiteiten die in het teken staan van het dagelijks levensonderhoud, voor consumptie dus. Zodra deze sfeer publieke reikwijdte krijgt, brokkelt het idee van een gemeenschappelijke (politieke) ruimte af. Dan worden vluchtige consumptie en persoonlijke verlangens maatgevend voor een ruimte die slechts kan bestaan bij de gratie van duurzaamheid en het bovenpersoonlijke.

Voor Arendt ondermijnen de beginselen van de consumptiemaatschappij, waarin het najagen van individueel geluk centraal staat, het gevoel van verantwoordelijkheid voor een wereld die mensen in gelijkheid en verscheidenheid delen. In zo’n situatie verliezen initiatieven die verder reiken dan persoonlijk nut of genot – de essentie van politiek handelen – aan betekenis, gaat de gemeenschapszin verloren en raakt het goede leven uit zicht. 

De status quo uitdagen

Dat de herovering van de publieke ruimte door terrasgangers – die tevens een ander soort inbeslagname van die ruimte behelst – gevierd werd alsof het onze bevrijding betrof, inclusief een livestream-registratie van de NOS, zou voor Arendt eens te meer een aanwijzing zijn geweest hoezeer de zucht naar consumptie maatschappelijk engagement uitholt. En dat een burgemeester die besluit het recht op demonstratie, het recht om je stem te verheffen tegen racisme, voorrang te geven boven het gezondheidsbelang met pek en veren wordt ingesmeerd, had zij met lede ogen gadegeslagen. Voor de Duits-Amerikaanse filosoof stond het namelijk buiten kijf dat burgerlijke ongehoorzaamheid – in laatste instantie ook die van een burgermoeder – de manier bij uitstek is om maatschappelijke misstanden aan de kaak te stellen.

"Als er aanleiding is om te geloven dat er verandering in de lucht hangt – en dat is er – dan zult u in beweging moeten komen"

Kortom, brave burgers aller landen, als er aanleiding is om te geloven dat er verandering in de lucht hangt – en dat is er – dan zult u in beweging moeten komen door initiatieven ontplooien die het goede leven actief vormgeven en die, daar waar nodig, de status quo uitdagen. De gestolde denkkaders van de gevestigde orde doorbreken, vraagt om een nieuw maatschappelijk élan dat de huidige verstrengeling van economie en politiek, de commercialisering van alle facetten van het bestaan, trotseert.

Een manier om dat te doen is door de instrumenten van het kapitalisme toe te eigenen en in te zetten voor coöperatieve samenwerkingsverbanden, zoals een groep fietskoeriers onlangs deed door de platformtechnologie van tech-titanen in eigen hun voordeel aan te wenden. Of door de oproep van Rutte om in opstand te komen – hallo, brave jongeren! – serieus te nemen en niet te accepteren dat onderwijs op afstand het ‘nieuwe normaal’ wordt. Eis je recht op fysiek onderwijs op, dwing meer leraren en kleinere klassen af, desnoods door in het nieuwe schooljaar te weigeren nog langer in te loggen op jullie virtuele klaslokaal.

De mogelijkheid van een alternatieve post-coronawereld valt of staat bij het antwoord op de vraag wat het betekent om een goed en waarachtig leven te leiden. De inzet is een strijd tussen marktwaarden en publiekswaarden en de vraag of de wil tot verandering sterk genoeg is om die in het voordeel van de laatste te beslechten. Deze waardenstrijd zal vooral van onderop gestreden moeten worden, en zal een behoorlijke dosis eigenzinnigheid en daadkracht vragen, om nog maar te zwijgen over de moed tot weigering die ervoor nodig is. Als ik de zucht naar terrasjesvertier en de ophef over een anti-racismedemonstratie overzie, vermoed ik dat het nog een flinke kluif zal worden om dat wat in de lucht hangt ook daadwerkelijk naar beneden te krijgen.

Hans Schnitzler
Hans Schnitzler
Filosoof, publicist, auteur van ‘Het digitale proletariaat’ (2015) en voormalig columnist voor de Volkskrant.
Gevolgd door 781 leden