Gouden Bergen worden schuldenbergen

    Tal van steden trapten in de gladde praatjes van de Amerikaanse socioloog Richard Florida en zitten nu met een schuldenstrop. Ook Nederland is erin getuind, verzucht columnist Ewald Engelen.

    Waar heeft hij zijn gladde praatjes niet verkocht? Maastricht, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Arnhem – en ik heb ongetwijfeld een paar steden gemist. Sinds het verschijnen van The Rise of the Creative Class in 2002 eten lokale bestuurders uit de hand van Richard Florida.

     

    Voorspoed en geluk, belooft de Amerikaanse socioloog hen. Met wat kekke citymarketing, een paar fietspaden, gratis WiFi en een handvol gerichte stedenbouwkundige interventies is van ieder aftands provinciestadje een hotspot van creativiteit te maken.

     

    Het fijne is dat Florida er een prachtig verhaal bij levert. Want als je Florida mag geloven is de stadsbestuurder niet een uitgerangeerde politicus met roos op de schouders maar een frontsoldaat van het nieuwe, vederlichte flitskapitalisme. In de internationaliserende wereld van morgen, waar produktieketens zich niets van grenzen aantrekken en de economie van zweet en blaren is verruild voor die van Apps en Latte, zijn steden met hun buitenproportionele concentraties van homo’s en hipheid, creativiteit en innovativiteit dé groeimachines geworden die leven en lot bepalen.

     

    Megalomane paradeprojecten

    Ook in Nederland zijn het afgelopen decennium de sprookjes van Richard Florida, Edward Glaeser en Saskia Sassen in de mondiale stedenslag om poen en brein gaan fungeren als legitimatie voor megalomane paradeprojecten. ‘Trickle down’-geografie noemt de Amerikaanse onderzoeker Doreen Massey het. Op zijn Suske en Wiskes: geografische groeipercolator. Publieke investeringen aan de bovenkant van de stedelijke economie moeten de financiële middelen genereren die nodig zijn voor de problemen aan de onderkant.

     

    En zo kreeg iedere zichzelf respecterende stad haar op Canary Wharf lijkende Financiële Centrum, op het Louvre gebaseerde Museumkwartier, van Tokyo afgekeken metronet, van Baltimore gepikte havenfront, aan Berlijn ontleende broed- en vrijplaatsen, van Amsterdam gestolen fietspaden, van Lille gejatte multimodale knooppunten en van New York (I ♥NY) geleende citymarketing. En dat allemaal met een beroeop op bekommernis met de minder bedeelden.

     

    Bouwputten

    Wandel willekeurig welke Nederlandse stad binnen en je struikelt over de bouwputten. Zo worden de stations van Rotterdam, Arnhem, Utrecht en Amsterdam momenteel ‘opgeschaald’ tot ‘multimodale vervoersknooppunten’. Veel colleges hebben de afgelopen jaren de handen op elkaar gekregen voor het aanleggen van chique museumkwartieren. Met wat parkaanleg, bordjes verhangen en miljoenenverslindende renovaties door duurbetaalde starchitecten moest de stad de sensatiezuchtige toerist aan zich binden.

     

    Ook hebben lokale overheden vaak goed voor zichzelf gezorgd en de afgelopen jaren avantgardistische panden voor eigen diensten laten optrekken. En is het een universiteitsstad dan is de kans groot dat U op borden botst die de aanleg van een hippe stadscampus aankondigen. In de buitenwijken rijgt zich daar de protserige nieuwbouw van de Amarantissen van deze wereld aan vast.

     

    Schuldenstrop
    Wat voor de crisis gouden bergen leken, is een schuldenstrop gebleken. Dat we een zeepbel hebben gecreëerd in de woningmarkt is vier jaar na dato geen geheim meer. Alleen dankzij Oostduits ordeningsbeleid zijn ons in die markt de halfafgebouwde paleisjes bespaard gebleven, die het Ierse en Spaanse platteland sieren. Dat heeft wildgroei in het commerciële vastgoed echter niet kunnen voorkomen. Met lichte overdrijving kun je zeggen dat Nederland sinds het midden van de jaren negentig is getransformeerd in een wild kantorenpark dat hyperkapitalisme suggereert maar in feite een groot Potemkindorp is.

     

    Landelijk staat veertien procent van deze 66 miljard euro omvattende grote markt leeg. We hebben het dan over zeven miljoen vierkante meter: pak ‘m beet 1400 voetbalvelden. Voeg daar 79 miljard euro aan toe aan bedrijfspanden, 89 miljard euro aan winkelpanden en 67 miljard euro aan stadhuizen, schoolgebouwen en ziekenhuizen aan toe, en je hebt het al snel over zo’n 300 miljard euro aan vastgoed dat voor twee keer de marktwaarde in de boeken staat.

     

    ‘Derde financiële crisis’

    Geen wonder dat DNB vreest voor een ‘derde financiële crisis’. Afwaarderingen van zo’n omvang slaan namelijke diepe gaten in de balansen van zombiebanken. Met de bekende gevolgen: nieuwe kapitaalinjecties, grotere staatsschuld, lagere rating, hogere rentelasten en een volgende bezuinigingsronde.

     

    Rijdend door het Hollandse landschap vraag je je af hoe zo’n nuchter volk zich zo heeft kunnen verliezen in deze vastgoedroes. Het antwoord is van alle tijden: hebzucht, zelfoverschatting en irrationele verwachtingen. Maar het antwoord is ook heel erg Spaans, Iers -- en Nederlands. Geen kantoorpand zonder gronduitgifte, geen gronduitgifte zonder armlastige maar ambitieuze stad, geen armlastige stad zonder schraperig Rijk, geen schraperig Rijk zonder stijgende vergrijzingskosten.

     

    Oftewel, er loopt een vuurrode causale pijl van gedecentraliseerde ruimtelijk ordening en de mondiale stedenslag die Florida ons heeft aangepraat naar de kantorenleegstand en de stedelijke paradeprojecten die daarmee zijn gefinancierd.

     

     Richard Florida over zijn 'geografische groeipercolator'

     

    Vierdubbele Nederlandse zeepbel

    De vierdubbele Nederlandse zeepbel is momenteel in hoog tempo aan het leeglopen. Huishoudens hebben dat in de smiezen en zijn naarstig aan het sparen geslagen. Ook in de vastgoedsector wordt driftig overlegd over een eerlijke verdeling van onvermijdelijke afwaarderingen. Dat de semipublieke sector eveneens heeft meegedanst begint ook steeds meer betrokkenen te dagen. De kranten staan vol met verhalen van instellingen die zich hebben volgestouwd met goedkope leningen (en onbegrepen derivaten) die sinds de crisis verstikkende worgschulden zijn geworden. Met tekorten, ontslagen, verkopen, afstoten, verminderen en verschralen tot gevolg.

     

    Dat hetzelfde ook de steden staat te gebeuren is echter veel minder tot het grote publiek doorgedrongen. Maar ook die hebben zich met grondinkomsten als hefboom voor miljarden in de schulden gestoken. En nu de stroom van makkelijk grondgeld opdroogt en banken door regelgeving en afwaarderingen hun financieringskraan steeds verder dichtdraaien, mag ook daar iemand voor het gelach gaan opdraaien. Wie? Burgers en ambtenaren wachten ontslagen, versoberingen van plannen en verscharlingen van diensten.

     

    Wie het slagveld overziet, kan de conclusie moeilijk ontlopen dat het Nederlandse droompaleis net als het Spaanse en Ierse op drijfzand was gebouwd. Aannemers, bouwondernemingen, interieurinrichters, ontwerpers, architecten, makelaars, notarissen, ingenieurs, Poolse klusjesmannen, keukenbouwers, vastgoedontwikkelaars, projectmanagers, onroerend goedbeleggers, naaiateliers, hypotheekbemiddelaars, doe-het-zelf outlets, meubelzaken en banken hebben zich vijftien jaar lang rijk gerekend aan zeepbellen.

     

    Hersenschim

    Zoals Schinkel en Tamminga eerder in NRC Handelsblad schreven, heeft Nederland pakweg een vijfde van zijn welvaartsgroei sinds 1995 aan de vastgoedroes te danken. En daarmee hoort Nederland wel degelijk in het rijtje landen dat zich moet herbezinnen op zijn verdienmodel.

     

    Die begint met de marskramers van de voorspoed de deur te wijzen. De herverdelende belofte van Florida en de zijnen is een hersenschim gebleken. ‘Trickle down’ is weer eens de Hoge Heren meer ten goede gekomen dan de kleine man. Terwijl de bankier en de vastgoedjongen genieten van een vroeg pensioen, betaalt Jan Modaal het gelag. Werkloos, de gevange van zijn worghypotheek, met ouders en kinderen die schraalhanserige zorg en onderwijs ontvangen, mag hij tot in lengte van jaren opdraaien voor Florida’s mislukte experiment. Dat de steden van Zuthpen tot Amsterdam vol staan met prijswinnende musea, biobliotheken en stations is niet meer dan een schrale troost.
     

    (Dit artikel verscheen eerder in NRC Handelsblad)

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Ewald Engelen

    Gevolgd door 1818 leden

    FTM-columnist van het eerste uur, financieel geograaf aan de UvA en actief voor de Partij voor de Dieren.

    Volg Ewald Engelen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren