Gratis EU-wifi blijkt toch niet zo gratis

2 Connecties
25 Reacties

De Europese Unie heeft een subsidiefonds opgezet om de digitale kloof te dichten. Gemeenten kunnen een voucher van 15.000 euro krijgen om te besteden aan de installatie van openbare wifi-hotspots. Onder Nederlandse gemeenten die een voucher hebben gekregen, is nu al twijfel over het nut.

Dit stuk in 1 minuut
  • WiFi4EU, een subsidiepot van 120 miljoen euro, moet ‘elk Europees dorp’ voorzien van gratis wifi.

  • 48 Nederlandse gemeenten schreven gretig in op de vouchers van 15.000 euro. Zonder de voorwaarden goed te lezen, overigens. Daarin eiste de EU dat de gemeente opdraait voor het abonnement en onderhoud. Daarnaast verplicht een dorp of stad zich het wifinetwerk drie jaar in de lucht te houden.

  • Die kosten wegen niet op tegen de baten, vinden minstens acht Nederlandse gemeenten: zij geven de subsidie terug.

Lees verder

‘Elk Europees dorp en iedere stad willen wij tegen 2020 voorzien van vrije, draadloze internettoegang in de omgeving van de voornaamste centra van het openbare leven.’ Deze opmerkelijke toezegging deed Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, in zijn jaarlijkse Staat van de Unie-toespraak op 14 september 2016. Opmerkelijk, want de belofte ging gepaard met het opzetten van een wifisubsidiefonds van 120 miljoen euro, te verdelen over achtduizend Europese gemeenten. Veel te bescheiden: met dat bedrag voorzie je niet ‘elk Europees dorp’ van draadloos internet. 

Drie jaar na Junckers toespraak hebben 48 Nederlandse gemeenten een subsidie op zak, toegekend in twee rondes (december 2018 en mei 2019). Op 19 september volgt de derde oproep en kunnen Nederlandse gemeenten opnieuw meedoen. Er is nog 27 miljoen euro te vergeven.

Uit onderzoek van Follow the Money blijkt dat zeker acht gemeenten nu al hebben besloten om dat EU-geld niet aan te nemen, nu ze de voorwaarden beter hebben gelezen. Nog eens vier gemeenten weten nog niet of ze de al toegekende subsidie gaan gebruiken. Doet het fonds dan wel waar het voor in het leven is geroepen; het dichten van de digitale kloof in Europa?

Het fonds, genaamd WiFi4EU, werkt als volgt: gemeenten die de subsidie toegewezen krijgen, ontvangen een voucher van 15.000 euro die ze kunnen inleveren bij een bedrijf dat internethotspots kan installeren. Dat bedrijf voert het werk uit en levert vervolgens de voucher in Brussel weer in.

Ambtenaren van geïnteresseerde gemeenten moesten zich pre-registreren via een online portal, waar ook de subsidievoorwaarden te lezen waren. Daarna moesten ze op een bepaald tijdstip inloggen om hun gemeente aan te melden. Het doet een beetje denken aan hoe festivalkaartjes in de verkoop gaan. De vouchers worden verdeeld volgens het principe ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’.

Eerst aanvragen, dan pas lezen

Zo sleepte het Zuid-Hollandse Waddinxveen, met 28.000 inwoners, op 14 mei een WiFi4EU-voucher binnen. Nog geen vier maanden later vertelt een woordvoerder van de gemeente dat zij de voucher toch niet zal inwisselen. ‘De eisen die worden gesteld bij het gebruik van deze subsidie zijn bij nader inzien niet haalbaar.’

De woordvoerder geeft toe: het was beter geweest als de gemeente zich voor de aanvraag had verdiept in de voorwaarden van de subsidie. ‘De technische voorwaarden voor het gebruik van de subsidie zijn niet met de benodigde zorgvuldigheid gelezen voordat de aanvraag werd gedaan. Helaas werd hierdoor pas achteraf duidelijk dat gebruik van de subsidie niet haalbaar is voor onze gemeente,’ aldus de woordvoerder. 

Die voorwaarden zijn dat de gemeente zelf de kosten voor het internetabonnement betaalt, evenals onderhoud aan het wifinetwerk. De ontvangende gemeente verplicht zichzelf om het netwerk minstens drie jaar in de lucht te houden. Schattingen van die extra kosten variëren nogal: de ene gemeente verwacht aan 110 euro per maand (1320 euro per jaar) genoeg te hebben, terwijl de ander op een bedrag van 10.000 euro per jaar uit komt. De 15.000 euro van de EU is alleen te gebruiken voor het opzetten van de internet-hotspot. 

Bij nader inzien toch maar niet

Ook de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Heusden, Hilvarenbeek, Hulst, Lisse, Marum en Reusel-de Mierden besloten om toch maar geen gebruik te maken van de voucher. De meeste gemeenten zien af van de 15.000 euro aan Europees geld omdat dit bedrag niet opweegt tegen de investeringskosten die ze zelf moeten maken. Gemeentewoordvoerders konden niet zeggen welke eigen bijdrage wel acceptabel was geweest.

Andere redenen die de gemeenten hadden om de subsidie bij nader inzien af te slaan: er blijkt bij de bevolking eigenlijk niet veel behoefte aan te zijn of lokale ondernemers bieden al internettoegang aan. Bij de gemeente Marum (10.000 inwoners) speelde de gemeentelijke herindeling een rol: op 1 januari ging het Groningse dorp op in de gemeente Westerkwartier. ‘Dit project is gesneuveld bij de herindeling. Er is geen geld voor onderhoud van het netwerk en dat wordt daarom ook niet aangelegd,’ aldus een woordvoerder van Westerkwartier.

Op akkoord klikken zonder te lezen lijkt me puur menselijk

Je zou zeggen: de gemeenteambtenaren hadden de voorwaarden en eventueel maatschappelijk nut ook kunnen bestuderen voordat ze de aanvraag naar Brussel stuurden. Een woordvoerder van de gemeente Hilvarenbeek beweerde afgelopen juni tegen het Brabants Dagblad dat daar niet genoeg tijd voor was: ‘Omdat onderzoek naar de eisen en randvoorwaarden een bepaalde tijdsinvestering vraagt, hebben we ervoor gekozen om eerst in te schrijven en pas daarna nader onderzoek op te starten.’ 

Hans Bekkers, coördinator van het magazine Binnenlands Bestuur en mede-auteur van het boek EU-subsidies voor gemeenten: succesfactoren in beeld (2007), was niet verbaasd dat een deel van de gemeenten pas de voorwaarden heeft bestudeerd nadat de subsidie was toegekend. Hij vergeleek het met de manier waarop consumenten met voorwaarden van updates van telefoonsoftware omgaan: op akkoord klikken zonder te lezen. ‘Dat lijkt me puur menselijk,’ zegt Bekkers. Hij wijst ook op de beperkte mankracht. ‘Hoeveel mensen zitten daar bij de gemeenten op die Europese subsidies? Dat weet ik nog wel uit dat onderzoek van 2007, dat waren gewoon niet zo heel erg veel mensen.’

CDA-europarlementariër Esther de Lange schreef vorig jaar nog enthousiast op Twitter dat ‘heel wat Nederlandse gemeenten’ een voucher hadden binnengehaald. Ze noemde het ‘mooi’ dat haar ‘eigen’ gemeente Bodegraven-Reeuwijk één van die gemeenten was. Pijnlijk genoeg is dat juist één van de gemeenten die alsnog afhaakt.

In een schriftelijke verklaring laat De Lange weten: ‘Gezien de korte deadline voor het aanvragen van de subsidie en het ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’-principe, vind ik het niet verwonderlijk dat sommige gemeenten eerst zichzelf verzekeren van de subsidie en de praktische uitvoering verder uitwerken wanneer deze is toegekend.’

Wie eerst komt, eerst maalt, maar waarom?

Al vanaf het begin in 2016 stelde de Europese Commissie voor dat dit principe leidend moest zijn bij de verdeling van de wifi-subsidies. En niet, bijvoorbeeld, objectieve criteria over welk aandeel van de lokale bevolking internettoegang heeft. Waarom, wordt uit het wetgevend voorstel niet duidelijk. Er staat alleen in dat het belangrijk is dat het geld eerlijk over de EU-lidstaten wordt verdeeld. Vaak vergezelt de Commissie voorstellen van een effectbeoordeling, een 'impact assessment', die verschillende opties voor beleidsactie naast elkaar legt en dergelijke keuzes beargumenteert. Dat is deze keer niet gebeurd.

Verschillende clubjes Europarlementariërs stelden voor om het ‘wie het eerst komt, eerst maalt’-principe te schrappen. Die amendementen haalde het niet.

Lees verder Inklappen

Nederland was tegen

Wat Nederland betreft, had het hele WiFi4EU-fonds er nooit hoeven komen. Nederland stemde als een van de weinige landen tegen het voorstel en was vanaf het begin al kritisch.

‘Het is niet duidelijk waarom de EU op dit punt moet investeren, terwijl de markt dit ook kan doen,’ zo stelde de regering op 4 november 2016 in een beoordeling van het Commissievoorstel. ‘Het aanbieden van een gratis dienst met overheidsgeld kan ondernemingen ontmoedigen te investeren in hun eigen netwerk. Investeringen door aanbieders van betaalde mobiele netwerken, waaronder 4G en straks 5G, zullen voor telecomproviders minder snel rendabel worden, aangezien consumenten kunnen kiezen voor gratis wifi.’

Tweede Kamerleden noemden het EU-wifivoorstel marktverstorend

De regering vond het prima dat gemeenten zelf besluiten een openbaar wifinetwerk aan te leggen, maar benadrukte dat de EU zich hiermee niet moest bemoeien. Ook was het ‘discutabel’ dat de EU, door concreet voor wifi te kiezen, niet langer ‘techniekneutraal’ was.

In de Tweede Kamer klonk ook kritiek. Kamerleden Remco Bosma (VVD) en Agnes Mulder (CDA) noemden het Commissievoorstel in een motie eind 2016 ‘marktverstorend’. De Kamerleden zeiden dat ‘de middelen van de Europese Commissie beter ingezet kunnen worden op andere terreinen, zoals het bevorderen van snel internet in het buitengebied’.

‘Niet mijn lolletje’

In juni 2017 werd het voorstel besproken in de Tweede Kamer. Toenmalig verantwoordelijk minister Henk Kamp (VVD, Economische Zaken) was glashelder over zijn aversie voor het plan. ‘Ik vind niet dat Europa wifi moet financieren,’ zei Kamp. ‘Er is genoeg belang bij dat er veel aanbod van wifi komt, omdat veel mensen daarvan gebruik willen maken. Als iets vanzelf in de markt tot stand komt, wordt het er helemaal niet beter van als de overheid zich daarmee gaat bemoeien of daarin geld gaat steken. Maar het is toch gebeurd. [...] Het is niet mijn lolletje, maar het is niet anders.’

In de Raad van de EU stemden alleen Nederland, Spanje en Zweden tegen; 25 lidstaten stemden voor. De Raad heeft ook voor elkaar gekregen dat in elke EU-lidstaat een minimum aantal vouchers is gegarandeerd, ook de landen waar bijna de hele bevolking al internettoegang heeft.

In het Europees Parlement stemden 582 leden voor, 98 stemden er tegen. De meeste oppositie kwam van eurosceptische partijen uit Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. 

Opmerkelijk: op Europees niveau hadden de volksvertegenwoordigers van het VVD en CDA een andere mening dan hun collega's in de Tweede Kamer en VVD-minister Kamp. Toen het WiFi4EU-plan op 12 september 2017 in Straatsburg ter stemming werd gebracht, stemden alle aanwezige leden van het VVD en CDA voor, evenals de Europarlementariërs van D66, GroenLinks en PvdA. ChristenUnie/SGP en PVV stemden tegen, terwijl de SP zich onthield van stemming. 

Nationaal bekritiseren, lokaal profiteren

Hoewel VVD en CDA op nationaal niveau kritiek uiten op het plan, waren het juist raadsleden van die twee partijen die in veel gevallen hun colleges aanspoorden een aanvraag in te dienen. In 75 procent van de gemeenten die tot nu toe met succes een WiFi4EU-voucher hebben aangevraagd, zit de VVD (ook) in het college van B&W. In 65 procent van de gevallen is het CDA (mede) aan de macht.

Online zijn nagenoeg identiekeCDA-persberichten en raadsvragen te vinden waarin alleen de namen van de gemeenten en raadsleden zijn aangepast. De boodschap is telkens: college, deze kans kunnen we niet missen. 

Toen Zevenaar eind vorig jaar te horen had gekregen dat de gemeente was geselecteerd, publiceerde de lokale afdeling van de VVD een juichend persbericht dat de komst van gratis wifi toeschrijft aan de inspanningen van VVD Zevenaar. Overigens is nog maar de vraag of het wifi-feest doorgaat: een gemeentewoordvoerder laat weten dat de eigen financiering nog niet is geregeld. ‘Of het netwerk er daadwerkelijk komt, is nog niet zeker,’ aldus de woordvoerder.

Is het politiek opportunisme van deze twee partijen om eerst op nationaal niveau te proberen een Europees subsidiefonds tegen te houden en dan, als het fonds er eenmaal is, op lokaal niveau aan te dringen op een aanvraag? Een woordvoerder van de Tweede-Kamerfractie van de VVD zegt desgevraagd van niet. ‘Ik zou mee kunnen gaan in je redenering van opportunisme als het dezelfde bestuurslaag was,’ aldus de woordvoerder. Hij benadrukt dat het lokale VVD-fracties en gemeenten met de VVD in de coalitie vrij staat om gebruik te maken van een EU-fonds. ‘[Dat staat] los van het feit dat wij vóór het ontstaan van een dergelijk fonds landelijk daar geen fan van waren. Ik denk niet dat dat elkaar bijt, eerlijk gezegd.’

Ook Hans Bekkers van Binnenlands Bestuur ziet geen opportunisme in de twee verschillende gezichten van CDA en VVD. ‘Dat is hoe de wereld op lokaal niveau draait. Het is vaak wat minder principieel dan op landelijk niveau,’ zegt hij.

‘Als lokaal politicus kan je eigenlijk lastig de afweging maken: is het mijn stad of het volgende dorp (die de subsidie het meest nodig heeft, red.). Dat hoort op een ander niveau,’ zegt een woordvoerder van het CDA-partijbureau. Raadsleden kunnen het EU-systeem niet veranderen. ‘Maar je kunt wel zorgen dat je voor jouw gemeente, waar het misschien heel bruikbaar is, de wethouder aanspoort om daar financiering binnen te halen.’

Lees verder Inklappen

De Europese familie van het CDA, de centrumrechtse Europese Volkspartij (EVP), noemt de totstandkoming van het fonds een van de successenvan de EVP van de afgelopen vijf jaar. Het fonds wordt geroemd als ‘goed instrument om de aan­trekkelijkheid van dorpskernen te vergroten en krimp en leegstand op het platteland tegen te gaan’. 

De verwachting dat vooral het platteland zal profiteren, staat ook in de verordening (de wettekst) waarmee het fonds is opgericht: ‘Lokale draadloze connectiviteit die gratis is en zonder discriminerende voorwaarden, kan de digitale kloof helpen dichten, met name in gebieden die een achterstand hebben op het gebied van digitale geletterdheid, alsook in plattelandsgebieden en afgelegen locaties.’

Of dat lukt, is nog maar de vraag. In Nederland zijn het juist de kleinere gemeenten die bij nader inzien afzien van deelname. Tegelijk gaan er ook vouchers naar de gemeenten Amersfoort, Breda, Delft, Enschede, Eindhoven en Maastricht, die qua inwoners in de top 30 van Nederlandse gemeenten staan. 

Het ‘wie het eerst komt, eerst maalt’-principe biedt geen enkele garantie dat het geld terecht komt bij de gemeenten waar de digitale kloof het grootst is.

Waar zitten de internetlozen?

Lokale CDA-campagnes die voor een aanvraag van WiFi4EU pleitten, verwezen naar cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS): ruim 6 procent van de Nederlandse bevolking had in 2016 geen toegang tot internet. Lokale CDA-fracties vertaalden dat percentage in hun campagnes soms naar hun gemeenten: in Zutphen bijvoorbeeld zouden ‘omgerekend ruim drieduizend inwoners’ zijn zonder internettoegang. Dat veronderstelt dat de internetlozen evenredig verdeeld zijn over het land. Daar is geen bewijs voor. Ook liet het CDA onvermeld dat 64 procent van de mensen uit de CBS-steekproef die niet online gaan, daar gewoon geen interesse in hebben

Een vorig jaar gepubliceerd onderzoek naar de digitale kloof in Nederland liet zien dat de beschikbaarheid van internet maar één van de factoren is die bepalen of iemand internet gebruikt. Ook is helemaal niet duidelijk of het subsidiëren van een wifinetwerk doelmatig is. ‘Er is weinig informatie beschikbaar over welke beleidsinitiatieven en interventies het meest effectief en efficiënt zijn geweest, laat staan over initiatieven die niet het gewenste resultaat hebben opgeleverd,’ aldus het rapport.

Het CBS meldde vorig jaar dat Nederland koploper is in Europa als het om internettoegang gaat. ‘In 2017 had 98 procent van de Nederlandse huishoudens thuis toegang tot internet. Nederland behoort daarmee tot de best scorende Europese landen,’ aldus het statistiekbureau. Bulgarije (67 procent), Griekenland (71 procent) en Roemenië (74 procent) scoorden veel slechter.

Wij zijn eigenlijk heel luxe met 4G

De vouchers die gemeenten zoals Waddinxveen aan ‘Brussel’ hebben teruggegeven, worden nu opnieuw uitgedeeld aan gemeenten die op een reservelijst staan. Mogelijk komen ze nu alsnog terecht in landen als Bulgarije en Griekenland, waar een veel groter deel van de bevolking geen internettoegang heeft. 

Ook volgens Marijn Janssen, hoogleraar ICT & governance aan de TU Delft, wordt de digitale kloof in Nederland nauwelijks veroorzaakt door een gebrek aan toegang tot een internetverbinding. Het probleem is eerder dat mensen geen geld hebben om een smartphone te kopen of de kennis missen. De nadruk op wifi is ook enigszins achterhaald, nu bijna heel Nederland mobiel kan internetten via 4G.

‘Wij zijn eigenlijk heel luxe met 4G. We hebben een vrij goede dekkingsgraad in Nederland,’ zegt Janssen. Dat realiseert hij zich vooral als hij in andere EU-landen is. ‘Dan reis je tussen twee steden door en dan werkt je 4G ineens niet meer,’ zegt hij. Maar ook daar vraagt Janssen zich af of na een paar jaar publieke wifinetwerken achterhaald zullen zijn door andere technologieën zoals 4G of 5G.

Schot hagel

Het lastige met één subsidiefonds voor heel Europa is dat internettoegang enorm verschilt per EU-land. ‘Sommige lopen wat achter, sommige lopen voor. [...] Je zit eigenlijk met hagel te schieten,’ aldus Janssen. Problematisch is ook dat er geen analyse is gedaan waar in Europa dergelijke subsidies het beste zouden landen. De keuze voor het ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’-principe heeft daar bovenop bij gemeenten een angst geschapen om iets mis te lopen.

Hoe kijkt Janssen als Europees belastingbetaler naar dit fonds? ‘De vraag is, is het een druppel op de gloeiende plaat of heeft het ook effect? Ik vind het heel lastig om daar een goed antwoord op te geven.’ 

WiFi4EU moet eerst de kans krijgen zich te bewijzen

CDA-europarlementariër De Lange benadrukt dat het fonds ‘slechts één van de middelen’ is om toegang tot internet te verbeteren. ‘Zoals bij alle nieuwe subsidieprogramma’s is er ook nu uiteindelijk een goede evaluatie nodig. Levert het voldoende op, dient het programma haar doel? Daarvoor moet WiFi4EU eerst de kans krijgen om zich te bewijzen, het is nu te vroeg om harde conclusies te trekken.’

Een aantal andere voucher-ontvangende gemeenten heeft nog geen knoop doorgehakt, maar twijfelt openlijk over nut en betaalbaarheid van het programma. De Limburgse fusiegemeente Horst aan de Maas (42.000 inwoners) kreeg een voucher, maar de dorpen die onderdeel uitmaken van die gemeente hebben ‘geen grote behoefte’ aan openbare wifi-hotspots. ‘Veel mensen hebben al een internetabonnement op hun smartphone, welke ook steeds goedkoper wordt en veelal beter presteert dan ‘gratis’ gemeentelijke wifi,’ aldus het college in een brief aan de gemeenteraad. In die brief belooft het college om in het laatste kwartaal van dit jaar te laten weten wat het definitieve besluit is.

In Delfzijl (bijna 25.000 inwoners, Groningen) gebeurde iets opmerkelijks. Het gemeentebestuur had gemeenteraadslid Rob Kok (Lijst Stulp) in mei 2018 per brief laten weten dat de gemeente geen subsidie zal aanvragen, omdat een kosten-batenanalyse negatief uitpakte. Toch heeft Delfzijl een half jaar later subsidie aangevraagd en gekregen. ‘De WiFi4EU-hotspot bevindt zich bij het station in Delfzijl. Dit is een belangrijke, openbare locatie in de gemeente,’ aldus een woordvoerder. Toen Follow the Money raadslid Kok hier op wees, liet hij weten meteen nieuwe vragen te zullen stellen aan het college, ‘want dit is mij geheel onbekend’. De gemeentewoordvoerder liet weten dat éérst de gemeenteraad antwoord krijgt en dan pas de journalist

De gemeenten die wel doorgaan met het opzetten van EU-wifi hebben achttien maanden de tijd vanaf het moment dat ze een subsidieovereenkomst hebben getekend. Dat betekent dat vanaf de zomer van volgend jaar de eerste netwerken beschikbaar moeten zijn.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Peter Teffer

Gevolgd door 117 leden

Onderzoekt voor FTM hoe EU-geld in Nederland wordt besteed.

Volg Peter Teffer
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

EU-geld in Nederland

Gevolgd door 376 leden

Nederland ontvangt jaarlijks ruim twee miljard aan EU-subsidies. De controle daarop richt zich meestal op of de regels zijn g...

Volg dossier