Khadija Arib tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer.

Khadija Arib tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer. © ANP, Bart Maat

Grensoverschrijdend gedrag mag geen one size fits all-verwijt worden

Was de term ‘grensoverschrijdend gedrag’ aanvankelijk bedoeld voor seksuele misdrijven of seksuele intimidatie, inmiddels is de term van elastiek en omvat het alles tussen onprettig en misdadig. In dit gat springen bureaus, die zonder enige controle of waarborg voor opdrachtgevers klachten onderzoeken en uiteindelijk oordelen over ‘verdachten’. Zolang de grenzen van dit begrip onbepaald blijven, werkt dit willekeur en smaad in de hand. Een gevaarlijke ontwikkeling.

Amsterdamse deurwaarders legden afgelopen jaar voor het eerst bewijsbeslag op telefoons van werknemers. Het ging om arbeidsgeschillen waar grensoverschrijdend gedrag als ontslaggrond was aangevoerd. Zulke ingrijpende maatregelen zijn alleen gerechtvaardigd bij een ernstige normschending, zoals belaging, seksuele intimidatie, aanranding, misbruik. 

#MeToo-slachtoffers zijn hier zeer bij gebaat. Zij zitten vaak met een bewijsprobleem. Deurwaarders leggen steeds vaker verklaringen van anonieme getuigen vast. Een deurwaarder kan een proces-verbaal maken, waarin de melder zich niet bekend maakt, maar zich tegenover de deurwaarder wel heeft gelegitimeerd. 

Een uitkomst voor slachtoffers van ernstige normschendingen, vooral in hiërarchische organisaties waar een zwijgcultuur heerst of waar getuigen bang zijn. Het schandaal rond seksueel grensoverschrijdend gedrag bij The Voice of Holland heeft tot een toename van deze zaken geleid, beamen arbeidsrechtadvocaten. Deze zaken komen nauwelijks in het nieuws, juist omdat ze door de ernst ervan tot strafrechtelijk onderzoek kunnen leiden, waarbij alle luiken dicht gaan tot er een uitspraak ligt.

Deze terughoudendheid die samenhangt met de onschuldpresumptie ontbreekt bij klachten, die kunnen rekenen op de meeste aandacht in de media. Deze klachten gaan niet over ernstig normoverschrijdend gedrag, maar veelal over sociale onveiligheid, over onaardige opmerkingen van collega’s of pestgedrag. Zie wat bijvoorbeeld Matthijs van Nieuwkerk wordt verweten in de DWDD-zaak. 

Voor die klachten worden maatregelen als bewijsbeslag niet toegestaan. Er is geen grond voor strafrechtelijke aangifte. De klachten worden evenwel breed uitgemeten in de pers. Misleidend en verwarrend is daarbij dat seksueel misbruik en onprettig gedrag met hetzelfde begrip ‘grensoverschrijdend’ worden aangeduid.

De drempel voor verkettering, op gezag van meestal anonieme klagers, is schrikbarend laag

‘Grensoverschrijdend’ is een one size fits all-verwijt geworden. Vanwege de potentiële ernst van het verwijt, is de verdenking altijd schadelijk en roept die meteen associaties op met aanranding, mishandeling of seksuele intimidatie. Meldingen van grensoverschrijdend gedrag leiden in veel gevallen tot extern onderzoek, wat in de beeldvorming de ernst op voorhand bevestigt.

Blijkt de melding na onderzoek echter geen aanranding of mishandeling, dan kunnen altijd nog de hokjes ‘agressie’, ‘intimiderende managementstijl’ of ‘onveilige werksfeer’ worden aangekruist. Omdat ‘grensoverschrijdend’ ernstig kan zijn, is het al snel een misstand waarover journalisten schrijven. In de meeste gevallen zijn echter helemaal geen wettelijke normen geschonden. Dan gaat het dus niet om een voetbalbobo die dickpicks heeft gestuurd of om een producent die een acteur heeft aangerand, maar om gedrag dat anderen als kwetsend, onveilig of intimiderend ervaren.

Voor opspraak is niet veel nodig. De drempel voor verkettering, op gezag van meestal anonieme klagers, is schrikbarend laag. Zonder dat er sprake is van normschending, wordt een beschuldigde publiekelijk veroordeeld.

Een mistig moreel toetsingskader

Dat overkwam afgelopen jaar oud-Kamervoorzitter Khadija Arib, PvdA-Kamerlid Gijs van Dijk, Volt-Kamerlid Nilüfer Gündogan, uitgever Mai Spijkers, Matthijs van Nieuwkerk, D66’er Frans van Drimmelen en Atria-directeur Kaouthar Darmoni, naast een stoet andere beklaagden verder weg van de spotlights. 

In veel gevallen zijn externe onderzoeken aangekondigd of uitgevoerd. In deze nieuwe markt biedt een bont gezelschap bureaus inmiddels onderzoeksdiensten aan: van advocatenkantoren tot arbodiensten en van recherchebureaus tot maatschappen van sociaal-psychologen. Zoals bijvoorbeeld Hoffmann (bedrijfsrecherche), Bing (integriteitsonderzoek), Integis (forensische accountants), Bezemer & Schubad (specialist in de aanpak van ongewenste omgangsvormen), om er enkele te noemen.

Waar compliance tot voor kort inhield dat organisaties en ondernemingen moeten voldoen aan geldende wet- en regelgeving, is daar nu een mistig moreel toetsingskader bijgekomen. Organisaties moeten daarbinnen ook voldoen aan regels die niet door de wetgever zijn vastgelegd, maar die worden ingevuld door wat mensen in de organisatie als veilig en onveilig, wenselijk en onwenselijk ervaren. 

Ongewenst gedrag past niet in een veilige werkomgeving, is het motto. En op grond van de Arbo-wet is elke werkgever verplicht een veilige werkomgeving te bieden. Waar de grens ligt, wordt a priori bepaald door wat een melder ervaart en ondervindt. Geen wonder dat een werkgever zich in dit mijnenveld graag laat bijstaan door een onderzoeksbureau.

Een belangrijke speler op de markt van ongewenst gedrag is Hoffmann, bekend van de cynische pay-off Vertrouwen is goed, Hoffmann is beter. Voorheen staken deze speurders hun neus hoofdzakelijk in fraude, diefstal, sabotage en zwendel in het Nederlandse bedrijfsleven. Inmiddels hebben de bedrijfsrechercheurs hun werkterrein verlegd en presenteren zij zich sinds twee jaar als ‘gedragsonderzoeker’. Hoffmann onderzoekt momenteel in opdracht van het presidium de klachten tegen oud-Kamervoorzitter Khadija Arib. 

Een twintig jaar oude echo

Het lijkt alsof dit grensoverschrijdend gedrag pas sinds kort publiekelijk aan de orde wordt gesteld. Feitelijk is het een echo van twintig jaar geleden. 

In 2003 bracht de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) een rapport uit met de titel Waarden, normen en de last van het gedrag. Aanleiding voor de adviesaanvraag was ‘de (vermeende) toename van ongewenst gedrag’. Het was de tijd van Balkenende I en het ethisch reveil, met een beroep op ‘normen en waarden’ in de publieke ruimte en op de werkvloer, wat Balkenende vervolgens plat sloeg tot het verkiezingsmotto ‘Fatsoen moet je doen’. De WRR wijst in zijn rapport op onderzoek van TNO waaruit blijkt dat in 2002 13 procent van de Nederlandse werkenden werd geïntimideerd door chefs en collega’s.  

In het nog altijd actuele WRR-rapport komt de term ‘grensoverschrijdend gedrag’ niet voor. Met reden, want het is geen toetsbare norm. Het rapport maakt onderscheid tussen sociale, morele en wettelijke normen. De WRR wijst er op dat alleen wettelijke normen voor iedereen verplichtend zijn. Sociale en morele normen zijn dat niet, tenzij deze schriftelijk als rechtsbronnen zijn vastgelegd, zoals bijvoorbeeld in reglementen van sportverenigingen. 

In 2003 benadrukte de WRR dat sociale en morele normoverschrijdingen, die niet samenvallen met de wettelijke, een principieel andere reactie vereisen

Dit onderscheid wordt in de jacht op ongewenst gedrag anno 2023 niet of nauwelijks gemaakt. Wie sociale onveiligheid veroorzaakt in de ogen van een ander, wat dat ook moge betekenen, riskeert te worden gebrandmerkt als een dader van grensoverschrijdende gedrag. Hij of zij wordt meestal meteen door de werkgever geschorst. Melders worden per definitie serieus genomen, ook anonieme melders. Welke norm er feitelijk is geschonden, blijft vaak schimmig. Dat mag een extern bureau uitzoeken. 

In 2003 benadrukte de WRR dat sociale en morele normoverschrijdingen, die niet samenvallen met wettelijke normoverschrijdingen, een principieel andere reactie vereisen. Door de sociaal-culturele verschillen in Nederland kan de inhoud van sociale en morele normen sterk verschillen. De WRR noemt conflicten over waarden en normen in een samenleving onvermijdelijk en wijst op het ‘uitermate groot belang’ van een stabiele oplossing voor deze conflicten, ‘om te voorkomen dat de samenleving intern wordt verscheurd’.

‘Ernstig en verdrietig’

Hoe het vooral niet moet, leert de casus van Gijs van Dijk. Vorig jaar klaagden twee vrouwen over dit PvdA-Kamerlid. Dinsdag 8 februari 2022, de dag nadat Marc Overmars bij Ajax opstapte, opende het achtuurjournaal met de beschuldigingen: ‘Opnieuw een zaak van ongewenst gedrag, nu in de politiek.’ De NOS noemde dit grensoverschrijdend gedrag door mannen in een machtspositie’ in één adem met de zaak-Overmars en The Voice. De PvdA joeg Van Dijk prompt de Kamer uit.

In opdracht van de partij onderzocht Bezemer & Schubad de meldingen van grensoverschrijdend gedrag, Het bureau van sociaal-psychologen en seksuologen, dat zich specialist en marktleider noemt in de aanpak van ongewenste omgangsvormen, deed ook onderzoek naar de omgangsvormen bij Ajax en die van Marc Overmars in het bijzonder. In juni 2022 rondde Bezemer & Schubad dit onderzoek af. 

Bezemer & Schubad meldde dat de twee vrouwen zich ‘belogen en bedrogen’ hadden gevoeld in hun privé-relatie met Van Dijk, en dat zij ‘verdriet gehad’ hadden van zijn ongewenste gedrag. De PvdA noemde de conclusies ‘ernstig en verdrietig’. 

Was hier een duidelijke norm geschonden? Dat blijkt nergens uit. De onderzoekers kwamen niet verder dan de conclusie dat Van Dijk zich ‘buiten werktijd geen waardig ambassadeur van de PvdA had getoond’. Wat groots als ontmaskering was ingezet, blijkt een karaktermoord.

Hele ruime ‘delictsomschrijving’

Wie onderzoek doet, zal in vrijwel elke organisatie ‘grensoverschrijdend’ gedrag vinden. Of daarbij ook normen zijn geschonden is een andere vraag. Het afgelopen jaar deden verschillende sportbonden preventief onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag in hun sport. 

Binnen de zwembond, de handboogbond en de badmintonbond had de helft van de leden dergelijk gedrag meegemaakt, waarbij het hoofdzakelijk om ‘emotionele grensoverschrijding’ als plagen, pesten of uitschelden en kritiek op sportieve prestaties ging. Wettelijke normschendingen zoals seksuele delicten of andere strafbare feiten werden niet gemeld. De directeur van de badmintonbond noemde dat ‘een opluchting van korte duur’, want het streven is toch naar ‘een sport waarin geen enkele vorm van grensoverschrijdend gedrag voorkomt’.

De ‘delictsomschrijving’ van grensoverschrijdend gedrag is inmiddels zo ruim dat daders en slachtoffers uitwisselbaar worden. Zo trad de gelauwerde voetbalcoach Vera Pauw in de zomer van 2022 naar buiten met door haar ervaren ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag door KNVB-functionarissen. Enkele maanden later werd Pauw zelf publiekelijk beschuldigd van grensoverschrijdend gedrag. Ze zou ‘obsessief bezig zijn geweest met het gewicht en eetgedrag van speelsters’. Door dezelfde term te gebruiken, stelt men hier aanranding en verkrachting gelijk aan autoritair gedrag en bodyshaming. Dat relativeert enerzijds het seksuele delict en maakt van het als onprettig ervaren gedrag een pseudo-delict. 

Daar komt bij dat in de holtes van deze vage norm hypocrisie, zelfbeklag en lichtgeraaktheid rondkruipen. Nog ernstiger wordt het als onzuivere motieven een rol gaan spelen, zoals in de Haagse politiek het geval lijkt. Zowel bij Khadija Arib, Gijs van Dijk, als Nilüfer Gündogan lijkt politieke afrekening het leitmotiv te zijn. Dat brengt schade toe aan de parlementaire democratie. Een volksvertegenwoordiger kan niet als een willekeurige werknemer worden behandeld.  

Er is een app voor

De marketing van onderzoek naar ongewenst gedrag ondervindt hier geen hinder van, integendeel. Hoe ruimer het begrip ‘grensoverschrijdend’, des te meer onderzoeken. Er ligt een vrijwel grenzeloze markt voor de bureaus open. Hoffmann getuigt hiervan. In september 2020 gaf dit bureau de trend eigenhandig een kontje: ‘Hoffmann signaleert grote toename in ongewenst gedrag op de werkvloer’, schreef het bureau in een persbericht

Anno 2023 staat op Hoffmans website: ‘De laatste tijd wordt Hoffmann weer veel ingeschakeld in onderzoeken naar ongewenst gedrag op de werkvloer: pesten, discriminatie en seksuele intimidatie. En dat laatste zó vaak, dat er wel sprake lijkt van een opleving van de #Metoo-meldingen.’ In de pers verklaarde Hoffmann in 2022 dat 50 procent van zijn werkzaamheden inmiddels bestaat uit onderzoeken naar ongewenst gedrag. 

Op zijn website propageert Hoffmann het gebruik van een speciale app voor de werkvloer. De zogenaamde Report App ‘geeft advies, ondersteuning en maakt het melden laagdrempelig en veilig, waardoor onnodige escalatie wordt voorkomen’. Via de app kan iedere werknemer, sporter of student met zijn mobieltje een ‘informele (interne/externe) melding’ doen in iedere willekeurige situatie die sociaal onveilig is. Hoffmann lijkt dit te gebruiken als een gewiekste vorm van acquisitie. Want wie gaat de meldingen straks onderzoeken?

Aantrekkelijke clickbait

Ook media spelen graag in op de trend. Verhalen over grensoverschrijdend gedrag, bij voorkeur verhalen waarbij het gedrag van bekende of vooraanstaande burgers aan de kaak wordt gesteld, gaan er in als Gods woord in een ouderling. Alles wat grensoverschrijdend is vormt aantrekkelijke clickbait, ook voor kwaliteitskranten.  

Hoofdredacteur Pieter Klok van de Volkskrant bevestigde onlangs dat de definitie van grensoverschrijdend gedrag het afgelopen jaar werd opgerekt. Hij schreef: ‘Het beperkt zich niet langer tot seksuele intimidatie. Werknemers en voormalige personeelsleden van Prometheus hekelden de verstikkende angstcultuur bij de uitgeverij. Even later bleek ook bij het tv-programma De Wereld Draait Door sprake van structureel grensoverschrijdend gedrag. […] Omdat er geen duidelijke definitie is van grensoverschrijdend gedrag, is het lastig om objectief vast te stellen of iemand over de schreef is gegaan.’

Het zal de voorkeur hebben om dan te kunnen putten uit een gelekt rapport van een extern onderzoeksbureau. Nog steeds blijft het de vraag of het gedrag dusdanig over de schreef ging dat de publieke schandpaal is gerechtvaardigd. Alle reden voor journalisten om hier kritisch naar te kijken. 

Zoals parlementair verslaggever van de Volkskrant Ariejan Korteweg die in oktober 2022 in een uitzending van WNL verklaarde dat hij van ‘heel veel mensen’ had gehoord ‘dat steeds vaker wordt geprobeerd met anonieme aantijgingen mensen kalt te stellen’. Hij concludeerde dat integriteit een soort chantagemiddel en wisselgeld is geworden: ‘Je kunt elkaar verwijten maken en zo iemand eruit werken. Dat gebeurt in de politiek, maar ook in bijvoorbeeld de sport en op universiteiten.’

De vraag wat de motieven zijn van de melders en van de opdrachtgever van het onderzoek moet nadrukkelijk worden gesteld

Eind december had de Volkskrant weer een primeur. Kaouthar Darmoni was ontslagen als directeur van Atria, het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis in Amsterdam. Ze zou zich schuldig hebben gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag. De Volkskrant had een gezaghebbende bron: ‘Dit blijkt uit een extern onderzoek van Hoffmann Bedrijfsrecherche, waarvan de conclusies in handen zijn van de Volkskrant.’ 

Dat juist deze vrouw zich grensoverschrijdend had gedragen, was saillant, vond de Volkskrant: ‘Atria adviseert zelf overheden en bedrijven over het creëren van een veilig werkklimaat en het bestrijden van grensoverschrijdend gedrag.’ Ook hier moet nadrukkelijk de vraag worden gesteld wat de motieven zijn van de melders en van de opdrachtgever van het onderzoek.

Het klakkeloos overnemen wat commerciële onderzoekers op verzoek van hun opdrachtgevers in rapportages concluderen is onverstandig. Dat bevestigt ook hoogleraar bestuurskunde Michiel de Vries, die tegenover de NOS afgelopen jaar veel integriteitsonderzoeken onbetrouwbaar noemde. Volgens hem sturen opdrachtgevers steeds vaker de opdracht of de conclusies, en ontbreekt deugdelijk wederhoor. Daardoor kunnen onzuivere motieven onder de radar blijven: ‘Vaak is het zo dat men een persoon of wil weg hebben of wil beschermen. En sommige bureaus die worden ingeschakeld, verdienen daar geld aan en luisteren naar wat de opdrachtgever wil.’

Oud-Kamerlid Van Dijk heeft inmiddels juridische stappen gezet tegen Bezemer & Schubad. Hij deed aangifte, omdat het bureau onbevoegd recherche-onderzoek deed en diende een claim in tegen het bureau. De PvdA heeft ondertussen met Van Dijk geschikt. Meer claims in vergelijkbare onderzoeken zullen ongetwijfeld volgen. Aannemelijk is dat ook Hoffmann op de conclusies van zijn rapportages juridisch zal worden aangesproken.

Laten we vooral hopen dat straks niet overal werknemers en ambtenaren met een porte d’alarme van Hoffmann in hun binnenzak rondlopen. Het zal niet bevorderlijk zijn voor de sociale veiligheid op de werkvloer. Stop deze losgeslagen geest dus snel weer terug in de fles.