• De laatste van wat? Is er een woord weggevallen?

In dit hoofdstuk laat Niko Roorda zien hoe de akelige problemen waarmee we momenteel kampen, wortelen in het economische systeem. En die wortels zijn op hun beurt gegrondvest in de falende misinterpretaties van de economie als theoretische discipline.

Vooraf

‘Eigendom’ is een impetuswoord, zo toonde ik vorige week aan door middel van een reeks voorbeelden. Mijn bewering lokte een stevige discussie uit tussen onder meer Adriaan van Van, Jean Klijnen, Johan24, W Hoogkamer en anderen. Deze week ga ik op dat onderwerp door, onder meer door te kijken naar ‘rechtmatig eigendom’. Ik vermoed dat de discussie erover nog wel even zal doorlopen.

De nieuwe aflevering is het begin van hoofdstuk 3 van mijn boek. De economie is een protowetenschap, zoals hoofdstuk 2 aantoonde, en dat heeft enorme, rampzalige gevolgen. Hoofdstuk 3 zet een aantal van die gevolgen op een rij en laat zien hoe die wortelen in het economische systeem: wortels die op hun beurt gegrondvest zijn in de falende misinterpretaties van de economie als theoretische discipline.

3.1. Groei

Om de discussie op gang te brengen begint het hoofdstuk met een bizarre smaakmaker.

Het Restasis-patent

De Saint Regis Mohawk indianen wonen in een reservaat op de grens van de Amerikaanse staat New York en de Canadese provincie Ontario. Ze leven daar voornamelijk van de inkomsten van hun casino’s. Medio 2017 werden deze oorspronkelijke Amerikanen blij gemaakt met een mooi geschenk van een farmaceutische firma genaamd Allergan. Ze kregen het patent op restasis, een geneesmiddel tegen droge ogen. Dat was niet zomaar een medicijn, want het leverde Allergan een omzet op van anderhalf miljard dollar per jaar. De Mohawks hoefden helemaal niets te betalen voor hun cadeau. Sterker, ze kregen geld toe, want Allergan huurde het patent onmiddellijk weer terug voor een bedrag van 13,75 miljoen dollar ineens plus 15 miljoen dollar per jaar.

Merkwaardige handelwijze, niet? Om het patent zomaar weg te geven. Allergan haalde 10% van zijn omzet en zelfs 15% van zijn winst uit restasis. Dat is geen wonder, want het populaire middel was duur: in 2008 kostte het nog $117 per doosje van dertig porties (concentratie werkzame stof: 0,05%), maar de producent maakte blij gebruik van zijn alleenrecht op verkoop en verhoogde de prijs in stapjes tot $274 per doosje in 2017. Daarmee was het middel de nummer twee melkkoe voor het bedrijf: op nummer één stond botox.

Het patent op restasis zou officieel nog tot 2024 doorlopen. Maar de geldigheid ervan werd betwist door concurrenten, waaronder Teva Pharmaceuticals, Mylan en Akorn. Zij spanden in 2015 een rechtszaak aan om het patent ongedaan te maken, zodat ze een veel goedkoper generiek middel met dezelfde werkzame stof op de markt zouden kunnen brengen.

Nu is het reservaat van de Saint Regis Mohawks een soevereine natie binnen de Verenigde Staten, op grond van een uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof uit 1940. In hun eigen taal heet het reservaat Mohawk Nation at Akwesasne, een natie van 54 vierkante kilometer met zo’n 3300 burgers. Dat feit bracht het Texaanse advocatenkantoor Shore Chan DePumpo op een idee. Hun advies volgend schonk Allergan Farmaceuticals, dat zag aankomen de rechtszaak te zullen verliezen, het patent op restasis aan de Mohawkse natie. Vanwege de soevereine status van het landje had de Amerikaanse rechter daar immers niets te zeggen!

Dat was natuurlijk een prachtig idee. Direct nodigden de indianen ook andere bedrijven uit om hun bedreigde patenten aan hen te schenken: zij hoopten dat de patentinkomsten spoedig die uit de casino’s zouden overtreffen. In augustus 2017 volgde computerproducent SRC Labs, dat eveneens patenten overdroeg en terughuurde, waarna de indiaanse leiders onmiddellijk Microsoft en Amazon voor de rechter daagden vanwege inbreuken op ‘hun’ patenten.

Dit absurde verhaal is echt gebeurd. Maar het liep anders af dan Allergan hoopte, want in oktober 2017 stak een rechter er een stokje voor, door het patent op restasis wel degelijk per direct op te heffen. De rechter sprak in zijn vonnis van ‘eyewash’, wat ‘oogwater’ betekent maar ook ‘lariekoek’. Desondanks werd het principe van de methode niet verboden, dus voor de Mohawks is er nog hoop op een mooie toekomst.

Is de restasis-truc wangedrag? Dat mag iedereen voor zich uitmaken; fatsoenlijk zal het optreden van Allergan door weinigen genoemd worden. Dat bleek ook uit commentaren van Amerikaanse parlementariërs en media: de vriendelijkste beoordeling was ‘sham’, schijnvertoning.

Op het eerste gezicht lijkt het verhaal over restasis een gekke uitzonderlijkheid. Maar in de loop van dit hoofdstuk zul je zien dat er veel meer van dit soort voorbeelden bestaan, die samen aantonen dat onze economische leefwereld ernstig ziek is en op allerlei manieren onduurzaamheid veroorzaakt.

Eigendom

Oh, we weten het onszelf prima uit te leggen: de planeet Aarde, met alles erop en eraan, is van ons. Ons erfgoed, ons bezit, ons rentmeesterlijk beheer, ons genot, ons eigendom, of wat voor woorden je er ook voor wilt gebruiken. Ik gebruik als algemene term eigendom, en als je dat juridisch niet correct vindt mag je het zelf flexibel vervangen door een of meer van de bovenstaande of door een eigen keuze. (Dit is een disclaimer.)

Dat woord ‘eigendom’ is, samen met al die verwante woorden, een fundamenteel woord van de economie. In het slotgedeelte van het vorige hoofdstuk liet ik zien hoe het tot vreemde verschijnselen kan leiden in verband met de verdeling van bodemschatten en het exploitatierecht van menselijke genen. Ook het restasis-verhaal gaat weer over eigendom en exploitatierecht. Als je het hebt over economie, dan is het eigendomsprincipe misschien wel het meest fundamentele concept van alle, want tal van andere begrippen zijn ervan afgeleid, zoals koop en verkoop, en dus handel, geld, banken, kapitaal, betalen, aandelen, derivaten, winst,belasting, schenken, lenen, huren, leasen, diefstal, verovering, rijkdom, armoede, allerlei soorten fraude en nog veel meer, kortom: misschien wel de gehele economie. Ga maar na: probeer elk van deze woorden maar eens te definiëren zonder (eventueel stiekem) gebruik te maken van eigendom of een van zijn (ongeveer) synoniemen. Als een samenleving het begrip ‘eigendom’ niet kent of het danig anders definieert dan wij, zal hun economie beslist radicaal anders georganiseerd zijn.

Dat is een uiterst belangrijke constatering. Want ‘eigendom’ is een impetuswoord. En dus kon het wel eens zijn dat alle ervan afgeleide woorden dat ook zijn.

Het idee of het gevoel ‘van mij!’ is niet alleen bij mensen te vinden: het bestaat net zo hard bij andere diersoorten. Kijk naar een hond die een bot heeft: heb je wel eens geprobeerd om zo’n ding af te pakken van een pitbull die grommend zijn tanden laat zien? Goed, honden zijn door mensen gefokt. Maar je kunt ook denken aan een tijger in het wild: zou je daarvan een prooi durven afpakken? Tijgers verdedigden hun bezittingen al voordat er mensen waren.

Ook gebieden, zoals bossen, steppen en moerassen, worden in eigendom genomen. Dat gebeurde zelfs al minstens honderd miljoen jaar geleden, in een periode dat de op muizen lijkende voorouders van mensen nog een bescheiden bestaan leidden in een door dinosauriërs gedomineerde wereld. Want mieren bakenen het gebied van hun nest af, en zij bestaan al zeker honderd miljoen jaar zonder veel wijzigingen: ze zijn een langlopend succesnummer van de evolutie. Het mierlijke territorium wordt met hand en tand verdedigd tegen soortgenoten van andere nesten, of juist met grof geweld op hen veroverd, hetgeen laat zien dat oorlog al evenmin door mensen is uitgevonden.

Het zijn niet alleen mieren die oorlog voeren. Onze naaste verwanten, de chimpansees, kunnen er ook wat van: groepen chimpanseemannen trekken erop uit als het leefgebied van hun groep te klein is geworden. Ze vechten met de mannen van naburige groepen, doden er een aantal en pakken hun land af. Zo rapporteerdeJane Goodall over de gruwelijke, vier jaar durende ‘Gombe Chimpansee Oorlog’ in Tanzania, die zich voltrok tussen 1974 en 1978. John Mitani schreef zelfs over een tien jaar durende oorlog tussen groepen chimpansees in Oeganda, waarbij minstens achttien doden vielen.

Rechtmatig eigendom

Eigendom en afpakken bestonden dus allang voordat wij mensen ten tonele verschenen. Maar we hebben wel iets nieuws toegevoegd. Om te beginnen is dat het woord ‘eigendom’, als uitdrukking van het bewuste besef dat we heer en meester zijn van zaken zoals: goederen, gebieden, ideeën, dieren en zelfs andere mensen.

Een tweede menselijke innovatie is dat we pogingen doen om aan onszelf uit te leggen waarom het ‘juist’, ‘goed’, ‘rechtvaardig’ of op zijn minst ‘rechtmatig’ is dat we zulke zaken in eigendom hebben. Religieuze leiders verklaren ons dat het gaat om een door God gegeven recht in de vorm van eigendom of van rentmeesterschap. Filosofen schreven boeken om ons eigendomsrecht op ethische of morele gronden te bewijzen. Belangrijke bijdragen zijn onder meer geleverd door Plato, Aristoteles, Thomas Hobbes, David Hume en Karl Marx. Daarbij schreven zij zowel over particulier eigendom, waarbij individuele mensen eigenaar van iets zijn, als over gemeenschappelijk eigendom, waarbij een grotere groep, bijvoorbeeld een land, gezamenlijk eigenaar is. (Bij landen heet dat niet ‘eigendom’ maar ‘territoriale soevereiniteit’.)

Een interessant standpunt is ingenomen door John Locke. Hij schreef:

‘Hoewel de aarde, en alle lagere wezens, gemeenschappelijk van alle mensen zijn, heeft toch ieder mens het eigendom van zijn eigen persoon: niemand heeft daar enig recht op behalve hijzelf. De arbeid van zijn lichaam en het werk van zijn handen zijn geheel van hem. Dus als hij iets verwijdert uit de staat waarin de natuur het heeft verschaft en het vermengt met zijn arbeid of met iets dat van hem is, dan maakt hij het daardoor zijn eigendom.’

Dus wie een stuk grond met zijn zweet vermengt om het te bewerken, wordt daar automatisch de eigenaar van, zo meende Locke. Op voorwaarde dat je de eerste bent die dat doet. En dat je lid bent van de species homo sapiens, anders telt het niet. Dieren die geen mensen zijn kunnen niet eigenaar zijn.

Het wonderlijke is dat onze voorouders zelf lang geleden evenmin homo sapiens waren. Er was ooit een tijd dat er nog geen ‘wijze mensen’ op de planeet rondliepen. Maar dat veranderde toen sommige primaten rechtop gingen lopen en steeds grotere hersenen kregen. Ergens in die tijd moet ons ‘rechtmatige’ eigenaarschap begonnen zijn. Of pas later, toen de eerste vaste woonplaatsen werden ingericht?

De mensheid is minimaal zo’n driehonderdduizend jaar oud. De oudste archeologische resten van de nog jonge mensheid die tot nu toe gevonden zijn, zijn aangetroffen in Marokko: ze zijn naar schatting 315.000 jaar oud, en ze vertonen als eerste onmiskenbaar de kenmerken van de moderne mens.

Al geruime tijd daarvoor hadden zich andere diersoorten van ‘onze’ tak aan de evolutionaire stamboom afgescheiden – of wij van de hunne, want het is maar net hoe je het zien wilt. Veertien miljoen jaar geleden gingen orang-oetans en wij elk onze eigen weg; acht miljoen jaar geleden de gorilla’s. Twee miljoen jaar na het afscheid van de gorilla’s was er een vertakking waaruit de huidige chimpansees en bonobo’s voortkwamen. Onze eigen tak, dat wil zeggen de in Afrika wonende tak waaruit de moderne mens voortkwam, splitste daarna nog vele malen. De meeste soorten die daaruit voortkwamen zijn al lang geleden uitgestorven: het was een komen en gaan van mensapen en mensachtigen.

Minder dan een miljoen jaar geleden, toen ‘wij’ al vrij duidelijk mensachtige trekken hadden, splitste onze tak opnieuw. Zo ontstonden, ergens tussen 800 en 400 duizend jaar geleden de neanderthalmensen, die Afrika verlieten en zich in Europa en Azië vestigden.

‘Wij’ vervolgden ons eigen evolutiepad en vertoonden zoals gezegd minstens 315.000 jaar geleden eigenschappen die kenmerkend zijn voor de moderne mens, homo sapiens. Vervolgens zwermden wij net als homo neanderthalensis vanuit Afrika uit naar Europa en Azië. De oudste sporen die daarvan tot nu toe gevonden zijn, bevinden zich in het huidige Israël en zijn circa 180 duizend jaar oud. Ergens tussen 120 en 80 duizend jaar geleden betraden wij ook het gebied dat nu China heet, waarna Australië op zijn laatst 45 duizend jaar geleden bereikt werd.

Het was waarschijnlijk rond 25 duizend jaar geleden, gedurende een felle IJstijd, dat Amerika voor het eerst door mensen werd betreden. Zij kwamen uit Azië en arriveerden in Alaska via de tijdelijk drooggevallen Beringstraat: door het massieve landijs was het zeeniveau verlaagd. Helemaal zeker is die intocht niet: er bestaan ook alternatieve theorieën over de eerste Amerikanen. In Alaska konden de mensen als gevolg van de aanwezigheid van barre ijsvlakten duizenden jaren niet verder. Maar vanaf 17 of 16 duizend jaar geleden begonnen ze aan een lange gebiedsuitbreiding in de richting van de uiterste punt van Zuid-Amerika, waar ze rond 13 duizend jaar geleden arriveerden.

De laatste, geïsoleerde stukjes land volgden nog niet zo heel lang geleden. De Melanesische eilanden kregen menselijke bewoning vanaf misschien vijfduizend jaar voor nu. Via Polynesië werd Hawaï rond 400 na Christus bereikt, waarna Paaseiland vermoedelijk rond 800 of zelfs pas rond 1200 volgde.

De hekkensluiter was Antarctica, dat in 1773 bijna werd ontdekt door James Cook, maar pas echt in 1820 door meerdere expedities. De eerste mens die het continent betrad was vermoedelijk scheepskapitein John Davis in 1821. Pas in 1978 werd er voor de eerste keer een mens geboren op Antarctica.

En nu is de hele wereld van ons.

De mythe van de edele wilde

Wij, de mensen, trokken dus de wijde wereld in. Vanuit Afrika naar Azië, Europa, de Amerika’s en de rest. We gebruikten de natuur die we aantroffen naar believen, zonder op de gevolgen te letten. Verwijtbaar kun je dat natuurlijk niet noemen, want in die prehistorische tijden was er geen enkele manier om de ongunstige gevolgen te voorzien. Helaas, overal waar we kwamen, zorgden we voor verwoesting. Moderne vertellers zoals Jared Diamond en Yuval Noah Harari beschreven wat er gebeurde, iedere keer als de mens voor het eerst een nieuw gebied betrad. Hun bittere conclusie is: Overal waar de mens verschijnt, treedt direct een regionale uitsterfgolf op.

Zo leefden er in Amerika ooit tal van grote diersoorten. Maar terwijl de mensen – de voorouders van de indianen – voor het eerst van noord naar zuid door Noord-Amerika trokken, stierf het Noord-Amerikaanse paard uit, net als het reuzengordeldier, de mastodont, de mammoet, de cheetah, de leeuw, de reuzenluiaard, de kameel en tal van andere grote diersoortenn. Het ging niet alleen om zoogdieren, want ook de reuzencondor stierf uit, net als de sabeltandzalm en vele, vele andere soorten. Toen vervolgens ook Zuid-Amerika menselijke bewoning kreeg, stierf daar prompt het Zuid-Amerikaanse paard uit, evenals de grootste lama, een hoefdier, een olifantachtige, een beer en de sabeltandtijger. Bij de intocht van de mens in Australië en Madagaskar gebeurde hetzelfde. Steeds waren het de grootste dieren die het snelst uitstierven, enerzijds omdat ze de interessantste prooien voor de jacht waren, anderzijds omdat ze zich het traagst voortplantten. De dieren waren niet gewend aan mensen en waren er niet bang voor; tegen de tijd dat ze ontdekten hoe gevaarlijk de menselijke immigranten en hun stenen en speren waren, was het voor veel soorten te laat.

Dat betekent, dat het naïeve idee van de ‘edele’ of ‘nobele wilde’ een fictie is. Deze romantische gedachte wordt doorgaans toegeschreven aan de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau, die de term echter nooit gebruikte. Wel meende Rousseau dat de mens van nature goed is maar door de maatschappij wordt bedorven. De term ‘nobele wilde’ werd wel, zelfs al eerder, expliciet genoemddoor Marc Lescarbot en door anderen. Volgens deze mythe zou de ‘primitieve’ mens in een staat van harmonie leven met de natuur, een evenwicht dat pas verstoord wordt als de beschaving toeslaat. In werkelijkheid is in tal van werelddelen de natuur aangetast door de komst van de eerste mensen. Landschappen werden vernietigd, de bodem verdroogde en verschraalde, planten en dieren stierven massaal uit. Zoals microbioloog Rosanne Hertzberger kernachtig samenvatte in het televisieprogramma Zomergasten:De vroege mens heeft doorgejaagd tot de laatste op zijn bordje lag.

Er is inmiddels een brede wetenschappelijke consensus dat het de mens is, en niet of nauwelijks een andere oorzaak, die de uitstervingsgolven in het Pleistoceen, de periode waarin de mens zich verspreidde, veroorzaakte. Dat er nog steeds veel soorten uitsterven is dus niet nieuw, behalve door het veel hogere tempo en de wereldwijde schaal waarop dat thans plaatsvindt.

Het beeld van de wijze indianen die voor de blanke kolonisatie de Amerikaanse natuur uitstekend beheerden of er harmonieus deel van uitmaakten, is ontstaan door het contrast met de Europese immigranten die de Amerikaanse natuur nog veel rigoureuzer vernielden dankzij ‘betere’ technologie. Het beeld is voorts versterkt door de inderdaad wijze en poëtische toespraak, doorgaans toegeschreven aan opperhoofd Si'ahl (Seattle), die ik in de vorige aflevering citeerde. En bovendien door een romantische hunkering naar een idyllisch bestaan, liefst zonder moderne technologie, die onder meer wordt gevoed door de New Age-beweging. In werkelijkheid hebben de voorouders van de indianen en van andere inheemse volken, ruim voor de komst van de blanken, door schade en schande geleerd om het beetje natuur dat hen nog restte niet verder kapot te maken. Althans, sommige voorouders hebben dat geleerd: zij die het niet leerden zijn er niet meer.

Groei: De menselijke populatie

Niet alleen het menselijk territorium groeide, ook ons aantal. Figuur 3.1 toont de groei van het aantal mensen sinds het begin van homo sapiens, driehonderdduizend jaar geleden. De grafiek loopt omhoog tot meer dan elf miljard mensen in het jaar 2100, in overeenstemming met de meest recente verwachtingen van het Departement van Economische en Sociale Zaken (UN DESA) van de Verenigde Naties.

Figuur 3.1. Omvang van de wereldbevolking vanaf het begin van homo sapiens tot het jaar 2100.
Rechts: ingezoomd vanaf het einde van de Middeleeuwen.

Wat de grafiek laat zien is een uiterst krachtige exponentiële groei tot voorbij het jaar 2000. Het groeitempo was in de twintigste eeuw zelfs méér dan exponentieel, omdat de verdubbelingstijd, die bij een zuiver exponentiële groei constant is, in werkelijkheid steeds korter werd – ondanks wereldoorlogen, epidemieën en stalinistische & maoïstische humanitaire catastrofes – totdat de verdubbelingstijd op twee derde van de twintigste eeuw slechts 35 jaar bedroeg. Dat komt overeen met 2% groei per jaar. Dat groeitempo is duizelingwekkend snel. Het betekent een verachtvoudiging van de wereldbevolking per eeuw. Als de groei in datzelfde tempo onverminderd zou doorgaan, zou onze planeet in het jaar 3540 van korst tot kern uit menselijk weefsel bestaan (zie Figuur 3.2), in 5633 de gehele Melkweg met zijn honderd miljard sterren en planeten, en in 6761, als de mensheid slechts anderhalf procent ouder is dan nu, het gehele universum…

Figuur 3.2. Links: in het jaar 2648 zijn er op Aarde alleen nog maar staanplaatsen (inclusief de oceanen).
Rechts: in het jaar 3540 bestaat de Aarde van korst tot kern uit menselijk weefsel.

De absurde uitkomst laat zien: de groei van het aantal mensen gaat ooit een keer stoppen. Dat is zeker.

Vanzelfsprekend moet de groei van de menselijke populatie in werkelijkheid al heel veel eerder afremmen en tot stilstand komen, omdat de Aarde anders onherstelbaar beschadigd wordt. De eerste tekenen van afremming zijn gelukkig al zichtbaar in de rechterhelft van Figuur 3.1, hoewel het daar nog om een verwachting gaat, geen zekerheid.

Is de afremming op tijd en voldoende om rampen te voorkomen? Het antwoord op deze cruciale vraag hangt niet alleen af van de snelheid waarmee de omvang van de mensheid groeit. Net zo bepalend is de groei van de gemiddelde productie per persoon en het beslag op grondstoffen en milieu dat daaruit voortvloeit. De grafiek van de productieontwikkeling staat in Figuur 3.3. Op de verticale as staat het Gross World Product (gwp) per capita, dus het Bruto Wereldproduct (bwp) per persoon. Dat is een gemiddelde, berekend over alle mensen die op een bepaald moment leven: rijk en arm bij elkaar. De waarden zijn uitgedrukt in US-dollars van 1990, dat wil zeggen, ze zijn gecorrigeerd voor inflatie en mogen dus echt met elkaar vergeleken worden.

Figuur 3.3. Bwp (Bruto Wereld Product) per persoon. Rechts: ingezoomd vanaf de industriële revolutie.
Bronnen: Bradford DeLong (1998) en IMF (2018).

Om te zien wat dat betekent voor de wereldwijde productie van alle mensen samen, moeten de grafieken van Figuur 3.1 en Figuur 3.3 gecombineerd worden. Deze keer gaat dat niet, zoals in de aflevering van 17 maart bij de grafieken van Figuur 2.6, door voor ieder jaar de waarden bij elkaar op te tellen. De totale welvaart verkrijg je door de gemiddelde productie per persoon te vermenigvuldigen met het aantal mensen. Het resultaat daarvan is afgebeeld in Figuur 3.4, waarin het aantal mensen het bwp per capita in het beginjaar 1750 op ‘1’ zijn gesteld, waardoor ook het totale bwp in dat jaar 1 is: 1 x 1 = 1. De grafiek laat zien dat de wereldproductie in geldwaarde sinds 1750 meer dan duizend maal zo groot is geworden.

Figuur 3.4. Bwp totaal, vanaf de industriële revolutie; 1750 = 1.

Tenslotte

Wat is er eigenlijk aan de hand met die economische groei? Tal van economen verzekeren ons dat ‘groei moet’. Maar waarom dan wel? En hebben ze gelijk? Ik schrijf er volgende week over, met de Nederlandse pensioenleeftijd als voorbeeld. Ook laat ik zien of het klopt dat economische groei automatisch gepaard gaat aan materiële groei, dus met een toename van de ecologische voetafdruk. Dat is niet logisch noodzakelijk, maar hoe zit het met de praktijk? Ik reken het je voor. Tot volgende week!

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Niko Roorda

Gevolgd door 649 leden

Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

Volg Niko Roorda
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Een duurzame economie

Gevolgd door 1080 leden

Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

Volg dossier