• Groepen burgers "voelen" zich niet alleen onmachtig, ze zijn het ook.
  • Ook in het bedrijfsleven zijn de topsalarissen in deze periode geëxplodeerd.
  • Volgens mij hoef je je niet economisch achtergesteld te voelen om niet blij te zijn met de EU (n.t.v.m Europa) of gevestigde politiek.

Ook jouw gemeente krijgt steeds meer taken en dus macht. Lokale journalisten zijn steeds minder in staat om deze macht te controleren. Daarom gaat Follow the Money lokaal.

De ongelijkheid in inkomens en vermogens neemt in de hele westerse wereld — ook in Nederland — al zo'n veertig jaar gestaag toe. Hoe komt dat? Wat zijn de gevolgen? En, belangrijker: wat kunnen we eraan doen?

In het regeerakkoord van het kabinet Rutte-III komen de woorden ‘inkomensongelijkheid’en ‘vermogensongelijkheid’ niet één keer voor. Dat is opmerkelijk, want Thomas Piketty — de Franse auteur van het geruchtmakende boek Kapitaal in de 21ste eeuw — was in november 2014 nog te gast in de Tweede Kamer om de problematiek rondom ongelijkheid toe te lichten.

In Nederland blijkt de belangstelling voor deze problematiek echter sterk te zijn gebonden aan partijpolitiek. Van de regeringspartijen besteedt alleen de ChristenUnie in haar laatste verkiezingsprogramma expliciet aandacht aan inkomens- en vermogensongelijkheid; VVD en CDA doen dat niet. Bij D66 valt het woord ‘ongelijkheid’ vier keer, maar dan met name in relatie tot kansen op onderwijs.

De linkse oppositiepartijen besteden er in hun verkiezingsprogramma’s — net als de ChristenUnie — zeker aandacht aan, maar deze kant van het politieke spectrum heeft geen machtspositie verworven bij het electoraat. De democratie is kennelijk nog niet voldoende gemotiveerd om de groeiende ongelijkheid een halt toe toe te roepen.

Inkomens- en vermogensongelijkheid neemt wereldwijd toe

En dat terwijl de ongelijkheid sinds het begin van de jaren tachtig in veel landen toeneemt. Het World Inequality Report (uitgebracht op 14 december 2017 door de Paris School of Economics) bevat een grote hoeveelheid data die alle in dezelfde richting wijzen: een mondiaal stijgende sociaaleconomische ongelijkheid. De auteurs signaleren wereldwijd sinds 1980 een toenemend verschil in inkomens en vermogens, zij het dat de mate waarin dit gebeurt per regio (sterk) verschilt.

"Nederland komt er qua inkomensongelijkheid nog goed vanaf"

Zo ontving de top 1 procent qua inkomen in 1980 zowel in de VS als in Europa ongeveer 10 procent van het nationaal inkomen (vóór belasting). In 2016 was dit percentage in de VS opgelopen tot 20 procent; in Europa tot 12 procent. In Noord-Amerika verdienden in 2016 de 10 procent best betaalden 47 procent van het nationaal inkomen, tegen 34 procent in 1980. In Europa zijn deze percentages 37 respectievelijk 32 procent. Nederland volgt grosso modo de ontwikkeling in Europa.

De sterke toename in de Verenigde Staten van zowel de inkomensongelijkheid als de vermogensongelijkheid vindt historisch gezien plaats vanaf het presidentschap van de Republikein Ronald Reagan. Ook de Democraat Bill Clinton heeft het free-wheeling capitalism gestimuleerd, door onder meer het Amerikaanse bankwezen te dereguleren. In Groot-Brittannië hebben Margaret Thatcher en vervolgens de sociaal-democraat Tony Blair het neoliberalisme vaart gegeven; in Nederland waren het de regeringen van Ruud Lubbers en Wim Kok die een neo-liberaal beleid in de steigers zetten.

Interessant hierbij is om te constateren dat het neoliberalisme politiek breed gedragen werd: zowel rechts als links-midden geloofden in de kracht van deregulering, marktwerking en privatisering. Dit leidde in Europa tot loonexplosies in de top van voorheen publieke ondernemingen in de nuts-sector (bijvoorbeeld bij elektriciteitsbedrijven). In de financiële sector ging het gepaard met exorbitante bonussen voor een kleine groep top-medewerkers.

De belastingmaatregelen die de Republikeinen in de week voor Kerstmis 2017 door het Congres loodsten, versterken deze inkomensongelijkheid. Ter illustratie: onderstaande grafiek, die is ontleend aan een analyse van het US Tax Policy Center (Urban Institute en Brookings Institution) geeft aan dat bij de dit jaar doorgevoerde belastingverlaging de hoogste inkomensgroepen de grootste voordelen behalen in termen van netto-inkomen. Dat is ook in 2025 nog het geval. Daarna wordt een deel van de belastingverlaging teruggedraaid, om te voorkomen dat de overheidsschuld te ver oploopt. Maar: ook hier ondervinden de laagst betaalden weer het minste voordeel.

Nederland komt er qua inkomensongelijkheid nog goed vanaf. Vanaf de Tweede Wereldoorlog daalde deze tot 1980 gestaag; vervolgens trad enige stabilisatie op. Sinds de eeuwwisseling zijn de verschillen echter weer begonnen te groeien.

Dat een toenemende ongelijkheid van inkomens mede leidt tot accumulatie van vermogens, spreekt voor zich. En dat is wat het World Inequality Report laat zien. 

Inkomensongelijkheid leidt ook tot regionale bevoorrechting

Hogere inkomens gaan meestal samen met betere opleidingen. Deze combinatie leidt vervolgens weer tot andere maatschappelijke voordelen, zoals grotere maatschappelijke invloed.

Zo worden AZC’s niet in Vught of Wassenaar gepland, want daar hebben de burgers meer invloed op de politieke besluitvorming dan in Oranje, Steenbergen of Ter Apel. Zo komen er ook meer windmolens in het Zeeuwse natuurgebied, dan in het waterwingebied bij Bloemendaal en Aerdenhout. De Randstad wordt ontzien, ten koste van de perifere regio’s.

Wat beweegt de thuisblijvers?

Groepen burgers voelen zich hierdoor in toenemende mate onmachtig en gaan daardoor ‘verkeerde’ dingen doen en zeggen. Niet altijd even handig, wel begrijpelijk. Het zijn ook die groepen burgers die zich onmachtig en bedreigd voelen door ‘Europa’, door de ‘politiek’ en door immigranten. In tegenstelling tot de bovenlaag van de samenleving, heeft dit deel van de bevolking geen vat op deze ontwikkelingen, maken zij geen deel uit van netwerken, die daarover besluiten nemen. Dit is een voedingsbodem voor populisme.

Electorale inertie en desinteresse? 

Beleid wordt ontwikkeld door democratisch gekozen politici en vervolgens ter goedkeuring aan de volksvertegenwoordiging voorgelegd. Zij krijgen op deze wijze dus blijkbaar het mandaat om een beleid te voeren dat toenemende ongelijkheid mogelijk maakt. Het regeerakkoord van Rutte-III bevat er mooie illustraties van, zoals de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting.

De veelbesproken inkomensplaatjes laten over de gehele kabinetsperiode ook enige denivellering zien. De conclusie lijkt dat het merendeel van het electoraat inert is waar het ongelijkheid betreft, of misschien wel baat denkt te hebben bij een groeiende ongelijkheid. Opinie- en beleidsmakers zullen zich erop moeten richten om deze maatschappelijke inertie en desinteresse te verminderen om voldoende democratisch draagvlak te krijgen. In afwezigheid van dit draagvlak blijft het verminderen van de ongelijkheid een utopie. Hierna bespreken we de mogelijke effecten van niet-stemmers en de rol van de media op de voortgaande ongelijkheid.

De opkomst bij verkiezingen 

De vraag komt op of het democratisch proces tot een uitkomst kan leiden die het beheersen van ongelijkheid tot een thema maakt. Een eerste aanknopingspunt is het analyseren van de kenmerken van stemmers en van thuisblijvers.

De opkomst bij de laatste verkiezingen voor de Tweede Kamer was 82 procent. Dat is alleszins redelijk, maar in de VS en Frankrijk trokken de laatste presidentsverkiezingen respectievelijk 57 en 66 procent van het electoraat. Bij het Brexit-referendum bleef 28 procent thuis. Nederland behoort in Europa door de jaren heen in de middenmoot bij het percentage niet-stemmers en doet het ten opzichte van de Verenigde Staten heel goed.

Maar wat beweegt de thuisblijvers? Zou het zo kunnen zijn dat dit juist de ‘vergeten burgers’ zijn? En stel dat deze mensen wel zouden gaan stemmen, wat doet dat met de uitslag — en dus met het overheidsbeleid?

Hoe lager de opleiding, hoe geringer de opkomst. De stem van degenen die het meest te lijden hebben van ongelijkheid wordt in Nederland relatief het minst gehoord. Aardige illustratie: in Wassenaar bedroeg de opkomst in 2017 bijna 86 procent, in Rotterdam was dat maar zo’n 72 procent.

In de Verenigde Staten is dat niet anders. Volgens gegevens van het Pew Research Center zijn de niet-geregistreerde kiezers overwegend jong, arm en niet-blank. Een analyse van niet-stemmers bij de verkiezingen van 2012 laat zien dat de opkomst lager is naarmate het opleidingsniveau en het inkomensniveau lager zijn.

Maar ook de hobbels die Staten kunnen opwerpen voor burgers om zich te laten registreren als kiezer, vormen een aanslag op het democratisch proces. In veel staten van de VS moet je tegenwoordig een identiteitsbewijs met pasfoto — denk bijvoorbeeld aan een paspoort of rijbewijs — hebben om te mogen stemmen. Maar paspoorten en rijbewijzen kosten geld. Gevolg: juist de armste en meest gemarginaliseerde burgers wordt zo hun stemrecht ontnomen.

En dan is er nog het beruchte gerrymandering: het verleggen van de grenzen van kiesdistricten op zo’n wijze dat de partij die de macht heeft, zich kan verzekeren van meerderheden in de districten gedurende vele jaren. En de winner takes all. Op dit moment zijn het vooral de Republikeinen die hier profijt van hebben.

"Waar blijft de permanente verslaglegging over het nationale probleemgebied Rotterdam Zuid?"

De rol van de media

De media spelen een belangrijke rol in het bevorderen (of althans niet verwerpen van) ongelijkheid. In Nederland worden de opinieleiders onder de media (kranten, tijdschriften, talkshows) allemaal in Amsterdam gemaakt, merendeels door in Amsterdam woonachtige redacteuren. In andere landen is dat niet anders. In Duitsland draait het om Frankfurt, Hamburg en Berlijn, in Frankrijk om Parijs, in de Verenigde Staten om New York en Washington.

Een aardig voorbeeld is de verhuizing van NRC Handelsblad in 2011, van Rotterdam naar Amsterdam. Het perspectief van deze media is dat van de kosmopolitische burger. Die wordt gekenmerkt door een hoge opleiding met een uitstekend salaris, net als de wereldreiziger. 

De kernvraag is hier hoe de media uit hun kosmopolitische bubbel komen en werkelijk belangstelling krijgen voor de niet-kosmopolitische burger. Waar blijft de permanente verslaglegging in een van de Nederlandse kwaliteitskranten over het nationale probleemgebied Rotterdam Zuid? Hoe leven de mensen daar — met meer dan 100 nationaliteiten bij elkaar, een hoge werkloosheid, een grote uitval in het onderwijs en veel uitkeringstrekkers? Hoe vordert het met veel tamtam aangekondigde Nationaal Programma Rotterdam Zuid? 

Daar komen we niet achter door een jaarlijkse rapportage in een van de kranten of in een talkshow; het vergt vrijwel permanente aanwezigheid van voornoemde media op locatie. Kranten zijn immers ook permanent aanwezig binnen de Amsterdamse ring, op het Binnenhof en bij voetbalclubs. Met andere woorden: hoe krijgen we de media in een rol waarbij een verantwoordelijkheid voor de hele samenleving wordt aanvaard?

De geschiedenis leert dat wanneer de tegenstellingen in een samenleving groeien, de wal vroeg of laat het schip zal keren. Of het nu Franse revolutie (1789) is, of het Palingoproer in Amsterdam (1886), of de massale betogingen van de vakbeweging zoals we die in jaren ‘70 en ‘80 van de vorige eeuw zagen.

Voor politici zou een verdere toename van het hedendaagse populisme een drijfveer moeten zijn om de samenleving bewust te maken van de noodzaak van een meer evenwichtige verdeling van de welvaart en daardoor grotere cohesie binnen de samenleving.

Reeds in de 18e eeuw bracht de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau het contrat social onder woorden. Het wordt tijd dat we dat in ere te herstellen.

Over de auteur

Rochus van der Weg

Rochus van der Weg heeft systeemtheorie gestudeerd in Groningen en in Toulouse en is vervolgens 20 jaar werkzaam geweest bij...

Lees meer

Volg deze columnist
Over de auteur

Laurens Knegt

Lees meer

Volg deze columnist
Dit artikel zit in het dossier

FTM Lokaal

Gevolgd door 103 leden

Van Noord-Oost Groningen tot Zeeuws-Vlaanderen en van Den Helder tot Maastricht: deze waakhond komt naar je toe.

Lees meer

Volg dossier

Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

word lid
Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteurs Annuleren