© CC0 (Publiek domein)

    In de jaren 50 voorspelde M. King Hubbert dat olie vanaf het jaar 2000 steeds schaarser en minder rendabel zou worden. Het tegenovergestelde is gebeurd: door stijgende olieprijzen en technologische ontwikkelingen kunnen we steeds méér olie oppompen. Betekent dat dan dat we best nog even kunnen doorgroeien?

    Naar aanleiding van mijn vorige afleveringen werd in het forum heftig gediscussieerd over de problemen die het gevolg zijn van de groei van de menselijke wereldbevolking. En over oplossingen. 

    Meerdere mensen vinden dat het aantal mensen drastisch omlaag moet. Maar ze zeggen er niet bij hoe dat dan bereikt moet worden. Aan mensen die dat soort dingen voorstellen — en ik kom ze regelmatig tegen vanwege het werk dat ik doe, bijvoorbeeld bij lezingen — vraag ik dan altijd of ze vrijwilligers zijn om als eerste de planeet te verlaten, en ik heb nog nooit iemand gehoord die dan spontaan ‘ja’ zei. Dus zo’n voorstel is gemakkelijk en gratuit.

    Gelukkig zijn er ook mensen die begrijpen dat er maar één goede, prettige manier is om bevolkingsgroei af te laten remmen en tot stilstand te brengen: welvaart. Ook in arme landen, en trouwens ook in arme bevolkingsgroepen in rijke landen, moet het de mensen eerst beter gaan voordat de gezinnen kleiner worden en de groei eruit gaat. Inderdaad: dat betekent dat er een fase is waarin de ecologische effecten enorm toenemen, en dat is een groot bezwaar. Maar het is de enige humane weg. Dus we moeten eerst met ons milieubeslag verder groeien voordat we ecologisch kunnen krimpen. Eerst omhoog, dan omlaag: de toekomst van de mensheid gaat over een bergpas. Het is niet anders. 

    Die bergpas wordt lager naarmate wetenschap en techniek ons in staat stellen om welvaart te realiseren met steeds veel minder milieuschade, dus met een toenemende milieu-efficiëntie (zoals dat heet). Bijvoorbeeld door fossiele en kernenergie te vervangen door duurzame energie. Daar wordt hard aan gewerkt, en niet zonder succes. 

    Ik eindigde de vorige keer met een opmerking over de Neo-Malthusianisten. Ik herhaal die laatste zin even, dan kom je er gemakkelijker weer in. 

    2.3.2.3. Groeipatronen (vervolg)

    Robert Malthus maakte zich in de eerste plaats druk om de voedselproductie, die de groeicurve van een exponentiële bevolkingsgroei op den duur nooit zou kunnen bijhouden. Neo-Malthusianisten — de term werd in 1877 ingevoerd door de Nederlander Samuel van Houten — breidden later de argumenten van Malthus uit tot andere fysieke grenzen, waaronder het opraken van eenmalig winbare grondstoffen zoals metalen en fossiele brandstoffen, en aantasting van de veerkracht van de natuur (zie Ehrlichs boek The Population Bomb en het recentere artikel van het echtpaar Ehrlich dat je zelf kunt downloaden.).

    Voedsel

    Desondanks kregen Malthus en zijn navolgers stevig de wind van voren. Van links en van rechts: van Karl Marx, Friedrich Engels (zoals samengevat door Ronald Meek) en Vladimir Lenin tot Bjørn Lomborg en Julian Simon en vele anderen. De voornaamste kritiek was en is, dat er dankzij de moderne technologie helemaal geen sprake is van harde grenzen of maximale capaciteiten. Verbeterde landbouwtechnieken, waaronder toepassing van kunstmest en grootschaligheid, hebben ertoe geleid dat de voedselproductie in de afgelopen twee eeuwen enorm is toegenomen: veel sterker dan lineair. Er wordt ook nu nog steeds ruimschoots genoeg voedsel geproduceerd om alle monden te vullen; dat er nog honger bestaat is niet het gevolg van tekorten maar van een slechte verdeling, als gevolg van oorlogen, droogte, armoede, vluchtelingenstromen.

    Metalen

    Het beslag op metalen en andere eenmalig winbare grondstoffen is verhoudingsgewijs sterk verminderd dankzij recycling en vervanging (substitutie) door andere, minder schaarse of zelfs hernieuwbare materialen, en als gevolg van miniaturisatie, slimme constructies en productieprocessen die minder materiaal vergen. Milieuscepticus Julian Simon ging in 1980 zelfs een weddenschap aan met ecoloog Paul Ehrlich over de prijsontwikkeling van vijf metalen op de wereldmarkt: volgens Simon zouden hun prijzen in de tien jaren vanaf de weddenschap dalen, volgens Ehrlich zouden ze stijgen als gevolg van toenemende schaarste. Simon kreeg gelijk.

    Olie

    In de jaren ’50 van de twintigste eeuw voorspelde M. King Hubbert op grond van berekeningen en theoretische modellen dat peak oil zou plaatsvinden rond het jaar 2000. De later naar hem genoemde Hubbert Peak is het moment waarop de economisch winbare hoeveelheid oliereserve niet langer toeneemt maar zijn top bereikt om vervolgens te gaan afnemen, waarna een groeiende schaarste tot steeds hogere prijzen zou leiden. Toen het jaar 2000 voorbijging zonder een naderende peak oil, voorspelde Deffeyes peak oil in 2004. Ook dat kwam niet uit: tot nu toe is peak oil uitgebleven. Hetzelfde geldt voor voorspellingen van peak uranium, peak aardgas, peak steenkool, koper, goud en diverse andere materialen.

    Het uitblijven van peak oil is, net als het uitblijven van voedseltekorten, vooral te danken aan nieuwe technologie. Dankzij offshore oliewinning is de beschikbare hoeveelheid olie enorm toegenomen. Door deze en andere slimme technologieën is veel meer olie eerst technisch winbaar en vervolgens ook economisch winbaar geworden, wat betekent dat de winning dankzij lagere kosten financiële winst oplevert.

    De olie- en gasreserves zijn nog extra toegenomen doordat de winning van bepaalde fossiele materialen, die voorheen als te verwoestend werd gezien, thans toelaatbaar wordt geacht. Schuivende normen, dus. Dat gaat om het afgraven van teerzand, bijvoorbeeld in Canada, en om fracking (fracturing), waarbij olie en gas die zich diep onder de grond in poreuze rotslagen bevindt worden gewonnen door het gesteente aldaar te verbrijzelen.

    Hebben Malthus en de zijnen dan eenvoudig ongelijk? Dat hangt ervan af hoe je het bekijkt. 

    Milieu

    Aan de ene kant heeft de technologische vooruitgang ervoor gezorgd dat de productie van voedsel en grondstoffen enorm veel sneller groeit dan Malthus ooit had kunnen denken. Terugkijkend is dat niet vreemd, want wat wetenschap en techniek in de afgelopen honderd tot tweehonderd jaar tot stand hebben gebracht is formidabel en grenst aan het ongelooflijke: in de ogen van mensen die net als Malthus rond 1800 leefden moeten wij wel een soort magiërs lijken.

    Aan de andere kant wordt er voor deze spectaculaire productiegroei een hoge prijs betaald. 

    Bij de winning van teerzand in Canada worden duizenden vierkante kilometers oppervlakte, veelal natuurgebied, letterlijk afgegraven, waardoor de omgeving verandert in een soort maanlandschap (Figuur 3.21). Daarbij wordt de natuur vernietigd en grond- en rivierwater vergiftigd, tot groot verdriet van de oorspronkelijke bewoners.

    De andere innovatie, fracking, veroorzaakt naast bodemverontreiniging ook aardbevingen, net zoals de meer traditionele winning van aardgas in Nederland en elders. 

    De dramatische gevolgen van de winning en het transport van aardolie vanuit ijzige gebieden zijn al geschetst bij de start van dit boek in case 1.1, over de ramp met de Exxon Valdez in 1989. 

    De effecten van offshore oliewinning blijken pijnlijk duidelijk uit de nog grotere ramp met het boorplatform Deepwater Horizon, eigendom van offshore booronderneming TransOcean die in opdracht van oliemaatschappij BP olie won uit de bodem van de Golf van Mexico. De zee was daar 1,6 kilometer diep, de aangeboorde oliebron was nog eens 4 kilometer dieper. In april 2010 vond er een eruptie (blow-out) plaats, waarbij een grote hoeveelheid gas uit de bron ontsnapte, waarna het reusachtige boorplatform explodeerde (figuur 3.22). Het bleek niet mogelijk om de brand te blussen, het platform zonk na twee dagen. De eerder aangebrachte eruptieafsluiters van de oliebron bleken van ondeugdelijke kwaliteit, waarna het pas in september lukte om alle ontstane lekken op de zeebodem definitief te dichten. In de tussentijd was 780 miljoen liter olie in de zee terechtgekomen, waardoor 1800 kilometer kustlijn werd vervuild. 

    De kosten die BP maakte om de lekken af te sluiten bedroegen 9,5 miljard dollar. Daarbovenop betaalde BP minstens 37 miljard dollar aan schoonmaakkosten en schadevergoeding. In 2014 oordeelde een federale rechter dat BP zich had schuldig gemaakt aan grove nalatigheid en opzettelijk wangedrag (‘gross negligence and willful misconduct’).

    Niet de input maar de output

    Hoe dramatisch zulke grote rampen ook zijn, ze vallen in het niet in vergelijking met een tragere maar veel grotere ramp: klimaatverandering, misschien wel de ernstigste ecologische bedreiging sinds het begin van de mensheid. Daaraan is te zien dat het er helemaal niet toe doet wanneer peak oil optreedt, of peak gas of peak steenkool. Die datums zijn irrelevant, want lang, heel lang voordat er aan de aanvoerzijde van de fossiele brandstoffen schaarste begint op te treden, is er aan de afvoerzijde een veel belangrijker beperking in de vorm van broeikasgassen. Het is niet de input die een grens stelt aan het gebruik van olie, gas of steenkool, maar de output, bestaande uit een optelsom van een langzame maar zekere vernietiging van het leefmilieu (als wij ons geen passende beperkingen opleggen) en een keten van korte maar felle rampen.

    Hetzelfde geldt voor de toepassing van kernenergie: ook daar komt de voornaamste beperking niet voort uit de winning van een eindige hoeveelheid uranium (en ander nucleair splijtmateriaal, zoals thorium, dat nog lang ruimschoots voorradig is) maar uit schade door de combinatie van langdurig afval en plotselinge rampen.

    Alle peaks zijn nu

    Een andere manier om datzelfde te zeggen is, dat de economische winbaarheid – de winstgevendheid dus – van fossiele brandstoffen net als die van uranium als sneeuw voor de zon zou verdwijnen zodra de echte prijs ervan zou worden toegepast, dus als alle externaliteiten zouden worden verrekend in de productieprijs, inclusief alle gevolgen van klimaatverandering. Tot de externe kosten behoren onder meer de gevolgen van extreem weer, grootschalige misoogsten, reusachtige branden, voedseltekorten, ondergelopen megasteden, duizenden doden en honderden miljoenen klimaatvluchtelingen. Tenzij zulke grote rampen dankzij intensief en effectief klimaatbeleid voorkomen kunnen worden; in dat geval bestaan de externe kosten uit de gevolgen van klimaatverandering die nu al niet meer voorkomen kunnen worden, plus de vermijdingskosten van verdere rampen, dat wil zeggen: de gigantische kosten van een wereldwijde energietransitie in de landbouw, de industrie, de handel, de huishoudens en het transport.

    Als vanaf vandaag alle externaliteiten in de prijs van aardolie opgenomen zouden worden, zou peak oil onmiddellijk bereikt zijn.

    Hetzelfde geldt voor peak gas en peak steenkool. Peak uranium zou zelfs nog heviger inslaan, aangezien de echte prijs van kernenergie weliswaar niet calculeerbaar is, maar in ieder geval zeer veel hoger is dan het bedrag dat thans in de berekeningen wordt gehanteerd.

    Geremde groei

    Alles bij elkaar betekent dit, dat Malthus in een bepaald opzicht gelijk heeft. Want om te beginnen kan het aantal mensen niet oneindig doorgroeien, omdat de berekeningen in de vorige aflevering lieten zien dat er dan ooit een moment aan zal breken waarop de totale massa van het universum uit menselijk weefsel bestaat; het is evident dat de bevolkingsgroei lang voordien zal moeten afremmen en tot stilstand komen. 

    Overigens helpt het niet om de groei alleen maar te vertragen, zonder hem te stoppen. Dan duurt het weliswaar langer voordat een cruciaal punt bereikt wordt, maar bereikt wordt het toch.

    Maar dat is niet alles. In werkelijkheid moet de groei van de menselijke populatie vanzelfsprekend al heel veel eerder afremmen en tot stilstand komen, omdat de Aarde anders onherstelbaar beschadigd wordt. Dat roept de vraag op: is er al een teken van afremming?

    Het antwoord is ‘jazeker’, en figuur 3.23 laat dat zien.

    Uit die grafiek blijkt dat de jaarlijkse groei, die rond 1970 nog 2,1% was, in 2016 is afgenomen tot 1,2%. De verdubbelingstijd is opgelopen tot meer dan 60 jaar. De groei neemt echt af!

    Minstens zo belangrijk is de vraag, hoe zich dat in de loop van de 21e eeuw zal ontwikkelen. Het antwoord daarop is te vinden door de grafiek van figuur 3.18 wat uit te vergroten. Want in die figuur, getoond in de vorige aflevering, werd de omvang en groei van de menselijke populatie getoond tussen 300.000 voor Christus en het jaar 2100. Dat geeft weliswaar veel overzicht, maar wat minder inzicht, omdat ons huidige tijdsgewricht in de grafiek erg wordt samengedrongen. Figuur 3.24 toont daarom de grafiek nogmaals, maar dan ingezoomd op de periode vanaf het jaar 500.

    De ingezoomde figuur 3.24 laat zien dat de bevolkingsgrafiek toch niet echt overeenkomt met de Vier Groeicurven-grafiek A, die een zuiver exponentiële groei toonde. De groei zal in de 21e eeuw steeds verder afremmen. Dat is althans de verwachting van experts, zoals die van het Departement van Economische en Sociale Zaken van de Verenigde Naties (UN DESA), die elke paar jaar nieuwe verwachtingen berekenen voor de toekomstige groei van de wereldbevolking.

    Komt de curve misschien overeen met grafiek B van de Vier Groeicurven, dus met logistische groei? Met andere woorden, groeien wij (dat wil zeggen: onze klein- en achterkleinkinderen) uiteindelijk op een nette manier in de richting van de maximum capaciteit van de Aarde? Helaas: dat kan niet het geval zijn, want we weten immers dat de wereldwijde ecologische voetafdruk al tientallen jaren ruimschoots groter is dan de biocapaciteit van de planeet. Dat betekent dat de mensheid al is doorgeschoten. Er treedt al systematisch schade op. Figuur 3.24 moet dus vergeleken worden met grafiek C of met grafiek D: zwak geremde groei, dan wel instorting. Dat is een ernstige bedreiging voor mensen en voor tal van andere diersoorten: van hun welzijn, en misschien zelfs van hun voortbestaan.

    De spannende vraag is dus: welke van de twee grafieken volgen wij als mensheid: C of D? Met andere woorden: zijn we, nu we de maximum capaciteit van onze planeet lelijk overschreden hebben, gezamenlijk nog in staat om tijdig en voldoende krachtig terug te veren naar de capaciteit die onze planeet aankan – wellicht mede door die capaciteit verder te vergroten – of is instorting inmiddels onvermijdelijk geworden?

    Het antwoord op deze cruciale vraag hangt niet alleen af van de snelheid waarmee de omvang van de mensheid groeit. Er zijn twee andere factoren die mede bepalend zijn. De ene factor is de groei van de gemiddelde welvaart per persoon en het beslag op grondstoffen en milieu dat daaruit voortvloeit. Daarover volgt binnenkort meer. De andere factor is de veerkracht van de natuur, die in belangrijke mate bepalend is voor de biocapaciteit van de planeet. In hoeverre houdt de natuur stand?

    Tenslotte

    Als je die vraag stelt, over hoe en of de natuur zich staande houdt, dan kom je vanzelf terecht bij het woord biodiversiteit. Daar schrijf ik dus de volgende keer over, en ook over een verwant woord dat niet in het woordenboek staat maar daar volgens mij wel in thuis hoort: antropodiversiteit. Dat licht ik nu natuurlijk nog niet toe, want ik hou je graag nieuwsgierig.

    Dat neologisme mag dan misschien wel grappig klinken, maar het verhaal eromheen is dat niet. Het wordt een verhaal over eenzaamheid. Over verlies van verwanten, dichtbij en ver weg (in de stamboom van de evolutie). Een verhaal dat pijn doet.

    Een eerste vooraankondiging zie je al in de huidige aflevering. De foto’s van een iguana en van een hibiscus zijn stille getuigen van wat er gebeurt als de dreiging die Malthus uitsprak door velen wordt onderschat, zoals nu. Er komen meer van zulke foto’s, volgende week. Want nogmaals: de dreiging die groei veroorzaakt schuilt niet als eerste in de aan- maar in de afvoerzijde. In wat we kapot maken als prijs voor onze welvaart.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Niko Roorda

    Gevolgd door 713 leden

    Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

    Volg Niko Roorda
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Een duurzame economie

    Gevolgd door 1244 leden

    Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

    Volg dossier