Beeld door Het Nieuwe Instituut - Architecture Collection
© CC0 (Publiek domein)

Twee debatten en drie artikelen later: dit hebben we geleerd over een groener belastingstelsel

    Klimaatverandering voorkomen en werkloosheid oplossen – en dat zonder dat het de schatkist extra geld kost. Die belofte doet Ex'tax, een denktank die een belastingverschuiving propageert waardoor arbeid goedkoper en grondstoffen duurder worden. De afgelopen weken onderwierpen we dat idee aan een uitgebreid onderzoek.

    Shakshuka is een lunchgerecht dat bestaat uit gepocheerde eieren, een pittig tomatensausje en ui, die in olijfolie gebakken en op brood geserveerd worden. Bij het Amsterdamse restaurant Instock krijg je er gegrilde groenten bij, een zoetzuur uitje en kaastoast. Al die ingrediënten heeft Instock gratis en voor niets gered uit de reststromen van de voedingsmiddelenindustrie. Toch staat het gerecht voor een kleine 7 euro bij het restaurant op de kaart.

    Mede-oprichter Freke van Nimwegen legt uit hoe dat kan: ‘Het is best veel werk om die reststromen te redden, te selecteren wat we ditmaal hebben binnengekregen en daar nieuwe recepten mee te bedenken. Veruit het grootste deel van onze kosten is daarom gerelateerd aan arbeid, ruim 60 procent van onze inkomsten gaat daaraan op. Daarnaast hebben we nog een beetje inkoop. Minimaal 80 procent van onze ingrediënten is gered, maar wij moeten ook gewoon een fles olijfolie kopen. Dan heb je nog de huur van het pand, logistiek, een beetje overhead. We maken nog geen winst, hoewel we met vrijwel gratis ingrediënten werken. Dat heeft dus voornamelijk te maken met de arbeidskosten.’

    52 procent belastingen op arbeid, 0,3 procent op vervuiling

    Dit is precies de balans waar Ex'tax iets aan wil doen. Deze denktank, die opgericht is vanuit het gedachtengoed van de Nederlandse managementgoeroe Eckart Wintzen, staat een verschuiving van de fiscale balans voor. ‘Op dit moment is 52 procent van alle belastingen die de overheid binnen krijgt op de een of andere manier een belasting op arbeid,’ legt vice-president Peter Gersen uit. ‘Slechts 6 procent zou je een groene belasting kunnen noemen, terwijl maximaal 0,3 procent van het totaal een belasting is op vervuiling. Zo rijden we de circulaire economie, die doorgaans meer arbeid kost maar minder grondstoffen, in de wielen.’

    De afgelopen weken onderzocht Follow The Money het idee van een belastingbalansverschuiving van arbeid naar grondstoffen. We vroegen verschillende circulaire ondernemers naar de invloed die dat zou hebben op hun business case, we organiseerden twee debatavonden over het thema en we spraken met activisten, hoogleraren en onderzoekers over de wenselijkheid ervan. Dit artikel is een samenvatting van die zoektocht.

    Deze evenementen organiseerden we:

    Vorige week maandag was Follow The Money mediapartner bij een debatavond in het Rotterdamse Blue City. Onderzocht werd hoe de Circulaire Economie rondrekent en welke invloed het belastingstelsel daarop heeft. Sprekers waren Arie Bleijenberg van MVO Nederland, emeritus hoogleraar Milieukunde Klaas van Egmond, PbL-onderzoeker Hendrik Vrijburg, Ex’Tax-voorman Peter Gersen en FTM-journalist Ties Joosten. De avond werd gemodereerd door Geert Maarse.

    Afgelopen dinsdag organiseerde Follow The Money een debatavond in het Amsterdamse Pakhuis de Zwijger, waar de ideeën van Ex’tax nader onderzocht werden. Naast opnieuw Peter Gersen en Ties Joosten waren te gast: Freke van Nimwegen (Instock), Hans Hammink (de Architekten Cie.), Bert van Son (Mud Jeans) en PbL-onderzoeker Herman Vollebergh. De avond werd gemodereerd door Frederique de Jong.

    Het debat in Pakhuis de Zwijger kun je hier terugzien:

    Lees verder Inklappen

    ‘Ik zou direct meer mensen aannemen’

    In het eerste verhaal dat hierover bij FTM verscheen, gaf Phllip Troost van GroenCollect al aan dat de financiële balans van zijn bedrijf er een stuk rooskleuriger zou uitzien wanneer arbeid minder, en grondstoffen meer zouden worden belast. GroenCollect haalt met voormalige bijstanders afval op in Rotterdam: iets dat veel geld kost, omdat de loonkosten vanwege verschillende belastingen en sociale lasten maar liefst 73 procent hoger liggen dan het bedrag dat zijn werknemers op hun rekening gestort krijgen.

    Er liggen nog zoveel kansen in het opwaarderen van afvalstromen

    Was dit verschil kleiner, dan zou Troost ‘direct meer mensen aannemen. Er liggen nog zoveel kansen in het opwaarderen van afvalstromen. Als ik minder zou moeten betalen voor arbeid, dan zou ik ervoor willen zorgen dat meer mensen uit de bijstand komen en minder afval in de verbrandingsoven verdwijnt.’

    Niet alle circulaire ondernemers maken dezelfde afweging. Had Superuse Studios, een duurzaam architectenbureau dat onder meer de transformatie van het Rotterdamse Blue City leidt, meer financiële ruimte gehad door een dergelijke belastingbalansverschuiving, dan zou oprichter Jan Jongert ‘meer arbeid en ambacht in het bouwproces inzetten. Ook zouden we onderzoeken of we nog meer componenten en materialen eerst kunnen repareren of bewerken zodat het in de bouw ingepast zou kunnen worden.’

    Bij Natural Tableware, dat wegwerpservies maakt van palmbladeren en afvalstromen uit de suikerrietindustrie, zou een belastingbalansverschuiving op twee fronten een voordeel opleveren. Directeur Thomas Kascha: ‘Wij concurreren met de plasticindustrie. Die produceert tegen spotprijzen, omdat ze klimaatschade niet doorrekenen. Als zij de “echte prijs” van hun product zouden rekenen, dan zouden wij concurrerend zijn, wat onze afzetmarkt zou vergroten. Een verlaging van de arbeidskosten in Nederland zou bovendien een extra milieuvoordeel kunnen opleveren. Nu produceren wij namelijk vooral in China, omdat dat in Nederland onbetaalbaar is. Als de arbeidskosten hier lager worden, dan halen we dat graag terug, want de uitstoot die bij het transport vrijkomt vermijden we natuurlijk graag.’

    Alle ondervraagde circulaire ondernemingen verwachten dat ze meer financiële ruimte zouden krijgen wanneer de belastingen op arbeid lager en die op grondstoffen hoger zouden worden. Bij RotterZwam, dat paddenstoelen op koffiedik kweekt, is volgens oprichter Siemen Cox ongeveer 75 procent van de kosten gerelateerd aan arbeid. Lagere werkgeverslasten zou hij doorvertalen in een hoger loon voor zijn werknemers. Ook bij MudJeans, een bedrijf dat spijkerbroeken maakt van oude spijkerbroeken en waar je betaalt voor het gebruik van je spijkerbroek, maar niet voor het bezit, is arbeid gerelateerd aan administratie, marketing, distributie en sales veruit de grootste kostenpost. Met extra financiële ruimte zou directeur Bert van Son fietskoeriers willen gaan inzetten, om zo de distributie van de spijkerbroeken verder te verduurzamen.

    ‘Innovatie is per definitie mensenwerk’

    Dat een verschuiving van de belastingbalans voor dit soort bedrijven positief uitpakt, heeft volgens belastingdeskundige Arie Bleijenberg van MVO Nederland twee redenen: ‘In de eerste plaats moeten deze duurzame ondernemingen concurreren met minder duurzame bedrijven, voor wie milieuvervuiling gratis is. Eigenlijk is dat oneerlijke concurrentie. Als de belasting op grondstoffen omhoog gaat, wordt die scheve verhouding dus iets rechter getrokken. Daarnaast zijn deze circulaire start-ups arbeidsintensief. Ze proberen innovatieve nieuwe producten of productieprocessen te verzinnen, en innovatie is per definitie mensenwerk. Een lagere belasting op arbeid maakt bij dit soort bedrijven dus een groot verschil.’

    Opvallend is dat de verschillende circulaire ondernemingen voor verschillende routes kiezen, mocht die belastingbalans verschuiven. Het ene bedrijf kiest voor het aannemen van extra werknemers, een ander kiest ervoor zijn werknemers meer te betalen. De een wil de prijs van zijn circulaire producten omlaag brengen, de tweede wil investeren in onderzoek, een derde wil zijn productieproces verder verduurzamen. Opvallend verschijnsel: geen van de ondervraagde ondernemers zou ervoor kiezen om de extra financiële ruimte om te zetten in extra winst, ze kiezen er allemaal voor om het op de een of andere manier te herinvesteren.

    ‘Deze ondernemers zijn op een missie,’ stelt Bleijenberg. Ze willen iets goeds doen voor de samenleving. Een gezonde financiële basis is daarbij belangrijk, maar meer geld verdienen is verder van secundair belang. Bij grote bedrijven zie je juist een andere dynamiek. Daar is de aandeelhouderswaarde bovengeschikt aan de meerwaarde voor de samenleving als geheel.'

    "Op benzine betaal je bijna 60 procent belasting, terwijl kerosine voor vliegtuigen vrijwel onbelast is"

    En de efficiëntste groene belasting van allemaal is...

    Maar wat zou er met de Nederlandse economie als geheel gebeuren als de overheid daadwerkelijk aan de belastingknoppen draait op de manier die Ex'tax voorstelt? Waar en wanneer is het vergroenen van het belastingstelsel zinvol, en hoe doe je dat?

    Om op die vragen een antwoord te geven, publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PbL) eind 2017 een groot onderzoek met als titel Fiscale vergroening: belastingverschuiving van arbeid naar grondstoffen, materialen en afval. De belangrijkste conclusie: ‘Milieuvervuilende bedrijven zouden moeten betalen voor de schade die ze veroorzaken. (...) Om die vervuiler te laten betalen, moeten milieubelastingen zo direct mogelijk de vervuilende activiteit zelf belasten.

    Dat gebeurt echter niet, milieuvervuiling wordt volgens het PbL op dit moment niet efficiënt belast. Tot die conclusie komt het onderzoeksinstituut nadat het de route die grondstoffen binnen de economie doorlopen, onder de loep genomen heeft. Het onderscheidt daarin vier stadia: het moment dat grondstoffen gewonnen worden, het moment dat de grondstoffen bewerkt worden tot materialen en producten, het moment waarop deze materialen en producten geconsumeerd worden en het moment waarop deze de afvalfase ingaan.

    Het PbL identificeert een aantal belastingen die nu al bestaan en als groen te kenmerken zijn: belastingen op energie (zoals belasting op aardgas en elektriciteit), belastingen op gebruik van olie (zoals de accijns op benzine en diesel), belastingen op voertuigen (zoals de bpm) en belastingen op materialen, afval en water (zoals leidingwaterberlasting).

    Deze belastingen richten zich vrijwel allemaal op de consumptiefase, het derde door PbL geïdentificeerde stadium. De consument betaalt bijvoorbeeld hoge energiebelastingen voor het gebruik van aardgas (en die zullen de komende jaren nog hoger worden), terwijl bedrijven die gas als grondstof gebruiken om er andere materialen mee te maken nauwelijks belast worden. Bij benzine betaalt de consument bijna 60 procent aan belastingen en accijnzen, terwijl de kerosine die vliegtuigen tanken om vliegreizen te kunnen aanbieden vrijwel onbelast is.

    Ondertussen vindt het grootste deel van de klimaat- en milieuvervuiling in Nederland in de tweede fase plaats: het moment dat grondstoffen verwerkt worden tot materialen. In 2016 stootten industrie en energiebedrijven samen bijvoorbeeld 95 megaton broeikasgassen uit, 57 procent van de totale uitstoot aan broeikasgassen in Nederland.

    Volgens klimaatpublicist Remco de Boer maakt het niet zoveel uit of groene belastingen door bedrijven of consumenten betaald worden, want uiteindelijk komen de kosten toch bij de klant terecht. Het PbL is het met die denkrichting niet eens. Aan de ene kant omdat een alternatief voor de consument niet altijd voorhanden is: een automobilist heeft weinig alternatieven voor benzine. Tegelijk zal een belasting op een milieuvervuilend eindproduct de producent onvoldoende motiveren om het productieproces efficiënter in te richten, omdat de belastingheffing volledig buiten zijn boeken om gaat. In PbL-taal: ‘Een belastingprikkel van een gegeven omvang heeft een groter milieueffect wanneer deze aangrijpt op een input dan wanneer een belastingprikkel van dezelfde omvang aangrijpt op het met deze input geproduceerde product.’

    …een CO2-belasting

    Een vergroening van het belastingstelsel zou volgens het PbL dus het meest efficiënt zijn als de belastingen worden geheven zo dicht mogelijk bij het moment waarop de vervuiling daadwerkelijk plaatsvindt. Voor de Nederlandse economie zou dat behalve belastingen in de consumptiefase vooral een belastingheffing in de productiefase betekenen. En omdat de uitstoot van CO2 de belangrijkste drijfveer is van klimaatverandering, denk je dan al snel aan een CO2-belasting voor de industrie.

    In zekere zin bestaat die al: het Europese ETS-emissiehandelssysteem, waarbij de grote industrie rechten moet aankopen om CO2 uit te mogen stoten. Hoogleraar Economie en Milieubeleid en hoofdonderzoeker van het PbL-rapport Herman Vollebergh stelt dat dit systeem in theorie afdoende zou moeten zijn. ‘Het is zelfs beter dan een CO2-belasting, want bij het ETS-handelssysteem heb je een garantie op de uitkomst. Ieder jaar worden er emissierechten uit de markt genomen – dat loopt in een rechte lijn naar 0 in 2058. Dat betekent dat het recht om CO2 uit te stoten dan gegarandeerd verdwenen is.’

    De Nederlandse economie is nog altijd enorm fossiel, meer dan andere Europese landen

    Niettemin vindt Vollebergh dat bij de implementatie van het ETS-handelssysteem fouten zijn gemaakt. Daardoor is de prijs voor de uitstoot van een ton CO2 nu te laag om een duurzame prikkel te forceren. ‘De Nederlandse economie is nog altijd enorm fossiel, meer dan andere Europese landen. De Nederlandse overheid heeft besloten dat we een snellere duurzame transitie willen doormaken. Het is dan niet zo'n gek idee om een CO2-minimumprijs af te spreken, een soort bodemprijs voor de uitstoot van broeikasgassen. Zolang de ETS-prijs daaronder ligt betaalt de industrie het verschil, maar als de ETS-prijs erboven komt vervalt deze maatregel. Bijkomend voordeel is dat je niet weer een heel nieuw systeem hoeft op te tuigen, je geeft het ETS-systeem gewoon de tijd om volwassen te worden.’

    Gebrek aan politiek lef

    Emeritus hoogleraar Milieukunde en voormalig SER-lid Klaas van Egmond, die zich al sinds begin jaren ’80 bezighoudt met de vraag hoe de politiek luchtvervuiling en klimaatverandering kan beïnvloeden, heft zijn handen ten hemel als de CO2-heffing ter sprake komt. ‘Dit weten we al meer dan 25 jaar! We weten dat CO2 het belangrijkste broeikasgas is en we weten dus ook dat een CO2-belasting de belangrijkste maatregel is om daar iets aan te doen. Als directeur van het Milieu- en Natuurplanbureau heb ik de minister meermaals geadviseerd hiermee aan de slag te gaan. Maar het wordt gewoon genegeerd. Als lid van de SER heb ik me tijdens de vorming van het Energieakkoord in 2013 hard gemaakt voor een focus op regulerende CO2-beprijzing, aangevuld met een hoog BTW-tarief op primaire grondstoffen en een laag tarief op recycling. Dit werd in de wind geslagen. Daarop ben ik uit de SER gestapt.’

    ‘Vroeger had je nog politici met lef’, vervolgt Van Egmond. ‘Ik herinner me Ed Nijpels, die als VROM-minister iets moest doen aan de luchtkwaliteit in Nederland. Hij zorgde er met een slimme belastingmaatregel voor dat binnen een paar jaar heel Nederland een katalysator onder de auto had. "Wie géén katalysator heeft, gaat betalen voor wie hem wél heeft", riep hij. Kijk, dat is leiderschap.’

    De nieuwe circulaire ondernemers willen eigenlijk niets met politiek te maken hebben, maar daar worden wel de spelregels gemaakt

    Van Egmond ergert zich aan de hedendaagse VVD. ‘In Frankrijk ontpopt president Macron zich als de hoeder van het Klimaatakkoord. Onlangs probeerde hij de Duitsers mee te krijgen en een CO2-minimumprijs af te spreken. Een historische gebeurtenis. Als de Benelux zich daarbij aansluit, heb je een prachtig economisch blok waarbinnen dezelfde regels geleden. Een coalition of the willing, waarin de weglekeffecten minimaal zijn. Maar wat doet Rutte? Die gaat met een paar Oost-Europese landen dwarsliggen, alleen maar om de grootindustrie te beschermen.’

    Terwijl een vergroening van het belastingstelsel een ruimere business case voor de circulaire start-ups zou betekenen, en terwijl het PbL groene belastingmaatregelen identificeert die deze vergroening zinvol kunnen bewerkstelligen, lijkt de politieke wil om de meest efficiënte maatregelen te nemen te ontbreken. Opvallend is dat dit de circulaire start-ups niet boos maakt op de politiek, eerder afkerig ervan. Als Klaas van Egmond vanaf het podium in Blue City stelt dat de belangrijkste reden voor het uitblijven van groenere belastingen het ontbreken van politieke druk vanuit circulaire start-ups is, krijgt hij vanuit de zaal de vraag of hij dat dan zelf niet kan organiseren; ‘Wij zijn daarvoor te druk.’ Als Herman Vollebergh in Pakhuis de Zwijger aan een interieurontwerper die meubels van gerecycled plastic maakt vertelt dat hij tienmaal zoveel energiebelasting betaalt als de grootindustrie, haalt die zijn schouders op. ‘Wat kan ik daaraan doen?’

    Peter Gersen van Ex’tax herkent het probleem. ‘De nieuwe generatie circulaire ondernemers wil eigenlijk niets met politiek te maken hebben, maar realiseert zich niet dat daar de spelregels gemaakt worden die het economische spel bepalen. Grote bedrijven realiseren zich dat wel, en hebben een perfect georganiseerde lobby om daarop invloed uit te oefenen. Wij blijven daarom moeite doen om juist de duurzame ondernemers te activeren en een gezicht te geven.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Ties Joosten

    Gevolgd door 273 leden

    Journalist. Schrijver. Haven. Klimaat. Feyenoord. Soms wat hiphop. Voorheen hoofdredacteur van Blendle.

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg Ties Joosten
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren