© CC0 (Publiek domein)

Groundhog Day

    De kritiek op Italië is sinds de verkiezingsoverwinning van de Eurosceptische partijen niet van de lucht. Het land zou er goed aan doen om het Noord-Europese voorbeeld te volgen, zo klonk het. Volgens Ewald Engelen wordt het tijd dat we eens in de spiegel kijken.

    Toen de winnaars van de Italiaanse verkiezingen begin deze maand de eurocrisis opnieuw deden oplaaien en de renteverschillen tussen Italiaanse en Duitse overheidsobligaties omhoog schoten, was het commentaar in Nederland weer van een bedroevende eenzijdigheid. Italië was corrupt, deed aan potverteren, had de lage rentestanden die het land te danken had aan haar eurolidmaatschap moeten gebruiken om de staatsschuld af te lossen, moest nou eindelijk eens hervormen en het goede voorbeeld van Nederland, Duitsland en Oostenrijk volgen. 

    Het leek wel Groundhog Day. Hadden we dit niet in exact dezelfde bewoordingen en toonaarden gehoord over Griekenland? En hadden we daardoor niet heel comfortabel onze eigen medeplichtigheid aan het Griekse drama weten te verdoezelen? En dan bedoel ik de rol van Noord-Europese grootbanken bij het verstrekken van onoordeelkundige leningen aan Griekse overheden. Leningen die mede waren gebruikt om Duitse onderzeeërs mee aan te schaffen, Franse treinen, Duitse trams en Franse vliegtuigen.

    Het is typerend voor de zelfgenoegzaamheid van Noord-Europa en het onvermogen om te leren van het recente verleden. Of is het onwil?

    Natuurlijk is Italië een probleemgeval en wordt het hoog tijd dat het sclerotische institutionele raamwerk van het land op de schop gaat. Geen land dat zo onzorgvuldig met zijn nieuwe generaties omgaat als Italië. Jongeren wonen tot in lengte van jaren bij hun ouders omdat zowel de woning- als de arbeidsmarkt voor hen potdicht zit, met krankzinnige jeugdwerkloosheidscijfers tot gevolg. Pakweg een derde van de Italiaanse jongeren zit zonder baan, tegen één op de 14 in Nederland. Gelukkig kent Italië een grote zwarte economie waar jongeren wel terecht kunnen. Die bedraagt in Italië zo'n dertig procent, tegen 13 procent in Nederland.

    Ik wil dus absoluut niet beweren dat er niets aan de hand is met de Italiaanse economie. Het punt is alleen dat het beeld dat in de Nederlandse media van het land geschetst wordt, zo eenzijdig is.

    Wat cijfers. Data verzameld door de econoom Brad Setser leren dat de Italiaanse overheid de afgelopen zeventien jaar een krapper begrotingsbeleid heeft gevoerd dan begrotingskampioen Duitsland. Tussen 2000 en 2017 heeft Italië maar liefst 15 keer een primair overschot op de begroting, tegen slechts 11 keer voor Duitsland. En dan hebben we het over het saldo van de overheidsinkomsten en de overheidsuitgaven minus de rentelasten. Hoezo potverteren?

    Nog een datapunt. Ja, de Italiaanse staatsschuld is met pakweg 130 procent van het bruto binnenlands product aan de hoge kant. In ieder geval hoger dan de tamelijk willekeurige norm van 60 procent die is vastgelegd in het Verdrag van Maastricht. En ook hoger dan de norm van 90 procent waar de conservatieve economen Reinhardt en Rogoff in 2010 naam mee maakten – en die vervolgens door een promovendus ontmaskerd werd als het gevolg van een excelfout.

    Maar als de eurocrisis ons iets heeft geleerd, is het dat private schulden net zo schadelijk kunnen zijn. Kijk naar Ierland en Spanje: beide landen schreven voor de crisis keurig zwarte cijfers en hadden van alle eurozone-lidstaten zo ongeveer de laagste staatsschulden. En toch sloeg de crisis daar zwaar toe. Niet omdat de staat zich teveel in de schulden hadden gestoken, maar omdat huishoudens dat hadden gedaan, en de staat de banken moest redden die die kredieten hadden verstrekt. In Nederland was het niet anders: lage staatsschuld, hoge hypotheekschuld en dus een extreem lange recessie toen het misging op de financiële markten.

    De vraag is dus hoe Italië ervoor staat als je de publieke schulden optelt bij de private. Zoals gezegd beslaat de staatsschuld zo'n 130 procent van het bruto binnenlands product. De totale private schuldenlast (huishoudens en bedrijven) is zo'n 170 procent. Maakt in totaal een schuldenpositie van 300 procent van het bbp.

    Vergelijk dat eens met Nederland. De staatsschuld hier bevindt zich zo ongeveer op de norm van Maastricht: 60 procent. De private schulden daarentegen zijn veel hoger dan de Italiaanse, maar liefst 250 procent. En pakweg de helft daarvan zijn hypotheekschulden die worden gedragen door Nederlandse huishoudens. In totaal dus 310 procent. Hoger dan Italië.

    Wie bezit die Italiaanse overheidsobligaties?

    Je vraagt je onwillekeurig af of beleggers hun vak wel verstaan. Nederland betaalt 0,6 procent voor haar 10-jarige staatsobligaties, tegen 3,6 procent voor Italië. Alsof bij een systeemcrisis die torenhoge private schuld niet op de balans van de Nederlandse overheid drukt.

    Laatste datapunt. Wie bezit die Italiaanse overheidsobligaties? Hoe meer schuld, hoe hoger de rentelasten. Maar het maakt een groot verschil of die rentebetalingen naar Italianen gaan, of naar het buitenland. In het eerste geval is het een soort belastingteruggave die in theorie de binnenlandse bestedingen kan stuwen. In het tweede geval is het een belasting die het buitenland op de Italiaanse staat en daarmee de Italiaanse belastingbetaler heft en die verloren gaat voor de Italiaanse economie.

    Deutsche Bank heeft onlangs handzaam de bezitters van de staatsobligaties van 24 ontwikkelde economieën bij elkaar gezet. De verschillen zijn gigantisch: terwijl in Oostenrijk en Nederland bijna zestig procent van de obligaties in handen is van buitenlandse beleggers, is dat in Japan maar tien procent. Italië bevindt zich met dertig procent dichter bij Japan dan bij Nederland. Het betekent dat de afhankelijkheid van buitenlandse beleggers van de Italiaanse staat veel geringer is dan die van de Nederlandse. En dat de wurggreep van financiële markten in het geval van Italië veel beperkter is.

    De portee van dit alles? Er zijn net zoveel redenen om je zorgen te maken over de financiële stabiliteit van vermeend degelijke landen als Nederland en Duitsland. En er zijn evenveel goede redenen om de financieel-economische situatie van Italië positiever in te schatten dan momenteel gebeurt. En dat dat niet gebeurt heeft veel te maken met wat de kern van het Europese project is geworden: het temmen van het beest dat verzorgingsstaat heet. In Brussel is het nog altijd neoliberalisme wat de klok slaat.

    Over de auteur

    Ewald Engelen

    Gevolgd door 1243 leden

    FTM-columnist van het eerste uur, financieel geograaf aan de UvA en actief voor de Partij voor de Dieren.

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg deze columnist
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren