© Wikimedia Commons

Gruwelijk dierenleed in slachthuizen maakt huidige vleesproductie onhoudbaar

    De achteloze omgang met dieren in slachthuizen leidt al decennialang tot ernstige wantoestanden, waardoor bovendien de intensieve veehouderij economisch onhoudbaar zal worden. Wellicht kan een noodkreet van een groep moedige dierenartsen de sector wakker schudden. Maar, waarschuwt columnist Herman Lelieveldt: ‘Dat vereist dat de hele sector op de schop moet.’

    Heel bijzonder en moedig, de open brief van een groep kritische dierenartsen in de NRC over de wantoestanden in de intensieve veehouderij. Bijzonder, omdat het maar zelden voorkomt dat professionals in staat zijn hun eigen functioneren kritisch onder de loep te nemen en die zelfkritiek bovendien te delen met de buitenwereld. Moedig, omdat deze mensen dag in dag uit moeten samenwerken met de sector die ze zo openlijk bekritiseren of werken voor de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA), en we uit een artikel in de NRC weten dat dit voor kritische dierenartsen geen veilige werkplek is.  

    Het stuk van de dierenartsen gaat over veel meer dan gebrekkig toezicht

    De brief van de dierenartsen was een vervolg op een onderzoeksartikel in de NRC over het falende toezicht bij de NVWA, dat meteen Kamervragen van de SP opleverde. Staatssecretaris van Dam was er vanzelfsprekend als de kippen bij om de Kamer te vertellen dat het artikel oud nieuws was en er inmiddels passende maatregelen zijn getroffen.

    Maar het stuk van de dierenartsen gaat over veel meer dan gebrekkig toezicht. De dierenartsen plaatsen namelijk kanttekeningen bij al die ingrepen en maatregelen die vandaag de dag noodzakelijk zijn om vlees zo goedkoop mogelijk te produceren: snavelknippen, het amputeren van staarten, het lange diertransport, het onthoornen van kalveren en lammetjes. Dat lossen we niet op met cameratoezicht in de slachthuizen. Dat vereist dat de sector op de schop gaat.

    Niemand heeft daar zin in. Dat blijkt wel uit de stapels rapporten die de afgelopen twintig jaar hierover verschenen en keer op keer hetzelfde concludeerden. Maar de noodzaak om iets te doen, staat nog steeds overeind — en het gaat daarbij om veel meer dan dierenwelzijn alleen.

    Radicaal anders

    De dierenartsen stellen een radicale oplossing voor waarin Nederland zijn rol als gidsland op het gebied van de veehouderij als het ware opnieuw uitvindt. We excelleren op dit moment in goedkope bulkproductie, met alle schadelijke gevolgen voor milieu, dierenwelzijn en volksgezondheid van dien. Maar we zouden er ook voor kunnen kiezen om marktleider in duurzaam vlees te worden. De hele infrastructuur die we hebben om het Nederlandse bulkproduct aan de man te brengen – de handelsmissies, het door EZ betaalde onderzoek van Wageningen Universiteit en dergelijke – kunnen we ook inzetten om een fundamentele draai te maken en te kiezen voor duurzame veeteelt.  

    "Op de lange termijn is het huidige productiemodel economisch onhoudbaar"

    In mijn boek De Voedselparadox schreef ik al dat een dergelijke operatie gigantisch is, vergelijkbaar met het sluiten van de mijnen of het opdoeken van de textielindustrie. Maar hoe je het ook wendt of keert, op de lange termijn is het huidige productiemodel zelfs economisch onhoudbaar. Open grenzen maken het onmogelijk om goedkoop vlees buiten de deur te houden. Dat is dan ook altijd het argument dat opduikt wanneer we het hebben over bovengenoemde maatregelen, die de vleesproductie in Nederland duurder maken. Maar als we voor dit argument vallen, blijft het huidige systeem van de bulkproductie in stand. Met alle bijkomende kosten voor een vervuild milieu en ziekten die we niet in de prijs van onze kipfilet terugzien.

    Wie het roer wil omgooien, moet af van het dictaat van de prijs en eerst bepalen welke productiestandaarden en schaal we acceptabel vinden voor een land als Nederland. Dat zal tot een drastische inkrimping van de veestapel leiden en dat is hoognodig. Het is ronduit absurd dat wij het milieu in ons kleine land zo zwaar belasten voor een sector die het grootste deel van zijn productie exporteert.

    ‘Traditionele’ producten

    We kunnen ons in die omslag laten inspireren door een beweging als Slow Food: eet minder vlees, maar van betere kwaliteit. We kunnen creatief gebruik maken van de EU-kwaliteitslabels. Die bieden alle ruimte om vlees van gegarandeerde herkomst uit te vinden en als ‘traditioneel’ Nederlands kwaliteitsproduct in de markt te zetten. Het Livar-varken kan zonder problemen als product met gegarandeerde herkomst de schappen in. Anders dan je zou denken bij de EU is de procedure tamelijk eenvoudig. Organiseer je als producenten en zorg ervoor dat de volledige productieketen regionaal is. Vertel er een mooi verhaal bij over waarom het Limburgse heuvellandschap ideaal is voor de vleeskwaliteit van wroetende varkens.

    We kunnen creatief gebruik maken van de EU-kwaliteitslabels

    Ze kunnen zich laten inspireren door het verhaal van de Lardo di Colonnata, het marmerkleurige buikspek uit Italië dat zijn kleur en smaak krijgt door het te laten rijpen in marmeren bekkens. Eeuwenlang functioneerde de lardo als de energiereep voor de marmerhouwers in de bergen van Carrara. Het was het armeluisvoedsel bij uitstek. En heel even zag het er naar uit dat de vermaledijde EU-regels de productiemethode de nek om zouden draaien, omdat het poreuze marmer wellicht onvoldoende hygiënisch was. Maar toen die zorgen waren weggenomen, ontdekten de producenten in Carrara de kwaliteitslabels en die kregen ze uiteindelijk in 2004.

    Essentiële rol ministerie

    Dit gaat natuurlijk niet vanzelf. We hebben het ministerie van EZ nodig om producenten aan te moedigen deze omslag te maken en er bij te helpen. Zo gaat het ook in andere landen, met Frankrijk en Italië als beste voorbeelden. Die voeren al tientallen jaren een actieve kwaliteitspolitiek, om de doodeenvoudige reden dat ze weten dat het geld oplevert. De meeste kwaliteitslabels komen dan ook uit deze landen, vooral ook dankzij deze actieve kwaliteitspolitiek.

    Kortom, er is werk aan de winkel voor iedereen. Politiek, producenten en consumenten moeten in het denken over vlees de omslag maken van kwantiteit naar kwaliteit. Dat is het onderliggende verhaal dat we kunnen lezen in de noodkreet van de dierenartsen.

    Over de auteur

    Herman Lelieveldt

    Auteur van 'De Voedselparadox. Onderzoekt voor FTM de machten en krachten die bepalen wat er op ons bord komt.

    Lees meer

    Volg deze columnist

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid