© ANP / Bas Czerwinski

    Het klonk veelbelovend: oud-minister Hans Hillen die moet getuigen in een van de meest omvangrijke omkoopschandalen bij politie en defensie. Maar erg veel leverde de ondervraging dinsdag niet op.

    ‘Ik ben een ambteloos burger,’ zegt Hans Hillen. Het is dinsdag, we zijn in de rechtbank Rotterdam. Voor Hillen, minister van Defensie in kabinet Rutte-I, is het een ongebruikelijke setting: hij is getuige in de rechtszaak over corruptie bij de politie en Defensie.

    Na het opsteken van twee vingers en het afnemen van de eed mag hij weer - helemaal vooraan - gaan zitten op de vastgeschroefde stoel, de plek waar de afgelopen twee weken bijna alle verdachten moesten plaatsnemen in de zaak rondom de aanschaf van politie-en defensievoertuigen. 

    Hillen’s voornaamste uitzicht vanuit de hot seat: hoofdrechter Jurjen Bade, geflankeerd door twee andere rechters. Aan de linkerkant van Hillen zit de Officier van Justitie; rechts de griffiers. Achter de oud-minister bevinden zich de vijf advocaten die de verdediging voeren van negen defensie-ambtenaren en medewerkers van automobielbedrijven. Allen worden zij verdacht van omkoping.

    Hoewel Hillen verre van bezorgd oogt, wordt hij toch gerustgesteld door rechter Bade: ‘Het gaat niet over de beoordeling van uw handelen.’ Hillen is opgeroepen vanwege het feit dat onder zijn bewind, de periode 2010-2012, beschuldigingen zijn geuit ten aanzien van onder meer de wagenparkbeheerder van Defensie. Het betrof een anonieme brief die in 2011 is verstuurd aan het ministerie van Justitie en Veiligheid, het ministerie van Defensie en de Rijksrecherche. Daarin werd onder meer uit de doeken gedaan dat er door de autobedrijven Renault, Peugeot en Volkswagen-importeur Pon volop voordeeltjes werden uitgedeeld aan ambtenaren die belast waren met de aanschaf en het beheer van politie-en defensievoertuigen.

    De omkopingspraktijken liepen uiteen van het weggeven van gratis winterbanden tot kortingen op privé-auto’s, gratis tankpassen en snoepreisjes naar exotische oorden. Één van de hoofdverdachten: Jacques Horsten, de ervaren wagenparkbeheer van Defensie. Die zou zich zich volop hebben laten fêteren en sponsoren door zijn zakelijke contacten bij automobielbedrijven.

    Onder de pet

    Tijdens de regiezitting in juni gaf de verdediging hun wensenlijstje door aan de rechtbank: ze wilden een drietal oud-defensieministers horen in de rechtbank. De namen: Eimert van Middelkoop, Henk Kamp en Hans Hillen. Zowel Van Middelkoop als Kamp hadden – volgens Justitie ongevraagd – ook mazzeltjes gekregen van Volkswagen-importeur Pon.

    De rechters honoreerden alleen het getuigenverhoor van Hillen. Rechter Bade verwijst daarbij naar het 35-minuten durende Rijksrecherche-verhoor van Hillen op 15 september 2014. Daarin gaf de oud-minister aan dat hij de integriteitskwestie rondom Horsten liever intern — zónder tussenkomst van de Kamer en zónder Justitie — had willen oplossen.

    Hillen vertrouwde liever op het ‘eigen correctiemechanisme’ van Defensie, dat ‘ook heel bevredigend werkte’. De omkoopbeschuldigingen rondom ambtenaren zoals Horsten lekten echter in 2011 uit naar dagblad de Telegraaf, waarna er – noodgedwongen – alsnog een strafrechtelijke aangifte volgde. En dus moest Hillen alsnog de Kamer informeren.

    "Ik ben er niet op uit om u onderuit te halen, Excellentie"

    Begin juni lekte het bewuste Rijksrecherche-verhoor uit naar NRC, waarop Hillen de krant ook een uitgebreide reactie gaf: ‘Ik vond dat mijn organisatie ook redelijk bruusk reageerde door direct alles op een persoon te richten, direct zo’n zwaar onderzoek in te stellen. Wat mij betreft moet Barbertje dan juist niet hangen. Zo’n zaak is altijd groter, heeft altijd context. Hij kan nooit tien jaar helemaal alleen hebben gehandeld, dan moet het echt wel toegejuicht zijn, of geaccepteerd. Dan is hij door zijn meerderen voortdurend gedekt geweest.’

    Onder de pet

    Hillen is op het gebied van integriteitskwesties sowieso niet de meest daadkrachtige minister: zo kwam hij in 2011 al onder vuur te liggen vanwege zelfverrijking en diefstal bij het marine-onderdeel CAMS Force Vision. Een klokkenluider van de misstanden werd echter door de secretaris-generaal niet serieus genomen. Hillen zou bovendien niet op de hoogte zijn gesteld van de melding van misstanden. Uit verschillende Follow the Money-publicaties is gebleken dat het ministerie van Defensie misstanden het liefst onder de pet wilde houden.

    Rechter Bade geeft tijdens de zitting dan ook aan dat hij ‘voldoende verdedigingsbelang’ ziet om via een getuigenverhoor van Hillen meer te weten te komen over de manier waarop ‘zijn’ ministerie omging met integriteitskwesties.

    Tijdens de rechtszaak krijgt Hillen als eerste een serie vragen voorgeschoteld van Michael Ruperti, de raadsman die defensie-ambtenaar Gerard Lensvelt bijstaat. Ruperti probeert met fluwelen handschoen de oud-minister te verleiden tot het schetsen van ontlastende omstandigheden: ‘Ik ben er niet op uit om u onderuit te halen, Excellentie,’ zegt de raadsman bijvoorbeeld ter inleiding van een vraag. Ruperti vraagt onder meer wat de minister deed nadat hij de anonieme klokkenluidersbrief in 2011 had ontvangen. Daarover is Hillen duidelijk: ‘Anonieme brieven hebben geen status.’

    Het getuigenverhoor van Hillen levert nauwelijks nieuwe inzichten op

    Ruperti vraagt ook waarom Hillen de integriteitskwestie intern wilde afhandelen. Daarop riposteert de oud-minister: ‘Defensie telde zestigduizend medewerkers. Als die allemaal één fout per jaar maken, dan moet de Kamer jaarlijks zestigduizend fouten afhandelen.’ 

    Al met al komt Hillen tijdens het gehele getuigenverhoor nooit echt klem te zitten. Zijn lijn van verweer is dat hij zich als minister niet bezighield met het managen van het departement: want dat is de verantwoordelijkheid van zijn secretaris-generaal. Oftewel, de integriteitskwestie rondom verdachte Horsten speelde een niveau lager. Daardoor kan hij veel contextuele vragen over interne richtlijnen en het integriteitsbeleid bij Defensie niet beantwoorden. Hillen’s antwoorden zijn dan ook voorspelbaar en lopen uiteen van: ‘nooit enige kennis van gehad’ en ‘ambtshalve is mij daar niets van bekend’ tot ‘twee keer simpelweg ‘nee’.

    Hillen geeft verder aan dat de aanschaf van defensievoertuigen niet hoog op de radar stond, en dat er in zijn laatste jaar ministerschap bij Defensie nauwelijks personenvoertuigen werden aangeschaft. ‘Er werd vooral afgeschaft.’

    En zo levert het getuigenverhoor van Hillen nauwelijks nieuwe inzichten of munitie voor de verdediging van de verdachten op. Het belooft een stuk interessanter te worden op de volgende zittingsdag, op 9 januari. Dan verschijnt er iemand op de plek van Hillen die een stuk gemotiveerder is om te praten: Erik van B., de enige oud-medewerker van Volkswagen-importeur Pon die ook daadwerkelijk voor de rechter verschijnt.

    Wordt vervolgd.

    Over de auteur

    Dennis Mijnheer

    Gevolgd door 590 leden

    Ontspoorde Bedrijfskundige die alles wil weten van mannen en vrouwen met witte boorden. Tags: fraude, witwassen, omkoping

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Corruptie bij politie en defensie

    Gevolgd door 441 leden

    De ontrafeling van een corruptieschandaal bij politie en defensie begon in 2011 met een anonieme brief aan de toenmalig minis...

    Lees meer

    Volg dit dossier en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg dossier
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren